Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Bananen - Invoerregeling - Tariefcontingent - Bevoegdheid om aanpassingen te verrichten aan Commissie verleend bij artikel 16, lid 3, van verordening nr. 404/93 - Schending van artikel 155, vierde streepje, van Verdrag - Geen - Gebruik om hoeveelheid toegekend aan door natuurramp getroffen marktdeelnemers te verhogen zonder verdeelsleutel van artikel 19, lid 1, van verordening toe te passen - Toelaatbaarheid
(EG-Verdrag, art. 155; verordening nr. 404/93 van de Raad, art. 16, lid 3, 19, lid 1, en 27; verordeningen van de Commissie nrs. 2791/94 en 510/95)
2 Handelingen van de instellingen - Motivering - Verplichting - Draagwijdte
(EG-Verdrag, art. 190)
Samenvatting
3 Bij de vaststelling van de verordeningen nrs. 2791/94 en 510/95 betreffende de uitzonderlijke toewijzing, als gevolg van de storm Debbie, van een extra hoeveelheid bananen boven het tariefcontingent dat voor 1994 respectievelijk voor het eerste kwartaal van 1995 voor invoer was vastgesteld, heeft de Commissie zich geldig gebaseerd op artikel 16, lid 3, van verordening nr. 404/93 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen, dat haar algemeen de bevoegdheid verleent om volgens de beheerscomitéprocedure van artikel 27 het tariefcontingent zo nodig in de loop van het verkoopseizoen aan te passen, met name om rekening te houden met de gevolgen van uitzonderlijke omstandigheden die van invloed zijn op de voorwaarden voor productie of invoer. De betrokken bepaling staat haar met name toe, voor het aangepaste gedeelte af te wijken van de in artikel 19, lid 1, van verordening nr. 404/93 bedoelde sleutel voor de verdeling van het tariefcontingent, daar toepassing van deze sleutel tot gevolg zou hebben gehad dat extra invoerrechten zouden zijn toegekend aan marktdeelnemers die niet onder uitzonderlijke omstandigheden hadden geleden, en geen oplossing zou hebben geboden voor de bijzondere situatie van de marktdeelnemers die wel onder deze omstandigheden hebben geleden.
De bevoegdheden die artikel 16, lid 3, van genoemde verordening aldus aan de Commissie verleent, gaan overigens niet verder dan die welke haar overeenkomstig artikel 155, vierde streepje, van het Verdrag kunnen worden verleend. Dienaangaande is de Commissie op het gebied van de landbouw bevoegd alle maatregelen te treffen die nodig of doelmatig zijn voor de uitvoering van de basisverordening, voor zover zij niet in strijd zijn met de basisverordening of met de toepassingsvoorschriften van de Raad, hetgeen in casu niet het geval was.
4 De door artikel 190 van het Verdrag vereiste motivering moet aan de aard van de betrokken handeling beantwoorden. De redenering van de instelling die de handeling heeft vastgesteld, moet er duidelijk en ondubbelzinnig in tot uiting komen, zodat de belanghebbenden de rechtvaardigingsgronden van de genomen maatregel kunnen kennen en het Hof zijn toezicht kan uitoefenen. Bij een handeling kan evenwel geen specifieke motivering worden verlangd van de verschillende onderdelen, feitelijk en rechtens, die daarin voorkomen, zodra deze handeling binnen de systematiek van het geheel valt waarvan zij een onderdeel vormt.
Partijen
In de gevoegde zaken C-9/95, C-23/95 en C-156/95,
Koninkrijk België, vertegenwoordigd door J. Devadder, bestuursdirecteur bij het Ministerie van Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Belgische ambassade, Rue des Girondins 4,
verzoeker in de zaken C-9/95 en C-156/95,
en
Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door E. Roeder, Ministerialrat bij het Bundesministerium fuer Wirtschaft te D-53107 Bonn, als gemachtigde,
verzoekster in zaak C-23/95,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd,
- in de zaken C-9/95 en C-156/95, door haar juridisch adviseur T. van Rijn,
- in zaak C-23/95, door haar juridisch adviseur D. Booss en door K.-D. Borchardt, lid van haar juridische dienst,
als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
ondersteund,
in de zaken C-9/95, C-23/95 en C-156/95, door
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door S. Braviner, van het Treasury Solicitor's Department, als gemachtigde, bijgestaan door D. Anderson, Barrister, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter ambassade van het Verenigd Koninkrijk, Boulevard Roosevelt 14,
en, in zaak C-156/95, door
Franse Republiek, vertegenwoordigd door C. de Salins, adjunct-directeur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en F. Pascal, attaché centrale administratie bij dezelfde directie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard du Prince Henri 9,
interveniënten,
betreffende verzoeken om nietigverklaring van,
- in de zaken C-9/95 en C-23/95, verordening (EG) nr. 2791/94 van de Commissie van 16 november 1994 betreffende de uitzonderlijke toewijzing, als gevolg van de storm Debbie, van een extra hoeveelheid bananen boven het tariefcontingent dat voor 1994 voor invoer is vastgesteld (PB 1994, L 296, blz. 33), en,
- in zaak C-156/95, verordening (EG) nr. 510/95 van de Commissie van 7 maart 1995 betreffende de uitzonderlijke toewijzing, als gevolg van de storm Debbie, van een extra hoeveelheid bananen boven het tariefcontingent dat voor het eerste kwartaal van 1995 voor invoer is vastgesteld (PB 1995, L 51, blz. 8),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: G. C. Rodríguez Iglesias, president, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida (rapporteur) en J. L. Murray, kamerpresidenten, P. J. G. Kapteyn, C. Gulmann, D. A. O. Edward, J.-P. Puissochet, G. Hirsch, P. Jann en H. Ragnemalm, rechters,
advocaat-generaal: M. B. Elmer
griffier: D. Louterman-Hubeau, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 9 juli 1996, waar de Belgische regering was vertegenwoordigd door A. De Ridder, adjunct-adviseur bij de juridische dienst van het Ministerie van Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking, als gemachtigde, de Duitse regering door B. Kloke, Oberregierungsrat bij het Bundesministerium fuer Wirtschaft, als gemachtigde, de Commissie door T. van Rijn en D. Booss, de regering van het Verenigd Koninkrijk door D. Anderson en de Franse regering door F. Pascal,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 oktober 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschriften, neergelegd ter griffie van het Hof op 16 januari 1995 in zaak C-9/95 en op 17 mei 1995 in zaak C-156/95, heeft het Koninkrijk België krachtens artikel 173, eerste alinea, EG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van verordening (EG) nr. 2791/94 van de Commissie van 16 november 1994 betreffende de uitzonderlijke toewijzing, als gevolg van de storm Debbie, van een extra hoeveelheid bananen boven het tariefcontingent dat voor 1994 voor invoer is vastgesteld (PB 1994, L 296, blz. 33), en van verordening (EG) nr. 510/95 van de Commissie van 7 maart 1995 betreffende de uitzonderlijke toewijzing, als gevolg van de storm Debbie, van een extra hoeveelheid bananen boven het tariefcontingent dat voor het eerste kwartaal van 1995 voor invoer is vastgesteld (PB 1995, L 51, blz. 8) (hierna: de "bestreden verordeningen"). Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 2 februari 1995 in zaak C-23/95, heeft de Bondsrepubliek Duitsland krachtens artikel 173, eerste alinea, EG-Verdrag, verzocht om nietigverklaring van de artikelen 1, lid 2, en 2, van verordening nr. 2791/94.
2 Bij drie beschikkingen van de president van het Hof van 6 juli 1995 (C-9/95 en C-23/95) en van 9 januari 1996 (C-156/95) is het Verenigd Koninkrijk in de drie zaken toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.
3 Bij beschikking van de president van het Hof van 6 september 1995 is de Franse Republiek in zaak C-156/95 toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.
4 Bij beschikking van de president van het Hof van 14 juni 1996 zijn de drie zaken gevoegd voor de mondelinge behandeling en het arrest.
5 Bij titel IV van verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen (PB 1993, L 47, blz. 1; hierna: de "verordening van de Raad"), zijn de verschillende nationale regelingen vervangen door een gemeenschappelijke regeling voor het handelsverkeer met derde landen.
6 In artikel 18, lid 1, van deze verordening, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 3290/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake de aanpassingen en de overgangsmaatregelen in de landbouwsector voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde (PB 1994, L 349, blz. 105), wordt bepaald, dat een tariefcontingent van 2,1 miljoen ton nettogewicht voor het jaar 1994 en van 2,2 miljoen ton nettogewicht voor de volgende jaren wordt geopend voor de invoer van "bananen uit derde landen" en "niet-traditionele ACS-bananen".
7 Bij artikel 19, lid 1, van de verordening van de Raad wordt het tariefcontingent verdeeld; 66,5 % van het tariefcontingent wordt geopend voor de categorie marktdeelnemers die bananen uit derde landen of traditionele ACS-bananen hebben afgezet, 30 % voor de categorie marktdeelnemers die bananen uit de Gemeenschap of traditionele ACS-bananen hebben afgezet, en 3,5 % voor de categorie in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemers die vanaf 1992 zijn begonnen andere bananen dan bananen uit de Gemeenschap of traditionele ACS-bananen af te zetten.
Artikel 19, lid 4, bepaalt:
"Indien het tariefcontingent wordt verhoogd, wordt de beschikbare extra-hoeveelheid (...) aan de marktdeelnemers van de in lid 1 bedoelde categorieën toegekend."
8 Artikel 16, lid 1, van de verordening van de Raad bepaalt, dat ieder jaar een geraamde balans van de productie en het verbruik in de Gemeenschap en van de invoer en uitvoer wordt opgesteld.
Artikel 16, lid 3, van deze verordening luidt als volgt:
"Zo nodig kan de balans in de loop van het verkoopseizoen worden herzien, met name om rekening te houden met de gevolgen van uitzonderlijke omstandigheden die van invloed zijn op de voorwaarden voor produktie of invoer. In dat geval wordt het in artikel 18 bedoelde tariefcontingent aangepast volgens de procedure van artikel 27."
9 Artikel 18, lid 1, laatste alinea, van de verordening van de Raad bepaalt, dat de grootte van het jaarlijkse contingent wordt verhoogd wanneer de op basis van de geraamde balans bepaalde vraag stijgt, en verwijst voor de modaliteiten daarvan naar de procedure van artikel 27.
10 Artikel 20 van de verordening van de Raad verleent de Commissie de bevoegdheid om de in artikel 16 bedoelde geraamde balans vast te stellen en te herzien en om de bepalingen ter uitvoering van titel IV vast te stellen. Deze bepalingen kunnen met name betrekking hebben op de aanvullende maatregelen voor de afgifte van de certificaten, de geldigheidsduur daarvan en de voorwaarden voor de overdraagbaarheid.
11 In artikel 30 van deze verordening wordt bepaald:
"Indien vanaf juli 1993 specifieke maatregelen nodig zijn om de overgang van de vóór de inwerkingtreding van deze verordening bestaande regelingen naar de regeling in het kader van deze verordening te vergemakkelijken, en met name om ernstige moeilijkheden te overwinnen, stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 27 alle nodig geachte overgangsmaatregelen vast."
12 Artikel 27 van de verordening van de Raad, waarnaar onder meer in de artikelen 16, 18 en 30 wordt verwezen, machtigt de Commissie de uitvoeringsmaatregelen vast te stellen volgens de zogenoemde beheerscomitéprocedure. In artikel 27 wordt onder meer bepaald, dat het comité binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de urgentie kan vaststellen, advies uitbrengt over de te treffen maatregelen, en dat de Commissie maatregelen vaststelt die onmiddellijk van toepassing zijn.
