Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Procedure - Interpretatie van arrest - Voorwaarden voor ontvankelijkheid van verzoek
('s Hofs Statuut-EG, art. 40)
2 Procedure - Interpretatie van arrest - Verzoek van interveniënt - Toelaatbaarheid
('s Hofs Statuut-EG, art. 37 en 40)
Samenvatting
1 Een beroep tot interpretatie van een arrest is ontvankelijk wanneer het ertoe strekt de betekenis van een bepaald punt van het dictum van het betrokken arrest te verduidelijken.
2 Een interveniënt in een geding moet een verzoek tot interpretatie van een arrest kunnen indienen, ook al heeft de door haar ondersteunde partij dat niet gedaan.
Partijen
In zaak C-245/95 P-INT,
NSK Ltd, vennootschap naar Japans recht, gevestigd te Tokio (Japan), en acht van haar Europese dochtermaatschappijen, NSK Bearings Europe Ltd, vennootschap naar Engels recht, gevestigd te Londen, NSK-RHP France SA, vennootschap naar Frans recht, gevestigd te Guyancourt (Frankrijk), NSK-RHP UK Ltd, vennootschap naar Engels recht, gevestigd te Ruddington (Verenigd Koninkrijk), NSK-RHP Deutschland GmbH, vennootschap naar Duits recht, gevestigd te Ratingen (Duitsland), NSK-RHP Italia SpA, vennootschap naar Italiaans recht, gevestigd te Milaan (Italië), NSK-RHP Nederland BV, vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Amstelveen (Nederland), NSK-RHP European Distribution Centre BV, vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Amstelveen (Nederland), en NSK-RHP Iberica SA, vennootschap naar Spaans recht, gevestigd te Barcelona (Spanje), alle vertegenwoordigd door D. Vaughan, QC, geïnstrueerd door R. Griffith, Solicitor, Aldersgate Street 200, UK - London EC1A 4JJ,
verzoeksters,
betreffende een verzoek tot interpretatie van punt 2 van het dictum van het arrest van 10 februari 1998, Commissie/NTN en Koyo Seiko (C-245/95 P, Jurispr. blz. I-401), andere partijen bij de procedure:
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E. White en N. Khan, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van dezelfde dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
rekwirante in hogere voorziening,
NTN Corporation, vennootschap naar Japans recht, gevestigd te Osaka (Japan),
Koyo Seiko Co. Ltd, vennootschap naar Japans recht, gevestigd te Osaka (Japan),
verzoeksters in eerste aanleg,
Raad van de Europese Unie,
verweerder in eerste aanleg,
en
Federation of European Bearing Manufacturers' Associations, gevestigd te Frankfurt am Main (Duitsland),
interveniënte in eerste aanleg,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: G. C. Rodríguez Iglesias, president, P. J. G. Kapteyn, J.-P. Puissochet, G. Hirsch en P. Jann, kamerpresidenten, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida, C. Gulmann, J. L. Murray, D. A. O. Edward, H. Ragnemalm (rapporteur), L. Sevón en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger
griffier: R. Grass
de advocaat-generaal gehoord,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 20 februari 1998 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift hebben NSK Ltd en acht van haar Europese dochtermaatschappijen, NSK Bearings Europe Ltd, NSK-RHP France SA, NSK-RHP UK Ltd, NSK-RHP Deutschland GmbH, NSK-RHP Italia SpA, NSK-RHP Nederland BV, NSK-RHP European Distribution Centre BV en NSK-RHP Iberica SA (hierna samen: "NSK"), krachtens artikel 40 van 's Hofs Statuut-EG en artikel 102 van het Reglement voor de procesvoering een verzoek tot interpretatie van punt 2 van het dictum van het arrest van 10 februari 1998, Commissie/NTN en Koyo Seiko (C-245/95 P, Jurispr. blz. I-401; hierna "betrokken arrest") ingediend, in welke procedure NSK interveniënte was.
2 Bij het betrokken arrest wees het Hof de hogere voorziening af die de Commissie had ingesteld tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 2 mei 1995, NTN Corporation en Koyo Seiko/Raad (T-163/94 en T-165/94, Jurispr. blz. II-1381; hierna: "arrest van het Gerecht"), waarbij het Gerecht artikel 1 van verordening (EEG) nr. 2849/92 van de Raad van 28 september 1992 tot wijziging van het bij verordening (EEG) nr. 1739/85 ingestelde definitieve antidumpingrecht op de invoer in de Europese Gemeenschap van kogellagers met een grootste uitwendige diameter van meer dan 30 mm, van oorsprong uit Japan (PB L 286, blz. 2, rectificatie PB 1993, L 72, blz. 36), nietig had verklaard voor zover daarbij aan NTN Corporation (hierna: "NTN") en Koyo Seiko Co. Ltd (hierna: "Koyo Seiko") een antidumpingrecht was opgelegd. In punt 2 van het dictum verwees het Hof de Commissie voorts "in de kosten van het onderhavige geding".
3 In haar hogere voorziening verzocht de Commissie het Hof het arrest van het Gerecht te vernietigen, de zaak terug te verwijzen naar het Gerecht en NTN en Koyo Seiko te verwijzen in de kosten.
4 NTN en Koyo Seiko concludeerden dat het den Hove behage, de hogere voorziening af te wijzen en de Commissie in de kosten te verwijzen.
5 Bij beschikking van 14 februari 1996, Commissie/NTN Corporation (C-245/95 P, Jurispr. blz. I-559), had het Hof NSK toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van NTN en Koyo Seiko.
6 NSK concludeerde, dat het den Hove behage, de vorderingen van NTN en Koyo Seiko toe te wijzen, te bevestigen dat de nietigverklaring van artikel 1 van verordening nr. 2849/92 ook voor haar geldt, en de Commissie in de kosten van haar interventie te verwijzen.
7 Aangaande de ontvankelijkheid heeft het Hof, zoals uit punt 24 van het betrokken arrest blijkt, de conclusies van NSK, die ertoe strekten dat het Hof zou bevestigen dat de nietigverklaring van artikel 1 van verordening nr. 2849/92 ook voor haar geldt, niet-ontvankelijk verklaard.
8 Ten gronde had de Commissie vooral gesteld, dat het Gerecht verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (PB L 209, blz. 1; hierna: "basisverordening"), onjuist had uitgelegd. Volgens de Commissie berustte de toepassing van in artikel 4 van de basisverordening genoemde criteria om in het kader van een nieuw onderzoek vast te stellen of er schade of dreiging van schade is, op een onjuiste rechtsopvatting.
9 Volgens NTN, Koyo Seiko en NSK daarentegen had het Gerecht het passende criterium, namelijk het bestaan van schade of dreiging van schade in de zin van de basisverordening, correct toegepast.
10 Zoals met name uit punt 42 van het betrokken arrest blijkt, stelde het Hof vast, dat het Gerecht niet blijk had gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de criteria van artikel 4 van de basisverordening te hanteren om te onderzoeken, of de beëindiging van de voorheen ingestelde antidumpingrechten opnieuw tot schade of dreiging van schade kon leiden.
11 Om die redenen werd het middel van de Commissie ongegrond verklaard.
12 Wat de kosten betreft, herinnerde het Hof eraan, dat volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, dat krachtens artikel 118 van toepassing is op de procedure in hogere voorziening, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten wordt verwezen voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Commissie in het ongelijk was gesteld, werd zij in de kosten verwezen.
13 Met haar verzoek tot interpretatie concludeert NSK dat het den Hove behage:
- het betrokken arrest te interpreteren om aan de Commissie duidelijk te maken, dat zij thans reeds gehouden is de kosten van NSK voor de hogere voorziening te dragen, daaronder begrepen die betreffende het verzoek tot interventie,
- subsidiair, de Commissie te verwijzen in de kosten van NSK voor de hogere voorziening, daaronder begrepen die betreffende het verzoek tot interventie, door het betrokken arrest te rectificeren of het verzuim te verhelpen,
- de Commissie in elk geval te verwijzen in de kosten van NSK betreffende het verzoek tot interpretatie.
14 De Commissie verzoekt het Hof:
- het verzoek om interpretatie of rectificatie van het betrokken arrest of om een aanvullend arrest af te wijzen,
- subsidiair, een aanvullend arrest te wijzen waarbij NSK in haar eigen kosten wordt verwezen, of de kosten over de Commissie en NSK te verdelen,
- NSK in de kosten van het onderhavige verzoek te verwijzen.
15 Om te beginnen zij vastgesteld, dat het beroep tot interpretatie ontvankelijk is wanneer het ertoe strekt de betekenis van een bepaald punt van het dictum van het betrokken arrest te verduidelijken (zie beschikking van 29 september 1983, Rekenkamer/Williams, 9/81 INT, Jurispr. blz. 2859, punt 13). Vervolgens zij eraan herinnerd, dat een interveniënte een verzoek tot interpretatie moet kunnen indienen, ook al heeft de door haar ondersteunde partij dat niet gedaan (beschikking van 20 april 1988, Maindiaux e.a./Economisch en Sociaal Comité e.a., 146/85 en 431/85 INT, Jurispr. blz. 2003, punt 4).
16 Ten slotte zij vastgesteld, dat het betrokken arrest aldus moet worden geïnterpreteerd, dat de Commissie de kosten van NSK zal dragen, aangezien laatstgenoemde op wezenlijke punten in het gelijk is gesteld ten aanzien van de door de Commissie tot staving van haar hogere voorziening aangevoerde middelen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
17 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Commissie in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten van de onderhavige instantie te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verstaat:
1) Punt 2 van het dictum van het arrest van het Hof van 10 februari 1998, Commissie/NTN en Koyo Seiko (C-245/95 P), wordt aldus geïnterpreteerd, dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt verwezen in de kosten van het geding, daaronder begrepen die betreffende de interventie van NSK Ltd, NSK Bearings Europe Ltd, NSK-RHP France SA, NSK-RHP UK Ltd, NSK-RHP Deutschland GmbH, NSK-RHP Italia SpA, NSK-RHP Nederland BV, NSK-RHP European Distribution Centre BV en NSK-RHP Iberica SA.
2) De Commissie wordt verwezen in de kosten van de onderhavige instantie.
3) De minuut van het onderhavige arrest wordt aan de minuut van het geïnterpreteerde arrest gehecht. In margine van de minuut van laatstgenoemd arrest wordt aantekening gedaan van het onderhavige arrest.
Full & Egal Universal Law Academy