Samenvatting
Trefwoorden
Procedure - Interventie - Belanghebbende personen - Geding strekkende tot vergoeding van schade die zou zijn veroorzaakt door bepalingen van gemeenschapsrecht - Onderneming waarvan situatie vergelijkbaar is met die van verzoeker in hoofdgeding, doch die andere schade stelt - Indirect belang bij beslissing van geding - Niet-ontvankelijkheid
('s Hofs Statuut-EG, art. 37, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 115)
Samenvatting
Het begrip belang bij de beslissing van het geding, in de zin van artikel 37, tweede alinea, van 's Hofs Statuut, moet worden verstaan als een rechtstreeks en dadelijk belang bij het lot van de conclusies van het verzoekschrift in een context waarin in het kader van een beroep tot schadevergoeding een verzoek tot tussenkomst wordt ingediend door een onderneming waarvan het belang bestaat in de verdediging van haar eigen positie, die, ofschoon vergelijkbaar met die van de verzoekster in de hoofdzaak, daarvan toch in zoverre verschilt, dat de rechten die de twee ondernemingen tegenover de Gemeenschap willen doen gelden, verschillende schades betreffen.
In het kader van een beroep tot vergoeding van schade die een onderneming als gevolg van een gemeenschapsverordening heeft geleden, is derhalve het verzoek tot tussenkomst van een onderneming die slechts aannemelijk kan maken bij de beslissing van het geding een indirect belang te hebben, dat voortvloeit uit een loutere gelijkenis tussen de in geding zijnde situaties, niet-ontvankelijk.
Full & Egal Universal Law Academy