Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten ° Verplichtingen ° Uitvoering van richtlijnen ° Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-315/95,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur E. de March als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door I. Braguglia, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet tijdig de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan
° richtlijn 93/48/EEG van de Commissie van 23 juni 1993 tot vaststelling van het schema met de voorwaarden waaraan fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt en teeltmateriaal daarvan overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 92/34/EEG van de Raad moeten voldoen (PB 1993, L 250, blz. 1),
° richtlijn 93/49/EEG van de Commissie van 23 juni 1993 tot vaststelling van het schema met de voorwaarden waaraan siergewassen en teeltmateriaal daarvan overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 91/682/EEG van de Raad moeten voldoen (PB 1993, L 250, blz. 9),
° richtlijn 93/52/EEG van de Raad van 24 juni 1993 tot wijziging van richtlijn 89/556/EEG tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo' s van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (PB 1993, L 175, blz. 21),
° richtlijn 93/61/EEG van de Commissie van 2 juli 1993 tot vaststelling van de schema' s met de eisen waaraan teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, overeenkomstig richtlijn 92/33/EEG van de Raad moeten voldoen (PB 1993, L 250, blz. 19), en
° richtlijn 93/85/EEG van de Raad van 4 oktober 1993 betreffende de bestrijding van aardappelringrot (PB 1993, L 259, blz. 1),
de krachtens die richtlijnen en het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, J. L. Murray, C. N. Kakouris (rapporteur), P. J. G. Kapteyn en H. Ragnemalm, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 3 oktober 1996,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 3 oktober 1995, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Italiaanse Republiek, door niet tijdig de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan
° richtlijn 93/48/EEG van de Commissie van 23 juni 1993 tot vaststelling van het schema met de voorwaarden waaraan fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt en teeltmateriaal daarvan overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 92/34/EEG van de Raad moeten voldoen (PB 1993, L 250, blz. 1),
° richtlijn 93/49/EEG van de Commissie van 23 juni 1993 tot vaststelling van het schema met de voorwaarden waaraan siergewassen en teeltmateriaal daarvan overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 91/682/EEG van de Raad moeten voldoen (PB 1993, L 250, blz. 9),
° richtlijn 93/52/EEG van de Raad van 24 juni 1993 tot wijziging van richtlijn 89/556/EEG tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo' s van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (PB 1993, L 175, blz. 21),
° richtlijn 93/61/EEG van de Commissie van 2 juli 1993 tot vaststelling van de schema' s met de eisen waaraan teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, overeenkomstig richtlijn 92/33/EEG van de Raad moeten voldoen (PB 1993, L 250, blz. 19), en
° richtlijn 93/85/EEG van de Raad van 4 oktober 1993 betreffende de bestrijding van aardappelringrot (PB 1993, L 259, blz. 1),
de krachtens die richtlijnen en het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Blijkens respectievelijk de artikelen 10, 8 en 7 van de richtlijnen 93/48, 93/49 en 93/61 moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om vóór 31 december 1993 aan deze richtlijn te voldoen, en moesten zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Ingevolge artikel 2 van richtlijn 93/52 en artikel 13 van richtlijn 93/85 moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om vóór 1 januari 1994, respectievelijk 15 november 1993 aan deze richtlijnen te voldoen, en moesten zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
4 Omdat de Commissie van de Italiaanse Republiek geen mededeling had ontvangen over de omzetting van deze vijf richtlijnen in nationaal recht, zond zij op 10 februari 1994 overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag een aanmaningsbrief. Daarin verzocht de Commissie de Italiaanse regering, binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van de brief haar opmerkingen kenbaar te maken.
5 Toen een antwoord hierop uitbleef, richtte de Commissie op 22 september 1994 een met redenen omkleed advies aan de Italiaanse regering, waarin zij haar verzocht, de nodige bepalingen vast te stellen om dit advies binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan op te volgen.
6 Daar het antwoord in de brief van de Italiaanse Republiek van 3 februari 1995 volgens de Commissie niet bevredigend was, heeft zij het onderhavig beroep wegens niet-nakoming ingesteld.
7 De Commissie herinnert eraan, dat luidens artikel 189 EG-Verdrag de richtlijnen verbindend zijn ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke Lid-Staat waarvoor zij bestemd zijn, doch aan de nationale instanties de bevoegdheid wordt gelaten vorm en middelen te kiezen. Verder moeten de Lid-Staten volgens artikel 5 van het Verdrag alle algemene of bijzondere maatregelen treffen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit dit Verdrag of uit handelingen van de instellingen der Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te verzekeren. Het verbindend karakter van deze bepalingen zou de Lid-Staten verplichten, de in de richtlijnen vastgestelde termijnen in acht te nemen.
8 Deze door het Verdrag opgelegde verplichting wordt volgens de Commissie uitdrukkelijk herhaald in artikel 10 van richtlijn 93/48, artikel 8 van richtlijn 93/49, artikel 2 van richtlijn 93/52, artikel 7 van richtlijn 93/61 en artikel 13 van richtlijn 93/85, volgens welke de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking moeten doen treden om binnen de daarin gestelde termijnen aan deze richtlijnen te voldoen en de Commissie onverwijld daarvan in kennis te stellen.
9 De Italiaanse Republiek betwist de verweten niet-nakoming niet, maar verklaart, dat de nationale autoriteiten moeilijkheden van procedurele en juridische aard hebben ondervonden.
10 Bij brief van 27 februari 1996 heeft de Italiaanse Republiek de Commissie meegedeeld, dat richtlijn 93/85 bij ministerieel besluit van 31 januari 1996 (GURI nr. 37 van 14 februari 1996) in nationaal recht is omgezet, en heeft zij haar een afschrift van dit decreet toegezonden.
11 Bij brief van 2 april 1996 heeft de Commissie afstand gedaan van haar beroep voor wat de niet-omzetting van richtlijn 93/85 betreft.
12 Zij heeft evenwel haar grieven inzake de niet tijdige omzetting van de richtlijnen 93/48, 93/49, 93/52 en 93/61 gehandhaafd en het Hof verzocht de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten van het geding.
13 Uit het voorgaande volgt dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan de richtlijnen 93/48, 93/49, 93/52 en 93/61, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 10 van richtlijn 93/48, artikel 8 van richtlijn 93/49, artikel 2 van richtlijn 93/52 en artikel 7 van richtlijn 93/61.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
14 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan
° richtlijn 93/48/EEG van de Commissie van 23 juni 1993 tot vaststelling van het schema met de voorwaarden waaraan fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt en teeltmateriaal daarvan overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 92/34/EEG van de Raad moeten voldoen,
° richtlijn 93/49/EEG van de Commissie van 23 juni 1993 tot vaststelling van het schema met de voorwaarden waaraan siergewassen en teeltmateriaal daarvan overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 91/682/EEG van de Raad moeten voldoen,
° richtlijn 93/52/EEG van de Raad van 24 juni 1993 tot wijziging van richtlijn 89/556/EEG tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo' s van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen, en
° richtlijn 93/61/EEG van de Commissie van 2 juli 1993 tot vaststelling van de schema' s met de eisen waaraan teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, overeenkomstig richtlijn 92/33/EEG van de Raad moeten voldoen,
is de Italiaanse Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 10 van richtlijn 93/48, artikel 8 van richtlijn 93/49, artikel 2 van richtlijn 93/52 en artikel 7 van richtlijn 93/61.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy