Conclusie van de advocaat generaal
1 In deze zaak vordert het Europees Parlement nietigverklaring van besluit 95/468/EG van de Raad van 6 november 1995 betreffende de communautaire bijdrage aan telematische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten in de Gemeenschap (IDA).(1) Het voorgedragen middel betreft de rechtsgrondslag van dat besluit, dat is vastgesteld op de grondslag van artikel 235 EG-Verdrag. Het Parlement is van oordeel, dat dat artikel 129 D had moeten zijn. Ook de Commissie, die aan de zijde van verzoeker in de procedure is tussengekomen, concludeert tot nietigverklaring van het besluit, eveneens op grond dat het besluit op artikel 129 D had moeten worden gebaseerd.
2 Alvorens in te gaan op de argumenten van partijen, wil ik de voorgeschiedenis van het besluit schetsen.
Op 12 maart 1993 zond de Commissie een mededeling aan het Parlement en de Raad over trans-Europese telematicanetwerken tussen overheidsdiensten. Die mededeling ging vergezeld van twee voorstellen voor besluiten van de Raad: het eerste betrof een geheel van "richtsnoeren" voor de trans-Europese telematicanetwerken tussen overheidsdiensten(2), het tweede betrof een meerjarige communautaire actie betreffende de totstandbrenging van trans-Europese telematicanetwerken ten behoeve van de uitwisseling van gegevens tussen overheidsdiensten(3) (hierna: "IDA-project"). De twee voorstellen waren oorspronkelijk op artikel 235 van het Verdrag gebaseerd, maar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht werd artikel 129 D als rechtsgrondslag gekozen. In het bijzonder werd daarbij verwezen naar de eerste alinea van dat artikel, dat voorziet in de toepassing van de "medebeslissingsprocedure" voor de vaststelling van de richtsnoeren, en naar de derde alinea, dat de samenwerkingsprocedure voorschrijft voor de meerjarige IDA-actie. In weerwil van het contrair advies van het Parlement, stelde de Raad het besluit vast op de grondslag van artikel 235.
Gepreciseerd zij hier, dat het oorspronkelijk om twee voorstellen van de Commissie ging: het ene betreffende de richtsnoeren, het andere betreffende het IDA-project. De Raad heeft evenwel één enkele handeling vastgesteld - het besluit dat thans in geding is - waarin de inhoud van beide voorstellen is opgenomen.(4) Hoewel het eindresultaat stellig heel wat anders is dan een eenvoudige samenvoeging van de twee oorspronkelijke voorstellen, zijn deze materieel in het bestreden besluit overgenomen.(5)
3 Dan kom ik thans tot de grond van de zaak. Zoals reeds gezegd, is het besluit vastgesteld op de grondslag van artikel 235. Volgens vaste rechtspraak "kan artikel 235 van het Verdrag slechts als rechtsgrondslag van een handeling worden gebruikt, wanneer geen andere verdragsbepaling de gemeenschapsinstellingen de voor de vaststelling van die handeling vereiste bevoegdheid verleent".(6) Het gaat hier dus om een vangnetbepaling, die enkel kan worden toegepast wanneer er geen andere, meer specifieke machtigingsbepaling bestaat. Waar hij zijn keuze van artikel 235 blijft verdedigen, stelt de Raad zich dus klaarblijkelijk op het standpunt, dat er in casu geen andere bevoegdheidsgrondslag was dan de door artikel 235 geboden subsidiaire algemene grondslag.
De Raad betoogt, in andere woorden, dat de bepalingen van titel XII, betreffende trans-Europese netwerken, die volgens het Parlement en de Commissie als rechtsgrondslag van het bestreden besluit hadden moeten worden gekozen, niet kunnen worden toegepast. Met dat besluit, aldus de Raad, werd een financiële bijdrage voor bepaalde projecten in de sector telematische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten toegekend; de communautaire financiering van trans-Europese netwerken, zoals voorzien in artikel 129 C, lid 1, derde streepje, zou echter afhankelijk zijn van de opstelling van een geheel van richtsnoeren, als bedoeld onder het eerste streepje van artikel 129 C, lid 1. In casu, aldus de Raad, was dat geheel van richtsnoeren niet opgesteld. De Raad betoogt dus, dat hij het IDA-besluit niet op de grondslag van artikel 129 D heeft vastgesteld, omdat er tevoren geen "richtsnoeren" waren opgesteld noch "projecten van gemeenschappelijk belang" waren aangewezen, die het verplichte referentiekader van iedere financiële actie van de Gemeenschap moeten vormen. Nog steeds volgens de Raad kan men ook niet zeggen, dat het bestreden besluit "richtsnoeren" in de zin van artikel 129 C, lid 1, eerste streepje, vastlegt of voorziet in maatregelen inzake de "interoperabiliteit van de netwerken" in de zin van lid 1, tweede streepje, van dat artikel. Daarom, aldus de Raad, moest het besluit op artikel 235 worden gebaseerd.
Het Parlement en de Commissie zijn een andere mening toegedaan. Zij stellen, dat in het besluit beide voorstellen van de Commissie - zowel dat inzake de richtsnoeren als dat inzake het IDA-programma - zijn geïntegreerd en dat het besluit dus de uitvoering vormt van de twee opdrachten die op het betrokken gebied aan de gemeenschapsorganen zijn gegeven: het eerste voorstel van de Commissie omschreef de "richtsnoeren", het tweede de operationele maatregelen. Het besluit voldoet daarmee aan de voorwaarden van elk van de drie in artikel 129 C, lid 1, beschreven gevallen: opstelling van richtsnoeren met aanwijzing van projecten van gemeenschappelijk belang (artikel 129 C, lid 1, eerste streepje); maatregelen met betrekking tot de interoperabiliteit van de netwerken (artikel 129 C, lid 1, tweede streepje); communautaire financiering van de aldus omschreven projecten (artikel 129 C, lid 1, derde streepje). In deze voorstelling zou het besluit zijn rechtsgrondslag in titel XII van het Verdrag vinden, en niet in artikel 235.
4 Het criterium dat voor een juiste beslissing in deze zaak moet worden toegepast, is te vinden in de vaste rechtspraak van het Hof(7): om vast te stellen of de Raad het besluit al dan niet op artikel 235 kon baseren, dient men te zien naar het doel en de inhoud ervan. In het volgende zal ik uiteenzetten, waarom ik met verzoeker van oordeel ben, dat het bestreden besluit binnen het toepassingsgebied van titel XII van het Verdrag, betreffende trans-Europese netwerken, valt.
De doelstelling van het besluit blijkt uit zijn considerans. Het wil verzekeren dat, dankzij het "gebruik (...) van telematica"(8), een "nauwe samenwerking [tot stand komt] tussen de bevoegde overheidsdiensten van de lidstaten en tussen die overheidsdiensten en de instellingen van de Gemeenschap".(9) In het bijzonder is daarvoor vereist, dat de interne telematicasystemen van de lidstaten zodanig zijn gestructureerd, dat "deze telematicasystemen interoperabel zijn".(10) Wegens de noodzaak van een financiële bijdrage van de Gemeenschap(11) wordt er in de zesde overweging op gewezen, dat "de voorwaarden moeten worden vastgesteld waaronder de uitvoering van bepaalde concrete projecten in aanmerking komt voor communautaire steun".
Dan de inhoudelijke kant van het besluit: artikel 1 luidt als volgt: "Met dit besluit wordt beoogd de communautaire bijdrage aan bepaalde projecten op het gebied van de op telematica gebaseerde uitwisseling van gegevens tussen overheidsdiensten vast te stellen, teneinde de samenwerking tussen deze diensten te verbeteren. Met dit doel wordt er voor 1995, 1996 en 1997 een lijst van projecten vastgesteld waarvan hierbij wordt erkend dat zij aan een specifieke behoefte beantwoorden en door de Gemeenschap moeten worden gesteund om in de gehele Gemeenschap operationeel te kunnen worden."
De lijst van de projecten waarvan wordt erkend dat "communautaire steun nodig is", is opgenomen in artikel 2.(12) Enkele daarvan betreffen de praktische uitvoering van een reeks met name genoemde sectoriële projecten.(13)
Artikel 3, lid 1, bepaalt "het financiële referentiebedrag voor de uitvoering van [de IDA-]actie" voor 1995 en 1996, alsmede de modaliteiten voor de vaststelling van dat bedrag voor 1997.
De uitvoering van het besluit is opgedragen aan de Commissie.(14) Deze uitvoering kan onder meer de volgende soorten acties omvatten: "presentatie van technische oplossingen met betrekking tot netwerken om communicatie tussen de autonome informatiesystemen van de overheidsdiensten mogelijk te maken; uitwerking en validatie van gemeenschappelijke regels voor een communicatiearchitectuur; (...) bijdrage aan het uitwerken van een juridisch kader, inzonderheid door het opstellen van typeovereenkomsten (...)".(15)
Ten slotte worden de "basisvoorwaarden" bepaald waaraan voor het verstrekken van een communautaire bijdrage moet worden voldaan.(16)
5 Let men op het doel en de inhoud van het besluit, dan is het volstrekt duidelijk, dat deze handeling van de gemeenschapswetgever op het gebied van de trans-Europese telematicanetwerken ligt. Dat in de negende overweging van de considerans wordt gepreciseerd, dat het besluit "hoofdzakelijk ten doel heeft de samenwerking tussen overheidsdiensten te vergemakkelijken", lijkt ons hier niet de doorslag te geven. Dat resultaat is immers enkel een uitvloeisel van de inrichting van telematicanetwerken. Kortom, het onmiddellijke doel van het besluit is het gebruik van telematica als instrument voor de uitwisseling van gegevens betreffende de werking van de binnenmarkt te bevorderen, en voor dat doel bevat het Verdrag een speciale titel waarin een communautair beleid met specifieke communautaire acties is omschreven. Het lijkt mij overigens een natuurlijke zaak, dat de inrichting van interoperabele netwerken ook andere doelen dient en, in het onderhavige geval, de samenwerking tussen overheidsdiensten vergemakkelijkt. Dat doet echter niets af aan het feit, dat het besluit thuishoort in het kader van de actie van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese netwerken.
Van belang is dan eventueel, wat het bijzondere aspect is van de regeling van titel XII, waarop het besluit betrekking heeft. Dat wil zeggen, gaat het om het opstellen van richtsnoeren (artikel 129 C, lid 1, eerste streepje), om een actie ter verzekering van de interoperabiliteit van de netwerken (artikel 129 C, lid 1, tweede streepje) of enkel om een financiële bijdrage van de Gemeenschap (artikel 129 C, lid 1, derde streepje). Deze vraag is uiteraard niet van praktisch belang ontbloot, want al naar gelang het doel van de maatregel moet bij de vaststelling van het besluit een andere wetgevingsprocedure worden gevolgd.
6 Een eerste vaststelling lijkt mij in zoverre niet vatbaar voor betwisting: één aspect van het besluit is de communautaire financiering van trans-Europese telematicanetwerken. Dit punt is overigens niet in discussie en wordt, alles wel beschouwd, ook door de Raad erkend. Hij betwist immers niet, dat er een financiering voor projecten inzake trans-Europese telematicanetwerken bestaat, maar betoogt, dat die projecten ontbraken bij de voorafgaande omschrijving van een "geheel van richtsnoeren" in de zin van artikel 129 C, lid 1, eerste streepje. Daarom zou het niet mogelijk zijn geweest het bestreden besluit op de bepaling onder het derde streepje te baseren.
Deze stelling van de Raad kan niet worden aanvaard. Zeker, communautaire financiering van telematicanetwerken is afhankelijk van de voorafgaande opstelling van "richtsnoeren". Ik heb mij over dit punt al uitgelaten in mijn conclusie in een andere zaak tussen het Parlement en de Raad(17); ik gaf daar als mijn mening te kennen, dat de uitvoeringsmaatregelen met betrekking tot de financiering "noodzakelijkerwijs [afhangen] van de vooraf op te stellen programma's, aangezien alleen de in de richtsnoeren aangegeven projecten van gemeenschappelijk belang volgens de uitdrukkelijke bepaling van het derde streepje in aanmerking komen voor financiële steun van de Gemeenschap. Hieruit blijkt duidelijk, dat in de systematiek van artikel 129 C, lid 1, de concrete uitoefening van de in het derde streepje voorziene bevoegdheid afhankelijk is van de voorafgaande opstelling van de richtsnoeren."
Niets belet echter dat het programmatisch kader wordt vastgesteld bij de handeling waarmee ook de financiering wordt geregeld. De ratio van artikel 129 C, lid 1, is uitsluitend, de in de richtsnoeren aangewezen doelstellingen, die, om het zo te zeggen, in de logica van de planning passen, door communautaire financiering te ondersteunen. Het is niet nodig dat het programmatisch kader vooraf bij een afzonderlijk specifiek besluit wordt vastgesteld, in plaats van tegelijk met het besluit over de financiële steun van de Gemeenschap. De wetgever kan met één en hetzelfde besluit zowel de richtsnoeren vaststellen en de projecten van gemeenschappelijk belang aanwijzen als beslissen welke daarvan voor financiering in aanmerking komen. Dit is wat in casu is gebeurd.
7 Zoals reeds gezegd is het besluit met name gebaseerd op het voorstel van de Commissie betreffende de vaststelling van "richtsnoeren".(18) Alle elementen waardoor de richtsnoeren in de zin van artikel 129 C, lid 1, eerste streepje, worden gekwalificeerd, vindt men terug in het besluit. Volgens die bepaling immers betreffen die richtsnoeren de "doelstellingen, de prioriteiten en de grote lijnen van de op het gebied van trans-Europese netwerken overwogen maatregelen; in deze richtsnoeren worden projecten van gemeenschappelijk belang aangegeven."(19)
Welnu, de "doelstellingen" van de communautaire maatregel worden in casu omschreven in de considerans van het besluit, waaruit het oogmerk van de wetgever impliciet, maar duidelijk blijkt: hij wenst de uitwisseling tussen de nationale overheidsdiensten te vergemakkelijken van alle gegevens betreffende de werking van de interne markt. Dat doel is thans van het grootste belang wegens het inmiddels bereikte integratieniveau dat, zoals in de eerste overweging van de considerans wordt vastgesteld, "nauwe samenwerking tussen de bevoegde overheidsdiensten van de lidstaten en tussen die overheidsdiensten en de instellingen van de Gemeenschap" vereist. De technische vooruitgang, de complexiteit en de hoeveelheid uit te wisselen gegevens verlangen bovendien, dat die uitwisseling plaatsvindt met gebruik van telematicatechnieken.
Uit de considerans van het besluit blijkt voorts, dat de communautaire bijdrage aan telematische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten een prioriteit is en derhalve onverwijld moet worden gerealiseerd. In de vijfde overweging wordt erop gewezen, dat "een bijdrage van de Gemeenschap nodig is wanneer het doel van de beoogde actie niet in voldoende mate door de lidstaten kan worden verwezenlijkt". In de zevende overweging wordt voorts verklaard, dat "zonder communautaire bijdrage de uitwisseling van gegevens tussen de betrokken overheidsdiensten op nationaal en communautair niveau wellicht niet voldoende gegarandeerd is". Met name in deze formulering komt het oordeel van de wetgever over de "prioriteit" van de communautaire actie tot uitdrukking, aangezien de bij het besluit ingevoerde regeling een door de ontwikkeling van de telematicatechnieken onontkoombaar geworden essentiële voorwaarde beoogt te waarborgen met het oog op de goede werking van de interne markt.
Om de "grote lijnen van de overwogen maatregelen" gaat het in artikel 5 van het besluit. Lid 1 van dit artikel noemt de "soorten acties" die ondernomen kunnen worden bij de uitvoering van de "in artikel 2 bedoelde erkende projecten". Lid 2 preciseert vervolgens de "basisvoorwaarden" waaraan "voor het verstrekken van communautaire bijdragen moet (...) zijn voldaan".
De "projecten van gemeenschappelijk belang" ten slotte worden genoemd in artikel 2, dat alle initiatieven opsomt die "als projecten (...) waarvoor communautaire steun nodig is, worden (...) erkend".
8 Zoals de voorgaande analyse aantoont, stelt het besluit in wezen de "richtsnoeren" in de zin van artikel 129 C, lid 1, eerste streepje, vast en kent het voorts communautaire steun toe voor projecten van algemeen belang, overeenkomstig het bepaalde onder het derde streepje van artikel 129 C, lid 1. Zo gezien moet de rechtsgrond van de communautaire maatregel dus in de zojuist genoemde bepalingen worden gezocht, en niet in artikel 235.
Dat is echter niet alles. Het besluit vertoont mijns inziens enkele aspecten die gekwalificeerd kunnen worden als een actie "om de interoperabiliteit van de netwerken te verzekeren", zoals artikel 129 C, lid 1, tweede streepje, bepaalt. Het komt mij voor, dat deze conclusie niet slechts kan worden gebaseerd op de overwegingen van het besluit waarin sprake is van de noodzaak de interoperabiliteit van de nationale telematicasystemen te verzekeren(20), maar ook op de duidelijke bewoordingen van het besluit zelf en wel in de eerste plaats artikel 4, lid 3, sub a, vierde streepje, dat bepaalt dat de daarbij ingestelde procedure geldt voor "de vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften en methoden inzake technische en administratieve interoperabiliteit". Deze passage bevestigt, dat de actie waartoe het besluit de aanzet geeft, met name de interoperabiliteit van de netwerken beoogt. Artikel 5, lid 1, gaat overigens in dezelfde richting: tot de acties die de Commissie kan ondernemen voor de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde "projecten van gemeenschappelijk belang", behoren immers die inzake de "presentatie van technische oplossingen met betrekking tot netwerken om communicatie tussen de autonome informatiesystemen van de overheidsdiensten mogelijk te maken", en de "uitwerking en validatie van gemeenschappelijke regels voor een communicatiearchitectuur". Ten slotte wordt interoperabiliteit genoemd als een van de voorwaarden voor het verstrekken van een communautaire bijdrage.(21)
De vaststelling van het besluit kan dus ook ressorteren onder de communautaire bevoegdheden ex artikel 129 C, lid 1, tweede streepje, inzake de interoperabiliteit van de netwerken.
9 In het licht van het voorgaande kom ik tot de slotsom, dat het besluit naar zijn inhoud onder de in artikel 129 C, lid 1, eerste, tweede en derde streepje, bedoelde communautaire bevoegdheden ressorteert. Het omschrijft immers "richtsnoeren", waarborgt de "interoperabiliteit van de netwerken" en kent een financiële bijdrage van de Gemeenschap toe. Het is dus artikel 129 C, lid 1, dat het besluit zijn grondslag had moeten bieden, en de Raad had het niet op basis van artikel 235 mogen vaststellen, Het besluit mist derhalve een correcte rechtsgrondslag en moet om die reden nietig worden verklaard.
Maar volgens welke procedure had het dan wel moeten worden vastgesteld? Volgens 's Hofs rechtspraak is een instelling, "wanneer haar bevoegdheid op twee verdragsbepalingen berust, (...) gehouden (...) de desbetreffende handelingen op basis van die twee bepalingen vast te stellen".(22)
In casu evenwel is het gebruik van een meervoudige rechtsgrondslag niet goed denkbaar, omdat de hier relevante bepalingen het gebruik van verschillende wetgevingsprocedures voorschrijven: de medebeslissingsprocedure voor de vaststelling van de richtsnoeren(23), de samenwerkingsprocedure voor de maatregelen met betrekking tot de interoperabiliteit en de communautaire financiële bijdrage.(24) In een dergelijk geval, meen ik, moet de keuze op de medebeslissingsprocedure vallen, die het Parlement meer invloed geeft op de inhoud van de handeling.
10 Tot slot nog enkele woorden over het verzoek van de Raad om in geval van nietigverklaring van het besluit de werking ervan te handhaven ingevolge artikel 174, tweede alinea. De Commissie heeft zich bij dit verzoek aangesloten, het Parlement gaat ertegen in.(25)
De reden van het verzoek is, dat in geval van nietigverklaring ex tunc van het besluit, de goede samenwerking tussen de nationale overheidsdiensten op het gebied van de werking van de interne markt op losse schroeven zou komen te staan. Met name zouden programma's van essentieel belang, zoals VIES en ANIMO, dan niet voortgezet kunnen worden.
Ik voor mij ben van oordeel, dat het Hof van de hem door artikel 174, tweede alinea, gegeven bevoegdheid gebruik moet maken om te voorkomen dat de nietigverklaring met terugwerkende kracht van het besluit ernstig nadeel zou veroorzaken aan de marktdeelnemers, de lidstaten en de Gemeenschap zelf. Te bepalen valt nog, welke gevolgen van het besluit als definitief moeten worden beschouwd. De partijen, en met name de Commissie, hebben uiteengezet, waarom het gewenst is de gevolgen van reeds op basis van het besluit ondernomen acties in stand te laten. Zij hebben echter het stilzwijgen bewaard met betrekking tot de andere gevolgen. Ik geef daarom in overweging om, naar het voorbeeld van 's Hofs beslissing in de zaak Parlement/Raad(26), te verklaren dat enkel de gevolgen van reeds op basis van het nietig verklaarde besluit ondernomen acties gehandhaafd blijven.
Conclusie
Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging:
- nietig te verklaren besluit 95/468/EG van de Raad van 6 november 1995 betreffende de communautaire bijdrage aan telematische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten in de Gemeenschap (IDA);
- te verklaren dat, tot de inwerkingtreding van een op de juiste grondslag gebaseerd besluit, de gevolgen van door de Commissie reeds op basis van het nietig verklaarde besluit ondernomen acties gehandhaafd blijven;
- de Raad te verwijzen in de kosten, met uitzondering van die welke door de Commissie zijn gemaakt.
(1) - PB L 269, blz. 23.
(2) - PB C 105, blz. 10.
(3) - PB C 105, blz. 12.
(4) - Dat beide voorstellen in het besluit zijn opgenomen, blijkt formeel met name hieruit, dat waar in de considerans wordt gesproken over "het voorstel" van de Commissie, er niet enkel wordt verwezen naar de IDA-actie, maar ook naar het voorstel inzake richtsnoeren; het is immers juist PB C 105, blz. 10, de vindplaats van dit laatste voorstel, dat wordt geciteerd.
(5) - Partijen zijn het erover eens, dat voor zover het besluit van de voorstellen afwijkt, de wijzigingen binnen de amenderingsbevoegdheid van de Raad ex artikel 189 A van het Verdrag blijven.
(6) - Arrest van 26 maart 1996, Parlement/Raad (C-271/94, Jurispr. blz. I-1689, punt 13).
(7) - Zie arresten van 11 juni 1991, Commissie/Raad (C-300/89, Jurispr. blz. I-2867, punt 10), en 9 november 1995, Duitsland/Raad (C-426/93, Jurispr. blz. I-3723, punt 29), alsmede arrest Parlement/Raad, reeds aangehaald, punt 14.
(8) - Tweede overweging van de considerans.
(9) - Eerste overweging.
(10) - Derde overweging.
(11) - Vijfde overweging.
(12) - Artikel 2, lid 1: "Als projecten op het gebied van de telematicanetwerken voor gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten waarvoor communautaire steun nodig is, worden hierbij erkend: - praktische invoering van elektronische post op basis van X.400; - verbetering van de op telematica gebaseerde uitwisseling van gegevens tussen lidstaten, alsook tussen lidstaten en de EG-instellingen; - vereenvoudiging van het communautaire besluitvormingsproces, d.w.z. in hoofdzaak de mededeling en het beheer van officiële documenten; - vooruitgang op het gebied van de volgende horizontale activiteiten: - verrichten van generieke diensten zoals berichtenoverdracht, bestandsoverdracht en toegang tot gegevensbanken, - gegevensstructuur en referentiemodel, hetgeen de uitwerking van gemeenschappelijke architectuurregels, normalisatieactiviteiten en hun praktische uitvoering, met name het NSPP (National Server Pilot Project) inhoudt, - juridisch en contractueel kader en kwaliteitscontrole; - steun voor werkzaamheden ter voorbereiding van gegevensuitwisseling door middel van telematica van het Europees Milieuagentschap, het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, ontwerpen en modellen), het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling, het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving en het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie, op verzoek van deze organisaties; (...)"
(13) - Artikel 2, lid 1, zesde streepje: "douane en belastingen: VIES/SITES, Excises Control, Quota, Scent-CIS/Fiscal, Taric, EBTI, Transit; visserij: Fides; landbouw: Animo, Physan, Shift; sociale zekerheid: Sosenet, Eures; overheidsopdracht: Simap; volksgezondheid: Care (systeem voor vroegtijdige waarschuwing en geneesmiddelenbewaking), Reitox; statistiek: SISR/DSIS (incl. Extracom en SERT); handelspolitiek: SIGL; mededingingsbeleid: Fourcom; cultuur: ITCG (onwettig verkeer van cultuurgoederen)".
(14) - De Commissie wordt bijgestaan door een comité en is gebonden aan de procedurevoorschriften van artikel 4.
(15) - Artikel 5, lid 1.
(16) - Artikel 5, lid 2.
(17) - Reeds aangehaald in voetnoot 6, met name Jurispr. blz. I-1697 en I-1698.
(18) - Tal van elementen van het besluit zijn overgenomen uit het voorstel inzake richtsnoeren van de Commissie: - artikel 2, lid 1, eerste streepje (invoering van elektronische post): zie artikel 3, zevende streepje, en artikel 4, horizontale acties, tweede streepje; - artikel 2, lid 1, tweede streepje (verbetering van op telematica gebaseerde gegevensuitwisseling); het gaat hier om een generieke formulering, die alle in artikel 4 van het voorstel omschreven "horizontale activiteiten" samenvat; - artikel 2, lid 1, vierde streepje (gemeenschappelijke architectuurregels, normalisatieactiviteiten): zie artikel 3, vijfde en zesde streepje, en artikel 4, horizontale activiteiten, eerste streepje; - artikel 2, lid 1, vierde streepje (juridisch kader): de Commissie had voorgesteld dit aspect in het kader van het tweede voorstel (IDA) te regelen, terwijl de Raad het als een probleem van algemene aard zag, dat dus onder de projecten van gemeenschappelijk belang moest worden opgenomen. Ook de initiatieven bedoeld in artikel 2, lid 1, derde, vijfde en zesde streepje, hebben materiële overeenkomsten met het voorstel inzake richtsnoeren; het enige verschil, zo merkt de Commissie op, ligt in de presentatie: terwijl het voorstel een lijst van sectoren bevatte, vermeldt het besluit de reeds in die sectoren bestaande netwerken.
(19) - Cursiveringen van mij.
(20) - Derde overweging van de considerans.
(21) - Artikel 5, lid 2, tweede streepje.
(22) - Arrest van 27 september 1988, Commissie/Raad (165/87, Jurispr. blz. 5545, punt 11).
(23) - Artikel 129 C, lid 1, eerste streepje, juncto artikel 129 D, eerste alinea.
(24) - Artikel 129 C, lid 1, tweede en derde streepje, juncto artikel 129 D, tweede alinea.
(25) - Het Parlement lijkt zelfs twijfel te koesteren aan de regelmatigheid van het verzoek van de Commissie, dit in verband met artikel 37, derde alinea, van 's Hofs Statuut-EG. Volgens het Parlement heeft de Commissie, als interveniënte, de door die bepaling gestelde grenzen overschreden, voor zover de partij aan wier zijde de interventie heeft plaatsgevonden, dat wil zeggen het Parlement, niet heeft verzocht om toepassing van artikel 174, tweede alinea. Ook de Commissie kan dus in haar interventie niet daarom verzoeken. Dit lijkt mij echter niet juist. Het verzoek van de Commissie is mijns inziens geen "conclusie" in technische zin; zij geeft het Hof eenvoudig in overweging, gebruik te maken van een bevoegdheid die het rechtstreeks aan het Verdrag ontleent. De kwestie is echter niet van belang, omdat de Raad uitdrukkelijk tot toepassing van artikel 174, tweede alinea, heeft geconcludeerd en het Hof in elk geval over die conclusie moet beslissen.
(26) - Reeds aangehaald in voetnoot 6, punten 39 en 40.
Full & Egal Universal Law Academy