Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-79/95,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. Rodriguez Galindo, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van deze dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door A. J. Navarro González, directeur-generaal Cooerdinatie juridische en institutionele aangelegenheden van de Gemeenschappen, en G. Calvo Diaz, abogado del Estado, van de juridische dienst van de staat, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, Boulevard E. Servais 4-6,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan
° richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB 1989, L 183, blz. 1),
° richtlijn 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen (PB 1989, L 393, blz. 1),
° richtlijn 89/655/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats (PB 1989, L 393, blz. 13),
° richtlijn 89/656/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor het gebruik op het werk van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers (PB 1989, L 393, blz. 18),
° richtlijn 90/269/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende de minimum veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor het manueel hanteren van lasten met gevaar voor met name rugletsel voor de werknemers (PB 1990, L 156, blz. 9),
° richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (PB 1990, L 156, blz. 14), en
° richtlijn 90/394/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico' s van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk (PB 1990, L 196, blz. 1),
de krachtens deze richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: C. N. Kakouris, kamerpresident, G. F. Mancini, P. J. G. Kapteyn, J. L. Murray (rapporteur) en H. Ragnemalm, rechters,
advocaat-generaal: A. La Pergola
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 juni 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 16 maart 1995, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan
° richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB 1989, L 183, blz. 1),
° richtlijn 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen (PB 1989, L 393, blz. 1),
° richtlijn 89/655/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats (PB 1989, L 393, blz. 13),
° richtlijn 89/656/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor het gebruik op het werk van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers (PB 1989, L 393, blz. 18),
° richtlijn 90/269/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende de minimum veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor het manueel hanteren van lasten met gevaar voor met name rugletsel voor de werknemers (PB 1990, L 156, blz. 9),
° richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (PB 1990, L 156, blz. 14), en
° richtlijn 90/394/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico' s van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk (PB 1990, L 196, blz. 1),
de krachtens deze richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 De Commissie herinnert er allereerst aan, dat volgens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag een richtlijn verbindend is ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke Lid-Staat waarvoor zij bestemd is, doch dat aan de nationale instanties de bevoegdheid wordt gelaten vorm en middelen te kiezen.
3 Zij beklemtoont vervolgens, dat volgens artikel 5 van dit Verdrag de Lid-Staten ook gehouden zijn alle algemene of bijzondere maatregelen te treffen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit dit Verdrag of uit handelingen van de instellingen der Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te verzekeren.
4 Aan deze uit het Verdrag voortvloeiende verplichting wordt overigens uitdrukkelijk herinnerd in artikel 18, lid 1, van richtlijn 89/391, in artikel 10, lid 1, van de richtlijnen 89/654, 89/655 en 89/656, in artikel 9, lid 1, van richtlijn 90/269, in artikel 11, lid 1, van richtlijn 90/270 en in artikel 19, lid 1, van richtlijn 90/394, waarin wordt bepaald, dat de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 31 december 1992 aan deze richtlijnen te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
5 Het Koninkrijk Spanje betwist de verweten niet-nakoming niet, doch wijst erop, dat de regering een wetsontwerp heeft ingediend, dat niet alleen de omzetting van richtlijn 89/391 beoogt, maar ook de omzetting van andere richtlijnen, zoals richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (PB 1992, L 348, blz. 1), 94/33/EG van de Raad van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk (PB 1994, L 216, blz. 12), en 91/383/EEG van de Raad van 25 juni 1991 ter aanvulling van de maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van de werknemers met arbeidsbetrekkingen voor bepaalde tijd of uitzendarbeid-betrekkingen (PB 1991, L 206, blz. 19), en dat dit wetsontwerp is gepubliceerd in het Boletín Oficial de las Cortes Generales van 12 januari 1995 onder de titel "Proyecto de Ley de Prevención de Riesgos Laborales".
6 Het Koninkrijk Spanje verklaart, dat zodra de wet houdende omzetting van richtlijn 89/391 in het interne recht is goedgekeurd, de richtlijnen 89/654, 89/655, 89/656, 90/269, 90/270 en 90/394, onverminderd de al vigerende bepalingen, bij koninklijk decreet ten uitvoer zullen worden gelegd.
7 Bij brief van 16 november 1995 zond het Koninkrijk Spanje het Hof een kopie van wet nr. 31/95 van 8 november 1995 betreffende de voorkoming van arbeidsrisico' s. Bij deze wet, die in de Boletín Oficial del Estado nr. 269 van 10 november 1995 is gepubliceerd en de dag nadien in werking is getreden, is richtlijn 89/391 omgezet.
8 Bij brief van 15 februari 1996 deed de Commissie afstand van instantie, wat richtlijn 89/391 betreft.
9 Zij handhaafde evenwel haar grieven betreffende de niet-omzetting binnen de gestelde termijn van de richtlijnen 89/654, 89/655, 89/656, 90/269, 90/270 en 90/394 en verzocht het Hof het Koninkrijk Spanje in de kosten te verwijzen.
10 Uit een en ander volgt, dat het Koninkrijk Spanje, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 89/654, 89/655, 89/656, 90/269, 90/270 en 90/394, de krachtens artikel 10, lid 1, van de richtlijnen 89/654, 89/655 en 89/656, artikel 9, lid 1, van richtlijn 90/269, artikel 11, lid 1, van richtlijn 90/270 en artikel 19, lid 1, van richtlijn 90/394 op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
11 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, dient het in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen, 89/655/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats, 89/656/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor het gebruik op het werk van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers, 90/269/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende de minimum veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor het manueel hanteren van lasten met gevaar voor met name rugletsel voor de werknemers, 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur, en 90/394/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico' s van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk, is het Koninkrijk Spanje de krachtens artikel 10, lid 1, van de richtlijnen 89/654, 89/655 en 89/656, artikel 9, lid 1, van richtlijn 90/269, artikel 11, lid 1, van richtlijn 90/270 en artikel 19, lid 1, van richtlijn 90/394 op hem rustende bepalingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy