Conclusie van de advocaat generaal
1. In deze procedure krachtens artikel 169 van het Verdrag verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen, dat het Koninkrijk België zijn verplichtingen uit het Verdrag niet is nagekomen door niet binnen de voorgeschreven termijn de nodige bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 91/659/EEG van de Commissie van 3 december 1991 houdende aanpassing aan de technische vooruitgang van bijlage I van richtlijn 76/769/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (asbest).(1)
2. In artikel 2 van de richtlijn is bepaald:
"1. De Lid-Staten dienen vóór 1 januari 1993 de bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis. Zij passen deze bepalingen toe vanaf 1 juli 1993.
(...)
2. Uiterlijk 18 maanden te rekenen vanaf de aanneming delen de Lid-Staten de Commissie de tekst van de belangrijke bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen."
3. België heeft niet betwist, dat het heeft verzuimd de richtlijn uit te voeren. Als verweer voert het aan, dat aan de noodzakelijke maatregelen wordt gewerkt.
4. Bijgevolg dient de vordering van de Commissie te worden toegewezen.
Conclusie
Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 91/659/EEG van de Commissie, de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) het Koninkrijk België te verwijzen in de kosten van de procedure.
(1) - PB 1991, L 363, blz. 36.
Full & Egal Universal Law Academy