Conclusie van de advocaat generaal
1 De Commissie heeft het onderhavige beroep wegens niet-nakoming ingesteld overeenkomstig artikel 169 EG-Verdrag. Bij op 17 juni 1996 ingediend verzoekschrift, heeft zij het Hof verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/42/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels(1) (hierna: "richtlijn"), de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 9, lid 1, van de richtlijn verplichtte de Lid-Staten, vóór 1 januari 1993 "de bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen", en de Commissie hiervan onverwijld in kennis te stellen. Het Koninkrijk België heeft de Commissie niet in kennis gesteld van enige maatregel die het heeft vastgesteld om aan de richtlijn te voldoen.
3 Het Koninkrijk België betwist niet, dat het de richtlijn niet heeft omgezet. Het wijt dit aan institutionele problemen in verband met de noodzaak, de cooerdinatie te organiseren, enerzijds tussen de gewesten, die bevoegd zijn ter zake van rationeel energieverbruik, en anderzijds tussen de gewesten en de federale regering, die bevoegd is om de markt voor de betrokken centrale-verwarmingsketels te reglementeren.
4 Artikel 189 van het Verdrag verplicht de Lid-Staten, de nodige maatregelen vast te stellen om de doelstellingen van iedere richtlijn te bereiken. Dit specifieke vereiste wordt versterkt door hun algemene verplichting krachtens artikel 5 van het Verdrag, "alle algemene of bijzondere maatregelen [te treffen] welke geschikt zijn om de nakoming van de uit dit Verdrag of uit handelingen van de instellingen der Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te verzekeren". Vaststaat, dat de richtlijn in België niet binnen de gestelde termijnen is uitgevoerd. Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat een Lid-Staat zich niet ten exceptieve kan beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen.(2)
Conclusie
5 Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/42/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels, de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) het Koninkrijk België te verwijzen in de kosten.
(1) - PB 1992, L 167, blz. 17.
(2) - Zie, bijvoorbeeld, arrest van 17 oktober 1996 (zaak C-312/95, Commissie/Luxemburg, Jurispr. 1996, blz. I-5143, r.o. 9).
Full & Egal Universal Law Academy