Conclusie van de advocaat generaal
1 Bij twee verzoekschriften, neergelegd ter griffie van het Hof op 21 augustus 1996, heeft de Commissie krachtens artikel 169 EG-Verdrag twee beroepen wegens niet-nakoming ingesteld strekkende tot vaststelling dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of mee te delen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/157/EEG(1) en richtlijn 93/86/EEG(2), de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Bij beschikking van 11 februari 1997 heeft de president van het Hof besloten de twee zaken te voegen.
2 Richtlijn 91/157 beoogt de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de nuttige toepassing en gecontroleerde verwijdering van gebruikte batterijen en accu's die bepaalde gevaarlijke stoffen bevatten. Artikel 11 bepaalt, dat de Lid-Staten de maatregelen treffen die nodig zijn om vóór 18 september 1992 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan in kennis stellen.
3 Richtlijn 93/86 bevat de voorschriften voor het in artikel 4 van richtlijn 91/157 bedoelde systeem van merktekens. Artikel 7 bepaalt, dat de Lid-Staten de nodige bepalingen vaststellen om uiterlijk op 31 december 1993 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
4 Bij het verstrijken van de omzettingstermijnen had de Franse regering de Commissie nog steeds niet in kennis gesteld van de bepalingen die de Franse Republiek had vastgesteld om het Franse recht aan die twee richtlijnen aan te passen. De Commissie stelde dus, overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag, twee niet-nakomingsprocedures in. Zo deed zij de Franse regering twee aanmaningsbrieven toekomen, op 21 december 1992 met betrekking tot richtlijn 91/157, en op 10 februari 1994 met betrekking tot richtlijn 93/86. In die twee brieven verzocht de Commissie de Franse regering, binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken over het ontbreken van de nodige maatregelen om de richtlijnen in nationaal recht om te zetten.
5 Wat richtlijn 91/157 betreft, deelde de Franse regering op 11 maart 1993 aan de Commissie mee, dat een ontwerp van decreet tot omzetting van die richtlijn was opgesteld, maar dat de tekst ervan, aangezien hij voor bijkomend onderzoek aan deskundigen was voorgelegd, pas later aan de Commissie zou kunnen worden toegezonden. Op de aanmaningsbrief van de Commissie betreffende richtlijn 93/86, heeft de Franse regering nooit geantwoord.
6 Daar de Commissie geen kennisgeving van enige nationale bepaling tot omzetting van de richtlijnen in nationaal recht had ontvangen, deed zij de Franse regering, op 25 oktober 1993 in verband met richtlijn 91/157 en op 14 november 1994 in verband met richtlijn 93/86, twee met redenen omklede adviezen toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving ervan, aan die met redenen omklede adviezen te voldoen.
7 Toen de Franse regering niet antwoordde, werd haar op 18 mei 1995 een telexbericht gezonden met de mededeling, dat de Commissie, indien haar niet binnen 20 dagen een goedgekeurde tekst of een definitief voorstel met een tijdschema voor de vaststelling ervan zou worden meegedeeld, zich verplicht zou zien, de niet-nakomingsprocedure voort te zetten.
8 In antwoord op dit telexbericht en de met redenen omklede adviezen zond de Franse regering de Commissie bij brief van 13 juni 1995 een ontwerp van decreet betreffende het in de handel brengen van batterijen en accu's en de verwijdering van gebruikte batterijen en accu's, bedoeld om richtlijn 91/157 in Frans recht om te zetten, en een ontwerp van ministerieel besluit tot aanpassing van het nationale recht aan richtlijn 93/86. In die brief wees de Franse regering er ook op, dat de twee ontwerpen in de loop van 1995 zouden kunnen worden goedgekeurd.
9 Bij brief van 9 april 1996 deelde de Franse regering de Commissie mee, dat het ontwerp van het ministerieel besluit tot omzetting van richtlijn 93/86 in Frans recht, was ingetrokken, en dat de inhoud ervan was opgenomen in het decreet tot omzetting van richtlijn 91/157, dat aan de Eerste minister ter ondertekening was voorgelegd.
10 Daar de Franse Republiek vervolgens niets meer van zich had laten horen, en niet had meegedeeld, dat zij de nationale bepalingen tot aanpassing van haar recht aan de betrokken richtlijnen had goedgekeurd, heeft de Commissie bij het Hof de onderhavige twee beroepen wegens niet-nakoming ingesteld.
11 Zoals de Commissie in haar verzoekschriften opmerkt, was de Franse Republiek ingevolge de artikelen 5 en 189 EG-Verdrag en ingevolge artikel 11 van richtlijn 91/157 en artikel 7 van richtlijn 93/86 verplicht, haar nationale recht aan die twee richtlijnen aan te passen, vóór het verstrijken van de daarin gestelde termijnen. Volgens vaste rechtspraak van het Hof kan een Lid-Staat zich niet ten exceptieve beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen.
12 In haar verweerschriften in de onderhavige zaken erkent de Franse Republiek, dat zij de betrokken richtlijnen niet heeft omgezet, en merkt zij bovendien op, dat wegens technische problemen bij het redigeren van de tekst, een nieuw ontwerp van nationaal voorschrift tot omzetting van de richtlijnen is opgesteld en op weg is om te worden goedgekeurd.
13 De beroepen van de Commissie moeten dus gegrond worden geacht, aangezien vaststaat en niet wordt betwist, dat de Franse Republiek niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld die nodig zijn om aan richtlijn 91/157 en richtlijn 93/86 te voldoen.
14 Aangezien de beroepen van de Commissie volkomen gegrond zijn en haar conclusies moeten worden aanvaard, dient de Franse Republiek, overeenkomstig artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, in de kosten te worden verwezen.
Conclusie
15 Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten, en richtlijn 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157, de krachtens artikel 11 van de eerste en artikel 7 van de tweede richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Franse Republiek in de kosten te verwijzen.
(1) - Richtlijn 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten (PB 1991, L 78, blz. 38).
(2) - Richtlijn 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157/EEG inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten (PB 1993, L 264, blz. 51).
Full & Egal Universal Law Academy