Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-117/95,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E. de March, juridisch adviseur, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 92/35/EEG van de Raad van 29 april 1992 tot vaststelling van controlevoorschriften en van maatregelen ter bestrijding van paardepest (PB 1992, L 157, blz. 19), en 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza (PB 1992, L 167, blz. 1), de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: C. N. Kakouris, kamerpresident, P. J. G. Kapteyn en H. Ragnemalm (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: N. Fennelly
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 juni 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 4 april 1995, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag een beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 92/35/EEG van de Raad van 29 april 1992 tot vaststelling van controlevoorschriften en van maatregelen ter bestrijding van paardepest (PB 1992, L 157, blz. 19), en 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza (PB 1992, L 167, blz. 1), de krachtens deze richtlijnen en het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 20 van richtlijn 92/35 bepaalt, dat de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking moeten doen treden om uiterlijk op 31 december 1992 aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis dienen te stellen.
3 Op dezelfde manier verplichtte artikel 22 van richtlijn 92/40 de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om uiterlijk op 1 januari 1993 aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen.
4 Op 12 maart 1993 zond de Commissie de Italiaanse regering een schriftelijke ingebrekestelling omdat haar geen maatregelen voor de omzetting van de richtlijnen 92/35 en 92/40 in Italië waren meegedeeld en zij over geen enkel ander gegeven beschikte op grond waarvan zij kon besluiten dat verweerster aan haar verplichtingen had voldaan. De Commissie verzocht de regering, haar een volledig en gedetailleerd overzicht te bezorgen van de nationale bepalingen die volgens haar de richtlijnen omzetten.
5 Omdat op deze brief niet werd geantwoord, zond de Commissie de Italiaanse regering op 2 mei 1994 een met redenen omkleed advies, waarbij zij haar uitnodigde de maatregelen te treffen die nodig zijn om binnen een termijn van twee maanden aan het advies te voldoen.
6 Bij brief van 29 juli 1994 deelden de Italiaanse autoriteiten de Commissie mee, dat de procedures voor omzetting van de richtlijnen 92/35 en 92/40 aan de gang waren.
7 Omdat zij geen enkele andere mededeling omtrent de omzetting van deze twee richtlijnen ontving, heeft de Commissie besloten het onderhavige beroep in te stellen.
8 In haar verzoekschrift merkt de Commissie op, dat zij nog steeds niet over gegevens beschikt die aantonen dat de Italiaanse Republiek daadwerkelijk de nodige bepalingen heeft vastgesteld.
9 De Italiaanse regering betwist niet, dat de richtlijnen 92/35 en 92/40 niet correct in de Italiaanse rechtsorde zijn omgezet. Zij heeft evenwel, voor het eerst in haar verweerschrift, het bestaan aangevoerd van een verordening inzake veterinair toezicht, goedgekeurd bij decreet nr. 320 van de president van de Republiek van 8 februari 1954 (GURI nr. 142 van 24.6.1954, gewoon supplement), waarvan sommige bepalingen de richtlijnen 92/35 en 92/40 gedeeltelijk zouden omzetten. Volgens de Italiaanse regering is deze verordening niet als een maatregel ter uitvoering van de richtlijnen 92/35 en 92/40 aan de Commissie meegedeeld, omdat de procedure voor de vaststelling van de bijzondere maatregelen inzake paardepest en aviaire influenza aan de gang was.
10 In repliek heeft de Commissie de in haar verzoekschrift geformuleerde conclusies gehandhaafd, aangezien niet wordt betwist dat de vereiste maatregelen nog niet door de Italiaanse autoriteiten zijn vastgesteld.
11 Uit het onderzoek van de door de Italiaanse regering aangevoerde bepalingen blijkt, dat deze, zoals de regering zelf heeft erkend, geen volledige uitvoering van de richtlijnen 92/35 en 92/40 kunnen vormen.
12 Bijgevolg moet worden vastgesteld, dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 92/35 en 92/40, de krachtens de artikelen 20 respectievelijk 22 van deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen, indien zulks is gevorderd. Aangezien de Commissie heeft gevorderd dat de Italiaanse Republiek in de kosten wordt verwezen, en de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet deze in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verklaart:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 92/35/EEG van de Raad van 29 april 1992 tot vaststelling van controlevoorschriften en van maatregelen ter bestrijding van paardepest, en 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza, is de Italiaanse Republiek de krachtens de artikelen 20 respectievelijk 22 van deze richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy