Conclusie van de advocaat generaal
1. Bij inleidend verzoekschrift ingediend ter griffie van het Hof op 13 december 1995 heeft het Koninkrijk België krachtens artikel 170 EG-Verdrag beroep ingesteld om te doen vaststellen dat het Koninkrijk Spanje, door koninklijk besluit nr. 157/88, in het bijzonder artikel 19, lid 1, sub b, hiervan, dat voorziet in de verplichting Rioja-wijn te bottelen in het productiegebied, te handhaven en door op deze wijze de uitvoer van ongebottelde wijn te verbieden, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 34 EG-Verdrag, zoals uitgelegd door het Hof in zijn arrest Delhaize en Le Lion van 9 juni 1992 (hierna arrest Delhaize").
Het gemeenschapsrecht
2. Het gemeenschapsrecht kent veel bepalingen betreffende de wijnsector die relevant zijn voor het onderzoek van het onderhavige beroep. Hierop zal ik terugkomen bij het onderzoek ten gronde van de door partijen aangevoerde argumenten. Gezien het belang ervan voor het geding verwijs ik nu reeds naar verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad van 16 maart 1987, die een geheel van uniforme regels bevat voor de productie en de controle van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (hierna: v.q.p.r.d." of kwaliteitswijnen").
Ingevolge de artikelen 1, lid 2, en 15 van verordening nr. 823/87 mogen de op communautair niveau erkende aanduidingen (zoals v.q.p.r.d.") of bijzondere aanduidingen die in de lidstaten vanouds worden gebruikt om bepaalde wijnen aan te duiden, uitsluitend worden gebezigd voor onder deze verordening of andere specifieke of uitvoeringsverordeningen vallende wijn die voldoet aan de voorschriften van de nationale reglementeringen" (zogenoemde productdossiers). In Spanje maken de aanduidingen denominación de origen" en denominación de origen calificada" deel uit van de van oudsher gebruikte benamingen.
Wat met name de productiemethode betreft, definieert en reglementeert verordening nr. 823/87 (in samenhang met de nationale bepalingen waarnaar zij uitdrukkelijk verwijst) een aantal factoren" die kenmerkend zijn voor de productie van kwaliteitswijnen. Tot die factoren behoren de begrenzing van het productiegebied, de productiemethoden en -technieken, en de onderzoeken om de kenmerken van die wijnen vast te stellen. De bevoegdheid om de productiemethoden vast te stellen is overgelaten aan de producerende staten. Artikel 8, lid 1, bepaalt namelijk dat de speciale bereidings- of verwerkingsmethoden voor het verkrijgen van v.q.p.r.d. (...) door de betrokken producerende lidstaat voor elke betrokken wijn [worden] vastgesteld". In de twaalfde overweging van de considerans van deze verordening wordt eveneens aangegeven dat ten aanzien van de ontwikkeling van de bijzondere kwaliteitskenmerken van elke v.q.p.r.d. aan de lidstaten een zekere vrijheid moet worden gelaten om in het kader van de in de Gemeenschap toegestane oenologische procédés voor elk van die wijnen wijnbereidingsmethoden vast te stellen". In artikel 18 wordt bepaald dat de lidstaten [m]et inachtneming van een eerlijk en constant gebruik (...) alle aanvullende productievoorwaarden en kenmerken [mogen] bepalen waaraan v.q.p.r.d. moet beantwoorden". De verordening legt bovendien voor elke productiemethode bepaalde minimumcriteria vast die de lidstaten in elk geval in acht moeten nemen.
Wat de onderzoeken betreft waaraan de wijnen moeten worden onderworpen, bepaalt artikel 13 (zoals gewijzigd bij verordening nr. 2043/89) dat [d]e producenten wijn (...) waarvoor zij de aanduiding ,v.q.p.r.d. claimen, aan een analytisch en aan een organoleptisch onderzoek [moeten] laten onderwerpen", en dat a) het analytische onderzoek (...) ten minste betrekking [moet] hebben op de waarden van die der in bijlage I opgesomde factoren, welke kenmerkend zijn voor de betrokken v.q.p.r.d", en b) het organoleptische onderzoek (...) betrekking [heeft] op de kleur, klaarheid, reuk en smaak". De zestiende overweging van de considerans van de verordening in kwestie stelt dat deze onderzoeken zijn voorzien en moeten geschieden om de producenten ertoe aan te zetten voortdurend acht te slaan op het kwaliteitspeil van de v.q.p.r.d., met name ten aanzien van de ontwikkeling van de bijzondere kenmerken ervan". Ingevolge artikel 16 moeten de lidstaten zorg dragen voor de controle op en de bescherming van de kwaliteitswijnen. Ik wijs er nog op dat de latere verordening (EEG) nr. 2048/89 de controleregeling voor de totale wijnbouwsector vastlegt. Enerzijds wordt de Commissie de bevoegdheid verleend in deze sector handelend op te treden in samenwerking met de bevoegde nationale organen en anderzijds worden samenwerkingsvormen tussen de verschillende controleorganen ingesteld.
De nationale bepalingen
3. De Spaanse wet nr. 25 van 2 december 1970 betreffende het statuut van wijngaarden, wijnen en alcoholhoudende dranken (hierna wet nr. 25/70") voorziet in de toekenning van de denominación de origen" aan bepaalde wijnen en in de oprichting voor elke wijn van een toezichthoudende raad (Consejo Regulador). De taken van deze raad zijn: a) opstellen van een ontwerpreglement inzake het gebruik van de benaming van oorsprong, welk reglement vervolgens bij besluit van de minister van Landbouw wordt goedgekeurd, b) richting geven aan en toezicht houden op de productie, de bereiding en de kwaliteit van wijnen met de aanduiding denominación de origen", c) bevorderen van de reputatie van de benaming op de nationale markt en op de buitenlandse markten, d) optreden tegen elk ongeoorloofd gebruik van de benaming, en e) zorg dragen voor de inning van geldboeten en voor de uitvoering van krachtens de genoemde wet opgelegde sancties. Wat in het bijzonder de Rioja-wijn betreft, is het door de toezichthoudende raad opgestelde reglement bij besluit van de minister van Landbouw van 2 juni 1976 goedgekeurd.
4. Koninklijk besluit nr. 157 van 22 februari 1988 heeft de voorwaarden voor de toekenning van de oorsprongsbenaming calificada" vastgelegd. Artikel 19, lid 1, bepaalt in het bijzonder dat het voor de verkrijging van de benaming noodzakelijk is: a) dat de wijn uitsluitend wordt verhandeld na in de bodega's van oorsprong (bodegas de origen) te zijn gebotteld, b) dat de toezichthoudende raad vanaf de productie tot het op de markt brengen controle heeft uitgeoefend op de kwantiteit en kwaliteit van het product, en c) dat op de flessen bij het verlaten van de bodega van oorsprong genummerde etiketten of zegels worden aangebracht. Op basis van de overgangsbepalingen van dit besluit geldt de onder a genoemde voorwaarde voor wijnen die vanuit het Spaans grondgebied worden uitgevoerd na afloop van een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van bekendmaking ervan, te weten vanaf 24 februari 1993.
5. Op 8 september 1988 heeft de toezichthoudende raad voor Rioja-wijn circulaire nr. 17/88 vastgesteld, waarin hij erop wijst dat hij het aandeel verkochte gebottelde wijn geleidelijk heeft verhoogd en het aandeel verkochte ongebottelde wijn geleidelijk heeft verlaagd. Bij de uitgevoerde wijn maakte de verkoop van ongebottelde wijn 5 % van de totale jaarlijkse handel uit. Hij heeft derhalve besloten die verkoop te staken door de uitvoer van ongebottelde wijn te verbieden, niet alleen met het oog op het imago en de reputatie van die wijn", maar ook om de toekenning van de oorsprongsbenaming calificada" aan Rioja-wijn mogelijk te maken. Bij ministerieel besluit van 3 april 1991 is de gecontroleerde oorsprongsbenaming toegekend aan Rioja-wijn. Aan dit besluit is het nieuwe reglement betreffende de Denominación de Origen Calificada Rioja" en de bijbehorende toezichthoudende raad gehecht. Met name wat de verplichting tot botteling van de wijn en de voorwaarden voor het verkeer ervan betreft, wijzigt dit reglement de regeling voor wijnen met de oorsprongsbenaming Rioja" praktisch niet, en het legt derhalve uitdrukkelijk de verplichting tot botteling in het gebied van oorsprong op.
Het arrest Delhaize
6. Het geschil tussen de Belgische vennootschap Delhaize en twee andere vennootschappen, te weten Promalvin, met zetel in België, en Bodegas Unidas SA, met zetel in Spanje, handelde over de niet-uitvoering door de twee laatstgenoemde vennootschappen van een contract waarmee Delhaize een partij ongebottelde Rioja-wijn had gekocht die zij zelf in België zou bottelen; de geadieerde rechter heeft het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag gevraagd of de Spaanse regeling - met name koninklijk besluit nr. 157/88 - met betrekking tot de productie en de verhandeling van kwaliteitswijnen, die botteling in het productiegebied verplicht stelde, een maatregel van gelijke werking als een uitvoerbeperking in de zin van artikel 34 van het Verdrag is.
7. In zijn antwoord op deze vraag heeft het Hof verklaard dat een op wijn met benaming van oorsprong toepasselijke nationale wettelijke regeling die de hoeveelheid wijn die ongebotteld kan worden uitgevoerd, beperkt, doch die daarnaast de verkoop van ongebottelde wijn binnen het productiegebied toestaat, een door artikel 34 EEG-Verdrag verboden maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking is".
8. Wat het punt betreft dat niet in de vraag aan de orde is gesteld, maar door de Spaanse regering tijdens de procedure naar voren is gebracht, namelijk of de litigieuze bepalingen gerechtvaardigd kunnen worden geacht op grond van artikel 36 EG-Verdrag, en wel uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom, heeft het Hof opgemerkt dat het aan elke lidstaat [staat] om, binnen het door verordening (EEG) nr. 823/87 (...) aangegeven kader, de voorwaarden vast te stellen voor het gebruik van de naam van een geografisch gebied van zijn grondgebied, die als benaming van oorsprong een uit dat gebied afkomstige wijn aanduidt". Het Hof heeft daaraan toegevoegd dat [v]oor zover die voorwaarden (...) maatregelen als bedoeld in artikel 34 EEG-Verdrag vormen (...) zij slechts gerechtvaardigd [zijn] uit hoofde van de bescherming van de industriële en commerciële eigendom in de zin van artikel 36 EEG-Verdrag, indien zij noodzakelijk zijn om te waarborgen dat de benaming van oorsprong haar specifieke functie vervult". Het heeft er bovendien op gewezen dat de benaming van oorsprong de specifieke functie heeft, te waarborgen dat het aldus aangeduide product afkomstig is uit een bepaald geografisch gebied en bepaalde bijzondere kenmerken bezit", en dat [d]aar de verplichting de wijn in het productiegebied te bottelen, een voorwaarde is voor het gebruik van de naam van dat gebied als benaming van oorsprong (...) zij bijgevolg gerechtvaardigd zou [zijn] op grond dat moet worden gewaarborgd dat de benaming van oorsprong haar specifieke functie vervult, indien botteling in het productiegebied aan de uit dat gebied afkomstige wijn bijzondere kenmerken verleende, waardoor die wijn kan worden geïndividualiseerd, of indien botteling in het productiegebied onontbeerlijk was voor het behoud van de door die wijn verworven specifieke kenmerken" (punten 16, 17 en 18).
9. Het Hof heeft in wezen verklaard dat artikel 34 zich ertegen verzet dat een nationale wettelijke regeling de verplichting oplegt kwaliteitswijnen in het productiegebied te bottelen voor zover die regeling de uitvoer van ongebottelde wijn belemmert. Het heeft evenwel tegelijkertijd met een beroep op artikel 36 erkend dat de regeling in elk geval als gerechtvaardigd zou kunnen worden beschouwd indien de bottelingsverplichting tot doel had te waarborgen dat het product afkomstig was uit een bepaald geografisch gebied en bepaalde bijzondere kenmerken bezat. Het Hof heeft hieraan toegevoegd dat in dat geval niet was aangetoond dat botteling van de [Rioja]-wijn in het productiegebied een handeling is die aan die wijn bijzondere kenmerken verleent of die onontbeerlijk is voor het behoud van de door die wijn verworven specifieke kenmerken" (punt 19).
10. Bovendien kan de nationale wettelijke regeling volgens het Hof gemeenschapsrechtelijk niet worden gerechtvaardigd met een beroep op het reeds aangehaalde artikel 18 van verordening nr. 823/87, op grond waarvan de lidstaten voor kwaliteitswijnen aanvullende of striktere voorwaarden voor het verkeer mogen vaststellen dan in die verordening. Volgens het Hof kan namelijk dit artikel niet aldus worden uitgelegd dat het de lidstaten machtigt voorwaarden te stellen die in strijd zijn met de verdragsbepalingen inzake het goederenverkeer" (punt 26).
Ten gronde
11. In haar beroep verwijt de Belgische regering het Koninkrijk Spanje schending van de artikelen 34 en 5 van het Verdrag, stellende dat de litigieuze Spaanse regeling in strijd is met het gemeenschapsrecht op het gebied van het vrij verkeer van goederen en dat het Koninkrijk Spanje bovendien niet de noodzakelijke maatregelen heeft genomen om aan het arrest Delhaize te voldoen.
12. Om vast te stellen of sprake is van de aan de Spaanse regering verweten niet-nakoming, moet eerst worden nagegaan of de betrokken Spaanse regeling in strijd is met de communautaire bepalingen inzake het goederenverkeer, met name met artikel 34 van het Verdrag en artikel 18 van verordening nr. 823/87, en, zo ja, of de genoemde regeling gerechtvaardigd is op grond van artikel 36 van het Verdrag. Nagegaan moet dus worden of het Koninkrijk Spanje, door verplicht te stellen dat Rioja-wijn in het productiegebied wordt gebotteld, niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen op grond van het gemeenschapsrecht, zoals uitgelegd in het arrest Delhaize.
