Conclusie van de advocaat generaal
1 In de onderhavige niet-nakomingszaak heeft de Commissie verzocht om veroordeling van de Franse Republiek wegens niet-nakoming van de verplichtingen die op deze Lid-Staat rusten ingevolge het EG-Verdrag, doordat niet binnen de gestelde termijn de maatregelen zijn getroffen die nodig zijn om uitvoering te geven aan richtlijn 91/507/EEG van de Commissie van 19 juli 1991 tot wijziging van de bijlage van richtlijn 75/318/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de analytische, toxicologisch-farmacologische en klinische normen en voorschriften betreffende proeven op farmaceutische specialiteiten(1) (hierna: "richtlijn").
2 Ingevolge artikel 2 van de richtlijn dienden de Lid-Staten de nodige maatregelen te treffen om uiterlijk op 1 januari 1992(2) aan de richtlijn te voldoen, en moesten zij de Commissie onmiddellijk daarvan in kennis stellen.
Daar de Franse Republiek bij het verstrijken van de gestelde termijn de Commissie niet had meegedeeld, dat zij de richtlijn ten uitvoer had gelegd, leidde de Commissie bij aanmaningsbrief van 20 mei 1992 de niet-nakomingsprocedure overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag in.
Bij schrijven van 20 juli 1992 deelde de permanente vertegenwoordiging van Frankrijk bij de Europese Gemeenschappen de Commissie mee, dat een ontwerpbesluit in voorbereiding was.
Toen zij nog steeds niet van de uitvoering van de richtlijn in kennis was gesteld, bracht de Commissie op 4 juli 1994 een met redenen omkleed advies uit, volgens hetwelk de Franse Republiek niet had voldaan aan de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen, door niet binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen die nodig waren om de richtlijn uit te voeren.
Bij schrijven van 12 september 1994 gaven de Franse autoriteiten te kennen, dat voor de uitvoering van de richtlijn een aantal besluiten moesten worden vastgesteld die in voorbereiding waren en dat de vertraging te wijten was aan de wijziging van de toepasselijke wet tijdens de laatste parlementaire zitting.
Toen de Franse autoriteiten geen melding maakten van de vaststelling van het besluit, heeft de Commissie op 26 januari 1996 het onderhavige beroep ingesteld.
3 De Franse Republiek bestrijdt niet, dat zij aan de richtlijn uitvoering dient te geven. In haar verweerschrift heeft zij uiteengezet, dat voor die uitvoering vijf teksten nodig zijn: een wet, een decreet en drie besluiten, die alle in voorbereiding zijn. In dupliek heeft de Franse regering daaraan toegevoegd, dat wet nr. 96-452 van 28 mei 1996 tot vaststelling van diverse sanitaire, sociale en statutaire maatregelen, op 29 mei 1996 bekend is gemaakt. Deze wet wijzigt de Franse Code de la santé publique, teneinde het in de bijlage bij de richtlijn genoemde beginsel inzake vergunningen voor het in de handel brengen in uitzonderlijke omstandigheden in te voeren.
4 De Commissie heeft in repliek aangevoerd, dat het verweerschrift van de Franse Republiek het in het verzoekschrift uitgedrukte vermoeden bevestigt, dat de richtlijn niet ten uitvoer is gelegd. De Commissie handhaaft derhalve haar conclusies strekkende tot veroordeling van de Franse Republiek.
5 Ik wijs erop, dat de Franse Republiek niet heeft bestreden dat de richtlijn niet binnen de in artikel 2 van de richtlijn gestelde termijn in Frans recht is omgezet. Derhalve moet worden vastgesteld, dat de Franse Republiek, gelijk de Commissie betoogt, niet heeft voldaan aan de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen.
6 De Commissie heeft geconcludeerd tot veroordeling van de Franse Republiek in de kosten. Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen, indien zulks gevorderd is.
Conclusie
7 Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging, voor recht te verklaren:
"1) Door niet binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn om uitvoering te geven aan richtlijn 91/507/EEG van de Commissie van 19 juli 1991 tot wijziging van de bijlage van richtlijn 75/318/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de analytische, toxicologisch-farmacologische en klinische normen en voorschriften betreffende proeven op farmaceutische specialiteiten, heeft de Franse Republiek niet voldaan aan de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen.
2) De Franse Republiek wordt in de kosten verwezen."
(1) - PB 1992, L 270, blz. 32.
(2) - Met uitzondering van deel 2, hoofdstuk A. 3.3, van de bijlage.
Full & Egal Universal Law Academy