Conclusie van de advocaat generaal
1 Zijn "Sargenor", "Sarvit", "Lysivit" en "Dynamisan" producten voor menselijke consumptie in de zin van hoofdstuk 21 van het gemeenschappelijk douanetarief of farmaceutische producten in de zin van hoofdstuk 30 van het gemeenschappelijk douanetarief?
Dat is de vraag die het Hof in deze zaak dient te beantwoorden.
De relevante gemeenschapsrechtelijke bepalingen
2 Hoofdstuk 21 van het gemeenschappelijk douanetarief heeft betrekking op "Diverse producten voor menselijke consumptie".
Post 21 06 betreft "Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen".
Aantekening 1, sub f, van de inleiding van hoofdstuk 21 luidt:
"1. Dit hoofdstuk omvat niet:
(...)
f) gist opgemaakt als geneesmiddel en de andere producten, bedoeld bij de posten 30 03 en 30 04".
3 Hoofdstuk 30 van het gemeenschappelijk douanetarief heeft betrekking op "Farmaceutische producten".
Post 30 04 bevat "Geneesmiddelen (...), bestaande uit al dan niet vermengde producten voor therapeutisch of profylactisch gebruik, in afgemeten hoeveelheden, dan wel opgemaakt voor de verkoop in het klein".
De Toelichtingen van de Internationale Douaneraad luiden met betrekking tot post 30 04 als volgt:
"Hetgeen is vermeld in de tekst van de post is niet van toepassing op voedingsmiddelen en dranken (zoals preparaten voor dieetvoeding, veredelde voedingsmiddelen, voedingsmiddelen voor diabetici, versterkende dranken, natuurlijk of kunstmatig mineraalwater, enz.). Deze voedingsmiddelen en dranken worden naar hun eigen aard en hoedanigheid ingedeeld. Dit is in het bijzonder het geval met voedingspreparaten die enkel voedzame zelfstandigheden bevatten. De belangrijkste voedingsstoffen in deze preparaten zijn eiwitstoffen of proteïnen, koolhydraten en vetstoffen. Vitaminen en minerale zouten spelen eveneens een rol bij de voeding.
(...)
Voorts zijn van deze post uitgezonderd voedingssupplementen die vitaminen en minerale zouten bevatten en die bestemd zijn om het organisme gezond te houden, maar die geen aanwijzing bevatten betreffende het voorkomen of het behandelen van een ziekte. Deze producten, die gewoonlijk vloeibaar zijn, maar ook in poeder- of in tabletvorm kunnen zijn opgemaakt, worden in de regel ingedeeld onder post 21.06 of hoofdstuk 22."
Aantekening 1, sub a, van de inleiding van hoofdstuk 30 bepaalt:
"1. Dit hoofdstuk omvat niet:
a) dieetvoeding, veredelde voedingsmiddelen, voedingsmiddelen voor diabetici, voedingssupplementen, opwekkende dranken (tonica) en mineraalwater (afdeling IV)".
4 Volgens de bewoordingen van verordening (EEG) nr. 1010/86 van de Raad van 25 maart 1986 houdende vaststelling van de algemene voorschriften inzake de restitutie bij de productie voor bepaalde in de chemische industrie gebruikte producten van de sector suiker(1), zoals gewijzigd bij artikel 9 van verordening (EEG) nr. 1714/88 van de Commissie(2) (hierna: "verordening nr. 1010/86"), wordt een productierestitutie verleend voor suiker gebruikt bij de vervaardiging van bepaalde chemische producten, in het bijzonder voor de producten bedoeld in hoofdstuk 30 van het gemeenschappelijk douanetarief betreffende farmaceutische producten.
5 Verordening (EG) nr. 214/96 van de Commissie van 2 februari 1996 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur(3) (hierna: "indelingsverordening"), bepaalt dat de volgende bereiding onder post 2106 90 92 van het gemeenschappelijk douanetarief moet worden ingedeeld:
"Bereiding in de vorm van bruistabletten, opgemaakt voor de verkoop in het klein, voorzien van gegevens omtrent de dosering en de samenstelling, bestemd voor gebruik als versterkend middel, met per tablet (2 g) de volgende samenstelling:
- arginineaspartaat: 1 g
- bindmiddelen (citroenzuur, natriumbicarbonaat, natriumcarbonaat, natriumcitraatdihydraat, natriumsaccharinaat, geeloranje S (E 110), colloïdaal silicium, aroma): 1 g".
De procedure voor de nationale rechter en de prejudiciële vragen
6 Laboratoires Sarget (hierna: "Sarget") ontving voor de periode 1987-1989 krachtens verordening nr. 1010/86 productierestituties voor een bedrag van 2 545 059,66 FF, nadat zij "Sargenor", "Sarvit", "Lysivit" en "Dynamisan" als farmaceutische producten had aangemeld.
7 Het Fonds d'intervention et de régularisation du marché du sucre, dat de steunregeling in Frankrijk beheert, stelde zich echter op het standpunt, dat het niet om farmaceutische producten in de zin van hoofdstuk 30 van het gemeenschappelijk douanetarief ging, maar om producten als bedoeld in hoofdstuk 21 van het gemeenschappelijk douanetarief ("Diverse producten voor menselijke consumptie"), en vorderde terugbetaling van de verleende restituties. Sarget verzocht het Tribunal administratif de Paris om nietigverklaring van deze terugvordering.
8 Blijkens het dossier bestaat Sargenor als kauwtablet, bruistablet en een drinkbare oplossing in de vorm van ampullen. De werkzame stof is in deze drie aanbiedingsvormen van Sargenor dezelfde. Een bruistablet van 1,966 gram bevat:
werkzame stof:
arginineaspartaat1 g
bindmiddelen, conserveermiddelen, enz.:
- watervrij citroenzuur
- natriumbicarbonaat
- watervrij natriumcarbonaat
- natriumcitraat
- natriumsaccharinaat
- geeloranje S
- watervrij colloïdaal silicium
- natrium100 mg.
9 Dynamisan bestaat als zakjes poeder voor een drinkbare oplossing en als drinkbare oplossing in de vorm van ampullen. De werkzame stof is voor beide vormen dezelfde. Een ampul van 10 milliliter bevat:
werkzame stof:
- arginineglutamaat3 g
bindmiddelen, conserveermiddelen, enz.:
- voor 70 % niet-kristalliseerbare sorbitol
- natriumsaccharinaat
- methyl parahydroxybenzoëzuur
- propyl parahydroxybenzoëzuur
- aroma van passievrucht
- gezuiverd water.
10 Lysivit, dat als drinkbare oplossing in de vorm van ampullen van 5 of 10 milliliter bestaat, bevat:
5 ml 10 ml
werkzame stoffen:
- lysine monochlorhydraat0,2 g 0,4 g
- mesoïnositol0,3 g 0,6 g
- vitamine B1215 ìg 30 ìg
bindmiddelen, conserveermiddelen, enz.:
- methyl en propyl parahydroxybenzoëzuur0,005 g 0,01 g
- saccharose
- alcoholische oplossing van citroenextract met een alcoholgehalte van 72 %
- gezuiverd water.
11 Sarvit, dat sinds 1987 niet meer wordt verkocht, bestond als drinkbare oplossing in de vorm van ampullen van 5 of 10 milliliter Sarvit bevatte:
werkzame stoffen:
- calcium0,9 g
- vitamine B12500 ìg
bindmiddelen, conserveermiddelen, enz.:
- methyl parahydroxybenzoëzuur
- propyl parahydroxybenzoëzuur
- saccharose
- erythrosine
- mandarijnextract
- ethylalcohol
- zoutzuur
- drinkwater.
12 Het Tribunal administratif de Paris heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd:
"Vallen de producten Sargenor, Sarvit, Lysivit en Dynamisan, gelet op hun samenstelling, aanbiedingsvorm en werking, onder verordening nr. 1010/86 van de Raad van 25 maart 1986 betreffende de indeling van goederen onder hoofdstuk 30 van het gemeenschappelijk douanetarief, of onder een ander hoofdstuk?"
De procedure voor het Hof
13 Volgens Sarget en de Franse regering vielen Sargenor, Dynamisan, Lysivit en Sarvit onder post 30 04 van het gemeenschappelijk douanetarief.
Sargenor, dat arginineaspartaat bevat, heeft een therapeutische en profylactische werking op asthenie, een ziekte die een medische behandeling vereist. Sargenor heeft nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische kenmerken, waarvan de werking zich op welbepaalde functies van het menselijk organisme richt, en bevat een zodanig percentage arginineaspartaat, dat het alleen voor therapeutische en profylactische doeleinden kan worden gebruikt. Hetzelfde geldt voor Dynamisan, dat dezelfde samenstelling en werkingen als Sargenor heeft, aangezien het arginineglutamaat bevat, dat dezelfde therapeutische werkingen heeft als arginineaspartaat. Arginineaspartaat is niet zonder toxicologisch risico. In geval van gebruik door een kind jonger dan twaalf jaar, moet een arts worden geraadpleegd.
De door Sarget aanbevolen dagelijkse hoeveelheid Lysivit bedraagt voor kinderen gemiddeld twee ampullen van 5 milliliter, dat wil zeggen 30 microgram vitamine B12, en voor volwassenen gemiddeld twee ampullen van 10 milliliter, ofwel 60 microgram vitamine B12, waarbij laatstgenoemde dosering mag worden verdubbeld. De voor kinderen en volwassenen aanbevolen hoeveelheid Lysivit verschaft veel meer vitamine B12 dan de dagelijkse hoeveelheid zoals aanbevolen bij richtlijn 90/496/EEG van de Raad van 24 september 1990 inzake de voedingswaarde-etikettering van levensmiddelen (PB L 276, blz. 40), die 1 microgram bedraagt. Sarvit, dat sinds 1987 niet meer wordt verkocht, bevatte 500 microgram vitamine B12, hetgeen aanmerkelijk meer was dan de bij voormelde richtlijn aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. De hoeveelheid vitamine B12 was zo hoog, dat Sarvit enkel voor therapeutische en profylactische doeleinden kon worden gebruikt. De Franse regering heeft er met name op gewezen, dat Lysivit en Sarvit werden gebruikt voor de behandeling van de ziekte functionele asthenie. Een tekort aan vitamine B12 kan zich uiten door functionele stoornissen van het centrale zenuwstelsel, stoornissen van de hartspier en van de organen van de bloedsomloop alsmede door functionele anemie. Sarget heeft er in het bijzonder op gewezen, dat de indeling van Sargenor onder post 21 06 door verordening nr. 214/96 geen terugwerkende kracht had. Sargenor is in Frankrijk, in acht Europese landen en in een veertigtal andere landen als geneesmiddel geregistreerd.
14 Volgens de Commissie vielen Sargenor, Dynamisan, Sarvit en Lysivit alle onder post 22 02 van het gemeenschappelijk douanetarief. In dit verband heeft zij erop gewezen, dat Sargenor en Dynamisan voornamelijk aminozuren, suiker en conserveermiddelen bevatten, dat Sarvit hoofdzakelijk calcium, vitamine B12, conserveermiddelen en suiker bevatte, en Lysivit aminozuren, vitamine B12 en conserveermiddelen. Asthenie moet als een verzwakking van de algehele gesteldheid worden aangemerkt, die bij nagenoeg alle ziekten voorkomt. Sargenor, Dynamisan, Sarvit en Lysivit hebben geen therapeutische of profylactische werkingen op een bepaalde ziekte en vallen daarom niet onder post 30 04.
Algemene opmerkingen
15 Er zij aan herinnerd, dat op grond van verordening nr. 1010/86 restituties kunnen worden verleend voor het gebruik van suiker bij de vervaardiging van de in de bijlage bij de verordening genoemde producten. In de bijlage wordt "Hoofdstuk 30 - Farmaceutische producten" van het douanetarief genoemd, maar niet "Hoofdstuk 21 - Diverse producten voor menselijke consumptie". Indien de betrokken producten daadwerkelijk onder hoofdstuk 21 moeten worden ingedeeld, vallen zij dus niet onder de verordening. Alleen ingeval zij onder hoofdstuk 30 moeten worden ingedeeld, vallen zij onder de richtlijn, en alleen in dat geval moeten productierestituties worden verleend. Het hoofdgeding betreft dus de vraag, of de producten al dan niet onder hoofdstuk 30 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen, zodat de prejudiciële vraag als een verzoek om uitlegging van dit hoofdstuk moet worden uitgelegd.
16 Volgens vaste rechtspraak van het Hof moet in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post van het gemeenschappelijk douanetarief en de aantekeningen op de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven. Bovendien is het vaste rechtspraak, dat bij de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief zowel de aantekeningen bij de hoofdstukken hiervan als de toelichtingen bij de nomenclatuur van de Internationale Douaneraad belangrijke middelen vormen ter verzekering van een uniforme toepassing van dit douanetarief in de gehele Gemeenschap en derhalve als waardevolle hulpmiddelen bij de uitlegging ervan kunnen worden beschouwd (zie arresten van 1 juni 1995, Thyssen Haniel Logistic(4), en 14 december 1995, Colin en Dupré(5)).
17 Derhalve moet worden onderzocht, of de betrokken producten de in post 30 04 genoemde objectieve kenmerken en eigenschappen hebben.
18 Uitgangspunt moet zijn, dat het beslissende criterium om een bepaald product als geneesmiddel in het gemeenschappelijk douanetarief in te delen, moet worden gezocht in de vraag, of het een specifiek therapeutisch of profylactisch gebruik heeft. Dit blijkt uit de tekst van post 30 04 van het gemeenschappelijk douanetarief en uit de daarbij behorende toelichting. Daarom oordeelde het Hof in het arrest van 14 januari 1993, Bioforce I(6), dat meidoorndruppels onder post 30 04 moeten worden ingedeeld, aangezien dit product nauwkeurig omschreven therapeutische en vooral profylactische kenmerken heeft, waarvan de werking zich op welbepaalde functies van het menselijk organisme richt, namelijk de hartfunctie, de bloedsomloop en het vegetatieve zenuwstelsel. Voorts oordeelde het Hof in het arrest van 15 mei 1997, Bioforce II(7), dat druppels op basis van Echinacea-extract onder post 30 04 moeten worden ingedeeld, aangezien deze producten nauwkeurig omschreven therapeutische of profylactische kenmerken hebben, waarvan de werking zich op de functies van het immuunsysteem van het menselijk organisme richt.
19 Met betrekking tot het belang van de concentratie van bepaalde stoffen voor de beantwoording van de vraag, of vitaminepreparaten onder het begrip geneesmiddel vallen in de zin van richtlijn 65/65/EEG van de Raad van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten(8), verklaarde het Hof in het arrest van 30 november 1983, Van Bennekom(9) (punten 26-28):
"Aangezien vitaminen gewoonlijk worden gedefinieerd als substanties die in zeer geringe hoeveelheden noodzakelijk zijn voor de dagelijkse voeding en voor het normaal functioneren van het organisme, kunnen zij in het algemeen niet als geneesmiddel worden aangemerkt wanneer zij in kleine hoeveelheden worden gebruikt.
Het staat ook vast, dat vitamine- of multivitaminepreparaten soms voor therapeutische doeleinden worden gebruikt meestal in hoge doseringen bij bepaalde ziekten die niet door vitaminegebrek worden veroorzaakt. In dergelijke gevallen zijn die vitaminepreparaten stellig geneesmiddelen.
Uit het dossier en uit alle bij het Hof ingediende opmerkingen blijkt echter, dat men bij de huidige stand van de wetenschap niet kan zeggen of het concentratiecriterium alleen steeds voldoende is om te kunnen vaststellen of een bepaald vitaminepreparaat een geneesmiddel is, laat staan dat men precies kan aangeven, vanaf welke concentratie een vitaminepreparaat onder de communautaire definitie van geneesmiddel valt."(10)
20 De indeling van een bepaald product in het douanetarief kan niet afhangen van zijn kwalificatie volgens de communautaire of nationale wettelijke regeling over geneesmiddelen. Dit blijkt eveneens uit de algemene opmerkingen over hoofdstuk 30 in de toelichtingen bij het gemeenschappelijk douanetarief die preciseren, dat "de beschrijving van een product als geneesmiddel in de wetgeving van de Gemeenschap (...), in de nationale wetgeving van een lidstaat of in een farmacopee, niet doorslaggevend is voor de indeling in dit hoofdstuk".
Het begrip geneesmiddel in de zin van het douanetarief verschilt daarom van het begrip geneesmiddel zoals omschreven in richtlijn 65/65. Naast de verwezenlijking van haar voornaamste doel, de bescherming van de volksgezondheid, beoogt deze richtlijn tevens de belemmeringen van het intracommunautaire handelsverkeer van farmaceutische specialiteiten althans ten dele op te heffen.(11) Teneinde het handelsverkeer te bevorderen en tevens de volksgezondheid te beschermen, onderwerpt de richtlijn een relatief breed gamma van producten aan de bij de wettelijke regeling inzake geneesmiddelen ingevoerde controleregeling. Daar de richtlijn de bescherming van de consumenten beoogt, heeft het Hof de eerste definitie van geneesmiddel van de richtlijn, die gebaseerd is op de wijze van aanbieding van het product, dus ruim uitgelegd.(12)
Het feit dat een product met goedkeuring van de nationale autoriteiten op de markt is gebracht en door de nationale wetgeving daarom als geneesmiddel wordt aangemerkt, betekent op zich dus niet, dat het als geneesmiddel in het douanetarief moet worden ingedeeld. Volgens het arrest van het Hof Bioforce II (reeds aangehaald) kan dit echter een aanwijzing zijn, dat het de in post 30 04 genoemde objectieve kenmerken en eigenschappen heeft.
Sargenor en Dynamisan
21 De indelingsverordening bepaalt, dat bereidingen in de vorm van bruistabletten, opgemaakt voor de verkoop in het klein, voorzien van gegevens omtrent de dosering en de samenstelling, en welke 1 gram arginineaspartaat alsmede 1 gram bindmiddel bevatten, onder post 2106 90 92 moeten worden ingedeeld. Deze beschrijving komt precies overeen met Sargenor. Het hoofdgeding betreft echter een terugvordering van productierestituties voor suiker die, vóór de vaststelling en inwerkingtreding van de indelingsverordening, is gebruikt bij de vervaardiging van Sargenor. Het hoofdgeding kan daarom niet worden beslecht door toepassing van de indelingsverordening, zodat de indeling van Sargenor moet geschieden door toepassing van de algemene beginselen ter zake.(13)
22 Sarget heeft een rapport over Sargenor overgelegd, opgesteld door professor P. Galley, verbonden aan het Centre régional de gériatrie van het Centre hospitalier universitaire de Bordeaux. Op bladzijde 5 van dit rapport wordt vermeld, dat Sargenor sinds 1965 in Frankrijk wordt verkocht voor de behandeling van functionele asthenie, op basis van drie ampullen van 5 ml per dag gedurende twee tot vier weken. Op bladzijde 30 wordt als dosering aangegeven twee of drie ampullen per dag voor volwassenen en, afhankelijk van de leeftijd, anderhalf tot twee ampullen per dag voor kinderen. Voorts wordt in het rapport gesteld, dat asthenie als een pathologische toestand moet worden aangemerkt, die in tegenstelling tot vermoeidheid, een lichamelijk toestand van voorbijgaande aard, niet verdwijnt door het nemen van rust.
23 Mijns inziens staat het niet aan het Hof vast te stellen, of asthenie een ziekte is die zich van de normale vermoeidheid onderscheidt. Het antwoord op deze vraag vormt overigens geen oplossing voor het probleem van de indeling van Sargenor. Zelfs indien men erkent dat asthenie een ziekte is, blijft voor de indeling beslissend de vraag, of kan worden aangetoond, dat Sargenor een nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische werking op een dergelijke toestand heeft.
24 De basisgegevens bestaan volgens het rapport uit verschillende studies over de gevolgen van arginineaspartaat, met name op sportbeoefenaars, die zouden hebben aangetoond, dat arginineaspartaat in bepaalde doses, meestal 3 gram per dag, gedurende periodes van zekere duur, een werking heeft op de lichamelijke en intellectuele vermoeidheid alsmede op slaapstoornissen, concentratieproblemen en een gebrek aan belangstelling voor hobby's, welke de symptomen van asthenie zouden zijn.
25 Zoals reeds gezegd, gaat het om studies die betrekking hebben op arginineaspartaat en niet op Sargenor of Dynamisan. De enig werkzame stof van Sargenor bestaat echter uit 1 gram arginineaspartaat in elke ampul van 5 milliliter. De enig werkzame stof van Dynamisan bestaat uit 3 gram arginineglutamaat in elke ampul van 10 milliliter, dat volgens Sarget dezelfde therapeutische werkingen heeft als arginineaspartaat.
26 Asthenie heeft een aantal min of meer onduidelijke symptomen en de genoemde studies, die betrekking hebben op arginineaspartaat, geven tevens aan, dat men ervan kan uitgaan, dat Sargenor en Dynamisan naar gelang de dosering een werking hebben op een aantal verschillende functies van het menselijk lichaam. Juist om die reden kan mijns inziens niet worden aangenomen, dat Sargenor en Dynamisan voldoende nauwkeurig omschreven therapeutische of profylactische kenmerken hebben om in hoofdstuk 30 van het gemeenschappelijk douanetarief te worden ingedeeld.
Lysivit en Sarvit
27 Blijkens het dossier bedraagt de door Sarget aanbevolen hoeveelheid Lysivit voor kinderen gemiddeld twee ampullen van 5 milliliter, dat wil zeggen 30 microgram vitamine B12, en voor volwassenen gemiddeld twee ampullen van 10 milliliter, ofwel 60 microgram vitamine B12, waarbij laatstgenoemde dosis kan worden verdubbeld. Bij wijze van vergelijking, de in de rapporten van het Wetenschappelijk comité voor de menselijke voeding (eenendertigste serie) "Voedingsstoffen en energieverbruik voor de Europese Gemeenschap"(14) aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine B12 bedraagt 1 microgram. Lysivit bevat dus duidelijk meer vitamine B12 dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Voor Sarvit, dat 500 microgram per ampul bevatte, gold dit des te meer.
28 In de loop van de procedure is gesteld, dat een tekort aan vitamine B12 zich kon openbaren door pernicieuze anemie, een ziekte die wordt gekenmerkt door het feit dat het lichaam geen vitamine B12 kan opnemen. Uit het dossier is echter niet gebleken, dat Sarvit en Lysivit worden verkocht ter behandeling van pernicieuze anemie. Daar komt bij, dat de resorptie van vitamine B12, in geval van pernicieuze anemie, hoofdzakelijk geschiedt door middel van intramusculaire injecties. Voorts is evenmin aangegeven, op welke wijze de andere werkzame stoffen van Lysivit en Sarvit konden bijdragen tot de behandeling van pernicieuze anemie.
29 Blijkens het dossier worden Lysivit en Sarvit verkocht ter behandeling van functionele asthenie. Zoals hierboven aangegeven, heeft asthenie een aantal min of meer onduidelijke symptomen en men kan er daarom van uitgaan, dat de twee producten, gelijk in punt 26 is uiteengezet, een werking hebben op een aantal verschillende functies van het menselijk lichaam.
30 Samenvattend kan niet worden gesteld, dat Lysivit en Sarvit voldoende nauwkeurig omschreven therapeutische of profylactische kenmerken hebben om onder post 30 04 te worden ingedeeld.
Conclusie
31 Gelet op het bovenstaande geef ik het Hof in overweging, de prejudiciële vraag te beantwoorden als volgt:
"Het gemeenschappelijk douanetarief moet aldus worden uitgelegd, dat het begrip $farmaceutische producten' in de zin van hoofdstuk 30 geen producten omvat met de samenstelling van Sargenor, Dynamisan, Lysivit en Sarvit."
(1) - PB L 94, blz. 9.
(2) - PB L 152, blz. 23.
(3) - PB L 28, blz. 7.
(4) - C-459/93, Jurispr. blz. I-1381.
(5) - C-106/94 en C-139/94, Jurispr. blz. I-4759.
(6) - C-177/91, Jurispr. blz. I-45, inzonderheid punten 12 en 13.
(7) - C-405/95, Jurispr. blz. I-2581.
(8) - PB blz. 369.
(9) - 227/82, Jurispr. blz. 3883.
(10) - De zaak had betrekking op het begrip geneesmiddel in de zin van richtlijn 65/65.
(11) - Zie arrest Van Bennekom, aangehaald in voetnoot 9.
(12) - Zie punt 17 van het arrest Van Bennekom, aangehaald in voetnoot 94, alsmede arresten van 16 april 1991, Upjohn (C-112/89, Jurispr. blz. I-1703, punt 16), en 28 oktober 1992, Ter Voort (C-219/91, Jurispr. blz. I-5485, punt 16).
(13) - Volgens de indelingsverordening geschiedde de indeling juist door toepassing van de algemene beginselen. De indelingsverordening geeft immers aan, dat de indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 1, sub a, op hoofdstuk 30, alsmede de tekst van de GN-codes 2106, 2106 90 en 2106 90 92.
(14) - Advies uitgebracht op 11 december 1992.
Full & Egal Universal Law Academy