Conclusie van de advocaat generaal
1 In deze zaak dient het Hof zich uit te spreken over het beroep van de Commissie van 22 maart 1996 krachtens artikel 169 EG-Verdrag, strekkende tot vaststelling dat de Helleense Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens het Verdrag, artikel 20, lid 1, van richtlijn 92/118/EEG(1) en artikel 2, lid 1, van richtlijn 93/52/EEG(2), door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om aan deze richtlijnen te voldoen, en de Commissie daarvan in kennis te stellen.
2 Ingevolge genoemde bepalingen moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om vóór 1 januari 1994 aan deze richtlijnen te voldoen, en moesten zij de Commissie daarvan in kennis stellen.
3 Omdat de Commissie op 1 januari 1994 geen enkele mededeling had ontvangen over de omzetting van deze richtlijnen in nationaal recht, zond zij op 10 februari daaraanvolgend een aanmaningsbrief aan de Griekse regering, waarin zij op dit uitblijven van informatie wees, haar verweet dat zij de door het Verdrag en genoemde richtlijnen opgelegde verplichtingen niet was nagekomen, en haar een termijn van twee maanden stelde om haar opmerkingen te maken.
4 Toen de Griekse regering binnen de daartoe gestelde termijn niet op deze aanmaningsbrief had gereageerd, bracht de Commissie op 21 september 1994 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij vaststelde, dat volgens de informatie waarover zij beschikte, de Helleense Republiek genoemde richtlijnen niet in nationaal recht had omgezet en de Commissie ook geen mededeling daaromtrent had doen toekomen, hetgeen als niet-nakoming moest worden aangemerkt. Derhalve verzocht zij haar, binnen een termijn van twee maanden de nodige maatregelen vast te stellen om zich naar de richtlijnen te voegen.
5 Aangezien de Commissie meer dan een jaar later nog steeds geen bewijs had, dat de Helleense Republiek die richtlijnen had uitgevoerd, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld, dat op 22 maart 1996 bij de griffie van het Hof is ingeschreven.
6 In haar verweerschrift betwist de Griekse regering de haar verweten niet-nakoming niet, doch verklaart zij enkel, dat twee ontwerpen voor een presidentieel decreet tot omzetting van die richtlijnen in nationaal recht ter ondertekening aan de minister van Landbouw zijn voorgelegd.
7 Uit het verweerschrift van de Griekse regering blijkt duidelijk, dat toen de Commissie het beroep instelde, de Helleense Republiek nog niet de nodige maatregelen had vastgesteld voor de omzetting van die richtlijnen in nationaal recht en dat de termijn daarvoor op 1 januari 1994 was verstreken.
8 Mitsdien moet het beroep worden toegewezen en moet de verwerende Lid-Staat ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering worden verwezen in de kosten van het geding.
9 Derhalve geef ik het Hof in overweging:
1) Vast te stellen dat de Helleense Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens het EG-Verdrag, artikel 20, lid 1, van richtlijn 92/118/EEG en artikel 2, lid 1, van richtlijn 93/52/EEG, door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen om aan deze richtlijnen te voldoen, en de Commissie daarvan in kennis te stellen.
2) De Helleense Republiek te verwijzen in de kosten van het geding.
(1) - Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van produkten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van richtlijn 90/425/EEG (PB 1993, L 62, blz. 49).
(2) - Richtlijn 93/52/EEG van de Raad van 24 juni 1993 tot wijziging van richtlijn 89/556/EEG tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo's van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (PB 1993, L 175, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy