Conclusie van de advocaat generaal
1 In deze procedure verzoekt de Commissie het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag vast te stellen, dat de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen vast te stellen om uitvoering te geven aan richtlijn 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten(1), en aan richtlijn 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157/EEG van de Raad inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten.(2)
2. Artikel 11 van richtlijn 91/157 bepaalt:
"1. De Lid-Staten treffen de maatregelen die nodig zijn om vóór 18 september 1992 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
2 De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis."
3 Artikel 7 van richtlijn 93/86 bepaalt:
"De Lid-Staten stellen de nodige bepalingen vast om uiterlijk op 31 december 1993 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
(...)"
4 De Bondsrepubliek Duitsland betwist niet, dat zij de richtlijnen niet heeft omgezet, en verklaart in haar verweerschrift, dat zij de Commissie herhaaldelijk in kennis heeft gesteld van de redenen van de vertraging. Duitsland doelt op vrijwillige verplichtingen van de fabrikanten van en handelaren in batterijen, maar het is duidelijk, dat die verplichtingen de correcte omzetting van de richtlijnen niet kunnen vervangen.
5 Derhalve zijn de conclusies van de Commissie gegrond.
Conclusie
6 Bijgevolg geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen vast te stellen om uitvoering te geven aan
- richtlijn 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten, en
- richtlijn 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157/EEG inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten,
de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Bondsrepubliek Duitsland te verwijzen in de kosten van de procedure.
(1) - PB 1991, L 78, blz. 38.
(2) - PB 1993, L 264, blz. 51.
Full & Egal Universal Law Academy