Conclusie van de advocaat generaal
1 In deze niet-nakomingsprocedure verwijt de Commissie het Koninkrijk België, dat het niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld, of deze bepalingen aan de Commissie heeft meegedeeld, om aan bepaalde richtlijnen te voldoen.
2 In zaak C-218/96 gaat het om richtlijn 93/105/EG van de Commissie van 25 november 1993 houdende vaststelling van bijlage VII D inzake de informatie die in het in artikel 12 van richtlijn 67/548/EEG bedoelde technisch dossier moet worden opgenomen.(1) Op grond van artikel 2, lid 1, van deze richtlijn moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 31 december 1993 aan deze richtlijn te voldoen en dienden zij de Commissie hiervan onverwijld in kennis te stellen.
3 Zaak C-219/96 betreft richtlijn 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157/EEG van de Raad inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten.(2) Artikel 7, eerste alinea, van deze richtlijn verplicht de Lid-Staten, de nodige bepalingen vast te stellen om uiterlijk op 31 december 1993 aan deze richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen.
4 In zaak C-220/96 gaat het om richtlijn 92/69/EEG van de Commissie van 31 juli 1992 houdende zeventiende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen.(3) Ingevolge artikel 3, eerste alinea, van deze richtlijn waren de Lid-Staten verplicht om uiterlijk op 30 oktober 1993 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om aan deze richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis te stellen.
5 Zaak C-221/96 betreft richtlijn 93/67/EEG van de Commissie van 20 juli 1993 tot vaststelling van de beginselen die gelden bij de beoordeling van de risico's voor mens en milieu van stoffen die zijn aangegeven krachtens richtlijn 67/548/EEG van de Raad.(4) Artikel 8, lid 1, van deze richtlijn verplicht de Lid-Staten, uiterlijk op 31 oktober 1993 de nodige bepalingen vast te stellen om aan deze richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis te stellen.
6 In zaak C-222/96 ten slotte gaat het om richtlijn 92/32/EEG van de Raad van 30 april 1992 tot zevende wijziging van richtlijn 67/548/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen.(5) Ingevolge artikel 3, lid 1, van deze richtlijn waren de Lid-Staten verplicht, de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ten uitvoer te leggen om uiterlijk op 31 oktober 1993 aan deze richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis te stellen.
7 Het Koninkrijk België betwist niet, dat de in geding zijnde richtlijnen niet binnen de gestelde termijnen in nationaal recht zijn omgezet. Het wijst er enkel op, dat de voor omzetting van deze richtlijnen nodige maatregelen in voorbereiding zijn en dat deze op korte termijn in werking zullen treden.
8 Aangezien dus vaststaat, dat de in geding zijnde richtlijnen niet binnen de gestelde termijnen zijn omgezet, behoeft niet te worden ingegaan op het tweede verwijt van de Commissie, dat verweerder haar niet onmiddellijk in kennis heeft gesteld van de voor omzetting vastgestelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
9 Ik geef het Hof daarom in overweging, vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan de richtlijnen:
- 93/105/EG van de Commissie van 25 november 1993 houdende vaststelling van bijlage VII D inzake de informatie die in het in artikel 12 van richtlijn 67/548/EEG bedoelde technisch dossier moet worden opgenomen,
- 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157/EEG van de Raad inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten,
- 92/69/EEG van de Commissie van 31 juli 1992 houdende zeventiende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen,
- 93/67/EEG van de Commissie van 20 juli 1993 tot vaststelling van de beginselen die gelden bij de beoordeling van de risico's voor mens en milieu van stoffen die zijn aangegeven krachtens richtlijn 67/548/EEG van de Raad, en
- 92/32/EEG van de Raad van 30 april 1992 tot zevende wijziging van richtlijn 67/548/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB 1992, L 154, blz. 1),
de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Bovendien stel ik voor, het Koninkrijk België in de kosten te verwijzen.
(1) - PB 1993, L 294, blz. 21.
(2) - PB 1993, L 264, blz. 51.
(3) - PB 1992, L 383, blz. 113.
(4) - PB 1993, L 227, blz. 9.
(5) - PB 1992, L 154, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy