Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Gemeenschapsregeling - Materiële werkingssfeer - Al dan niet vermelding van nationale wet of regeling in door Lid-Staat krachtens artikel 5 van verordening nr. 1408/71 afgegeven verklaring - Gevolgen
(Verordening nr. 1408/71 van de Raad, art. 4, lid 1)
2 Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Werkloosheid - Wettelijke regeling die uitkeringen afhankelijk stelt van vervulling van tijdvakken van verzekering of van arbeid - Samentelling van tijdvakken van verzekering of van arbeid - Inaanmerkingneming van krachtens wettelijke regeling van andere Lid-Staat vervulde tijdvakken van arbeid of van verzekering - Toepassing van artikel 67 van verordening nr. 1408/71 alleen
(Verordening nr. 1408/71 van de Raad, art. 48 en 67)
3 Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Werkloosheid - Wettelijke regeling die uitkeringen afhankelijk stelt van vervulling van tijdvakken van verzekering - Samentelling van tijdvakken van verzekering - Inaanmerkingneming van krachtens wettelijke regeling van andere Lid-Staat vervulde tijdvakken van verzekering of van arbeid - Voorwaarden - Laatstelijk vervullen van tijdvakken van verzekering in betrokken Lid-Staat - Beoordeling door nationale rechter aan hand van eigen recht
(Verordening nr. 1408/71 van de Raad, art. 67, lid 3)
4 Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Gelijke behandeling - Nationale bepaling die werkloosheidsbijstand afhankelijk stelt van feit dat betrokkene gedurende vijftien jaar in een of meer Lid-Staten bijdragen aan ouderdomspensioenstelsel heeft betaald - Geen discriminatie - Toelaatbaarheid
(EG-Verdrag, art. 48 en 51; verordening nr. 1408/71 van de Raad)
Samenvatting
5 De omstandigheid dat een nationale wet of regeling door een Lid-Staat niet is vermeld in zijn overeenkomstig artikel 5 van verordening nr. 1408/71 afgegeven verklaring betreffende de werkingssfeer van de verordening, bewijst weliswaar op zich niet, dat deze wet of regeling niet onder de werkingssfeer van de verordening valt, de omstandigheid evenwel, dat een Lid-Staat deze wel in zijn verklaring heeft vermeld, moet worden geacht te doen vaststaan dat de op grond van deze wet of regeling toegekende uitkeringen sociale-zekerheidsuitkeringen in de zin van verordening nr. 1408/71 zijn.
Aangezien de wet tot instelling ervan is vermeld in de door Spanje afgegeven verklaring, moet de in deze Lid-Staat voorziene bijstand voor personen ouder dan 52 jaar, als een werkloosheidsuitkering in de zin van artikel 4, lid 1, van verordening nr. 1408/71 worden beschouwd.
6 Aangezien in geen van de bepalingen van hoofdstuk 6, "Werkloosheid", van titel III van verordening nr. 1408/71 wordt verwezen naar artikel 48 van deze verordening, dat deel uitmaakt van hoofdstuk 3, "Ouderdom en overlijden (pensioenen)", van deze titel en betrekking heeft op tijdvakken van verzekering of van wonen van minder dan één jaar, is dit artikel niet van toepassing op werkloosheidsuitkeringen, zodat de vraag, of een Lid-Staat voor de toekenning van een werkloosheidsuitkering de krachtens de wettelijke regeling van een andere Lid-Staat vervulde tijdvakken van arbeid of van verzekering in aanmerking kan nemen, enkel moet worden beantwoord aan de hand van artikel 67 van deze verordening.
7 Aangezien verordening nr. 1408/71 niet de voorwaarden bepaalt waaronder de tijdvakken van arbeid of van verzekering kunnen ontstaan, worden deze voorwaarden uitsluitend bepaald door de wettelijke regeling van de Lid-Staat waar de uitkeringen worden aangevraagd. Bijgevolg staat het aan de nationale rechter om aan de hand van zijn eigen recht te beoordelen, of is voldaan aan de door artikel 67, lid 3, van verordening nr. 1408/71 gestelde voorwaarde, dat degene die in een andere Lid-Staat tijdvakken van verzekering heeft vervuld, zich voor het verkrijgen van een werkloosheidsuitkering in de betrokken staat enkel op deze tijdvakken kan beroepen, indien hij daar laatstelijk tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wettelijke regeling van deze staat, wanneer de betrokkene daar nimmer werkzaamheden in loondienst heeft verricht, doch door het ter zake van werkloosheid bevoegde orgaan namens hem bijdragen aan de stelsels van ziekteverzekering en van gezinsbijslagen zijn betaald.
8 De artikelen 48 en 51 van het Verdrag noch verordening nr. 1408/71 staan eraan in de weg, dat een nationale wettelijke regeling voor de toekenning van werkloosheidsbijstand waarin is voorzien ten behoeve van personen ouder dan 52 jaar, vereist dat de betrokkene gedurende vijftien jaar in een of meer Lid-Staten bijdragen aan een ouderdomspensioenstelsel heeft betaald. De Lid-Staten blijven immers bevoegd, de voorwaarden voor de toekenning van sociale-zekerheidsuitkeringen vast te stellen, zelfs al scherpen zij die aan, mits de nieuwe voorwaarden niet tot een openlijke of verkapte discriminatie tussen werknemers uit de Gemeenschap leiden.
Partijen
In de gevoegde zaken C-88/95, C-102/95 en C-103/95,
betreffende drie verzoeken aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag van de Juzgado de lo Social de Santiago de Compostela (Spanje), in de aldaar aanhangige gedingen tussen
B. Martínez Losada, M. Fernández Balado, J. Paredes
en
Instituto Nacional de Empleo (Inem), Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 4, 48 en 67 van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983 (PB 1983, L 230, blz. 6), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1248/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB 1992, L 136, blz. 7), alsmede van de artikelen 48 en 51 EG-Verdrag,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida, kamerpresident, C. Gulmann, D. A. O. Edward (rapporteur), J.-P. Puissochet en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: C. O. Lenz
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Martínez Losada e.a., vertegenwoordigd door A. Vázquez Conde, R. Méndez Robleda en B. Mayo Martínez, advocaten te Orense,
- de Spaanse regering, vertegenwoordigd door A. J. Navarro González, directeur-generaal Cooerdinatie juridische en institutionele aangelegenheden van de Gemeenschappen, bijgestaan door M. Bravo-Ferrer Delgado, abogado del Estado, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Patakia en I. Martínez del Peral, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Martínez Losada e.a., vertegenwoordigd door A. Vázquez Conde; de Spaanse regering, vertegenwoordigd door L. Peréz de Ayala Becerril, abogado del Estado, als gemachtigde, en de Commissie, vertegenwoordigd door M. Patakia en I. Martínez del Peral, ter terechtzitting van 11 juli 1996,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 september 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikkingen van 9 maart (zaak C-88/95) en 13 maart 1995 (zaken C-102/95 en C-103/95), ingekomen bij het Hof op 23 maart (zaak C-88/95) en 31 maart (zaken C-102/95 en C-103/95) daaraanvolgend, heeft de Juzgado de lo Social de Santiago de Compostela krachtens artikel 177 EG-Verdrag verscheidene prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 4, 48 en 67 van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983 (PB 1983, L 230, blz. 6), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1248/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB 1992, L 136, blz. 7; hierna: "verordening nr. 1408/71"), alsmede van de artikelen 48 en 51 EG-Verdrag.
2 Deze vragen zijn gerezen in gedingen tussen Martínez Losada (zaak C-88/95), Fernández Balado (zaak C-102/95) en Paredes (zaak C-103/95) enerzijds en het Instituto Nacional de Empleo (hierna: "Inem") en het Instituto Nacional de la Seguridad Social anderzijds, ter zake van de betaling van een in de Spaanse wettelijke regeling voorziene bijstand bij werkloosheid aan personen ouder dan 52 jaar.
3 Volgens artikel 215, lid 3, van de Ley General de la Seguridad Social (algemene wet inzake sociale zekerheid), in haar bij Real Decreto Legislativo nr. 1/94 van 20 juni 1994 (BOE nr. 154 van 29 juni 1994) gecodificeerde versie, komt voor deze bijstand in aanmerking elke werkloze die gedurende zes jaar bijdragen voor de werkloosheidsverzekering heeft betaald en aan alle voorwaarden, met uitzondering van die betreffende de leeftijd, voldoet om aanspraak te kunnen maken op een op premie- of bijdragebetaling berustend ouderdomspensioen in het kader van het stelsel van sociale zekerheid.
4 Artikel 161 van de Ley General de la Seguridad Social stelt de toekenning van een dergelijk pensioen afhankelijk van de vervulling van een minimumtijdvak van premie- of bijdragebetaling van vijftien jaar, waarvan ten minste twee in de loop van de acht jaar die onmiddellijk voorafgaan aan het feit dat recht geeft op de uitkering.
5 In casu blijkt uit de stukken, dat verzoekers in de hoofdgedingen in verschillende Lid-Staten arbeid in loondienst hebben verricht en aldaar ouderdomspensioenrechten hebben verworven.
6 Zij zijn daarentegen nimmer in Spanje werkzaam geweest en kunnen derhalve geen tijdvak van premie- of bijdragebetaling uit hoofde van arbeid in loondienst onder het Spaanse stelsel van sociale zekerheid aantonen. Niettemin ontvingen zij alle drie krachtens de wettelijke regeling van deze staat gedurende zes maanden werkloosheidsbijstand: Martínez Losada ter compensatie van gezinslasten, Fernández Balado en Paredes omdat zij teruggekeerde migrerende werknemers waren.
7 Gedurende deze periode van zes maanden waarin verzoekers in de hoofdgedingen werkloosheidsbijstand ontvingen, betaalde het krachtens de Spaanse wettelijke regeling bevoegde beheersorgaan namens hen bijdragen aan de stelsels van ziekteverzekering en van gezinsbijslagen.
8 Bij brieven van 30 juli 1993, 10 september 1993 en 26 november 1993 dienden verzoekers in de hoofdgedingen bij het Inem aanvragen in om werkloosheidsbijstand voor personen ouder dan 52 jaar. Deze aanvragen werden afgewezen, op grond dat verzoekers volgens een daartoe door het Instituto Nacional de la Seguridad Social opgesteld rapport het minimumtijdvak van premie- of bijdragebetaling dat was vereist voor het recht op het in het Spaanse stelsel van sociale zekerheid voorziene ouderdomspensioen, niet hadden vervuld.
9 Volgens de verwijzende rechter blijkt uit de stukken van de hoofdgedingen, dat het Inem de toekenning van de in geding zijnde werkloosheidsbijstand afhankelijk stelt van de voorwaarde, dat de aanvrager bij het bereiken van de vereiste leeftijd aanspraak kan maken op een ouderdomspensioen ten laste van het Spaanse stelsel van sociale zekerheid, en dat deze bijstand wordt geweigerd wanneer het toekomstige recht op een pensioen of het vooruitzicht op een pensioen in een andere Lid-Staat is verkregen.
10 Verzoekers hebben daarop beroep ingesteld bij de Juzgado de lo Social de Santiago de Compostela, die zich afvroeg, of artikel 48, lid 1, van verordening nr. 1408/71 op de hoofdgedingen van toepassing was, en hoe artikel 67 van deze verordening moest worden uitgelegd.
11 Artikel 48, lid 1, ontheft het bevoegde orgaan van een Lid-Staat van zijn verplichting om het recht op ouderdomspensioen te erkennen wanneer de duur van de krachtens de wettelijke regeling van deze staat vervulde tijdvakken van premie- of bijdragebetaling minder dan één jaar bedraagt of wanneer geen bijdrage is betaald.
12 Artikel 67, dat betrekking heeft op werkloosheidsuitkeringen, luidt als volgt:
"1. Het bevoegde orgaan van een Lid-Staat waarvan de wettelijke regeling het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op uitkering afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, houdt, voor zover nodig, rekening met de krachtens de wettelijke regeling van elke andere Lid-Staat als werknemer vervulde tijdvakken van verzekering of van arbeid alsof het tijdvakken van verzekering waren welke krachtens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling waren vervuld mits evenwel de tijdvakken van arbeid als tijdvakken van verzekering zouden zijn beschouwd indien zij krachtens bedoelde wettelijke regeling waren vervuld.
(...)
3. (...) wordt toepassing van de leden 1 en 2 afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de betrokkene laatstelijk
- in het geval van lid 1, tijdvakken van verzekering
- (...)
heeft vervuld krachtens de wettelijke regeling op grond waarvan de uitkeringen worden aangevraagd.
(...)"
13 Bij de verwijzende rechter is twijfel gerezen over de wijze waarop verordening nr. 1408/71 moet worden toegepast. Hij wijst op een uitspraak van het Tribunal Supremo van 28 februari 1994, waarin werd beslist, dat "degene die niet is aangesloten bij de Spaanse sociale zekerheid en daaraan geen bijdragen heeft betaald, en die dus buiten dit stelsel valt, moeilijk in aanmerking kan komen voor de daarin erkende uitkeringen". Volgens deze rechter wordt in artikel 48 van verordening nr. 1408/71 erkend, dat degene die een uitkering aanvraagt, gedurende een minimumperiode moet zijn aangesloten geweest bij het sociale-zekerheidsstelsel van de staat krachtens welke de uitkering wordt toegekend.
14 Onder deze omstandigheden heeft de verwijzende rechter de behandeling van de zaken geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
1) "Is de door verzoeker aangevraagde werkloosheidsbijstand voor personen ouder dan 52 jaar, zoals geregeld in artikel 13, lid 2, van wet nr. 31/84 van 2 augustus 1984, in de versie van Real Decreto Ley nr. 3/89 van 31 maart 1989 (thans artikel 215, lid 3, van Real Decreto Legislativo nr. 1/94 van 20 juni 1994), een werkloosheidsuitkering in de zin van artikel 4, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1408/71?" (zaken C-102/95 en C-103/95)
2) "Moet artikel 67, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1408/71 (in de thans geldende versie) dan met betrekking tot de daarin geregelde situatie aldus worden uitgelegd, dat op grond van dit artikel voor de toekenning van werkloosheidsbijstand voor personen ouder dan 52 jaar, als geregeld in artikel 215, lid 3, van het Real Decreto Legislativo nr. 1/94 van 20 juni 1994 tot goedkeuring van de Texto Refundido de la Ley General de la Seguridad Social (geconsolideerde versie van de algemene wet inzake sociale zekerheid), rekening moet worden gehouden met krachtens de wettelijke regeling van een andere Lid-Staat vervulde tijdvakken van verzekering of van arbeid, voor zover met de desbetreffende bijdragen wordt voldaan aan alle voorwaarden, met uitzondering van de leeftijd, voor het recht op ouderdomspensioen in een andere Lid-Staat dan die van het bevoegde orgaan?" (zaken C-88/95, C-102/95 en C-103/95)
3) "Geldt dit ook, indien de werknemer in Spanje geen of minder dan een jaar bijdragen heeft betaald, voor zover hij in een andere Lid-Staat recht op ouderdomspensioen heeft?" (zaken C-88/95, C-102/95 en C-103/95)
4) "Is het in strijd met de artikelen 48, lid 2, en 51 EG-Verdrag, dat migrerende werknemers voor het ontstaan van het recht op werkloosheidsbijstand voor personen ouder dan 52 jaar moeten aantonen dat zij voldoen aan alle voorwaarden, met uitzondering van de leeftijd, voor het recht op ouderdomspensioen ten laste van het Spaanse stelsel van sociale zekerheid, terwijl degenen die aantonen een dergelijk recht in een andere Lid-Staat te hebben, van toekenning van deze bijstand worden uitgesloten?" (zaken C-88/95, C-102/95 en C-103/95)
15 Bij beschikking van de president van het Hof van 9 juni 1995 zijn de zaken C-88/95, C-102/95 en C-103/95 gevoegd voor de schriftelijke en de mondelinge behandeling en voor het arrest.
16 Achtereenvolgens dienen de eerste, de derde, de tweede en ten slotte de vierde prejudiciële vraag te worden beantwoord.
De eerste vraag
17 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen, of een bijstand als die welke in de Spaanse algemene wet inzake sociale zekerheid is voorzien voor personen ouder dan 52 jaar, een werkloosheidsuitkering in de zin van artikel 4, lid 1, sub g, van verordening nr. 1408/71 is.
18 Luidens deze bepaling is verordening nr. 1408/71 van toepassing op alle wettelijke regelingen betreffende diverse takken van sociale zekerheid, waaronder "werkloosheidsuitkeringen". Artikel 4, lid 2, bepaalt dat verordening nr. 1408/71 van toepassing is op de algemene en bijzondere stelsels van sociale zekerheid, welke al dan niet op premie- of bijdragebetaling berusten.
19 Volgens artikel 5 van deze verordening vermelden de Lid-Staten de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde wettelijke regelingen en stelsels in verklaringen waarvan overeenkomstig artikel 97 kennisgeving en bekendmaking plaatsvindt.
20 Zoals het Hof reeds vaststelde in het arrest van 15 juni 1995 (gevoegde zaken C-422/93, C-423/93 en C-424/93, Zabala Erasun e.a., Jurispr. 1995, blz. I-1567), heeft de Spaanse regering de door haar overeenkomstig artikel 5 van verordening nr. 1408/71 afgegeven verklaring in dier voege gewijzigd, dat inzonderheid de in geding zijnde bijstand onder de verordening valt. De regering heeft dus uitdrukkelijk erkend, dat deze bijstand een werkloosheidsuitkering in de zin van artikel 4, lid 1, van verordening nr. 1408/71 is.
21 Volgens de rechtspraak van het Hof bewijst de omstandigheid dat een nationale wet of regeling niet in de in artikel 5 van verordening nr. 1408/71 bedoelde verklaringen is vermeld, weliswaar op zich niet, dat deze wet of regeling niet onder de werkingssfeer van de verordening valt, de omstandigheid evenwel, dat een Lid-Staat een wet wel in zijn verklaring heeft vermeld, moet worden geacht te doen vaststaan dat de op grond van deze wet toegekende uitkeringen sociale-zekerheidsuitkeringen in de zin van verordening nr. 1408/71 zijn (zie met name arrest van 29 november 1977, zaak 35/77, Beerens, Jurispr. 1977, blz. 2249).
22 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat een bijstand als die welke in de Spaanse algemene wet inzake sociale zekerheid is voorzien voor personen ouder dan 52 jaar, een werkloosheidsuitkering in de zin van artikel 4, lid 1, van verordening nr. 1408/71 is.
De derde vraag
23 Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of artikel 48, lid 1, van verordening nr. 1408/71 aldus moet worden uitgelegd, dat de krachtens de wettelijke regeling van een Lid-Staat vervulde tijdvakken van verzekering of van arbeid die in deze staat recht geven op ouderdomspensioen, in een andere Lid-Staat in aanmerking kunnen worden genomen voor de toekenning van bijstand bij werkloosheid, wanneer de betrokkenen in deze laatste Lid-Staat geen of minder dan een jaar bijdragen hebben betaald.
24 Dienaangaande zij opgemerkt, dat artikel 48, lid 1, van verordening nr. 1408/71 deel uitmaakt van hoofdstuk 3, "Ouderdom en overlijden (pensioenen)", van titel III van deze verordening.
25 In zijn arrest van 14 december 1988 (zaak 269/87, Ventura, Jurispr. 1988, blz. 6411) heeft het Hof verklaard, dat aangezien in geen van de bepalingen van hoofdstuk 8, "Bijslagen voor kinderen die ten laste komen van pensioen- of rentetrekkers en voor wezen", van titel III, naar artikel 48 van verordening nr. 1408/71 wordt verwezen, dit artikel geen toepassing kan vinden op wezenpensioenen.
26 Hetzelfde geldt voor de werkloosheidsuitkeringen bedoeld in hoofdstuk 6, "Werkloosheid", van titel III, waarin evenmin naar artikel 48 wordt verwezen.
27 Dit artikel is dus niet van toepassing op de werkloosheidsuitkeringen als die waarom het in de hoofdgedingen gaat, zodat de vraag, of een Lid-Staat voor de toekenning van een werkloosheidsuitkering de door de betrokkenen krachtens de wettelijke regeling van een andere Lid-Staat vervulde tijdvakken van arbeid of van verzekering in aanmerking kan nemen, enkel moet worden beantwoord aan de hand van artikel 67 van verordening nr. 1408/71, waarop de tweede vraag betrekking heeft.
28 Derhalve moet op de derde vraag worden geantwoord, dat artikel 48 van verordening nr. 1408/71 niet van toepassing is op werkloosheidsuitkeringen.
De tweede vraag
29 De tweede vraag van de nationale rechter houdt in, of artikel 67 van verordening nr. 1408/71 aldus moet worden uitgelegd, dat degene die in een Lid-Staat tijdvakken van verzekering heeft vervuld, zich voor het verkrijgen van recht op werkloosheidsuitkering in een andere Lid-Staat op deze tijdvakken kan beroepen, wanneer hij in deze laatste staat geen werkzaamheden in loondienst heeft verricht, doch door het ter zake van werkloosheid bevoegde orgaan namens hem bijdragen aan de stelsels van ziekteverzekering en van gezinsbijslagen zijn betaald.
30 De Commissie is van mening, dat de betrokkenen zich in een geval als dat van de hoofdgedingen moeten kunnen beroepen op de tijdvakken gedurende welke het bevoegde Spaanse orgaan hun werkloosheidsuitkeringen heeft verstrekt en bijdragen heeft betaald aan de stelsels van ziekteverzekering en van gezinsbijslagen. Dat de betrokkenen bijdragen hebben betaald aan een andere tak van sociale zekerheid, is immers volgens het arrest van 12 mei 1989 (zaak 388/87, Warmerdam-Steggerda, Jurispr. 1989, blz. 1203) zonder belang.
31 De Spaanse regering daarentegen is van mening, dat aangezien verzoekers nimmer aangesloten zijn geweest bij het Spaanse sociale-zekerheidsstelsel en nimmer persoonlijk bijdragen daaraan hebben betaald, zij niet voldoen aan de in artikel 67, lid 3, gestelde voorwaarde teneinde zich op in andere Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering of van arbeid te kunnen beroepen.
32 Haars inziens is het in overeenstemming met artikel 67 van verordening nr. 1408/71 en de artikelen 48, lid 2, en 51 EG-Verdrag, dat van verzoekers in de hoofdgedingen wordt verlangd, dat zij ten minste in eigen naam bijdragen aan het Spaanse sociale-zekerheidsstelsel hebben betaald en dat het laatste tijdvak van premie- of bijdragebetaling in deze Lid-Staat is vervuld. Het kan niet zo zijn, dat een willekeurige werknemer die de leeftijd van 52 jaar heeft bereikt en die krachtens de wettelijke regeling van een andere Lid-Staat recht op een pensioen heeft verworven, zich naar Spanje kan begeven om daar werkloosheidsbijstand te ontvangen zonder ooit bijdragen aan het Spaanse sociale-zekerheidsstelsel te hebben betaald.
33 Dienaangaande zij opgemerkt, dat in artikel 51 van het Verdrag het beginsel van samentelling van alle door de verschillende nationale wetgevingen in aanmerking genomen tijdvakken en het beginsel van uitvoer van uitkeringen zijn neergelegd, zonder dat evenwel het begrip "tijdvakken van verzekering" wordt omschreven.
34 Artikel 1, sub r, van verordening nr. 1408/71 omschrijft deze als "de tijdvakken van premie- of bijdragebetaling, van arbeid of van anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke als zodanig worden omschreven of aangemerkt ingevolge de wetgeving waaronder zij zijn vervuld, of geacht worden te zijn vervuld, alsmede alle met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voor zover zij als zodanig door deze wetgeving zijn erkend".
35 Uit het arrest Warmerdam-Steggerda (reeds aangehaald, r.o. 10, 17 en 19) volgt, dat verordening nr. 1408/71 niet de voorwaarden bepaalt waaronder de tijdvakken van arbeid of van verzekering kunnen ontstaan. Deze voorwaarden worden uitsluitend bepaald door de wettelijke regeling van de Lid-Staat waar de uitkeringen worden aangevraagd.
36 Derhalve mag een Lid-Staat de toekenning van bijstand bij werkloosheid afhankelijk stellen van de voorwaarde, dat de betrokkenen laatstelijk als "tijdvakken van verzekering" of "tijdvakken van arbeid" aangemerkte tijdvakken hebben vervuld krachtens zijn eigen wettelijke regeling.
37 De verwijzende rechter dient te beslissen, of de tijdvakken gedurende welke het bevoegde Spaanse orgaan namens verzoekers in de hoofdgedingen bijdragen aan de stelsels van ziekteverzekering en van gezinsbijslagen heeft betaald, tijdvakken van verzekering overeenkomstig de nationale wettelijke regeling vormen.
38 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat het ter beoordeling van de nationale rechter staat, of is voldaan aan de door artikel 67, lid 3, van verordening nr. 1408/71 gestelde voorwaarde, dat degene die in een andere Lid-Staat tijdvakken van verzekering heeft vervuld, zich voor het verkrijgen van een werkloosheidsuitkering in de betrokken staat enkel op deze tijdvakken kan beroepen, indien hij daar laatstelijk tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wettelijke regeling van deze staat, wanneer de betrokkene daar nimmer werkzaamheden in loondienst heeft verricht, doch door het ter zake van werkloosheid bevoegde orgaan namens hem bijdragen aan de stelsels van ziekteverzekering en van gezinsbijslagen zijn betaald.
De vierde vraag
39 De vierde vraag is uitsluitend aan de orde, indien de verwijzende rechter van oordeel mocht zijn, dat de tijdvakken gedurende welke het bevoegde Spaanse orgaan namens verzoekers in de hoofdgedingen bijdragen aan de stelsels van ziekteverzekering en van gezinsbijslagen heeft betaald, tijdvakken van verzekering overeenkomstig zijn nationale wettelijke regeling vormen.
40 Aangezien de bijstand die wordt toegekend aan personen ouder dan 52 jaar, als "werkloosheidsuitkering" en niet als "ouderdomspensioen" dient te worden aangemerkt, moet de door de Spaanse wettelijke regeling gestelde voorwaarde voor verlening van deze bijstand niet aldus worden begrepen, dat de betrokkene recht moet hebben op een ouderdomspensioen als zodanig, doch dat hij een tijdvak van vijftien jaar van premie- of bijdragebetaling aan een ouderdomspensioenstelsel moet hebben vervuld.
41 Voorts zij opgemerkt, dat de Spaanse regering in haar bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen uitdrukkelijk heeft erkend, dat het recht op deze bijstand niet afhankelijk is gesteld van de voorwaarde, dat de betrokkene gedurende het vereiste tijdvak bijdragen aan het ouderdomspensioenstelsel van de Spaanse sociale zekerheid heeft betaald. Het volstaat namelijk, dat de betrokkenen gedurende vijftien jaar bijdragen aan het sociale-zekerheidsstelsel van een andere Lid-Staat hebben betaald of dat zij gedurende dit tijdvak ten dele aan het Spaanse stelsel en ten dele aan het stelsel van een andere Lid-Staat bijdragen hebben betaald.
42 Onder deze omstandigheden moet de vierde vraag aldus worden begrepen, of de artikelen 48 en 51 van het Verdrag eraan in de weg staan, dat een nationale wettelijke regeling voor de toekenning van werkloosheidsbijstand aan personen ouder dan 52 jaar vereist, dat de betrokkene gedurende vijftien jaar in een of meer Lid-Staten bijdragen aan een ouderdomspensioenstelsel heeft betaald.
43 Dienaangaande is het vaste rechtspraak, dat de Lid-Staten bevoegd blijven, de voorwaarden voor de toekenning van sociale-zekerheidsuitkeringen vast te stellen, zelfs al scherpen zij die aan, mits de nieuwe voorwaarden niet leiden tot openlijke of verkapte discriminatie tussen werknemers uit de Gemeenschap (arrest van 20 september 1994, zaak C-12/93, Drake, Jurispr. 1994, blz. I-4337, r.o. 27).
44 Derhalve moet op de vierde vraag worden geantwoord, dat de artikelen 48 en 51 van het Verdrag noch verordening nr. 1408/71 eraan in de weg staat, dat een nationale wettelijke regeling voor de toekenning van werkloosheidsbijstand aan personen ouder dan 52 jaar vereist, dat de betrokkene gedurende vijftien jaar in een of meer Lid-Staten bijdragen aan een ouderdomspensioenstelsel heeft betaald.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
45 De kosten door de Spaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
uitspraak doende op de door de Juzgado de lo Social de Santiago de Compostela bij beschikkingen van 9 en 13 maart 1995 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Een bijstand als die welke in de Spaanse algemene wet inzake sociale zekerheid is voorzien voor personen ouder dan 52 jaar, is een werkloosheidsuitkering in de zin van artikel 4, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1248/92 van de Raad van 30 april 1992.
2) Artikel 48 van genoemde verordening is niet van toepassing op werkloosheidsuitkeringen.
3) Het staat ter beoordeling van de nationale rechter, of is voldaan aan de door artikel 67, lid 3, van genoemde verordening gestelde voorwaarde, dat degene die in een andere Lid-Staat tijdvakken van verzekering heeft vervuld, zich voor het verkrijgen van een werkloosheidsuitkering in de betrokken staat enkel op deze tijdvakken kan beroepen, indien hij daar laatstelijk tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wettelijke regeling van deze staat, wanneer de betrokkene daar nimmer werkzaamheden in loondienst heeft verricht, doch door het ter zake van werkloosheid bevoegde orgaan namens hem bijdragen aan de stelsels van ziekteverzekering en van gezinsbijslagen zijn betaald.
4) De artikelen 48 en 51 EG-Verdrag noch genoemde verordening staat eraan in de weg, dat een nationale wettelijke regeling voor de toekenning van werkloosheidsbijstand aan personen ouder dan 52 jaar vereist, dat de betrokkene gedurende vijftien jaar in een of meer Lid-Staten bijdragen aan een ouderdomspensioenstelsel heeft betaald.
Full & Egal Universal Law Academy