Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1. Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
2. Procedure ° Kosten ° Afstand van instantie gerechtvaardigd door houding van wederpartij
(Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 69, lid 5)
Partijen
In zaak C-237/95,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Condou Durande en L. Pignataro, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door professor U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 89/369/EEG van de Raad van 8 juni 1989 ter voorkoming van door nieuwe installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging (PB 1989, L 163, blz. 32), en richtlijn 89/429/EEG van de Raad van 21 juni 1989 ter vermindering van door bestaande installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging (PB 1989, L 203, blz. 50), de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: D. A. O. Edward (rapporteur), kamerpresident, J.-P. Puissochet, J. C. Moitinho de Almeida, C. Gulmann en P. Jann, rechters,
advocaat-generaal: M. B. Elmer
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 7 mei 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 6 juli 1995, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 89/369/EEG van de Raad van 8 juni 1989 ter voorkoming van door nieuwe installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging (PB 1989, L 163, blz. 32), en richtlijn 89/429/EEG van de Raad van 21 juni 1989 ter vermindering van door bestaande installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging (PB 1989, L 203, blz. 50), de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge de artikelen 12, lid 1, van richtlijn 89/369 en 10, lid 1, van richtlijn 89/429 moeten de Lid-Staten enerzijds de nodige maatregelen treffen om uiterlijk op 1 december 1990 aan deze richtlijnen te voldoen, en anderzijds de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 In haar verweerschrift heeft de Italiaanse Republiek erop gewezen, dat zij richtlijn 89/429 gedeeltelijk had omgezet bij decreet van de minister van Milieubeheer van 12 juli 1990 houdende richtlijnen voor de beperking van de verontreinigende uitstoot van industriële installaties en vaststelling van de maximale uitstoot (GURI, gewone bijlage, nr. 51 van 30 juli 1990).
4 In repliek heeft de Commissie akte genomen van de vaststelling van die maatregel en heeft zij, na te hebben geconstateerd dat richtlijn 89/429 gedeeltelijk in Italiaans recht was omgezet, verklaard haar beroep in te trekken voor zover het die richtlijn betrof, maar te handhaven ten aanzien van richtlijn 89/369.
5 De Italiaanse Republiek betwist niet dat richtlijn 89/369 niet binnen de gestelde termijn is omgezet, doch spreekt de hoop uit dat zij de desbetreffende uitvoeringshandeling weldra zal kunnen meedelen.
6 Daar de omzetting van richtlijn 89/369 niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het ter zake door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.
7 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan richtlijn 89/369 te voldoen, de krachtens artikel 12, lid 1, van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Luidens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen.
9 Volgens lid 5 van dat artikel wordt de partij die afstand doet van instantie in de proceskosten veroordeeld, tenzij deze afstand door de houding van de wederpartij wordt gerechtvaardigd.
10 Eerst nadat de Italiaanse Republiek in haar verweerschrift had aangegeven, welke maatregelen waren genomen om de omzetting van richtlijn 89/429 in nationaal recht gedeeltelijk te verzekeren, heeft de Commissie van bepaalde in haar verzoekschrift aangevoerde grieven afgezien.
11 Bijgevolg berust de gedeeltelijke afstand van instantie op de houding van de Italiaanse Republiek, die trouwens voor het overige in het ongelijk is gesteld.
12 De Italiaanse Republiek moet dus in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 89/369/EEG van de Raad van 8 juni 1989 ter voorkoming van door nieuwe installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging, is de Italiaanse Republiek de krachtens artikel 12, lid 1, van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy