Conclusie van de advocaat generaal
1 In hoeverre kan een producent, zonder in strijd te komen met het gemeenschapsrecht, voordeel trekken uit het prestige van de term whisky teneinde de verkoop te bevorderen van een gedistilleerde drank die weliswaar op basis van whisky is vervaardigd, maar waarvan hij niet betwist, dat het geen whisky is in de zin van de geldende regeling? Dit is de kern van het geding voor het Tribunal de grande instance de Paris, waarin de Scotch Whisky Association (hierna: "SWA"), een vennootschap naar Schots recht die ten doel heeft de belangen van de handel in Schotse whisky wereldwijd te beschermen en te bevorderen en die belangen in rechte te verdedigen, optreedt tegen de vennootschap La Martiniquaise LM, thans Compagnie financière européenne de prises de participation (hierna: "La Martiniquaise"), die zich bezighoudt met de productie en verhandeling, onder het merk Gold River en de aanduiding "spiritueux au whisky", van een drank bestaande uit een mengsel van Schotse, Canadese en Noord-Amerikaanse whisky's en water met een alcoholgehalte van 30 %, alsmede tegen de Centrale d'achats et de services alimentaires, de inkoopcentrale van Prisunic, en tegen de vennootschap Prisunic, die in haar winkels die drank te koop aanbiedt.
2 De SWA klaagt erover, dat haar tegenpartijen oneerlijke concurrentie bedrijven door de drank Gold River in de handel te brengen onder een benaming waarin de term "whisky" voorkomt, hoewel verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad van 29 mei 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken(1) (hierna: "verordening") het alcoholvolumegehalte van whisky op ten minste 40 % vaststelt.
3 De tegenpartijen betogen, dat door niet de benaming whisky maar de benaming "spiritueux au whisky" te gebruiken voor een drank die weliswaar is aangelengd met water, maar als enig alcoholproduct whisky bevat, zij in alle opzichten voldoen aan de verordening en aan richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame(2) (hierna: "richtlijn").
4 Gesteld voor een probleem van uitlegging van het gemeenschapsrecht, waarvan de oplossing bepalend is voor de beoordeling van de gegrondheid van de stellingen van partijen, legt de nationale rechter ons de vraag voor, of, gelet op de Europese regeling, in het bijzonder op artikel 5 van de verordening, de generieke term "whisky" mag voorkomen in de verkoopbenaming van gedistilleerde dranken die uitsluitend bestaan uit whisky verdund met water zodat het alcoholvolumegehalte minder dan 40 % bedraagt.
5 Alvorens de in de verordening neergelegde regels nader te bezien, lijkt het mij zeker niet onnodig aan de hand van de overwegingen van de considerans van de verordening te herinneren aan de doelstellingen die de verordening nastreeft door de voor de verschillende gedistilleerde dranken toepasselijke benamingen vast te leggen. Vooral de eerste twee overwegingen en de vierde overweging lijken mij in dit opzicht verhelderend. Deze luiden als volgt:
"Overwegende dat er nog geen communautaire bepalingen bestaan die specifiek op gedistilleerde dranken, met name op de definitie, de omschrijving en de aanbiedingsvorm daarvan, betrekking hebben; dat, gelet op het economisch belang van de betrokken producten, voor die facetten gemeenschappelijke bepalingen moeten worden vastgesteld teneinde bij te dragen tot de goede werking van de gemeenschappelijke markt;
Overwegende dat de gedistilleerde dranken belangrijke afzetmogelijkheden bieden voor de landbouw in de Gemeenschap; dat deze afzetmogelijkheden grotendeels te danken zijn aan de goede faam die deze producten in de Gemeenschap en daarbuiten hebben verworven; dat deze faam met de kwaliteit van de traditionele producten verband houdt; dat derhalve voor het behoud van deze afzetmogelijkheden een bepaald kwaliteitspeil voor deze producten moet worden gehandhaafd; dat het daartoe dienstig is de producten te definiëren en daarbij rekening te houden met de traditionele gebruiken waarop deze faam berust; dat voorts de aldus gedefinieerde benamingen moeten worden gereserveerd voor producten waarvan de kwaliteit met die van de traditionele producten overeenkomt, zulks om te voorkomen dat deze benamingen hun waarde verliezen;
Overwegende dat de normale en gebruikelijke wijze om de verbruiker voor te lichten erin bestaat gegevens op het etiket te vermelden; dat voor de etikettering van gedistilleerde dranken de algemene voorschriften gelden van de richtlijn (...); dat, gezien de aard van de producten en voor een betere voorlichting van de verbruiker, aanvullende specifieke bepalingen dienen te worden vastgesteld en met name aanduidingen inzake rijping en het minimumalcoholgehalte voor menselijke consumptie in de definities van die producten dienen te worden opgenomen."
6 Hieruit blijkt, dat de gemeenschapswetgever de op het kwaliteitspeil berustende faam van een aantal traditionele gedistilleerde dranken heeft willen handhaven en de consument van die dranken een beter aangepaste en duidelijker informatie dan die krachtens de richtlijn heeft willen verschaffen. De bedoeling was derhalve, door middel van de verordening weer orde te scheppen in een sector waar een in alle opzichten verwerpelijke willekeur heerste.
7 Een van de traditionele gedistilleerde dranken, die de verordening beoogt te beschermen, is whisky.
8 Whisky vormt een categorie gedistilleerde dranken, die in artikel 1, lid 4, sub b, als volgt is omschreven:
"gedistilleerde drank die wordt verkregen door distillatie van een beslag van granen dat is:
- versuikerd door diastase van de mout die het bevat, al dan niet met andere natuurlijke enzymen,
- gegist onder inwerking van gist,
- gedistilleerd tot minder dan 94,8 % vol, op zodanige wijze dat het distillatieproduct een aroma en een smaak heeft die afkomstig zijn van de gebruikte grondstoffen,
en ten minste drie jaar gerijpt op houten fusten met een inhoud van 700 liter of minder".
9 Om de benaming "whisky" te mogen voeren, dient een drank bovendien een minimumalcoholvolumegehalte te hebben. Artikel 3, lid 1, van de verordening bepaalt namelijk:
"Met uitzondering van met jeneverbessen gearomatiseerde gedistilleerde dranken (...) moeten de hierna genoemde gedistilleerde dranken om in de Gemeenschap onder een van de in artikel 1, lid 4, genoemde benamingen voor menselijke consumptie te mogen worden geleverd, (...) ten minste het aangegeven alcoholvolumegehalte hebben:
- 40 % vol whisky."
10 Uit het samenstel van artikel 1, lid 4, en artikel 3, lid 1, blijkt zonder enige twijfel, dat de drank Gold River met een alcoholvolumegehalte van 30 % geen whisky in de zin van de verordening is, ook al is whisky het enige alcoholbestanddeel ervan. Dit wordt overigens ook door niemand betwist.
11 Onenigheid is er daarentegen wel over de vraag, of het al dan niet in strijd is met de verordening voor deze drank de verkoopbenaming "spiritueux au whisky" te gebruiken en hoe artikel 5 van de verordening moet worden uitgelegd. Dit artikel bepaalt in lid 1:
"Onverminderd de krachtens artikel 6 vastgestelde bepalingen mogen de in artikel 1, lid 4, genoemde benamingen uitsluitend voor de daarin gedefinieerde gedistilleerde dranken worden gebruikt, met inachtneming van de eisen gesteld in de artikelen 2, 3, 4 en 12. Deze benamingen moeten ter aanduiding van die dranken worden gebruikt.
Voor gedistilleerde dranken die niet voldoen aan de specificaties die zijn vastgesteld voor de in artikel 1, lid 4, gedefinieerde producten, mogen de daarin genoemde benamingen niet worden gebruikt. Deze dranken moeten $gedistilleerde drank' of $gedistilleerd' worden genoemd."
12 La Martiniquaise geeft toe, dat gelet op deze bepalingen haar drank Gold River, nu zij die niet "whisky" mag noemen, als "gedistilleerd" of "gedistilleerde drank" moet worden aangeduid. Zij acht zich echter gerechtigd aan de woorden "gedistilleerd" of "gedistilleerde drank" de term "au whisky" toe te voegen.
13 De Franse regering verdedigt hetzelfde standpunt. De Commissie en de regeringen van Duitsland, Spanje, Ierland, Italië en het Verenigd Koninkrijk hebben zich in hun opmerkingen in tegengestelde zin geuit.
14 Ikzelf meen eveneens, dat de stelling van La Martiniquaise moeilijk houdbaar is. Zou zij namelijk gegrond zijn, dan zou terecht de vraag rijzen, in hoeverre de door de gemeenschapswetgever gekozen middelen geschikt zijn voor het bereiken van de doeleinden die in de genoemde overwegingen van de considerans zijn aangegeven. Wat is het nut een bedrieglijke benaming te verbieden, als die weer in de onmiddellijke nabijheid van de voorgeschreven benaming kan verschijnen? Zou werkelijk én de faam van whisky zijn beschermd én de voorlichting van de consument zijn gewaarborgd indien het verbod om voor Gold River het woord "whisky" te gebruiken in de praktijk slechts zou neerkomen op de verplichting dan maar de vermelding "spiritueux au whisky" te bezigen, waarvan het enige in het oog springende woord uiteraard "whisky" is?
15 De voorlichting van de consument kan nog gebrekkiger worden wanneer de producent, zoals La Martiniquaise, gebruik maakt van de in artikel 7, lid 4, van de verordening geboden mogelijkheid om een officiële taal van de Gemeenschap te kiezen die niet de taal van de plaats van verkoop is, als gevolg waarvan op het etiket van Gold River de aanduiding "whisky spirit" komt te staan die, het behoeft nauwelijks te worden gezegd, voor de gemiddelde Franssprekende consument alleszins onduidelijk is.
16 Zelfs al zou men zich bij de uitlegging van artikel 5 niet uitsluitend mogen laten leiden door de doelstellingen van de regeling waarin het is opgenomen, dan nog stuit de uitlegging van La Martiniquaise ook af op redactionele gronden. Uit de reactie van het artikel blijkt duidelijk, dat de producent geen enkele keuze wordt gelaten. Enkel de aard van het product is bepalend voor de te gebruiken benaming. De producent dient een product dat niet voldoet aan de specificaties die zijn vermeld in de in de eerste alinea genoemde artikelen, aan te duiden als "gedistilleerd" of "gedistilleerde drank". Voor een product dat wel aan die specificaties voldoet, is het gebruik van de voorbehouden benaming "whisky" evenzeer verplicht. Dit is niet een privilege waarvan de producent naar believen kan afzien.
17 Redactioneel lijdt het evenmin twijfel, dat de term "whisky" ingevolge artikel 5, lid 1, eerste alinea, van de verordening een benaming is. Aangezien volgens de tweede alinea voor producten die niet voldoen aan de specificaties die zijn vastgesteld voor de in artikel 1, lid 4, gedefinieerde producten, "de daarin genoemde benamingen niet mogen worden gebruikt", is het noodzakelijkerwijs verboden de term "whisky" op te nemen in de verkoopbenaming van een product als Gold River.
18 Ten slotte, zelfs al zou men even het standpunt van La Martiniquaise willen aannemen, dan zou men de zin: "Deze dranken moeten $gedistilleerde drank' of $gedistilleerd' worden genoemd" aldus moeten uitleggen, dat er staat: "Deze dranken moeten in hun benaming de woorden $gedistilleerde dranken' of $gedistilleerd' bevatten", hetgeen heel wat anders is dan de tekst van de verordening. Het is echter een grondbeginsel van rechtsinterpretatie, dat hetgeen wegens overduidelijkheid geen interpretatie behoeft, niet wordt verdraaid onder het mom van nadere uitlegging.
19 Om al deze redenen meen ik, dat het op grond van de tekst zelf van artikel 5, lid 1, van de verordening uitgesloten is voor Gold River de verkoopbenaming "spiritueux au whisky" te bezigen. Het is overigens daarom dat zowel La Martiniquaise als de Franse regering pogen, hetzij in de verordening zelf en de uitvoeringsregelingen hetzij in de richtlijn argumenten te putten om de uit de lezing van dit artikel volgende conclusies een andere zin te geven. Dit recht kan men hun uiteraard niet ontzeggen, te minder gezien de in artikel 5 voorkomende zinsnede "onverminderd de krachtens artikel 6 vastgestelde bepalingen". Dergelijke argumenten zijn echter slechts aanvaardbaar indien zij overtuigend genoeg blijken om in artikel 5 iets te lezen dat er op het eerste gezicht niet staat.
20 Van deze argumenten wordt het eerste, en ongetwijfeld het sterkste omdat het op de tekst zelf van artikel 5 steunt, ontleend aan artikel 6 van de verordening. Dit artikel luidt als volgt:
"1. Er mogen bijzondere bepalingen worden vastgesteld ter regeling van de vermeldingen die aan de verkoopbenaming mogen worden toegevoegd. Deze bepalingen betreffen:
- het gebruik van bepaalde termen, letterwoorden, afkortingen of tekens;
- het gebruik van samengestelde termen die een van de in artikel 1, leden 2 en 4, gedefinieerde generieke benamingen bevatten.
2. Er mogen bijzondere bepalingen worden vastgesteld ter regeling van de benaming van mengsels van gedistilleerde dranken en mengsels van een drank en een gedistilleerde drank.
3. De in de leden 1 en 2 genoemde bepalingen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 15. Met deze bepalingen wordt met name beoogd te voorkomen dat de in die leden bedoelde benamingen tot verwarring leiden, in het bijzonder rekening houdend met producten die op het ogenblik van de inwerkingtreding van de onderhavige verordening bestaan."
21 Volgens La Martiniquaise zou het enkele feit, dat "bijzondere bepalingen mogen worden vastgesteld ter regeling van de vermeldingen die aan de verkoopbenaming mogen worden toegevoegd", bewijzen, dat niets verbiedt, en dat het zelfs volkomen redelijk is, vermeldingen aan de verkoopbenaming toe te voegen, hetgeen zij heeft gedaan door aan de door artikel 5 voorgeschreven benaming "spiritueux" de vermelding "au whisky" toe te voegen. Volgens deze interpretatie is men vrij vermeldingen aan de verkoopbenaming toe te voegen, zolang krachtens artikel 6 geen bepalingen zijn getroffen die dat uitdrukkelijk uitsluiten, en, naar men althans mag aannemen, voor zover zulks niet in strijd is met de werkelijkheid, hetgeen niet het geval is met Gold River, dat inderdaad whisky bevat. Een soortgelijke redenering zou kunnen worden gevolgd voor lid 2 van artikel 6.
22 Hoewel ik moet toegeven, dat er in dit argument wel iets zit, meen ik toch, dat het moet worden afgewezen en wel om ten minste twee redenen.
23 Volgens de voorgestelde uitlegging is geen bijzondere bepaling nodig om toevoegingen aan de door artikel 5 voorgeschreven verkoopbenaming te regelen; bijzondere bepalingen zouden pas nodig zijn wanneer de gebruikmaking van deze beginselvergunning om aanvullende vermeldingen op te nemen, over de schreef zou gaan. Dit is echter niet exact de uitlegging die het Hof van dit artikel heeft gegeven in het arrest van 7 juli 1993.(3) In die zaak had de Spaanse regering betoogd, dat de Commissie ten onrechte had gemeend zich op artikel 6 te kunnen baseren om het gebruik van een samengestelde term zoals "orange-brandy", waarin dus de benaming "brandy" voorkomt, toe te staan voor likeuren op basis van ethylalcohol, die geen brandy in de zin van artikel 1, lid 4, sub e, van de verordening bevatten. Volgens die regering kon artikel 6 enkel worden aangewend ter verduidelijking van de beginselen die zijn geformuleerd in die verordening, die zelf al een zeer uitvoerige regeling inhield, en niet om toe te staan wat in de artikelen 1 en 5 werd verboden. Het Hof heeft evenwel, advocaat-generaal Gulmann volgend, geoordeeld, dat het in artikel 5 opgenomen voorbehoud "onverminderd de krachtens artikel 6 vastgestelde bepalingen" betekent, dat de Raad de Commissie heeft willen toestaan, in het kader van de haar bij artikel 6, lid 1, toegekende bevoegdheden af te wijken van artikel 5.
24 Men mag hieruit dus afleiden, dat de aan een verkoopbenaming toegevoegde vermeldingen geenszins in beginsel zijn toegestaan, doch integendeel een door de Commissie, krachtens de haar bij artikel 6 toegekende afwijkingsbevoegdheid, toegestane vergunning vereisen, en dat evenzo gedistilleerde dranken die onderling of met andere dranken zijn vermengd, niet zonder een door de Commissie verleende uitzondering een andere benaming mogen krijgen dan "gedistilleerd" of "gedistilleerde drank".
25 De tweede reden is, dat artikel 6, waarin aan de Commissie een ruime bevoegdheid wordt toegekend, in lid 3 zeer duidelijk beklemtoont, dat het gebruik van bepaalde benamingen geen verwarring mag veroorzaken, en aldus aan deze bevoegdheid een duidelijke grens stelt. Het zou volkomen absurd zijn om in dit artikel, dat slechts afwijkingen toestaat op voorwaarde dat die niet tot verwarring kunnen leiden, de erkenning te willen zien van een haast algehele vrijheid om de door artikel 1, lid 4, beschermde benamingen te gebruiken door die aan te merken als vermeldingen die aan de verkoopbenaming worden toegevoegd. Artikel 6 biedt de mogelijkheid binnen welbepaalde grenzen af te wijken van artikel 5, doch wil dit artikel geenszins uithollen noch hieraan elke werking voor de doelstellingen van de verordening ontnemen.
26 Het tweede argument dat La Martiniquaise voordraagt, daarbij steunend op een andere bepaling dan artikel 5 van de verordening, die de bedoeling ervan nader zou verklaren, ontleent zij aan artikel 9, lid 1.
27 Daarin wordt bepaald:
"In de aanbiedingsvorm van de volgende gedistilleerde dranken:
(...)
- whisky en whiskey
(...)
mag niet, onder welke vorm dan ook, de voor deze dranken gereserveerde generieke benaming voorkomen, wanneer daaraan ethylalcohol uit landbouwproducten is toegevoegd."
28 La Martiniquaise betoogt, dat er voor de aanwezigheid van deze bepaling in de verordening geen enkele reden zou zijn indien zij slechts, in andere bewoordingen, een reeds in artikel 5 genoemd verbod zou formuleren. Derhalve moet volgens haar worden aangenomen, dat daarin een verbod is vermeld dat niet in artikel 5 staat, hetgeen de door haar verdedigde uitlegging van artikel 5 alleen maar bevestigt. Immers, alleen in geval van toevoeging aan whisky van ethylalcohol uit landbouwproducten, wat niet het geval is met Gold River, dat uit een mengsel van whisky en water bestaat, zou het gebruik van de term "whisky" in de verkoopbenaming zijn verboden. Met deze uitlegging kan ik het niet eens zijn.
29 Enerzijds kan ik niet aannemen, dat artikel 9, lid 1, niets toevoegt aan artikel 5, daar het verbieden van het gebruik van een term in de verkoopbenaming, hetgeen artikel 5 doet, iets anders is dan het verbieden dat deze term, onder welke vorm dan ook, in de aanbiedingsvorm voorkomt, hetgeen artikel 9 doet. Artikel 9 bevat een vergaander verbod dan artikel 5, zodat het onjuist is daarin slechts een herhaling te zien.
30 Anderzijds is het vaste rechtspraak, dat een a contrario redenering, zoals die van La Martiniquaise, altijd met de grootste omzichtigheid moet worden gebezigd, daar zij gemakkelijk in een drogredenering kan uitmonden. Eigenlijk is de redenering van La Martiniquaise even onhoudbaar als die welke uit het feit dat een wetboek van strafrecht waarin bij het misdrijf van diefstal in het algemeen als verzwarende omstandigheid die een strengere bestraffing rechtvaardigt, wordt aangemerkt dat de dader een bediende van het slachtoffer is, een afzonderlijke bepaling wijdt aan diefstal door een boerenknecht, wil afleiden, dat de door een werkster in de woning van haar werkgever begane diefstal, die uiteraard evenzeer aan een bediende toerekenbaar is, niet onder die strengere bestraffing valt omdat daaraan geen afzonderlijke bepaling is gewijd.
31 Ter afsluiting van de aanwijzingen die nog in andere bepalingen dan artikel 5 zouden zijn te vinden om tot de juiste uitlegging hiervan te komen, zij gewezen op artikel 8, dat volgens La Martiniquaise niet ter zake doet, maar waaraan SWA een argument wil ontlenen. Dit artikel luidt als volgt:
"Om voor menselijke consumptie te mogen worden verhandeld, mogen in de Gemeenschap voortgebrachte gedistilleerde dranken niet worden aangeduid door woorden of formuleringen als $genre', $type', $soort', $stijl', $merk', $smaak' of andere soortgelijke vermeldingen te koppelen aan één van de in deze verordening genoemde benamingen."
32 Het lijdt geen twijfel, dat dit artikel als zodanig geen verbod van een verkoopbenaming als het voor Gold River gebruikte "spiritueux au whisky" bevat, en dat de toelaatbaarheid van die benaming niet op grondslag hiervan kan worden uitgemaakt. Toch lijkt dit artikel mij niet zonder enig belang, daar hieruit, evenals uit andere tevoren besproken bepalingen, de zeer duidelijke wil van de gemeenschapswetgever blijkt om alle benamingen te weren die dubbelzinnig zijn en juist daardoor de producent in staat stellen profijt te trekken van de faam van traditionele dranken en de consument in verwarring te brengen. Welnu, "spiritueux au whisky" kan heel wel dezelfde soort verwarring scheppen als "genre whisky".
33 Zoals gezegd, beroept La Martiniquaise zich voor haar uitlegging van artikel 5 eveneens op de richtlijn en met name op de artikelen 5 en 7 ervan. Principieel kan men, naar ik meen, geen bezwaar maken tegen deze verwijzing naar de richtlijn, aangezien, zoals vermeld in de reeds aangehaalde vierde overweging van de considerans van de verordening, de verordening regels geeft ter aanvulling van die richtlijn. Opgemerkt zij evenwel, dat die regels tevens worden aangemerkt als specifiek, met het onvermijdelijke gevolg dat in de verhouding tussen de richtlijn en de verordening de stelregel zal gelden, dat bij strijd tussen de lex specialis en de lex generalis eerstgenoemde de voorrang heeft.
34 Volgens La Martiniquaise vinden haar interpretatie van artikel 5 van de verordening en de door haar gebruikte verkoopbenaming in elk opzicht steun in de definitie van de verkoopbenaming in artikel 5 van de richtlijn. Lid 1 van dit artikel bepaalt: "De verkoopbenaming van een levensmiddel is de benaming vermeld in de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die daarop van toepassing zijn; bij het ontbreken van dergelijke bepalingen, is de verkoopbenaming de benaming die in de lidstaat waarin het levensmiddel aan de eindverbruiker wordt verkocht, gebruikelijk is, dan wel een omschrijving van het levensmiddel en zo nodig van de wijze waarop dit kan worden gebruikt, die zo duidelijk is gesteld dat de koper de ware aard van het product kan begrijpen en het kan onderscheiden van soortgelijke producten waarmede het zou kunnen worden verward."
35 Ter verdediging van de benaming "spiritueux au whisky" gaat La Martiniquaise uiteraard af op het omschrijvend karakter dat de verkoopbenaming moet hebben, en dit argument zou ook enig gewicht hebben indien lid 1 niet de woorden "bij het ontbreken van dergelijke bepalingen" zou bevatten, die haar redenering in duigen doen vallen. Het is immers duidelijk, dat alleen wanneer geen benaming is voorgeschreven in een dwingende bepaling, die nu juist in artikel 5 van de verordening staat, een gebruikelijke dan wel omschrijvende benaming moet worden genomen.
36 Even weinig overtuigend is voor mij het beroep op artikel 7, lid 1, van de richtlijn. Die bepaling luidt als volgt:
"Indien de etikettering van een levensmiddel de aandacht vestigt op de aanwezigheid of het lage gehalte van één of meer ingrediënten, die van wezenlijk belang zijn voor de eigenschappen van dit product of indien zulks uit de benaming van dit levensmiddel kan worden geconcludeerd, dient de minimum- c.q. maximumhoeveelheid van deze ingrediënten, in het levensmiddel in procenten, te worden vermeld.
Deze vermelding staat ofwel in de onmiddellijke nabijheid van de verkoopbenaming van het levensmiddel ofwel in de lijst van ingrediënten in samenhang met het betreffende ingrediënt.
(...)"
37 In deze tekst zoekt men tevergeefs een machtiging om in de verkoopbenaming van Gold River de term "whisky" op te nemen, daar het duidelijk is dat de tekst de verkoopbenaming niet regelt, doch die als verkregen aanneemt.
38 Nu wij het echter over deze bepaling hebben, zou ik wel een correctie willen aanbrengen op een van de stellingen van SWA. Zij heeft namelijk, en ter terechtzitting trouwens als enige, betoogd, dat de term whisky nergens op het etiket van Gold River onder welke vorm dan ook mag voorkomen, zelfs niet in een lijst van ingrediënten. Naar mijn mening gaat dit veel te ver. De Commissie heeft ter terechtzitting gewezen op het antwoord van commissielid Fischler op een parlementaire vraag over verdunde whisky. Hoewel de in artikel 6, lid 3, van de richtlijn bedoelde regeling nog niet was vastgesteld, diende volgens dit antwoord de juiste samenstelling van Gold River, en dus ook de daarin voorkomende 75 % whisky, op het etiket van het product te kunnen worden vermeld en wel in de onmiddellijke nabijheid van de verkoopbenaming, zoals artikel 7, lid 1, van de richtlijn bepaalt, voor zover zulks geen verwarring veroorzaakt.
39 Dit lijkt mij een normale eis van gezond verstand; de consument moet immers kunnen weten, of hij een gedistilleerde drank op basis van gin, rum of whisky koopt; aannemelijk is immers, dat hij een bepaalde smaak wenst en niet alleen een bepaald alcoholgehalte.
40 Rest mij nog te onderzoeken de argumenten die La Martiniquaise ontleent aan verordening (EEG) nr. 1014/90 van de Commissie van 24 april 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken(4), die is vastgesteld op grond van artikel 6 van de verordening.
41 Artikel 7 ter van deze verordening, ingevoegd bij verordening (EEG) nr. 1781/91(5) van de Commissie van 19 juni 1991, bepaalt:
"1. Voor de toepassing van artikel 6, lid 1, tweede streepje, van verordening (EEG) nr. 1576/89 mag een generieke benaming voor de vorming van een samengestelde term slechts voor de aanbiedingsvorm van een gedistilleerde drank worden gebruikt, wanneer de alcohol van die drank uitsluitend afkomstig is van de in die term genoemde gedistilleerde drank (...)"
42 La Martiniquaise betoogt, wederom met een a-contrario-redenering, dat uit artikel 7 ter kan worden afgeleid, dat de benaming "spiritueux au whisky" voor Gold River volkomen gewettigd is, daar whisky de enige alcohol hierin is.
43 Deze bepaling zou inderdaad moeilijkheden kunnen geven indien zij op ons geval van toepassing was. In feite is zij hierop echter niet van toepassing. Immers, zelfs aangenomen, zoals ter zitting is voorgedragen, dat deze bepaling, in tegenstelling tot hetgeen de considerans van verordening nr. 1781/91 laat uitschijnen, niet alleen voor likeuren geldt, kan het gebruik van de term "spiritueux au whisky" niet worden opgevat als het gebruik van een samengestelde term. Om dit in te zien behoeft men slechts een blik te werpen op de samengestelde termen van lid 2 van artikel 7 ter: "prune-brandy", "orange-brandy", "apricot-brandy" enzovoort. Onder samengestelde term verstaat de wetgever de verbinding van de naam van twee verschillende dranken en zeker niet de verbinding van gedistilleerd en whisky, daar whisky zelf een gedistilleerde drank is. In de zin van artikel 7 ter zouden aldus "whisky-soda" of "whisky-orange" samengestelde termen zijn.
44 La Martiniquaise meent, steeds volgens dezelfde redeneerwijze, eveneens een argument te kunnen ontlenen aan artikel 7 quater van verordening nr. 1014/90, ingevoegd bij verordening (EEG) nr. 2675/94 van de Commissie van 3 november 1994.(6) Dit artikel bepaalt:
"Wanneer een van de in artikel 9 van verordening (EEG) nr. 1576/89 vermelde gedistilleerde dranken wordt vermengd met:
- een of meer al dan niet in artikel 1, lid 4, van verordening (EEG) nr. 1576/89 gedefinieerde, gedistilleerde dranken, en/of
- een of meer distillaten van landbouwproducten,
wordt in de etikettering de verkoopbenaming $gedistilleerd' of $gedistilleerde drank' zonder verdere kwalificaties duidelijk zichtbaar en goed leesbaar op een in het oog vallende plaats aangebracht.
(...)"
45 Deze bepaling heeft betrekking op geheel andere gedistilleerde dranken dan een mengsel van whisky en water en geeft voor deze dranken een aantal soms zeer uitvoerige toelichtingen en aanwijzingen over hetgeen in de etikettering ervan wel en niet is toegestaan, doch zulks steeds, zoals is aangegeven in de considerans van verordening nr. 2675/94, teneinde een eerlijke concurrentie tussen de beschermde traditionele gedistilleerde dranken en de andere dranken te garanderen en geen verwarring bij de consument te scheppen.
46 Zoals ik reeds voor andere door La Martiniquaise aangevoerde bepalingen heb aangegeven, kan deze bepaling niet als uitgangspunt worden genomen voor een a-contrario-redenering die een bres zou slaan in de eenvoudige en sluitende opzet van artikel 5 van verordening nr. 1576/89 en zo tot een resultaat zou leiden dat in volstrekte tegenstelling staat tot die doeleinden.
47 Afsluitend wil ik nog opmerken, dat indien verordening nr. 1014/90 inderdaad zou zeggen wat La Martiniquaise erin leest, maar wat er niet staat, er vragen zouden kunnen rijzen over haar geldigheid, hetgeen ons zou terugvoeren tot het punt van vertrek, namelijk artikel 5 van verordening nr. 1576/89.
48 Tot slot nog een precisering. In de loop van mijn betoog heb ik slechts getracht na te gaan, of de benaming "spiritueux au whisky" met de gemeenschapsregeling in overeenstemming is. Maar ik zou ook hebben kunnen zien naar andere vermeldingen op het etiket van Gold River, en dat zou gemakkelijk zijn geweest omdat die nog krassere schendingen van die regeling opleveren, met name de vermeldingen "blended whisky meer dan 8 jaar gerijpt in eikehouten vaten" (later gewijzigd in "blended whisky meer dan 8 jaar gerijpt in eikehouten vaten en water") en "Blend of whisky aged in oak casks", die uiteraard bedrieglijk zijn, gezien de definitie van het begrip "blending" in artikel 1, lid 3, sub d, van de verordening. Ook zou het interessant zijn, de algemene presentatie van Gold River te toetsen aan de eisen van artikel 2 van de richtlijn inzake etikettering. Wij dienen ons echter te houden aan de vraag die ons door het Tribunal de grande instance de Paris is gesteld.
49 In navolging van het voorstel van de Commissie, geef ik het Hof in overweging op deze vraag te antwoorden:
"Artikel 5 van verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad van 29 mei 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken, moet aldus worden uitgelegd, dat het in de weg staat aan de opneming van de term $whisky' in de verkoopbenaming van een gedistilleerde drank bestaande uit met water verdunde whisky met een alcoholgehalte van minder dan 40 % vol., of aan de toevoeging van de term $whisky' aan de voor een dergelijke drank gebruikte benaming $gedistilleerde drank' of $gedistilleerd'."
(1) - PB L 160, blz. 1.
(2) - PB 1979, L 33, blz. 1.
(3) - Spanje/Commissie (C-217/91, Jurispr. blz. I-3923).
(4) - PB L 105, blz. 9.
(5) - PB L 160, blz. 5.
(6) - PB L 285, blz. 5.
Full & Egal Universal Law Academy