Samenvatting
Trefwoorden
1 Beroep tot nietigverklaring - Natuurlijke of rechtspersonen - Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken - Verordening nr. 1761/95 waarbij voor 1995 communautair vangstquotum voor zwarte heilbot is vastgesteld voor deelgebieden 2 en 3 van Visserijorganisatie voor noordwestelijk deel van Atlantische Oceaan - Beroep van reders en verenigingen die collectieve belangen van reders vertegenwoordigen - Niet-ontvankelijkheid
[EG-Verdrag, art. 173, vierde alinea (thans, na wijziging, art. 230, vierde alinea, EG), verordening nr. 1761/95 van de Raad]
2 Exceptie van onwettigheid - Incident - Niet-ontvankelijkheid van beroep ten principale - Niet-ontvankelijkheid van exceptie
[EG-Verdrag, art. 184 (thans art. 241 EG)]
Samenvatting
1 Het door in een lidstaat gevestigde reders ingestelde beroep tot nietigverklaring van verordening nr. 1761/95, waarbij voor 1995 voor zwarte heilbot een communautair vangstquotum van 5 013 ton in de deelgebieden 2 en 3 van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) is ingesteld, is niet-ontvankelijk.
Verzoekers worden namelijk door de omstreden verordening, die een algemene strekking heeft, niet geraakt uit hoofde van zekere bijzondere hoedanigheden, en evenmin bestaat er een feitelijke situatie welke hen in het kader van bedoelde verordening karakteriseert ten opzichte van alle andere marktdeelnemers waarop die verordening van toepassing is.
Meer in het bijzonder waren de gemeenschapsinstanties ten tijde van de vaststelling van de bestreden handeling niet verplicht rekening te houden met de bijzondere situatie van de verzoekers. De omstandigheid dat de gemeenschapsinstelling die een handeling vaststelt, de personen kent die door deze handeling worden geraakt, kan op zichzelf, ongeacht of er een dergelijke verplichting bestaat, geen element zijn waardoor de betrokkenen worden geïndividualiseerd. Ook het feit dat de verzoekers in een adviesfunctie ten opzichte van de Commissie hebben deelgenomen aan de onderhandelingen die hebben geleid tot de vaststelling door de NAFO-visserijcommissie van een totaal toegestane vangst voor zwarte heilbot, kan hen niet individualiseren; geen der bepalingen van de toepasselijke gemeenschapsregeling legde de Raad de verplichting op bij de vaststelling van het voor de Gemeenschap beschikbare gedeelte van de totaal toegestane vangst per bestand van sommige vissoorten als vastgesteld in het kader van het NAFO-verdrag, een procedure te volgen in het kader waarvan personen uit de categorie waarvan verzoekers deel uitmaken, het recht zouden hebben bepaalde aanspraken te doen gelden of zelfs te worden gehoord.
Bovendien is de gestelde economische weerslag op verzoekers' belangen niet een omstandigheid die hen duidelijk karakteriseert ten opzichte van alle overige marktdeelnemers die door de bestreden verordening worden geraakt, omdat de verordening uiteindelijk geen specifieke rechten heeft aangetast waarvan zij houder zijn.
Eveneens niet-ontvankelijk is het beroep tot nietigverklaring dat tegen dezelfde verordening is ingesteld door drie verenigingen die de collectieve belangen van een aantal reders vertegenwoordigen. Een vereniging die is opgericht ter behartiging van de collectieve belangen van een groep justitiabelen, kan namelijk niet worden geacht in de zin van artikel 173, vierde alinea, van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 230, vierde alinea, EG) individueel te worden geraakt door een handeling die de algemene belangen van die groep treft, zodat zij geen beroep tot nietigverklaring namens haar leden kan instellen wanneer de individuele leden dat ook niet kunnen.
Hoewel het bestaan van bijzondere omstandigheden, zoals de rol van een vereniging in het kader van een procedure die heeft geleid tot de vaststelling van een handeling in de zin van voormeld artikel, de ontvankelijkheid kan rechtvaardigen van een beroep van een vereniging waarvan de leden niet rechtstreeks en individueel door de betrokken handeling zijn geraakt, inzonderheid wanneer haar positie als onderhandelaar door die handeling is beïnvloed, geldt zulks niet wanneer de verzoekende vereniging niet de rol van onderhandelaar heeft gespeeld, die uitsluitend toekomt aan de verdragspartijen, en de betrokken regeling hun geen enkel procedureel recht toekent.
2 De door artikel 184 van het Verdrag (thans artikel 241 EG) geboden mogelijkheid om de niet-toepasselijkheid in te roepen van een verordening of een handeling van algemene strekking die de rechtsgrondslag vormt van de bestreden toepassingshandeling, vormt geen autonoom vorderingsrecht en kan slechts incidenteel worden benut. Bij ontbreken van een primair recht van beroep kan geen beroep op bedoeld artikel worden gedaan.
Full & Egal Universal Law Academy