13 Artikel 12 van de verordening, dat deel uitmaakt van titel III, betreffende de steunregeling, voorziet in een regeling voor de toekenning aan de bananentelers van de Gemeenschap van compenserende steun voor het eventuele verlies aan opbrengsten.
14 Ter uitvoering van de verordening van de Raad heeft de Commissie onder meer verordening (EEG) nr. 1442/93 van 10 juni 1993 houdende bepalingen ter toepassing van de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap (PB 1993, L 142, blz. 6) vastgesteld. Daarin wordt het onderscheid tussen de drie in rechtsoverweging 7 van het onderhavige arrest genoemde categorieën marktdeelnemers overgenomen en worden die categorieën A, B en C genoemd.
15 Ter rechtvaardiging van de vaststelling van de verordeningen nrs. 2791/94 en 510/95 wordt in de tweede overweging van de consideransen van die verordeningen verklaard,
"(...) dat de tropische storm Debbie van 10 september 1994 zeer grote schade heeft aangericht in de bananenplantages van de communautaire regio's Martinique en Guadeloupe en in de ACS-Staten Santa Lucia en Dominica; dat de consequenties van deze uitzonderlijke omstandigheden voor de productie van de betrokken regio's zich tot in juli 1995 zullen doen gevoelen en de invoer in de Gemeenschap en de voorziening van de communautaire markt in het vierde kwartaal van 1994 [verordening nr. 2791/94; in verordening nr. 510/95 gaat het om het eerste kwartaal van 1995] aanzienlijk zullen beïnvloeden; dat de marktprijzen in sommige regio's van de Gemeenschap daardoor aanzienlijk dreigen te stijgen".
16 De bestreden verordeningen zijn gebaseerd op de verordening van de Raad, met name op de artikelen 16, lid 3, 20 en 30 daarvan, alsmede op verordening nr. 1442/93.
17 Aangaande artikel 16, lid 3, heeft de Commissie in de vierde overweging van de consideransen van de verordeningen nrs. 2791/94 en 510/95 verklaard:
"Overwegende dat die aanpassing van het tariefcontingent het mogelijk moet maken om enerzijds de markt van de Gemeenschap tot eind 1994 [verordening nr. 2791/94; in verordening nr. 510/95 gaat het om het eerste kwartaal van 1995] voldoende te bevoorraden en anderzijds de marktdeelnemers te helpen die de bananenproducenten welke schade hebben geleden, groeperen of rechtstreeks vertegenwoordigen, en, als geen passende maatregelen worden genomen, hun traditionele afzet op de markt van de Gemeenschap blijvend dreigen te verliezen."
18 Bij de bestreden verordeningen wordt een extra hoeveelheid van respectievelijk 53 400 en 45 500 ton vastgesteld voor de marktdeelnemers die de Gemeenschap bevoorraden met bananen uit Martinique, Guadeloupe, Santa-Lucia en Dominica.
19 In de tweede overweging van de considerans van de aan verordening nr. 2791/94 voorafgaande beschikking 94/654/EG van de Commissie van 29 september 1994 tot vaststelling voor de Gemeenschap van de geraamde balans van produktie en verbruik, en van invoer en uitvoer van bananen voor 1994 (PB 1994, L 254, blz. 90), wordt verklaard, dat de balans moet worden herzien "om rekening te houden met de gevolgen, voor de produkten in deze gebieden, van de tropische storm Debbie, die (...) Martinique, Guadeloupe en bepaalde ACS-landen heeft geteisterd".
20 Bij de na verordening nr. 2791/94 gegeven beschikking 94/752/EG van de Commissie van 18 november 1994 houdende wijziging van beschikking 94/654/EG (PB 1994, L 298, blz. 48), is een herziene geraamde balans opgesteld op basis van het onderzoek van de toestand en van een betrouwbare evaluatie van de gevolgen van de storm Debbie voor de productie en de beschikbare aanvoer van bananen uit bepaalde productiegebieden in de Gemeenschap en een aantal ACS-landen, die door de storm Debbie zijn getroffen.
Het eerste middel
21 Het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland betogen, dat artikel 16, lid 3, noch artikel 20, noch artikel 30 van de verordening van de Raad toestaat, dat bij een verhoging van het tariefcontingent wordt afgeweken van de verdeelsleutel van artikel 19, lid 1. De bestreden verordeningen konden derhalve niet op basis van deze bepalingen worden vastgesteld.
22 Aangaande artikel 30 van de verordening van de Raad heeft het Hof vastgesteld dat, zoals uit de tweeëntwintigste overweging van de considerans van deze verordening blijkt, dat artikel is bedoeld om het hoofd te bieden aan verstoringen van de interne markt als gevolg van de vervanging van de diverse nationale regelingen door de gemeenschappelijke marktordening. Daartoe verplicht dat artikel de Commissie, alle noodzakelijk geachte overgangsmaatregelen te treffen (beschikking van 29 juni 1993, zaak C-280/93 R, Duitsland/Raad, Jurispr. 1993, blz. I-3667, r.o. 46 en 47, en arrest van 26 november 1996, zaak C-68/95, T. Port, Jurispr. 1996, blz. I-6065, r.o. 34).
23 Voorwaarde voor de toepassing van artikel 30 is, dat de specifieke maatregelen die de Commissie dient vast te stellen, de overgang van de nationale regelingen naar de gemeenschappelijke ordening der markten beogen te vergemakkelijken, en dat zij daartoe noodzakelijk zijn (arrest T. Port, reeds aangehaald, r.o. 35).
24 Deze overgangsmaatregelen moeten het mogelijk maken, moeilijkheden op te lossen die zich na de instelling van de gemeenschappelijke ordening der markten voordoen, maar hun oorsprong vinden in de toestand van de nationale markten vóór de bestreden verordeningen (arrest T. Port, reeds aangehaald, r.o. 36).
25 De aan de vaststelling van de bestreden verordeningen ten oorsprong liggende klimatologische problemen behoren evenwel niet tot de categorie moeilijkheden waaraan artikel 30 het hoofd beoogt te bieden, zodat deze bepaling niet als grondslag voor de vaststelling van de bestreden verordeningen kan dienen.
26 Aangaande artikel 16, lid 3, van de verordening van de Raad dient te worden opgemerkt, dat deze bepaling de Commissie algemeen de bevoegdheid verleent om volgens de procedure van artikel 27 het tariefcontingent aan te passen in geval van uitzonderlijke omstandigheden die van invloed zijn op de voorwaarden voor productie of invoer.
27 Dienaangaande moet worden vastgesteld, dat er ten minste in twee Lid-Staten, te weten het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, regelingen bestonden die de vaststelling van in geval van natuurrampen noodzakelijke maatregelen mogelijk maakten. De Raad, die in verordening nr. 404/93 niet zelf regels heeft gegeven om het hoofd te bieden aan uitzonderlijke omstandigheden die van invloed zijn op de voorwaarden voor productie of invoer, heeft geoordeeld, dat het beter was de bevoegdheid om het tariefcontingent naar gelang van de eisen van het concrete geval aan te passen, aan de Commissie te geven of aan zich te houden, met dien verstande dat de procedure van artikel 27 moet worden gevolgd.
28 Verder kan het argument van het Koninkrijk België, dat de in artikel 12 van de verordening van de Raad bedoelde compenserende steun het passende middel is om het hoofd te bieden aan de door natuurrampen veroorzaakte schade, niet worden aanvaard.
29 Gelijk de Commissie terecht heeft aangevoerd, wordt de compenserende steun immers toegekend voor de op de markt van de Gemeenschap afgezette bananen en wordt hij berekend aan de hand van de gemiddelde productieopbrengst van een productiegebied. Ingeval een storm de bananenbomen vernielt, is er evenwel geen afzet van bananen uit het door deze storm geteisterde gebied en kan het verschil tussen de gemiddelde productieopbrengst van een gebied en de gemiddelde opbrengst in de Gemeenschap de door een dergelijke natuurramp veroorzaakte schade niet herstellen. Bovendien komen alleen de producenten uit de Gemeenschap in aanmerking voor de in artikel 12 bedoelde steun.
30 Om uit te maken, of bij een dergelijke wijziging van het tariefcontingent krachtens artikel 16, lid 3, van de verordening van de Raad, de verdeelsleutel van artikel 19, lid 1, moet worden gehanteerd, dient te rade te worden gegaan bij de bewoordingen en de context van deze bepaling en van lid 4 van dat artikel.
31 Dienaangaande zij erop gewezen, dat artikel 19, lid 4, van de verordening van de Raad in samenhang met artikel 18, lid 1, vierde alinea, van deze verordening moet worden gelezen. Laatstgenoemde bepaling ziet op de verhoging van het tariefcontingent voor het volgende verkoopseizoen wanneer de op basis van de geraamde balans van het verbruik in de Gemeenschap bepaalde communautaire vraag in de loop van het verkoopseizoen stijgt.
32 Artikel 16, lid 3, daarentegen, dat in de structuur van titel IV van de verordening van de Raad aan de artikelen 18 en 19 voorafgaat, ziet niet op de jaarlijkse en regelmatige verhoging van het contingent, maar op de aanpassing van dit contingent in de loop van het verkoopseizoen om het hoofd te bieden aan noodgevallen, met name aan de gevolgen van uitzonderlijke omstandigheden die van invloed zijn op de voorwaarden voor productie of invoer, zoals de aan de vaststelling van de bestreden verordeningen ten oorsprong liggende natuurrampen. In de negende overweging van de considerans van de verordening van de Raad wordt overigens uitdrukkelijk verklaard, dat de geraamde balans in de loop van het jaar moet kunnen worden herzien op grond van, met name, bijzondere klimaatsomstandigheden.
33 De toepassing van de verdeelsleutel van artikel 19, lid 1, van de verordening van de Raad op een aanpassing van het tariefcontingent krachtens artikel 16, lid 3, zou evenwel voorbijgaan aan deze doelstelling, doordat zij tot gevolg zou hebben dat extra invoerrechten worden toegekend aan marktdeelnemers die niet onder uitzonderlijke omstandigheden hebben geleden, en geen oplossing zou bieden voor de bijzondere situatie van de marktdeelnemers die wel onder deze omstandigheden hebben geleden.
34 Uit het voorgaande volgt, dat artikel 16, lid 3, van de verordening van de Raad toestaat, dat in geval van een om dwingende redenen verrichte aanpassing van het tariefcontingent in de loop van het verkoopseizoen voor het aangepaste gedeelte wordt afgeweken van de verdeelsleutel van artikel 19, lid 1, van de verordening van de Raad.
35 De bevoegdheden die artikel 16, lid 3, van de verordening van de Raad aldus aan de Commissie verleent, gaan niet verder dan die welke haar overeenkomstig artikel 155, vierde streepje, EG-Verdrag kunnen worden verleend.
36 Volgens vaste rechtspraak volgt uit het stelsel van het Verdrag, in het kader waarvan artikel 155 moet worden gezien, en uit de eisen van de praktijk, dat het begrip uitvoering ruim moet worden uitgelegd. Aangezien de Commissie als enige in staat is, de ontwikkeling van de landbouwmarkten voortdurend en oplettend te volgen en de spoedmaatregelen te treffen die de situatie vereist, kan de Raad genoopt zijn, de Commissie op dit gebied een ruime beoordelings- en handelingsbevoegdheid te laten. De grenzen van die bevoegdheid moeten dan met name worden bepaald aan de hand van de algemene hoofddoelen van de marktordening (arresten van 29 juni 1989, zaak 22/88, Vreugdenhil e.a., Jurispr. 1989, blz. 2049, r.o. 16, en de aldaar aangehaalde rechtspraak, en 17 oktober 1995, zaak C-478/93, Nederland/Commissie, Jurispr. 1995, blz. I-3081, r.o. 30).
37 Zo heeft het Hof geoordeeld, dat de Commissie op het gebied van de landbouw bevoegd is alle maatregelen te treffen die nodig of doelmatig zijn voor de uitvoering van de basisverordening, voor zover zij niet in strijd zijn met de basisverordening of de toepassingsvoorschriften van de Raad (arrest van 15 mei 1984, zaak 121/83, Zuckerfabrik Franken, Jurispr. 1984, blz. 2039, r.o. 13, en Nederland/Commissie, reeds aangehaald, r.o. 31).
38 Ingevolge artikel 16, lid 3, van de verordening van de Raad wordt het tariefcontingent aangepast volgens de procedure van artikel 27.
39 Blijkens de laatste overweging van de consideransen van de bestreden verordeningen heeft het Comité van beheer voor bananen geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn.
40 Het stond derhalve aan de Commissie, de maatregelen te treffen die de spoedeisendheid van de situatie vereiste.
41 In die omstandigheden moet worden vastgesteld, dat de Commissie zich voor de vaststelling van de bestreden verordeningen terecht op artikel 16, lid 3, van de verordening van de Raad heeft gebaseerd.
42 Mitsdien moet het eerste middel tot nietigverklaring worden afgewezen.
Het tweede middel
43 In het kader van dit middel merkt de Bondsrepubliek Duitsland allereerst op, dat verordening nr. 2791/94 geen enkele aanwijzing over de geleden schade bevat. In de op 29 september 1994 opgestelde geraamde balans zou geen rekening zijn gehouden met de gevolgen van de storm Debbie. De na verordening nr. 2791/94 opgestelde herziene balans van 18 november 1994 zou betrekking hebben op de weggevallen leveringen uit de gehele Gemeenschap en alle ACS-landen. Ook al zou de in verordening nr. 2791/94 genoemde omvang van het verlies aan oogst, te weten 53 400 ton, worden aanvaard, dan nog bevat deze verordening geen enkele motivering voor de overcompensatie van de verliezen die daarin door middel van de toekenning van invoervergunningen voor bananen uit derde landen wordt verricht.
44 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak de door artikel 190 van het Verdrag vereiste motivering aan de aard van de betrokken handeling moet beantwoorden. De redenering van de instelling die de handeling heeft vastgesteld, moet er duidelijk en ondubbelzinnig in tot uiting komen, zodat de belanghebbenden de rechtvaardigingsgronden van de genomen maatregel kunnen kennen en het Hof zijn toezicht kan uitoefenen. Uit deze rechtspraak blijkt bovendien, dat bij een handeling geen specifieke motivering kan worden verlangd van de verschillende onderdelen, feitelijk en rechtens, die daarin voorkomen, zodra deze handeling binnen de systematiek van het geheel valt waarvan zij een onderdeel vormt (zie arresten van 13 oktober 1992, gevoegde zaken C-63/90 en C-67/90, Portugal en Spanje/Raad, Jurispr. 1992, blz. I-5073, r.o. 16, en 14 juli 1994, zaak C-353/92, Griekenland/Raad, Jurispr. 1994, blz. I-3411, r.o. 19).
45 Gelijk in rechtsoverweging 15 van het onderhavige arrest is opgemerkt, heeft de Commissie ter rechtvaardiging van de vaststelling van de bestreden verordeningen verwezen naar de tropische stormen die bepaalde delen van het grondgebied van de Gemeenschap en bepaalde ACS-staten hebben geteisterd, naar de schadelijke gevolgen die deze natuurrampen voor de productie van de getroffen gebieden hebben gehad, en naar de ongunstige beïnvloeding van de voorziening van de communautaire markt; verder heeft zij erop gewezen, dat de marktprijzen in sommige gebieden van de Gemeenschap dreigen te stijgen.
46 Verder heeft de Commissie blijkens rechtsoverweging 17 van het onderhavige arrest verklaard, dat de aanpassing van het tariefcontingent krachtens artikel 16, lid 3, van de verordening van de Raad tot doel heeft, een voldoende bevoorrading van de Gemeenschap te verzekeren en de door natuurrampen getroffen marktdeelnemers te helpen.
