Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-304/95,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Condou-Durande, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van deze dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door A. Samoni-Rantou, adjunct bijzonder juridisch adviseur bij de bijzondere dienst communautaire geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en N. Dafniou, secretaris bij deze dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Griekse ambassade, Val Sainte-Croix 117,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en aan de Commissie mee te delen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/5/EEG van de Raad van 10 februari 1992 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 77/99/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten alsmede tot wijziging van richtlijn 64/433/EEG (PB 1992, L 57, blz. 1), de krachtens het EG-Verdrag en richtlijn 92/5 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: C. N. Kakouris, kamerpresident, P. J. G. Kapteyn en H. Ragnemalm (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: C. O. Lenz
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 23 mei 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 25 september 1995, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of aan de Commissie mee te delen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/5/EEG van de Raad van 10 februari 1992 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 77/99/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten alsmede tot wijziging van richtlijn 64/433/EEG (PB 1992, L 57, blz. 1), de krachtens het EG-Verdrag en richtlijn 92/5 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Richtlijn 92/5 bepaalt in artikel 3, dat de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking moesten doen treden om uiterlijk op 1 januari 1993 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis moesten stellen.
3 Daar de Commissie geen kennisgeving van maatregelen tot omzetting van richtlijn 92/5 had ontvangen en over geen enkel ander gegeven beschikte waaruit zij kon opmaken dat die staat die verplichting was nagekomen, deed zij de Griekse regering op 12 maart 1993 een aanmaningsbrief toekomen.
4 Toen die brief onbeantwoord bleef, bracht de Commissie op 3 juni 1994 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij de Griekse regering verzocht, de nodige maatregelen te treffen om dit advies binnen een termijn van twee maanden op te volgen.
5 Daar zij binnen de gestelde termijn geen kennisgeving van maatregelen tot omzetting van richtlijn 92/5 had ontvangen, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
6 In haar verzoekschrift betoogt de Commissie, dat de Helleense Republiek overeenkomstig de artikelen 5 en 189 van het Verdrag en artikel 3 van richtlijn 92/5 verplicht was, deze laatste binnen de gestelde termijn volledig om te zetten en haar daarvan in kennis te stellen.
7 De Helleense Republiek betwist niet, dat richtlijn 92/5 niet binnen de gestelde termijn is omgezet. Zij voert enkel aan, dat het daartoe opgestelde ontwerp van presidentieel decreet voor een laatste onderzoek aan de Raad van State is overgelegd, om vervolgens ter ondertekening te worden voorgelegd en te worden gepubliceerd.
8 Daar de omzetting van richtlijn 92/5 niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het ter zake door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.
9 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/5, de krachtens artikel 3 van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
10 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd. De Commissie heeft geconcludeerd tot verwijzing van de Helleense Republiek in de kosten. Aangezien de Helleense Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/5/EEG van de Raad van 10 februari 1992 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 77/99/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesprodukten alsmede tot wijziging van richtlijn 64/433/EEG, is de Helleense Republiek de krachtens artikel 3 van richtlijn 92/5 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy