Conclusie van de advocaat generaal
I - Inleiding
1 In de onderhavige zaak wordt het Hof om een uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief verzocht teneinde vast te stellen of in stukken van 4 tot 8 mm gesneden pepers kunnen worden ingedeeld als fijngemaakte of gemalen pepers.
II - Het gemeenschapsrecht
2 Hierna worden de bepalingen van onderverdeling 0904 20 van het gemeenschappelijk douanetarief weergegeven, in de versie van verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, alsmede in de versie van verordening (EEG) nr. 2886/89 van de Commissie van 2 augustus 1989 tot wijziging van bijlage I van verordening nr. 2658/87(1) (hierna: "gecombineerde nomenclatuur"):
"0904 20 - vruchten van de geslachten $Capsicum' en $Pimenta', gedroogd, fijngemaakt of gemalen:
- - niet fijngemaakt en niet gemalen: 0904 20 10 - - - niet-scherpsmakende pepers - - - andere: (...) 0904 20 90 - - fijngemaakt of gemalen".
III - De feiten
3 Leonhard Knubben Speditions GmbH kocht in de periode van juni 1989 tot en met november 1990 een aantal partijen gedroogde pepers van oorsprong buiten de Gemeenschap. De betrokken pepers, die in stukken van 4 tot 8 mm waren gesneden, werden aangegeven als "fijngemaakte of gemalen" pepers in de zin van onderverdeling 0904 20 90 van de gecombineerde nomenclatuur.
Het Hauptzollamt Mannheim, verweerder in het hoofdgeding, sloot na verificatie van de aard van de waren daarentegen uit, dat het om "fijngemaakte of gemalen" pepers in de zin van deze onderverdeling ging. Deze producten waren daarentegen pepers in de zin van onderverdeling 0904 20 10 van het gemeenschappelijk douanetarief. Bijgevolg vorderde het Hauptzollamt invoerrechten na.
Tegen de desbetreffende beschikking stelde verzoekster beroep in bij het Finanzgericht, dat de beschikking van het Hauptzollamt bevestigde. Vervolgens stelde verzoekster "Revision" in bij het Bundesfinanzhof, dat het voor de oplossing van het geschil noodzakelijk heeft geoordeeld om het Hof de navolgende prejudiciële vraag te stellen:
"Hoe moet onderverdeling 0904 20 van het gemeenschappelijk douanetarief - gecombineerde nomenclatuur 1989 en 1990 - worden uitgelegd? Doelt het daar gebruikte begrip $sonst zerkleinert' ($fijngemaakt') alleen op een product met een vergelijkbare fijnheidsgraad als een gemalen product, of omvat het ook een in stukken gesneden product, zoals een product in stukken van 4 tot 8 mm?"
IV - Beoordeling
4 Onderhavig geschil betreft in wezen een terminologische vraag. Uiteindelijk dient het Hof uit te maken, wat de precieze betekenis is van "sonst zerkleinert" ("op andere wijze fijngemaakt") in onderverdeling 0904 20 90 van de Duitse versie van het gemeenschappelijk douanetarief (hierna: "GDT"). In het bijzonder gaat het hier om de vraag, bij welke afmetingen pepers nog onder de betrokken onderverdeling kunnen worden ingedeeld. In het douanetarief wordt evenwel niet nauwkeurig bepaald, welke afmetingen hiervoor gelden, noch wordt in een eigen onderverdeling voor gesneden pepers voorzien: het betrokken product kan derhalve ofwel als pepers, zonder nadere bijzondere aanduidingen, worden ingedeeld, ofwel onder "fijngemaakte of gemalen" pepers.
5 Ter zake stelt verzoekster, dat de uitdrukking "fijngemaakt" in het GDT niet een bepaalde afmeting voor de indeling van het product onder onderverdeling 20 90 voorschrijft. Ook is zij van mening, dat het GDT onderscheid maakt tussen gehele pepers en in stukken gesneden pepers, ongeacht de afmetingen van de aldus verkregen stukken. Anders zou er geen onderverdeling zijn waaronder pepers die niet geheel zijn, doch evenmin zijn gemalen, kunnen worden ingedeeld.
6 Verweerder daarentegen is, zoals de verwijzende rechter opmerkt, van mening dat "sonst zerkleinert", wat de afmetingen van het product betreft, overeenkomt met het begrip "gemalen". Dientengevolge zouden enkel in stukken gesneden pepers die een vergelijkbare fijnheidsgraad bereiken als gemalen pepers onder onderverdeling 0904 20 90 kunnen worden ingedeeld. Voor deze uitlegging pleiten volgens verweerder ook de Engelse en de Franse versie van het douanetarief. Gelet op deze versies zou met de uitdrukking "fijngemaakt" derhalve enkel worden gedoeld op een ander mechanisch procédé waarmee een vergelijkbare fijnheidsgraad van het product kan worden bereikt als met malen.
7 De Commissie volgt in wezen de opvatting van verweerder op basis van de verschillende taalversies van het GDT en komt aldus tot de conclusie dat het begrip "sonst zerkleinert" in de Duitse versie van het GDT enkel duidt op een ander procédé dan malen waarmee het product tot poeder of meel wordt kleingemaakt. Volgens de Commissie kan de omstandigheid dat de pepers in stukken zijn gesneden en dat deze stukken ook zeer klein kunnen zijn, niet in alle gevallen tot een indeling van het betrokken product onder onderverdeling 20 90 leiden.
8 Ik ben van mening, dat de uitlegging van de betrokken onderverdeling van het GDT moet beantwoorden aan criteria van gezond verstand en van coherentie met de gehele regeling waartoe deze bepaling behoort. Op grond hiervan stel ik vast, dat een eenvoudige vergelijking van de woordenboekdefinitie van de Duitse versie met de Franse en de Engelse versie (of ook met andere taalversies) van het GDT niet zonder meer duidelijk maakt, door welke overwegingen de gemeenschapswetgever zich bij zijn keuze heeft laten leiden.
In onderhavig geding moet namelijk een product worden ingedeeld, dat niet onmiddellijk kan worden gerekend tot de categorie van gehele pepers, noch tot de categorie van poeder of meel van pepers. De door verweerder en de Commissie verdedigde opvatting, dat de uitdrukking "sonst zerkleinert" duidt op een resultaat dat vergelijkbaar is met dat wat wordt verkregen door malen, zij het via een ander procédé, lijkt mij evenwel niet overtuigend. Het is een rigide oplossing die het niet mogelijk maakt om een product dat naar alle waarschijnlijkheid, wat zijn kenmerken en functies betreft, niet beantwoordt aan het product waarmee het in deze opvatting zou moeten worden gelijkgesteld, adequaat in te delen in het GDT. Bovendien moet, indien de opvatting van verweerder en de Commissie wordt gevolgd, worden vastgesteld dat de gemeenschapswetgever bij de vaststelling van onderhavige onderverdelingen in feite een onnodig pleonasme heeft gebruikt. Wanneer een product, om onder onderverdeling 20 90 te worden ingedeeld, de hoedanigheid van poeder of meel moet hebben, zou de toevoeging van de uitdrukking "fijngemaakt" aan de term gemalen overbodig zijn.
9 Mijns inziens moet worden vastgesteld welke onderverdeling het meest in aanmerking komt, gelet op de organoleptische kenmerken van het betrokken product en het normale gebruik ervan op de markt. Ten aanzien van dit onderzoek is uiteraard de verwijzende rechter bevoegd. Het Hof dient evenwel de gegevens te verschaffen die deze rechter kunnen helpen bij de juiste indeling van het betrokken product. In casu kan worden verwezen naar de specifieke kenmerken van het product en het mogelijke commerciële gebruik daarvan. Deze uitleggingstechniek, die is geïnspireerd door het beginsel van de overeenkomstige uitlegging, is overigens voorzien in punt 4 van de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur.(2)
10 Een andere uitlegging van het GDT, waarbij enkel de tekst wordt geanalyseerd en wordt vergeleken met de andere taalversies, zou ertoe kunnen leiden dat producten die op het punt van hun samenstelling en functie vergelijkbaar zijn, in de praktijk voor het douanetarief verschillend zouden worden behandeld, hoewel er geen andere redenen van hogere orde bestaan om een dergelijk verschil in behandeling te rechtvaardigen. Bijgevolg zou de schending van het gelijkheidsbeginsel die ik hiervoor heb uiteengezet, in een dergelijk geval voor het Hof aanleiding kunnen zijn om het GDT ongeldig te verklaren, voor zover de bepalingen ervan vergelijkbare producten ongerechtvaardigd verschillend behandelen.
11 Een andere sleutel voor de uitlegging is te vinden in algemene regel A.3c van de gecombineerde nomenclatuur, volgens welke in gevallen waarin de indeling niet op andere wijze mogelijk is, van de verschillende in aanmerking komende posten de post wordt toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.(3) In casu is de onderverdeling betreffende het "fijngemaakte of gemalen" product in feite de laatste van deze mogelijkheden. Ook dit levert dus als resultaat op, dat het betrokken product onder onderverdeling 20 90 moet worden ingedeeld.
V - Conclusie
12 Gelet op de voorgaande overwegingen, stel ik het Hof voor, de prejudiciële vraag van het Bundesfinanzhof te beantwoorden als volgt:
"De uitdrukking $sonst zerkleinert' in de Duitse versie van onderverdeling 0904 20 90 van het gemeenschappelijk douanetarief omvat in stukken van 4 tot 8 mm gesneden pepers, wanneer dit product vergelijkbare of gelijke organoleptische kenmerken heeft als gemalen pepers en gewoonlijk op de markt een gelijkaardige functie vervult als deze producten."
(1) - PB 1989, L 282, blz. 1.
(2) - "Goederen die niet kunnen worden ingedeeld overeenkomstig vorenstaande regel, worden ingedeeld onder de post die van toepassing is op de goederen waarmee zij de meeste overeenkomst vertonen."
(3) - Op deze regeling heeft de Commissie bijvoorbeeld een beroep gedaan in zaak C-67/95 (Rank Xerox). Vgl. mijn conclusie in deze zaak van 12 december 1996 (punten 17 en 18).
Full & Egal Universal Law Academy