47 Bij beschikking 94/654 heeft de Commissie voor de Gemeenschap de geraamde balans van productie en verbruik, en van invoer en uitvoer van bananen voor 1994 vastgesteld, en daarbij gepreciseerd, dat die balans zal worden herzien om rekening te houden met de natuurrampen die bepaalde communautaire regio's en bepaalde ACS-staten hebben getroffen.
48 Bij beschikking 94/752 heeft de Commissie de aanpassing van de geraamde balans bekendgemaakt die ten grondslag ligt aan de bij verordening nr. 2791/94 verrichte verhoging van het tariefcontingent.
49 Ten slotte bevat artikel 1, lid 2, van verordening nr. 2791/94 de cijfergegevens betreffende de weggevallen leveringen die dienen te worden gecompenseerd.
50 De Bondsrepubliek Duitsland laakt ook het feit, dat de Commissie geen motivering heeft gegeven voor de noodzaak om de getroffen marktdeelnemers vergunningen voor de invoer van bananen uit derde landen te verlenen, en voor de uit de toekenning van deze invoercertificaten voortvloeiende overcompensatie van de schade. Deze kritiek berust op de stelling, dat de getroffen marktdeelnemers bananen uit de Gemeenschap en ACS-bananen hadden kunnen betrekken, en dat de toekenning van invoercertificaten voor bananen uit derde landen hun een financieel voordeel oplevert dat hoger is dan de winst die zij uit de afzet van eenzelfde hoeveelheid bananen uit de Gemeenschap of ACS-bananen kunnen halen.
51 Dienaangaande moet allereerst worden opgemerkt, dat de Commissie in geval van geringere productie van bananen uit de Gemeenschap of van vermindering van de mogelijkheden van uitvoer van traditionele ACS-bananen meer vergunningen voor de invoer van bananen uit derde landen moest verlenen om een voldoende aanbod van bananen in de Gemeenschap te verzekeren.
52 Vervolgens zij erop gewezen dat, gelijk de advocaat-generaal in punt 35 van zijn conclusie heeft uiteengezet, het voor de door de betrokken natuurrampen getroffen marktdeelnemers moeilijk zou zijn geweest bananen uit de Gemeenschap of traditionele ACS-bananen te betrekken, daar door die natuurrampen de productie van deze bananen juist was verminderd.
53 Met betrekking tot de mogelijkheid van verkoop van de invoervergunningen heeft de Commissie ter terechtzitting verklaard, zonder te zijn weersproken, dat de door de natuurrampen getroffen marktdeelnemers die vergunningen daadwerkelijk voor de aankoop van bananen uit derde landen hebben gebruikt. Derhalve is de gestelde overcompensatie van de schade, waarvoor volgens verzoekster een bijzondere motivering ware vereist, niet aangetoond.
54 In deze omstandigheden moet worden vastgesteld dat, gelet op de bijzondere omstandigheden en met name op de spoedeisendheid, de Commissie verordening nr. 2791/94 afdoende heeft gemotiveerd, en dat het aan schending van artikel 190 van het Verdrag ontleende middel tot nietigverklaring dat de Bondsrepubliek Duitsland in zaak C-23/95 heeft aangevoerd, moet worden afgewezen.
55 Uit het voorgaande volgt, dat de beroepen die het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland in de drie zaken hebben ingesteld, moeten worden verworpen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
56 Ingevolge artikel artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Aangezien het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland in het ongelijk zijn gesteld, dienen zij in de kosten te worden verwezen. Ingevolge artikel 69, lid 4, van dit Reglement dragen de Lid-Staten en de instellingen die in het geding zijn tussengekomen, hun eigen kosten.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende:
1) Verwerpt de beroepen.
2) Verwijst verzoekers in de kosten.
3) Verstaat dat de interveniënten hun eigen kosten zullen dragen.
Full & Egal Universal Law Academy