Schending van artikel 34
13. De Belgische regering, ondersteund door het Koninkrijk Denemarken, het Koninkrijk der Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk en de Republiek Finland, verklaart dat de Spaanse regering artikel 34 van het Verdrag heeft geschonden, zoals uitgelegd in het arrest Delhaize, omdat zij koninklijk besluit nr. 157/88, met name artikel 19, lid 1, sub b, volgens hetwelk één van de voorwaarden om een wijn met de benaming van oorsprong te kunnen aanduiden, de botteling in een bodega binnen het productiegebied is, niet heeft ingetrokken of gewijzigd. Omdat vaststaat dat tot op heden noch de communautaire regeling noch de Spaanse regeling, in het licht waarvan het Hof het arrest Delhaize heeft gewezen, is gewijzigd, blijft de redenering van het Hof volledig van kracht, zodat het Hof in casu de onverenigbaarheid van de Spaanse regeling met het gemeenschapsrecht slechts kan bevestigen.
14. De Spaanse regering stelt daarentegen dat haar wettelijke regeling in overeenstemming is met artikel 34 van het Verdrag, aangezien daarbij niet de uitvoer van ongebottelde kwaliteitswijn wordt beperkt, maar slechts elk ongeoorloofd en ongecontroleerd gebruik van de benaming van oorsprong wordt verboden. In wezen verklaart de Spaanse regering dat de in het gebied La Rioja geproduceerde wijn ongebotteld vrij uit het productiegebied kan worden uitgevoerd en vervolgens kan worden gebotteld, al mag hij in dat geval niet onder de oorsprongsbenaming Rioja" worden verkocht.
15. Dit argument is niet overtuigend. Ik hoef er hier slechts aan te herinneren dat het Hof in het arrest Delhaize reeds heeft verklaard dat een nationale regeling als de onderhavige tot een specifieke beperking van de uitvoer van ongebottelde wijn [leidt] en (...) daardoor een bijzonder voordeel [verschaft]) aan de in het productiegebied gevestigde bottelarijen" (punt 14).
16. Daaraan moet worden toegevoegd dat het argument van de Spaanse regering dat zelfs binnen het productiegebied de verkoop van ongebottelde wijn slechts is toegestaan tussen bodega's die in de registers van de toezichthoudende raad zijn ingeschreven en aan uitdrukkelijke toestemming is onderworpen, geen gevolgen heeft voor de beoordeling van de vraag of sprake is van schending van artikel 34, aangezien hierdoor niets verandert aan het feit dat het voor de producenten absoluut onmogelijk is ongebottelde wijn uit het nationale grondgebied uit te voeren. De toestemming is namelijk slechts voorzien voor de verkoop (en dus het vervoer) van ongebottelde wijn binnen het productiegebied. Derhalve zit volgens de advocaat-generaal in de zaak Delhaize [d]e ongelijke behandeling (...) hem hierin, dat de wijnproducenten binnen het productiegebied nog niet gebottelde wijn kunnen verkopen, terwijl dat buiten dat gebied niet mogelijk is" (punt 29 van de conclusie). Daaraan moet worden toegevoegd dat, ook al mogen de staten op grond van artikel 18 ongetwijfeld in hun rechtsorde bepalingen opnemen waaruit beperkingen voor het intracommunautaire verkeer van wijn kunnen voortvloeien, die beperkingen niet, zoals het Hof in het arrest Delhaize van 1992 heeft verklaard, even ver mogen gaan als die in de Spaanse regeling, aangezien die in wezen neerkomt op een uitvoerverbod van ongebottelde kwaliteitswijn en derhalve onmiskenbaar inbreuk maakt op de regels van het EG-Verdrag inzake het goederenverkeer.
17. De door het Hof in het arrest Delhaize gegeven uitlegging aan de verhouding tussen de Spaanse regeling en artikel 34 van het Verdrag moet dan ook eenvoudigweg worden bevestigd, aangezien niet is gebleken van gegevens feitelijk of rechtens die een andere opvatting zouden rechtvaardigen.
18. Kennelijk ongegrond acht ik ten slotte de argumenten die de Spaanse regering, met de bedoeling aan te tonen dat haar regeling inzake kwaliteitswijnen in overeenstemming is met het gemeenschapsrecht, denkt te kunnen baseren op het feit dat in het arrest Delhaize niet is verklaard dat de Spaanse regeling onrechtmatig is, aangezien het in dit arrest slechts ging om de communautaire bepalingen ter zake en bovendien meer in het algemeen de bepalingen van alle lidstaten over kwaliteitswijnen. In dit verband volstaat de opmerking dat het arrest Delhaize, anders dan de Spaanse regering stelt, specifiek rekening houdt met de Spaanse regeling over kwaliteitswijnen door die uitdrukkelijk onverenigbaar met de communautaire rechtsorde te verklaren.
19. Ik kan dus alleen maar constateren dat de Spaanse regeling in kwestie in strijd is met artikel 34 van het Verdrag, aangezien die leidt tot een specifieke beperking van de uitvoer van Rioja-wijn en een ongelijke behandeling van de binnenlandse en de uitvoerhandel, ten koste van laatstbedoelde handel, waardoor de bottelarijen in het buitenland worden benadeeld.
De toepassing van artikel 36 van het Verdrag
20. Om te beginnen zij eraan herinnerd dat het Hof in het arrest Delhaize heeft verklaard dat [d]aar de verplichting de wijn in het productiegebied te bottelen, een voorwaarde is voor het gebruik van de naam van dat gebied als benaming van oorsprong (...) zij (...) gerechtvaardigd [zou] zijn op grond dat moet worden gewaarborgd dat de benaming van oorsprong haar specifieke functie vervult". Volgens het Hof is dit enkel het geval indien botteling in het productiegebied aan de (...) wijn bijzondere kenmerken verleende, waardoor die wijn kan worden geïndividualiseerd, of indien botteling in het productiegebied onontbeerlijk was voor het behoud van de door die wijn verworven specifieke kenmerken". Op basis van deze algemene uitgangspunten was het Hof echter voor het concrete geval van in de streek La Rioja geproduceerde wijn van oordeel dat niet aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 36 was voldaan, aangezien niet was aangetoond dat botteling van de betrokken wijn in het productiegebied een handeling is die aan die wijn bijzondere kenmerken verleent of die onontbeerlijk is voor het behoud van de door die wijn verworven specifieke kenmerken".
21. Er moet dus nog worden nagegaan of dit bewijs in de onderhavige procedure is geleverd. In verband daarmee moet in het licht van de stukken van het dossier worden onderzocht of de verplichting Rioja-wijn in het productiegebied te bottelen op grond van artikel 36 van het Verdrag gerechtvaardigd is uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom, met name de eis te waarborgen dat de oorsprongsbenaming Rioja" haar functie kan vervullen.
22. Ten aanzien van deze voor het onderhavige geding beslissende vraag hebben partijen twee verschillende opvattingen gehuldigd. De staten die wijn importeren, dat wil zeggen het Koninkrijk België en alle staten die aan zijn zijde zijn geïntervenieerd (Koninkrijk Denemarken, Koninkrijk der Nederlanden, Republiek Finland en Verenigd Koninkrijk) hebben gesteld dat botteling ter plaatse geen noodzakelijke handeling is om de kwaliteit van de wijn te waarborgen en de reputatie ervan te beschermen. De producerende en exporterende staten (Koninkrijk Spanje, Italiaanse Republiek en Portugese Republiek) hebben daarentegen aangevoerd dat botteling ter plaatse onontbeerlijk is om dat doel te bereiken. Dit standpunt is ook ingenomen door de Commissie, die aldus haar koers ten opzichte van de genoemde prejudiciële zaak Delhaize heeft gewijzigd.
In het bijzonder is volgens de Spaanse regering de verplichting tot botteling van wijnen met de oorsprongsbenaming calificada" op de plaats van productie hoofdzakelijk om twee redenen gerechtvaardigd: in de eerste plaats omdat met de export van ongebottelde Rioja-wijn naar het buitenland vervoer in tanks over grote afstanden gemoeid is, waardoor de specifieke kenmerken ervan veranderd zouden kunnen worden, en in de tweede plaats omdat het verkeer van wijn van een mindere kwaliteit onder de oorsprongsbenaming calificada", die kenmerkend is voor in het gebied van oorsprong gebottelde wijn, de reputatie van het product in kwestie zou kunnen schaden.
23. Om nu vast te stellen of in casu de beperkingen voor het verkeer van Rioja-wijn als gevolg van de verplichte botteling in het productiegebied kunnen worden gerechtvaardigd op grond van artikel 36 van het Verdrag, is het noodzakelijk eerst feitelijk na te gaan of botteling buiten het productiegebied gevolgen heeft (of zou kunnen hebben) voor de kwaliteit van het product en vervolgens te onderzoeken of die gevolgen nadelig kunnen zijn voor de reputatie van de producenten van Rioja-wijn die houder zijn van een industrieel en commercieel eigendomsrecht dat op grond van artikel 36 van het Verdrag kan worden beschermd. Het onderzoek van het eerste punt is technisch van aard en daarin zal derhalve rekening moeten worden gehouden met de standpunten van de deskundigen van partijen; het onderzoek van het tweede punt heeft betrekking op de reputatie van de wijn en houdt daarom verband met de belangen die in de benaming van oorsprong tot uiting komen en met de instrumenten die de communautaire rechtsorde biedt voor de bescherming van die belangen.
a) De gevolgen van botteling non in loco" voor de kwaliteit van de wijn
24. Wat de gevolgen van het bottelen voor de kwaliteit van de wijn betreft, zijn de deskundigen het erover eens dat het bij bottelen niet alleen maar om het vullen van lege flessen gaat, aangezien vóór het eigenlijke overgieten diverse complexe oenologische handelingen plegen plaats te vinden (filteren, zuiveren, koudebehandeling, enz.) die, indien zij niet vakkundig geschieden, de kwaliteit en het karakter van de wijn kunnen aantasten.
Zoals de deskundige van de Commissie, professor Alain Bertrand, ter terechtzitting heeft verklaard, zijn die handelingen nog complexer en vergen zij derhalve speciale middelen en gespecialiseerd personeel, wanneer de redoxreactie die de wijn door vervoer over honderden kilometers in ongebottelde toestand kan hebben ondergaan, door een specifieke behandeling moet worden gecorrigeerd; hierdoor kunnen wijzigingen van de kleur, de smaak en het aroma van het product worden veroorzaakt. De deskundige van de Commissie heeft dan ook verklaard dat hij er na dertig jaar oenologisch onderzoek persoonlijk van overtuigd was dat zonder dat dit onweerlegbaar kan worden aangetoond, de intrinsieke kenmerken van een wijn met een bepaalde benaming ongetwijfeld beter behouden blijven als de druiven naar de plaats van de definitieve bereiding van de wijn worden gebracht zonder dat de wijn vóór de botteling wordt vervoerd". Hij heeft verklaard dat hoe dan ook dus niet absoluut kan worden uitgesloten dat de specifieke kenmerken van de wijn eveneens kunnen worden behouden wanneer de wijn buiten het productiegebied wordt gebotteld; in dat geval dient het vervoer echter beslist onder optimale omstandigheden te geschieden en dienen alle aan de botteling voorafgaande en ermee gepaard gaande handelingen vakkundig te worden uitgevoerd. In dat verband heeft professor Bertrand ter terechtzitting verklaard dat wanneer de wijn in de vervoerstank wordt gepompt, hij onvermijdelijk oxideert. Wanneer het vervoer lang duurt, wordt een gedeelte van de zuurstof, ongeveer de helft, in twee of drie dagen door de wijn verbruikt, vooral als de temperatuur een beetje hoog is. Wanneer de wijn bij het lossen opnieuw in de vaten van de wijnhandelaar/wijnverzorger wordt gepompt, oxideert hij opnieuw. Ondertussen ontstaan er (...) peroxiden die de wijn op een veel schadelijker wijze veranderen dan het pompen dat slechts één keer bij de botteling plaatsvindt."
25. Over deze kwestie brengt de deskundige van het Verenigd Koninkrijk een advies uit dat in wezen nauwelijks verschilt van dat van professor Bertrand. In zijn rapport stelt hij namelijk dat wanneer de botteling buiten het productiegebied plaatsvindt, de oorsprongskwaliteit van de wijn nog kan worden gewaarborgd als voor het vervoer bijzondere technische voorzorgsmaatregelen worden getroffen, met name door hermetisch gesloten vaten te gebruiken die de temperatuur op een laag niveau houden. Het gevaar van oxidatie voor buiten het productiegebied gebrachte wijn bestaat in elk geval ook wanneer de wijn binnen dit gebied wordt vervoerd, zodat zelfs in laatstbedoeld geval de pomphandelingen moeten worden verricht met inachtneming van bepaalde technische regels en door dezelfde voorzieningen te treffen, als men dit risico wil vermijden (of in elk geval verminderen).
26. Uit de hierboven vermelde verklaringen van de deskundigen blijkt dus dat het vervoer van ongebottelde wijn leidt, of althans kan leiden, tot een verandering van het product - namelijk wat het aroma, de smaak en de kleur betreft - en dat die nadelige gevolgen kunnen worden vermeden indien het vervoer met inachtneming van bepaalde technische voorschriften geschiedt. Ten slotte blijkt botteling technisch complex te zijn en bij niet-vakkundige uitvoering aanzienlijke veranderingen van de kwaliteit en het karakter van de wijn mee te kunnen brengen.
27. In deze omstandigheden is de enige geschikte manier om de producenten en consumenten de kwaliteit te garanderen van het product dat door de inkoper in een ander land dan het land van productie wordt gebotteld, het systematisch controleren van de botteling in het land waar de botteling plaatsvindt. Daarom moet nog worden nagegaan of, en, zo ja, welke controles op de kwaliteit van de wijn en derhalve op de eventuele veranderingen van de vervoerde ongebottelde wijn door de communautaire regelgeving zijn toegestaan of verplicht gesteld.
28. Zoals reeds gezegd, verplicht artikel 13 van verordening nr. 823/87 de producenten weliswaar een aantal analytische en organoleptische onderzoeken te verrichten om voor hun wijn de benaming v.q.p.r.d. te kunnen gebruiken, maar deze verplichting geldt alleen voor de producenten en in het artikel wordt niet aangegeven wanneer dit onderzoek moet plaatsvinden. In dit verband heeft de Commissie ter terechtzitting opgemerkt dat die onderzoeken in de wijnproducerende staten vóór en/of na de botteling moeten plaatsvinden.
Daarnaast voorziet verordening nr. 2048/89, die algemene regels met betrekking tot de controles in de wijnbouwsector bevat, in verscheidene controles tijdens de verschillende fasen van de productie en de verhandeling. Ter voorkoming van inbreuken op de regelgeving over wijn hebben controleurs van de Commissie op grond van die verordening tot taak, in deze sector handelend op te treden in samenwerking met de instanties die door de lidstaten met de uitvoering van de controles in de wijnbouwsector zijn belast" (artikel 1, lid 1). Artikel 8 van die verordening voorziet bovendien in vormen van horizontale samenwerking tussen de nationale controle-instanties; het bepaalt immers dat op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde instantie van een lidstaat de bevoegde instantie van een andere lidstaat waar de te controleren wijn zich bevindt over[gaat] tot het instellen of (...) de nodige maatregelen [neemt] voor het laten instellen van een speciaal toezicht of van controles om het beoogde doel te bereiken" (artikel 8, lid 2). De aanvragende bevoegde instantie mag met instemming van de aangezochte" bevoegde instantie haar eigen controleurs naar de lidstaat sturen waar de wijn zich bevindt, om inlichtingen over de toepassing van de wijnbouwregeling te verkrijgen of om controleacties uit te voeren (artikel 8, leden 4 en 5). In dat kader mogen de genoemde controleurs de bevoegde instantie van een andere lidstaat verzoeken om monsters te nemen" teneinde deze aan analyses te onderwerpen (artikelen 12 en 13).
Verordening nr. 2392/89 voorziet eveneens in controles op wijn die buiten de producerende lidstaat op de markt wordt gebracht. Artikel 42 van deze verordening bepaalt dat de ter zake bevoegde instanties met inachtneming van de door elke lidstaat vastgestelde algemene procedurevoorschriften, [mogen] eisen dat de bottelaar of een persoon die aan de handel in die producten deelneemt en die hetzij in de omschrijving, hetzij op de aanbiedingsvorm van deze producten wordt vermeld, het bewijs levert van de juistheid van de voor de omschrijving of de aanbiedingsvorm gebruikte vermeldingen betreffende de aard, de identiteit, de kwaliteit, de samenstelling, de oorsprong of de herkomst van het betrokken product of van de bij de bereiding ervan gebruikte producten". Het bewijs kan worden verlangd door de bevoegde instantie van de lidstaat waar de bottelaar is gevestigd of door een bevoegde instantie van een andere lidstaat. In het laatste geval verstrekt die instantie aan de bevoegde instantie van het land van vestiging van de bottelaar (...) alle gegevens die voor laatstgenoemde instantie nodig zijn om het betrokken bewijs te kunnen eisen (...) Indien de bevoegde instanties vaststellen dat een dergelijk bewijs niet wordt geleverd, worden deze vermeldingen geacht niet met deze verordening in overeenstemming te zijn."
Ten slotte bevat verordening nr. 2238/93 een aantal uniforme regels over de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten op het grondgebied van de Gemeenschap. In artikel 3, lid 1, van de verordening wordt bepaald dat elke persoon die een wijnbouwproduct vervoert of laat vervoeren (...) op zijn eigen verantwoordelijkheid een document [moet] opstellen dat dit vervoer vergezelt, hierna ,geleidedocument genoemd". Dit document geldt als bewijs van de benaming van oorsprong voor in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (v.q.p.r.d.) of als bewijs van de aanduiding van herkomst voor tafelwijn die recht heeft op een geografische aanduiding", wanneer die vermeldingen door de bevoegde instantie met haar stempel, de datum en de handtekening van de verantwoordelijke [zijn] gewaarmerkt, naar gelang van het geval" (artikel 7, lid 1, sub c). Aanvullende inlichtingen zijn vereist voor het vervoer van onverpakte wijnbouwproducten (artikel 3, lid 4), die als zodanig meer aanleiding geven tot frauduleuze ingrepen dan reeds gebottelde producten" (zesde overweging).
29. Wat de nationale wettelijke regelingen ter zake betreft, blijkt uit de door partijen verstrekte gegevens dat in sommige lidstaten de tijdstippen en de modaliteiten van de te verrichten controles op kwaliteitswijnen uitdrukkelijk zijn vastgelegd. De Spaanse wettelijke regeling bepaalt inzonderheid dat kwaliteitswijnen aan een organoleptisch en analytisch onderzoek moeten worden onderworpen (artikel 10, lid 2, van koninklijk besluit nr. 157/88). Met betrekking tot Rioja-wijn is verder bepaald dat de toezichthoudende raad voor elke partij kwaliteitscontroles verricht alvorens de oorsprongsbenaming calificada" toe te kennen (artikel 15 van het ministerieel besluit van 3 april 1991). Bijgevolg is de controle van de wijnen die op het nationale grondgebied worden vervoerd nauwgezet en veel scherper dan de controle op wijn die ongebotteld naar het buitenland wordt vervoerd. Uit de verklaringen van partijen ter terechtzitting is bovendien gebleken dat niet in alle lidstaten systematische controles van de kwaliteit van de ingevoerde wijn plaatsvinden. Dat is bijvoorbeeld het geval in België. De vertegenwoordiger van de Belgische regering heeft namelijk zelf erkend dat het bij de controles van de op het nationale grondgebied verkochte wijnen in het algemeen gaat om de controles die in verordening nr. 2238/93 zijn voorzien voor het vervoer van wijn en dat die uitsluitend de boekhoudkundige en kwantitatieve aspecten betreffen, alsmede het aspect dat wordt aangeduid met de algemene term levensmiddelenhygiëne": het gaat dus om controles die geenszins betrekking hebben op de oenologische kenmerken van het product en die derhalve de producenten en de consumenten geen enkele garantie kunnen geven inzake de kwaliteit van de wijn.
30. Derhalve is het mogelijk dat de naar een andere lidstaat uitgevoerde wijn, afgezien van de controles die de producerende landen op grond van artikel 13 van verordening nr. 823/87 verplicht zijn te verrichten, vóór de verkoop aan de eindverbruiker geen andere kwaliteitscontroles ondergaat. Geconcludeerd moet dus worden dat de autoriteiten van de staat van invoer, in de huidige stand van het gemeenschapsrecht, niet verplicht maar enkel bevoegd zijn algemene en adequate controles uit te voeren op de kwaliteit van de ongebotteld ingevoerde en ter plaatse gebottelde wijn.
31. Op dit punt rijst de vraag of botteling in het productiegebied ook nu nog de enige adequate waarborg vormt dat deze kwaliteitswijn op het moment van de uitslag tot verbruik zijn specifieke kenmerken bezit of althans die kenmerken met de botteling niet zijn veranderd. Ongetwijfeld is botteling in het productiegebied belangrijk om te waarborgen dat de wijn de kwaliteit en het karakter bezit die worden geassocieerd met zijn oorsprong. Ik hoef er alleen maar op te wijzen dat, zoals de Spaanse regering heeft opgemerkt, wanneer de botteling op de plaats van productie geschiedt, de wijn niet aan de complexe behandelingen hoeft te worden onderworpen die juist noodzakelijk zijn om de veranderingen te verhelpen die bij de uitvoer ontstaan. Bovendien is zelfs bij vervoer binnen het productiegebied niet alleen de kans op verandering van de wijn minder waarschijnlijk, vanwege de kleinere afstand tussen de plaats waar de wijn wordt voortgebracht en die waar hij wordt gebotteld (in het Rioja-gebied bedraagt de maximale afstand volgens de door de verwerende staat verstrekte en door de andere partijen in het geding niet-betwiste gegevens 100 kilometer), maar zou een eventuele verandering van de wijn in elk geval worden geconstateerd dankzij de strenge controles waaraan het product wordt onderworpen voordat het de oorsprongsbenaming calificada" Rioja krijgt. Onderzocht moet nog worden of het op grond van die situatie gerechtvaardigd is exclusieve botteling in het productiegebied verplicht te stellen als voorwaarde voor het gebruik van de benaming kwaliteitswijn. Het antwoord op deze vraag kan alleen maar bevestigend zijn om de hieronder vermelde redenen. Gezien de reële kans op verandering van de kwaliteit en het karakter van de wijn tengevolge van het vervoer over grote afstanden en van botteling in een gebied dat niet het productiegebied is en vooral gelet op het feit dat de communautaire regelgeving geen adequate controles van het product voorschrijft in het land waar de botteling geschiedt en die controles hoe dan ook in feite niet in alle landen adequaat worden uitgevoerd, moet het de producerende staat ter bescherming van zijn eigen kwaliteitswijnen vrijstaan te beslissen dat slechts die wijnen voor de benaming kwaliteitswijn in aanmerking komen die uitsluitend zijn voortgebracht en gebotteld in het gebied waar de zekerheid bestaat dat alle daarmee samenhangende handelingen vakkundig zijn uitgevoerd, waarvan men redelijkerwijs mag uitgaan wanneer die handelingen in het productiegebied plaatsvinden onder controle van de producenten, dat wil zeggen van de marktdeelnemers die er in de eerste plaats belang bij hebben de kwaliteit van het product te waarborgen. Deze conclusie wijkt mijns inziens niet af van hetgeen het Hof heeft verklaard in het arrest van 27 maart 1990, Bagli Pennacchiotti (C-315/88, Jurispr. blz. I-1323) met betrekking tot de door de nationale wetgever opgelegde verplichting om kwaliteitswijnen in het gebied van oorsprong te bereiden. In dat arrest is verordening nr. 823/87 aldus uitgelegd dat iedere verrichting en iedere opslag met betrekking tot producten die zich nog in het bereidingsstadium bevinden en de hoedanigheid van v.q.p.r.d. of v.m.q.p.r.d. nog niet hebben verkregen, binnen het bepaalde productiegebied dienen plaats te vinden".
32. Men zou kunnen menen dat het Hof in het arrest Delhaize een andere opvatting heeft gehuldigd die niet verenigbaar is met de thans voorgestelde beoordeling, maar goed beschouwd is dat slechts schijn. Zoals reeds gezegd, was het oordeel van het Hof in die zaak namelijk in feite enkel gebaseerd op de gegevens die partijen toen hadden aangedragen. Thans ligt de zaak evenwel anders. Er zijn in het dossier veel overeenstemmende technische aanwijzingen met betrekking tot de gevolgen van vervoer en botteling voor de kwaliteit van de wijn, alsmede precieze feitelijke gegevens over de uitvoering van controles - met name met betrekking tot België - bij de botteling op de plaats van invoer: die aanwijzingen en gegevens leiden duidelijk tot een beoordeling van het onderhavige geval die anders is dan die welke voortvloeide uit de specifieke context van de eerdere prejudiciële procedure.
b) De gevolgen van botteling non in loco" voor de reputatie van de kwaliteitswijnen
33. Ter rechtvaardiging van de restrictieve maatregelen bij de uitvoer van Rioja-wijn wijst de Spaanse regering niet alleen op de kans op verandering van de kwaliteit van het product ten gevolge van het vervoer in tanks over lange afstanden - een aspect van het geding dat ik tot nu toe heb besproken - maar stelt zij ook dat het in het verkeer brengen van een wijn die wordt aangeduid met de benaming van oorsprong calificada" Rioja, maar die buiten het gebied van oorsprong is gebotteld en derhalve niet de specifieke kenmerken van de traditionele Rioja-wijn met dezelfde benaming vertoont, de reputatie die die wijn thans heeft zou schaden. Rioja-wijn is namelijk voor een speciale klantenkring bestemd en kan dus niet worden verhandeld als niet is verzekerd dat het traditionele productieprocédé, dat eindigt met de botteling in het gebied van oorsprong, in acht wordt genomen. Derhalve beoogt de Spaanse wettelijke regeling de reputatie van de benaming van deze wijn en bijgevolg het daarmee samenhangende industriële en commerciële eigendomsrecht van de producenten van het Rioja-gebied, te beschermen.
De andere partijen in het geding betwisten niet dat Rioja-wijn bij de consumenten een speciale reputatie geniet, maar voeren andere argumenten aan om aan te tonen dat botteling in een ander gebied dan dat van productie niets met die reputatie te maken heeft. De Belgische regering merkt op dat die reputatie niet alleen gebaseerd is op de kwaliteit die de wijn heeft verkregen dankzij de strikte naleving van specifieke productievoorschriften die strenger zijn dan die voor de productie van tafelwijnen, maar ook op het uitstekende werk van de wijnhandelaren, die sinds lang tijd en geld hebben geïnvesteerd om ervoor te zorgen dat de consumenten die wijn leerden kennen en waarderen. Volgens het Verenigd Koninkrijk is de reputatie van Rioja-wijn gevestigd in een tijd dat die wijn ongebotteld werd uitgevoerd, met het gevolg dat de naam Rioja geassocieerd werd met een uit het Rioja-gebied afkomstige wijn die echter niet noodzakelijkerwijs aldaar was gebotteld.
34. Dat de Spaanse regering in haar verweer melding maakt van de reputatie van Rioja-wijn, maakt duidelijk dat een specifiek belang wordt gehecht aan bepaalde kenmerken van het product, welk belang slechts gedeeltelijk beschermd wordt door de communautaire bepalingen over de benaming van oorsprong en over de instrumenten die het exclusieve gebruik daarvan beogen te verzekeren. Ik zal nu dus eerst onderzoeken wat de specifieke reputatie van het betrokken product is; vervolgens zal ik nagaan of en binnen welke grenzen het afgeleide gemeenschapsrecht kan waarborgen dat met de reputatie van de kwaliteitswijn Rioja rekening wordt gehouden, en ten slotte of en in hoeverre de betrokken nationale wettelijke regeling gerechtvaardigd kan zijn op grond van artikel 36 van het Verdrag, voor zover die regeling een maatregel ter bescherming van de oorsprongsbenaming Rioja bevat.
35. Wat het eerste aspect betreft, lijdt het naar mijn mening geen twijfel dat Rioja een wijn is die bestemd is voor een publiek dat zeer hoge eisen stelt aan de kwaliteit en de integriteit van het product. Met het predikaat denominación de origen calificada" worden immers wijnen van hoge kwaliteit aangeduid waarvan alle fasen van de productie, inclusief botteling, onder leiding en toezicht van de producent staan. Dat wordt bevestigd door de strenge voorschriften waaraan de producenten zich moeten houden om voor die benaming in aanmerking te kunnen komen. In dat verband herinner ik eraan dat volgens de door de Commissie verstrekte gegevens voor slechts 10 % van de in de Europese Gemeenschap geëxporteerde kwaliteitswijnen de verplichting tot botteling in het productiegebied bestaat. Gezien de reputatie van die wijnen kan niet worden uitgesloten dat deze in het verkeer geldende opvatting is terug te voeren op het onderscheidend teken waardoor die wijnen worden herkend en derhalve in casu op de benaming van oorsprong op het etiket op de flessen. Gelet op het feit dat de benaming van oorsprong er niet alleen op is gericht de plaats van herkomst aan te duiden, maar ook de reputatie te beschermen die een bepaald product op de markt heeft verworven, moet het door de verwerende staat ingeroepen recht op behoud van de reputatie in het kader van de communautaire rechtsorde beschermenswaardig worden geacht.
De Spaanse regering stelt zich in wezen op dit standpunt wanneer zij betoogt dat de benaming van oorsprong hoofdzakelijk twee doelen heeft: a) waarborgen dat het product dat uit een bepaald geografisch gebied afkomstig is bepaalde bijzondere kenmerken vertoont en beantwoordt aan de van overheidswege vastgestelde kwaliteitsnormen, en b) via erkenning van een uitsluitend recht verbieden dat de producenten uit andere gebieden die benaming gebruiken en munt slaan uit de daarmee samenhangende reputatie. De Commissie voegt daaraan toe dat de functie van de benaming van oorsprong, die bestaat in het waarborgen van de oorsprong en de kwaliteit van een product, deels teniet kan worden gedaan als het industriële eigendomsrecht van de gebruiker van de benaming niet wordt beschermd; dit recht maakt deel uit van het bedrijfskapitaal van de houder van de benaming van oorsprong en dus van zijn reputatie.
De argumenten ten betoge dat de benaming van oorsprong een instrument is voor de bescherming van de reputatie van een product en dat die benaming ook vanuit die bijzondere optiek moet worden beschermd, acht ik gegrond. De reputatie van een product kan immers niet worden gescheiden van de bekendheid en het prestige van het onderscheidend teken dat het product op de markt herkenbaar maakt; de bescherming van het onderscheidend teken is derhalve een middel om die reputatie te beschermen. Ik breng in herinnering dat het Hof reeds in de beroemde zaak Hoffmann-Laroche uit 1978 met betrekking tot het merk - dat evenals de benaming van oorsprong een onderscheidend teken van het product is - heeft verklaard dat het merkrecht met name tot specifiek voorwerp heeft de merkgerechtigde het uitsluitend recht te verschaffen het merk te gebruiken (...) en hem aldus te beschermen tegen concurrenten die van de positie en reputatie van het merk misbruik zouden willen maken door van het merk valselijk voorziene producten te verkopen" (punt 7). Ongetwijfeld moet de producent van een wijn waaraan een benaming van oorsprong is toegekend, een overeenkomstige bescherming van de reputatie van het product krijgen. Ook in het arrest Exportur heeft het Hof zich op het standpunt gesteld dat de reputatie van een onderscheidend teken relevant en beschermenswaardig was. Het heeft verklaard dat geografische benamingen [die evenals oorsprongsbenamingen geregistreerde onderscheidende tekens in de zin van verordening nr. 2081/92 vormen] voor producten die niet aantoonbaar een bijzondere smaak ontlenen aan het betrokken gebied en die evenmin zijn vervaardigd volgens van overheidswege vastgestelde kwaliteitsnormen en bereidingsvoorschriften, welke benamingen in het algemeen herkomstaanduidingen worden genoemd (...) niettemin bij de consument een goede klank [kunnen] hebben en voor de producenten die in de erdoor aangeduide plaats zijn gevestigd, een belangrijk middel zijn om afnemers te trekken". Het Hof heeft daaruit de consequentie getrokken dat geografische benamingen derhalve [moeten] worden beschermd". Evenzo heeft het Hof in het arrest over de méthode champenoise" verklaard dat het voor de verwezenlijking van het doel van bescherming van de oorsprongsbenaming of herkomstaanduidingen essentieel is dat de producent voor zijn eigen product geen profijt kan trekken van de door producenten uit een ander gebied gevestigde reputatie voor een soortgelijk product".
36. Om de reputatie van Rioja-wijn niet aan te tasten, kan volgens de verzoekende staat worden volstaan met vermelding op het etiket dat de wijn buiten het productiegebied is gebotteld. Deze opvatting kan echter niet worden gedeeld. Zoals de Spaanse en Italiaanse regering opmerken, zou die vermelding namelijk het tegenovergestelde effect hebben, aangezien daardoor uiteindelijk de reputatie van het product zou worden geschaad. Dit negatieve resultaat lijkt onvermijdelijk in het geval van waren als Rioja-wijn die bijzondere kenmerken hebben en die geproduceerd worden met inachtneming van een groot aantal voorschriften die in specifieke regelingen zijn voorzien. Zoals de Italiaanse regering stelt, zou namelijk bij de consument de indruk kunnen ontstaan dat het om een andere wijn dan Rioja met denominación de origen calificada" gaat, of althans om een wijn van mindere kwaliteit - zoals hierboven is uiteengezet - en zouden aldus, in strijd met het beginsel dat producten met een oorsprongsbenaming specifiek en uniek moeten zijn, geleidelijk twee onderscheiden markten kunnen ontstaan, te weten de markt voor Rioja" met gecontroleerde oorsprongsbenaming, die in hetzelfde gebied geproduceerd en gebotteld is, en die voor Rioja die weliswaar een gecontroleerde oorsprongsbenaming bezit, maar verschillende en van het normale productieprocédé afwijkende behandelingen ondergaat en bovendien minder streng wordt gecontroleerd dan de in het gebied van oorsprong gebottelde wijn. Ter ondersteuning van deze opvatting wijs ik erop dat het Hof in het reeds aangehaalde arrest Exportur heeft verklaard dat een etiket waarop de plaats van oorsprong van het product wordt vermeld [zoals overigens bedoeld in richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (PB 1979, L 33, blz. 1)] niet volstaat om de reputatie te beschermen van een geografische benaming die een goede klank" heeft, zelfs wanneer met die vermelding wordt beoogd onderscheid te maken tussen het litigieuze product en het product dat algemeen geassocieerd wordt met een bepaalde geografische benaming. Evenzo heeft het Hof in het arrest Bristol-Myers Squibb e.a., over de ompakking van een farmaceutisch product door een ander dan de merkhouder, opgemerkt dat laatstgenoemde zich tegen de ompakking door een derde kan verzetten als blijkt dat de presentatie van het omgepakte product met name de reputatie van het merk en van de merkhouder kan schaden (punt 75), zelfs wanneer de verpakking de naam vermeldt van degene die het product heeft omgepakt.
37. Wat het laatste aspect van mijn onderzoek betreft, namelijk of de communautaire rechtsorde specifieke bepalingen bevat over de wijze van bescherming van de reputatie van de oorsprongsbenaming van kwaliteitswijnen, moet worden opgemerkt dat de bepalingen ter zake geen gevallen als het onderhavige bestrijken. Verordening nr. 823/87 over de v.q.p.r.d. regelt namelijk alleen de voorwaarden die moeten zijn vervuld om een wijn als een kwaliteitswijn te kunnen beschouwen en bevat geen enkel voorschrift over onregelmatig gebruik van benamingen van oorsprong, waarvan in casu sprake zou kunnen zijn. Ook verordening (EEG) nr. 2081/92 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen - die, zoals iedereen weet, niet van toepassing is op de wijnbouwsector (zie artikel 1, lid 1, tweede alinea) - bevat geen specifieke bepalingen over de aantasting van de reputatie als gevolg van schending van de productie- en verpakkingsregels; in artikel 13, lid 1, van deze verordening worden slechts de gevallen van onbevoegd gebruik van de benaming door derden afgebakend, en in de verordening wordt geen rekening gehouden met een geval als het onderhavige, dat gekenmerkt wordt door het feit dat een ander dan de rechthebbende op de benaming het product vóór de verkoop aan de eindverbruiker aan handelingen onderwerpt die, ook al zouden zij met toestemming van de wijnexporterende firma plaatsvinden, de kwaliteit van het product kunnen wijzigen en derhalve de reputatie ervan kunnen schaden.
38. Gelet op de kenmerken van het product in kwestie, de reputatie die dit product op de markt heeft verworven en het feit dat het afgeleide gemeenschapsrecht op het gebied van handelingen met betrekking tot kwaliteitswijn door een andere onderneming dan die van de producent vóór de verkoop aan de eindverbruiker, niet voorziet in instrumenten voor specifieke bescherming, zouden nationale voorschriften als de Spaanse, waarom het in casu gaat, gemeenschapsrechtelijk gerechtvaardigd kunnen zijn op grond van het vereiste van bescherming van één van de in artikel 36 van het Verdrag bedoelde algemene belangen, en wel het belang bij het juiste gebruik van de benaming van oorsprong, die een industrieel en commercieel eigendomsrecht is van de producenten uit het Rioja-gebied. Deze uitlegging wordt bevestigd door het recente arrest Consorzio per la tutela del formaggio Gorgonzola, waarin het Hof heeft verklaard dat de artikelen 30 en 36 van het Verdrag, die zich niet verzetten tegen de toepassing van niet-communautaire bepalingen inzake de bescherming van aanduidingen van herkomst en oorsprongsbenamingen, zich zeker niet ertegen verzetten dat de lidstaten de maatregelen nemen die nodig zijn ter bescherming van de benamingen die krachtens verordening nr. 2081/92 zijn geregistreerd" en derhalve van de oorsprongsbenamingen.
39. Concluderend dient, gelet op de reputatie van Rioja-wijn en de schade die het gebruik van de benaming van oorsprong calificada" voor een wijn die niet in het gebied van oorsprong is gebotteld, voor die reputatie zou opleveren, alsmede gelet op het feit dat het gemeenschapsrecht geen specifieke beschermingsinstrumenten bevat om het hoofd te bieden aan situaties als de onderhavige, te worden aangenomen dat de Spaanse wettelijke regeling die botteling ter plaatse van de wijn met de benaming van oorsprong calificada" voorschrijft en daardoor een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking in de zin van artikel 34 van het Verdrag is, een op grond van artikel 36 gerechtvaardigde maatregel vormt, aangezien het gaat om een maatregel ter bescherming van het industriële en commerciële eigendomsrecht, en wel van het recht op het uitsluitend gebruik van de benaming van oorsprong calificada" Rioja en van het daarmee samenhangend recht de reputatie van het product in stand te houden.
Schending van artikel 5 van het Verdrag
40. Wat het middel van schending door het Koninkrijk Spanje van artikel 5 van het Verdrag betreft, stelt de Belgische regering dat de verwerende staat, door niet de maatregelen te nemen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 34 van het Verdrag, zoals door het Hof uitgelegd in het arrest Delhaize, het in artikel 5 van het Verdrag bedoelde beginsel van loyale samenwerking heeft geschonden.
Het is algemeen bekend dat wanneer het Hof een uitleggingsarrest heeft gewezen waaruit de onverenigbaarheid van een nationale wettelijke regeling met het gemeenschapsrecht voortvloeit, elke lidstaat alle maatregelen moet nemen om zijn wettelijke voorschriften in overeenstemming te brengen met de communautaire rechtsorde, met inachtneming van de aanwijzingen in het arrest van het Hof.
In casu vraagt de verzoekende staat het Hof te verklaren dat het Koninkrijk Spanje zijn verplichtingen niet is nagekomen door niet de passende maatregelen te nemen om de onverenigbaarheid tussen het gemeenschapsrecht en het nationale recht, zoals die blijkt uit het dictum en de motivering van het arrest Delhaize, op te heffen. Om te verifiëren of sprake is van zulke onverenigbaarheid moet rekening worden gehouden met de uitlegging van het gemeenschapsrecht die voortvloeit uit de bewoordingen van de prejudiciële beslissing en met alle gegevens feitelijk en rechtens die, ook al zijn zij in de vroegere procedure niet onderzocht, relevant zijn voor een beslissing ten gronde op het onderhavige beroep. Aangezien het Hof in het arrest van 1992 uitspraak heeft gedaan op basis van de door partijen verstrekte gegevens en zich gehouden heeft aan de in de prejudiciële vraag uiteengezette juridische aspecten, moet de gemeenschapsrechter bij de beoordeling van het onderhavige beroep, dat is ingesteld op basis van artikel 170 van het Verdrag en is gericht op vaststelling van de niet-nakoming door een lidstaat, rekening houden met alle door partijen verstrekte gegevens en aangevoerde argumenten, ook al moet hij die gegevens en argumenten in het kader van de onderhavige procedure voor het eerst onderzoeken. Indien er nieuwe gegevens zijn vergeleken met de prejudiciële procedure, kan niet worden uitgesloten dat de gemeenschapsrechter, na die te hebben onderzocht en in hun totaliteit te hebben beoordeeld, tot het oordeel komt dat er geen sprake is van een conflict tussen de communautaire rechtsorde en het nationale recht.
Aangezien de Spaanse wettelijke regeling, zoals zojuist geconstateerd, weliswaar een maatregel van gelijke werking als een uitvoerbeperking bevat, maar toch als krachtens artikel 36 van het Verdrag gerechtvaardigd is beschouwd, daar zij een industrieel en commercieel eigendomsrecht beoogt te beschermen, is er in casu geen sprake van onverenigbaarheid tussen de communautaire rechtsorde en de Spaanse bepalingen volgens welke wijn met de benaming van oorsprong calificada" Rioja ter plaatse moet worden gebotteld, en kan niet worden gesteld dat het Koninkrijk Spanje de communautaire verplichtingen, inclusief die welke voortvloeien uit artikel 5 van het Verdrag, niet is nagekomen.
Kosten
41. Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. In casu heeft het Koninkrijk Spanje gevorderd het Koninkrijk België in de kosten te verwijzen. Aangezien laatstgenoemde staat in het ongelijk is gesteld, moet hij worden veroordeeld tot betaling aan het Koninkrijk Spanje van de invorderbare kosten op grond van artikel 73 van het Reglement voor de procesvoering.
Overeenkomstig artikel 69, lid 4, van het Reglement voor de procesvoering zullen de Commissie en de interveniërende staten hun eigen kosten dragen.
Conclusie
42. In het licht van het voorgaande geef ik het Hof derhalve in overweging:
1) het beroep van het Koninkrijk België te verwerpen;
2) het Koninkrijk België te veroordelen tot betaling aan het Koninkrijk Spanje van de invorderbare kosten;
3) te verstaan dat interveniënten hun eigen kosten zullen dragen.
Full & Egal Universal Law Academy