Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-314/95,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur E. de March, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 92/45/EEG (PB 1992, L 268, blz. 35), 92/46/EEG (PB 1992, L 268, blz. 1), 92/65/EEG (PB 1992, L 268, blz. 54), 92/88/EEG (PB 1992, L 321, blz. 24), 92/116/EEG (PB 1993, L 62, blz. 1), 92/117/EEG (PB 1993, L 62, blz. 38) en 92/118/EEG (PB 1993, L 62, blz. 49) van de Raad, de krachtens genoemde richtlijnen en het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, J. L. Murray, C. N. Kakouris (rapporteur), G. Hirsch en H. Ragnemalm, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: H. von Holstein, adjunct griffier
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 september 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 3 oktober 1995, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan
- richtlijn 92/45/EEG van de Raad van 16 juni 1992 betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PB 1992, L 268, blz. 35),
- richtlijn 92/46/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en produkten op basis van melk (PB 1992, L 268, blz. 1),
- richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van richtlijn 90/425/EEG geldt (PB 1992, L 268, blz. 54),
- richtlijn 92/88/EEG van de Raad van 26 oktober 1992 tot wijziging van richtlijn 74/63/EEG inzake ongewenste stoffen en produkten in diervoeding (PB 1992, L 321, blz. 24),
- richtlijn 92/116/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 71/118/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee (PB 1993, L 62, blz. 1),
- richtlijn 92/117/EEG van de Raad van 17 december 1992 inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zooenoses en bepaalde zooenoseverwekkers bij dieren en in produkten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen (PB 1993, L 62, blz. 38), en
- richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van produkten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van richtlijn 90/425/EEG (PB 1993, L 62, blz. 49),
de krachtens genoemde richtlijnen en het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 23 van richtlijn 92/45, artikel 32 van richtlijn 92/46, artikel 29 van richtlijn 92/65, artikel 3 van richtlijn 92/116, artikel 17 van richtlijn 92/117 en artikel 20 van richtlijn 92/118 moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om in beginsel vóór 1 januari 1994 aan de richtlijnen te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. In artikel 2 van richtlijn 92/88 was de termijn vastgesteld op 31 december 1993.
3 Daar de Commissie bij het verstrijken van de gestelde termijnen geen informatie over de omzetting van de betrokken richtlijnen in Italiaans recht had ontvangen, leidde zij bij aanmaningsbrief van 10 februari 1994 de procedure van artikel 169 van het Verdrag in en verzocht zij de Italiaanse regering, binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
4 Bij brief van 24 maart 1994 zonden de Italiaanse autoriteiten de Commissie de tekst van wet nr. 146 van 22 februari 1994 houdende bepalingen tot uitvoering van de verplichtingen die voor Italië uit zijn lidmaatschap van de Europese Gemeenschappen voortvloeien, en antwoordden zij, dat zij de maatregelen voorbereidden die nodig waren om aan de betrokken richtlijn te voldoen.
5 Toen verdere mededelingen uitbleven, deed de Commissie de Italiaanse regering op 22 september 1994 een met redenen omkleed advies toekomen, waarin zij de Italiaanse regering verzocht, de nodige bepalingen vast te stellen om binnen een termijn van twee maanden aan de betrokken richtlijnen te voldoen.
6 Bij brief van 28 oktober 1994 antwoordden de Italiaanse autoriteiten, dat de richtlijnen in voornoemde wet nr. 146 waren vermeld. De niet-omzetting ervan zou deels te wijten zijn geweest aan vertraging in de afkondiging en bekendmaking van die wet. De omzettingsmaatregelen zouden echter zo spoedig mogelijk worden vastgesteld.
7 Toen de Commissie geen andere informatie over de omzetting van de betrokken richtlijnen ontving, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
8 In haar verzoekschrift herinnert de Commissie eraan, dat de Italiaanse Republiek overeenkomstig de artikelen 5 en 189 EG-Verdrag verplicht was, de betrokken richtlijnen binnen de gestelde termijnen volledig om te zetten. Deze verplichting zou in voornoemde specifieke bepalingen van iedere richtlijn uitdrukkelijk worden herhaald. Bovendien zou volgens vaste rechtspraak van het Hof een Lid-Staat zich niet ten exceptieve kunnen beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door gemeenschapsrichtlijnen opgelegde verplichtingen of termijnen.
9 De Italiaanse Republiek betwist deze verplichting niet, en verklaart dat zij zich inspant om de procedure tot vaststelling van de maatregelen tot uitvoering van de betrokken richtlijnen te versnellen, zodat zij weldra eraan zal kunnen voldoen.
10 Daar de omzetting van de richtlijnen 92/45, 92/46, 92/65, 92/88, 92/116, 92/117 en 92/118 niet binnen de gestelde termijnen heeft plaatsgevonden, moet het ter zake door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.
11 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 92/45, 92/46, 92/65, 92/88, 92/116, 92/117 en 92/118, de krachtens respectievelijk de artikelen 23, 32, 29, 2, 3, 17 en 20 van die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen, voor zover zulks is gevorderd. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan:
- richtlijn 92/45/EEG van de Raad van 16 juni 1992 betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild,
- richtlijn 92/46/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en produkten op basis van melk,
- richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van richtlijn 90/425/EEG geldt,
- richtlijn 92/88/EEG van de Raad van 26 oktober 1992 tot wijziging van richtlijn 74/63/EEG inzake ongewenste stoffen en produkten in diervoeding,
- richtlijn 92/116/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 71/118/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee,
- richtlijn 92/117/EEG van de Raad van 17 december 1992 inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zooenoses en bepaalde zooenoseverwekkers bij dieren en in produkten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen, en
- richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van produkten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van richtlijn 90/425/EEG,
is de Italiaanse Republiek de krachtens respectievelijk de artikelen 23, 32, 29, 2, 3, 17 en 20 van die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy