Conclusie van de advocaat generaal
1 De onderhavige beroepen van het Koninkrijk Denemarken (C-289/96), de Bondsrepubliek Duitsland (C-293/96) en de Franse Republiek (C-299/96) strekken tot nietigverklaring van verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad(1), voor zover de benaming "feta" daarbij als een beschermde oorsprongsbenaming is geregistreerd. Inzonderheid wordt gesteld, dat feta niet voldoet aan de in verordening (EEG) nr. 2081/92(2) gestelde voorwaarden voor de bij die verordening geregelde bescherming.
De wettelijke regeling en de feiten
2 Teneinde de belemmering van het vrij verkeer van goederen ten gevolge van de verschillende nationale regelingen ter bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen te verminderen, is bij verordening nr 2081/92 een uniforme gemeenschapsregeling ingevoerd, op grond waarvan die benamingen en aanduidingen op het grondgebied van alle lidstaten kunnen worden beschermd.
De begrippen "oorsprongsbenaming" en "geografische aanduiding" worden met het oog op de toepassing van de verordening omschreven in artikel 2, lid 2, naar luid waarvan wordt verstaan onder:
"a) $oorsprongsbenaming': de naam van een streek, van een bepaalde plaats of, in uitzonderlijke gevallen, van een land, die wordt gebruikt in de benaming van een landbouwproduct of levensmiddel:
- dat afkomstig is uit die streek, die bepaalde plaats of dat land en
- waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven en waarvan de productie, de verwerking en de bereiding in het geografische gebied geschieden;
b) $geografische aanduiding': de naam van een streek, van een bepaalde plaats of, in uitzonderlijke gevallen, van een land, die wordt gebruikt in de benaming van een landbouwproduct of levensmiddel:
- dat afkomstig is uit die streek, die bepaalde plaats of dat land en
- waarvan een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk aan deze geografische oorsprong kan worden toegeschreven en waarvan de productie en/of de verwerking en/of de bereiding in het bepaalde geografische gebied geschieden".
Artikel 2, lid 3, bepaalt:
"Als oorsprongsbenamingen worden eveneens beschouwd, bepaalde, al dan niet geografische, traditionele benamingen, indien zij een landbouwproduct of levensmiddel van oorsprong uit een streek of bepaalde plaats aanduiden dat aan de voorwaarden van lid 2, onder a, tweede streepje, voldoet."
De omvang van de bij de verordening verleende bescherming wordt omschreven in artikel 13:
"1. Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen:
a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voor zover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten of voor zover het gebruik van de benaming betekent dat wordt geprofiteerd van de reputatie van deze beschermde benaming;
b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals $soort', $type', $methode', $op de wijze van', $imitatie', en dergelijke;
c) elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiënt die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;
d) elke andere praktijk die het publiek ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
(...)".
Verder mogen krachtens artikel 8 de "vermeldingen $BOB' [beschermde oorsprongsbenaming], $BGA' [beschermde geografische aanduiding] of de gelijkwaardige nationale traditionele vermeldingen (...) alleen voorkomen op landbouwproducten en levensmiddelen die aan de vereisten van deze verordening voldoen".
In deze procedure is artikel 3 bijzonder belangrijk: "Benamingen die soortnamen zijn geworden, kunnen niet worden geregistreerd." Artikel 3 bepaalt ook:
"In de zin van deze verordening wordt onder een benaming die een soortnaam is geworden, verstaan de naam van een landbouwproduct of een levensmiddel, die weliswaar verband houdt met de plaats of streek waar dit product of dit levensmiddel oorspronkelijk werd geproduceerd of in de handel gebracht, doch de gangbare naam is geworden van een product of een levensmiddel.
Om vast te stellen of een naam al dan niet een soortnaam is geworden, wordt rekening gehouden met alle factoren, in het bijzonder:
- de bestaande situatie in de lidstaat waar de naam zijn oorsprong heeft en in het traditionele verbruiksgebied,
- de situatie in andere lidstaten,
- de relevante nationale of communautaire wetgeving.
Indien aan het slot van de procedure als bedoeld in de artikelen 6 en 7, een registratieaanvraag wordt afgewezen omdat een benaming een soortnaam is geworden, maakt de Commissie deze beslissing bekend in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
2. Een naam kan niet als oorsprongsbenaming of als geografische aanduiding worden geregistreerd indien hij strijdig is met de naam van een planten- of dierenras en het publiek daardoor zou kunnen worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product.
3. Vóór de inwerkingtreding van deze verordening gaat de Raad, die op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen daarover besluit, over tot de opstelling en de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van een indicatieve lijst van de namen van landbouwproducten en levensmiddelen die binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen en krachtens lid 1 als soortnamen worden beschouwd en uit dien hoofde niet behoeven te worden geregistreerd op grond van deze verordening."
De bij de verordening verleende bescherming is afhankelijk van de registratie van de betrokken benaming in het "Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen"; de registratie moet op de in de verordening bepaalde wijze gebeuren. In casu gaat het om de zogenoemde "verkorte" procedure van artikel 17 voor de registratie van bestaande benamingen. Die bepaling luidt:
"1. Binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening delen de lidstaten de Commissie mee, welke van hun wettelijk beschermde benamingen of, in de lidstaten waar geen beschermingssysteem bestaat, welke van hun door het gebruik algemeen gangbaar geworden benamingen zij krachtens deze verordening willen laten registreren.
2. De Commissie registreert volgens de procedure van artikel 15 de in lid 1 bedoelde benamingen die overeenkomen met de eisen van de artikelen 2 en 4. Artikel 7 is niet van toepassing. Soortnamen worden evenwel niet geregistreerd.
3. De lidstaten kunnen de nationale bescherming van de overeenkomstig lid 1 meegedeelde benamingen handhaven totdat een besluit over de registratie is genomen."
3 Ik kom thans tot de feiten van deze zaak. Om te beginnen wil ik kort de kenmerken van fetakaas omschrijven. Met dat woord - dat is afgeleid van het Italiaanse "fetta", dat "snede" betekent - wordt een traditionele witte gepekelde kaas aangeduid die van oudsher in geheel Griekenland en in andere Balkanlanden(3) wordt geproduceerd. De productiemethode is de natuurlijke stremming zonder druk(4); het aldus verkregen product heeft een compacte structuur, een natuurlijke witte kleur, een karakteristieke geur en een licht zurige, zoutige en vettige smaak.
Voor 1988 kende Griekenland geen regeling voor de productie van feta. Feta wordt op vele plaatsen geproduceerd en er bestaan dan ook verschillende plaatselijke of regionale varianten van het product. Daar er op internationaal niveau geen technische specificaties bestaan, zijn er bovendien in verschillende lidstaten van de Gemeenschap en in derde landen andere methoden voor de productie van feta ontwikkeld, die verschillen van die welke in Griekenland worden toegepast. Het verschil is, dat koemelk wordt gebruikt in plaats van - zoals in Griekenland - schapen- en geitenmelk, en een industrieel productieproces - ultrafiltratie - dat moderner en goedkoper is dan de natuurlijke uitlekking. In de Gemeenschap wordt feta buiten Griekenland vooral geproduceerd in Denemarken (de grootste producent), waar de productie in de jaren zestig is begonnen, alsook in Duitsland, in Nederland en in Frankrijk.(5)
4 Zoals ik al zei, dateert de eerste regeling voor de productie en de verkoop van feta in Griekenland uit 1988(6); de regelgeving culmineerde met de vaststelling van een besluit in 1994(7) waarbij op nationaal niveau de oorsprongsbenaming "feta" is ingevoerd.
Bij brief van 21 januari 1994 verzocht de Griekse regering om registratie van het woord "feta" als BOB volgens de verkorte procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92. Op 19 januari 1996 legde de Commissie overeenkomstig artikel 15 van de verordening aan het bij die bepaling ingestelde comité een lijst voor met benamingen waarvoor om registratie was verzocht. Ook "feta" stond op die lijst. Daar het comité zich niet binnen de gestelde termijn had uitgesproken, legde de Commissie op 6 maart 1996 een voorstel voor aan de Raad, zoals bepaald in artikel 15, vierde alinea. Ook de Raad besliste evenwel niet binnen de gestelde termijn. Derhalve stelde de Commissie op 12 juni 1996 krachtens artikel 15, vijfde alinea, de litigieuze verordening vast, waarbij feta werd geregisterd als BOB.(8)
5 Tegen die verordening hebben het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek beroep tot nietigverklaring ingesteld.(9) De Helleense Republiek heeft geïntervenieerd aan de zijde van de Commissie, verweerster.
Ten gronde
De verzoekende regeringen stellen in wezen, dat de bestreden verordening vanuit een dubbel oogpunt ongeldig is voor zover het woord "feta" daarbij als BOB is geregistreerd. Allereerst is niet voldaan aan de in artikel 2 van verordening nr. 2081/92 gestelde voorwaarden voor de bescherming als BOB. Verder is de uitdrukking "feta" een soortnaam die krachtens de artikelen 3 en 17 van die verordening niet voor bescherming als BOB in aanmerking komt.
Schending van artikel 2, lid 2, van verordening nr. 2081/92
6 Wat de eerste grief betreft, stellen verzoeksters dat de registratie van "feta" als BOB indruist tegen artikel 2, lid 2, van verordening nr. 2081/92, aangezien het geografische gebied waarvoor de geregistreerde benaming bescherming biedt, nagenoeg het gehele Griekse grondgebied omvat; de verordening sluit die mogelijkheid uit voor traditionele niet-geografische benamingen, zoals hier het geval is. Feta is trouwens niet uitsluitend afkomstig uit Griekenland, maar uit de gehele Balkan.
De Commissie, daarin gesteund door de Griekse regering, betwist die opvatting. Het geografisch gebied van oorsprong van feta omvat niet geheel Griekenland. De Cycladen, de Sporaden en Kreta, waar nochtans traditioneel met feta vergelijkbare gepekelde witte kaas wordt bereid, vallen erbuiten. Feta is dus afkomstig uit continentaal Griekenland en de nomos Lesbos; dat gebied is trouwens homogeen wat klimaat en flora betreft, hetgeen de aldaar geproduceerde feta haar bijzondere kenmerken verleent.
7 Mijns inziens moet de stelling van de verzoekende regeringen worden aanvaard. Vooraf wil ik opmerken, dat partijen de betrokken benaming terecht aanmerken als een niet-geografische, "traditionele benaming" in de zin van artikel 2, lid 3. Het woord "feta" komt immers uit het Latijn en betekent snede; het gaat dus niet om de aanduiding van "de naam van een streek, van een bepaalde plaats of (...) van een land", zoals artikel 2, lid 2, sub a, voor geografische benamingen vereist. Derhalve moet worden nagegaan, of feta voldoet aan de voorschriften van artikel 2, lid 3, om als niet-geografische benaming te worden beschermd.
Mijns inziens moet het antwoord om de volgende redenen ontkennend zijn.
In de eerste plaats kan krachtens verordening nr. 2081/92 enkel een product "van oorsprong uit een streek of bepaalde plaats"(10) een beschermde benaming hebben; verder moet het voldoen "aan de voorwaarden van lid 2, onder a, tweede streepje", dat wil zeggen dat "de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven en [dat] de productie, de verwerking en de bereiding in het geografische gebied geschieden". Verder is het met betrekking tot de benamingen die thans aan de orde zijn - de niet-geografische, traditionele benamingen - veelbetekenend, dat de verordening uitsluit, dat het betrokken geografische gebied samenvalt met het gehele grondgebied van een land; deze mogelijkheid wordt in de verordening wel aanvaard voor andere benamingen.(11)
Uit deze teksten blijkt een fundamenteel vereiste voor beschermde benamingen: het product met die naam moet een bijzondere band hebben met een afgebakend geografisch gebied, en wel in twee opzichten. In de eerste plaats moet het afkomstig zijn uit een welbepaald en afgebakend gebied. Verder moet het product aan zijn oorsprong bijzondere kenmerken inzake kwaliteit en reputatie ontlenen; dat is wat de verordening(12) vereist, waar zij voorschrijft, dat de kwaliteit en de reputatie "hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu" moeten zijn toe te schrijven. Ik voeg daaraan toe, dat de band tussen het product en het grondgebied exclusief moet zijn, in de zin dat het product uitsluitend in dat gebied en niet elders is geconcipieerd, is ontwikkeld en gangbaar is. Enkel die exclusieve band rechtvaardigt, dat een groep producenten een collectief monopolie krijgt voor het gebruik van de benaming, op grond van de plaats waar zij zijn gevestigd.
8 In dit geval is niet aan die voorwaarden voldaan. De verzoekende regeringen hebben terecht opgemerkt, dat de band tussen het product en een welomschreven grondgebied in casu ontbreekt, daar het door de benaming "feta" bestreken geografische gebied nagenoeg het gehele Griekse grondgebied omvat. Ik ben het daarmee eens. Zoals de Commissie opmerkt, mag het woord "streek" in de verordening niet in de administratieve betekenis worden opgevat; er kunnen dus "streken" zijn in de zin van de verordening die één of meer administratieve eenheden omvatten. Niettemin moet het betrokken geografische gebied overal de klimatologische en morfologische kenmerken vertonen die een uniforme kwaliteit van het product waarborgen. De bijzondere omstandigheden die de kenmerken van het product beïnvloeden moeten dus daadwerkelijk aanwezig zijn in het gehele betrokken gebied. Vanzelfsprekend verkleint de kans daarop naargelang het territorium waarnaar de benaming dient te verwijzen groter is, en dat te meer wanneer dat gebied nagenoeg het gehele nationale grondgebied omvat. Het is geen toeval, dat de betrokken verordening de bescherming van benamingen van producten die uit een land in zijn geheel afkomstig zijn, beperkt tot "uitzonderlijke gevallen"(13), die trouwens verschillen van de gevallen die betrekking hebben op niet-geografische benamingen, die hier aan de orde zijn.
Nog los van deze laatste opmerking is er hoe dan ook een primaire en beslissende reden waarom feta mijns inziens niet kan worden geacht afkomstig te zijn uit Griekenland in de zin van de verordening over de BOB. Feta is inderdaad een traditioneel Grieks product. Ik geloof evenwel niet, dat feta kan worden gedefinieerd als afkomstig uit een bepaalde streek in Griekenland, in de zin dat het product alleen daar is ontwikkeld en gangbaar is, met bijzondere kenmerken die te danken zijn aan de plaats van oorsprong. Het staat immers buiten kijf, dat feta afkomstig is uit de Balkan, en dus uit een gebied dat veel groter is dan een bepaalde streek of zelfs een land in zijn geheel. Het is dus een product dat afkomstig is uit een gebied dat uit verschillende staten bestaat en dat dus groter is dan hetgeen waarin de verordening voorziet. De bijzondere en enge band tussen het product en het grondgebied, dat in het stelsel van de verordening de toekenning van een BOB rechtvaardigt, ontbreekt dus.
Ik wil daarmee niet ontkennen, dat feta in de traditionele Griekse keuken een vaste waarde is. De functie van de BOB in het stelsel van de verordening is evenwel niet de bescherming van de culinaire en gastronomische tradities tout court: de traditie wordt beschermd doordat het exclusieve recht om een benaming te gebruiken wordt toegekend omdat die benaming in een bepaald geografisch gebied gangbaar is en zich aldaar heeft ontwikkeld, en vooral, wanneer de bijzondere kwaliteit van het product juist te danken is aan het feit dat het afkomstig is uit dat gebied, dat het enige is waar de gezamenlijke "factoren van natuurlijke en menselijke aard" voorkomen die het product uniek maken zodat het bescherming verdient.
9 Mijns inziens rechtvaardigen deze overwegingen de nietigverklaring van de litigieuze verordening voor zover "feta" daarbij als BOB is geregistreerd. Het met die benaming aangeduide product is immers niet afkomstig uit een bepaald gebied in Griekenland waaraan het zijn kwaliteiten of kenmerken te danken heeft. Evenmin kan worden gesteld, dat dit product uit geheel Griekenland afkomstig is, met uitsluiting van andere staten, aangezien het sinds mensenheugenis deel uitmaakt van de traditionele kaasproductie in de gehele Balkan. Er is dus niet voldaan aan de voorwaarde die in artikel 2, lid 2, van verordening nr. 2081/92 als voorwaarde voor de registratie van een BOB wordt gesteld, namelijk, dat het product een bijzondere band heeft met een afgebakend geografisch gebied, en wel zo dat het product uitsluitend uit dat gebied afkomstig is en dat zijn kwaliteiten en kenmerken "hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu" te danken zijn.
Is "feta" een soortnaam?
10 Op grond van de voorgaande overwegingen kan ook het andere argument van de verzoekende regeringen worden onderzocht, dat stelt, dat "feta" een soortnaam is. In dat verband is artikel 3 van verordening nr. 2081/92 relevant: "Benamingen die soortnamen zijn geworden, kunnen niet worden geregistreerd".(14) Verder bepaalt dat artikel: "In de zin van deze verordening wordt onder een benaming die een soortnaam is geworden, verstaan de naam van een landbouwproduct of een levensmiddel, die weliswaar verband houdt met de plaats of streek waar dit product of dit levensmiddel oorspronkelijk werd geproduceerd of in de handel gebracht, doch de gangbare naam is geworden van een product of een levensmiddel."
Een eerste opmerking daarbij is, dat het punt van de soortaanduiding in die bepaling in een dynamisch perspectief wordt gezien. De gemeenschapswetgever heeft het immers over benamingen die mettertijd "soortnamen zijn geworden", ook als zij "oorspronkelijk" verband hielden met het geografische gebied van waar het met die benaming aangeduide product afkomstig is. Zoals de Franse regering terecht heeft opgemerkt, is de benaming die hier aan de orde is, evenwel geen aanduiding van een product dat specifiek afkomstig is uit een bepaald gebied in Griekenland en later de gangbare naam is geworden van een landbouwproduct of een levensmiddel. Ik herhaal, dat feta niet kan worden aangemerkt als "afkomstig" uit Griekenland, en nog minder uit een bepaald gebied in dat land. Logischerwijs is feta dus geen "soortnaam geworden"; het is integendeel nooit een specifieke benaming geweest, in de zin dat het nooit aanduidde, om welk bijzonder product het ging, uit welk bepaald geografisch gebied en met welke bijzondere kenmerken die juist te danken zijn aan de herkomst van het product in het betrokken gebied. Volgens deze redenering is "feta" met andere woorden geen soortnaam geworden, maar is het dat altijd geweest. Nu benamingen die soortnamen zijn geworden krachtens artikel 3 niet kunnen worden geregistreerd, is registratie a fortiori onmogelijk voor benamingen die van meet af aan een soortnaam waren.
11 Nemen wij volledigheidshalve toch aan, dat de benaming "feta" oorspronkelijk verband hield met een bepaalde plaats of streek, dan is mijns inziens hoe dan ook voldaan aan de voorwaarden om aan te nemen, dat zij later een soortnaam is geworden in de zin van artikel 3. Volgens die bepaling moet rekening worden gehouden met alle factoren en elementen, "in het bijzonder:
- de bestaande situatie in de lidstaat waar de naam zijn oorsprong heeft en in het traditionele verbruiksgebied,
- de situatie in andere lidstaten,
- de relevante nationale of communautaire wetgeving".
Hoe moeten die criteria worden toegepast? Bekijkt men de interne situatie in Griekenland, dan is het ook mogelijk, dat "feta" door de consumenten aldaar niet als een soortnaam wordt beschouwd. In de zaak Canadane Cheese Trading en Kouri heeft advocaat-generaal Ruiz-Jarabo Colomer dat punt onderzocht, maar enkel wat de vraag betreft, of het woord "feta" op de interne Griekse markt een soortnaam was geworden. Hij zei: "De productie van een soort feta die verschilt van de soort die overwegend in Griekenland wordt geproduceerd, in andere lidstaten moge de benaming $feta' in die staten in een soortnaam hebben getransformeerd."(15) Krachtens artikel 3 moet dat in het algemeen, voor het gehele grondgebied van de Gemeenschap worden onderzocht. Volgens die bepaling moet bij het onderzoek, of een benaming al dan niet een onherstelbaar veralgemeningsproces heeft ondergaan in de woorden van artikel 3 rekening worden gehouden "met alle factoren"(16), dus niet alleen met de situatie in Griekenland, maar ook met die in de andere lidstaten.(17)
In dat opzicht is het feit dat in Denemarken, Duitsland en Nederland nationale regelingen voor de productie en verhandeling van feta bestaan die dateren van voor de regeling van de Helleense Republiek, van beslissend belang. Men kan ook niet zeggen, dat de feta waarop de regelingen van die landen slaan, wezenlijk verschilt van de feta die traditioneel in Griekenland wordt geproduceerd. Er zijn inderdaad verschillen in de productie, die zoals ik al zei, betrekking hebben op de gebruikte melk (koemelk in plaats van schapen- en/of geitenmelk) en, marginaal, op de bereidingswijze (ultrafiltratie in plaats van natuurlijke uitlekking). Zoals advocaat-generaal Ruiz-Jarabo Colomer in de zaak Canadane Cheese Trading en Kouri(18) opmerkte, bestaan er "geen wezenlijke verschillen (...) tussen, enerzijds, feta uit geitenmelk of uit een mengsel van geiten- en schapenmelk en, anderzijds, feta uit koemelk. De internationale regelingen, de verwijzingen in de communautaire wetgeving en de nationale regels van alle lidstaten, met uitzondering van de Helleense Republiek, alsmede de verwachtingen van de consumenten van alle lidstaten geven duidelijk aan, dat feta evengoed uit schapenmelk, uit geitenmelk of uit koemelk kan worden geproduceerd zonder dat dit tussen de verschillende variëteiten (...) belangrijke verschillen veroorzaakt."
12 Verder is "feta" in de communautaire wetgeving - waarnaar artikel 3 verwijst - nooit beschouwd als de oorsprongsbenaming van een specifiek Grieks product, noch als een kaas die noodzakelijkerwijs uit schapen- en/of geitenmelk moet zijn bereid.(19) De Commissie brengt daartegen in, dat die wetgeving is vastgesteld in douaneaangelegenheden, zodat zij niet relevant is om te bepalen of het om een soortnaam gaat. Verweerster verliest evenwel uit het oog, dat volgens artikel 3 van verordening nr. 2081/92 bij het onderzoek van de vraag of een benaming een soortnaam is, rekening moet worden gehouden met de communautaire wetgeving.(20) Ook al betreft deze wetgeving niet uitdrukkelijk de vraag of de benaming een soortnaam is, toch wijst zij er duidelijk op dat feta nooit is beschouwd als een product dat noodzakelijkerwijs uit Griekenland of een bepaalde streek in Griekenland afkomstig moet zijn, noch als een product dat uitsluitend volgens de in dat land gebruikelijke methode wordt bereid. Dat bevestigt, dat het woord "feta" als een soortnaam moet worden beschouwd. Het gaat evenmin om een benaming die een exclusief product aanduidt, dat typisch is voor een bepaalde streek en is bereid volgens de aldaar traditioneel gehanteerde methode, maar veeleer om een woord dat in het normale taalgebruik van de gemeenschapswetgever en de consumenten een soort kaas aanduidt die wijd en zijd verspreid is en wordt geproduceerd in verschillende lidstaten van de Gemeenschap en in derde landen.
Derhalve moet de vordering van de verzoekende regeringen ook worden toegewezen op grond dat er sprake is van een soortnaam.
13 Die regeringen voeren nog andere argumenten aan tot staving van hun opvatting, dat de litigieuze verordening ongeldig is. De Duitse regering meent met name, dat de registratie van het woord "feta" als BOB indruist tegen artikel 30 van het Verdrag, dat niet enkel verbindend is voor de lidstaten, maar ook voor de Commissie. Zij verwijst in dat verband naar het arrest Exportur, waarin het Hof overwoog "dat een lidstaat in strijd handelt met artikel 30 van het Verdrag, wanneer hij door middel van nationale regelgeving een benaming die reeds is gebruikt ter aanduiding van uit een of ander gebied afkomstige producten, voorbehoudt aan nationale producten en aldus de ondernemingen in andere lidstaten dwingt een bij het publiek onbekende of minder gewaardeerde benaming te kiezen. Vanwege het discriminerende karakter ervan, komt een dergelijke regeling niet in aanmerking voor de afwijkingsmogelijkheid van artikel 36 van het Verdrag."(21)
De Deense regering stelt schending van het evenredigheidsbeginsel(22): haars inziens had Griekse feta kunnen (en moeten) worden beschermd door samengestelde benamingen te gebruiken, dat wil zeggen door aan de soortnaam "feta" het traditionele productiegebied toe te voegen, zoals "feta Makedonia", "feta Thraki", enz.
Verder zou de Commissie artikel 5 EG-Verdrag hebben geschonden, dat de lidstaten en de gemeenschapsinstellingen over en weer tot loyale samenwerking verplicht, doordat zij bij de registratie van feta als BOB het verzet van verschillende lidstaten naast zich heeft neergelegd.
Gelet op hetgeen ik hiervoor reeds heb gezegd en op grond waarvan ik het Hof in overweging geef de betrokken verordening nietig te verklaren, behoef ik niet in te gaan op die argumenten, die ten gevolge van de aanvaarding van de andere middelen van verzoeksters overtollig zijn geworden.
Conclusie
Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
- nietig te verklaren de registratie van "feta" als BOB in punt A van de bijlage bij verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad;
- de Commissie in de kosten te verwijzen.
(1) - PB L 148, blz. 1.
(2) - Verordening van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 208, blz. 1).
(3) - In de Balkan lijkt de traditionele fetaproductie vooral voor te komen in Albanië, Bulgarije, Cyprus, Roemenië en het voormalige Joegoslavië.
(4) - Advocaat-generaal Ruiz-Jarabo Colomer gaf in zijn conclusie van 24 juni 1997 in de bij beschikking van de president van het Hof van 8 augustus 1997 doorgehaalde zaak Canadane Cheese Trading en Kouri (C-317/95, Jurispr. blz. I-4681), de volgende omschrijving van de verschillende fasen van het productieproces:
"- De melk wordt gestremd door natuurlijke gisting of met behulp van andere giststoffen van dierlijke oorsprong die eenzelfde werking hebben.
- Vervolgens wordt de wrongel uitgegoten in geperforeerde vormen, waarin de wei op natuurlijke wijze zonder druk uitlekt. Naarmate de wei verdwijnt, stolt de wrongel en wordt bedekt met een zoutkorst, waardoor zich een het rijpingsproces begunstigende microflora ontwikkelt.
- De wrongel wordt vervolgens overgebracht in houten of metalen vaten onder toevoeging van pekel met een gehalte van 7 % natriumchloride. De vaten worden geplaatst in rijpingskamers waar temperatuur en vochtigheidsgraad strikt worden gecontroleerd.
- Zij blijven daar gedurende twee weken en worden vervolgens overgebracht naar koelinstallaties voor een periode van ruim zes weken. Het rijpingsproces duurt dus twee maanden" (punt 15).
(5) - In dit land is behalve de productie van feta uit koemelk ook een methode gangbaar waarbij schapenmelk wordt gebruikt. Dat is het geval in Corsica en op sommige plaatsen in het Centraal Massief, zoals Roquefort. Wat derde landen betreft, wordt feta geproduceerd en verbruikt in Iran en Saudi-Arabië, waar vooral schapen- en/of geitenmelk wordt gebruikt, alsmede in Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten, waar evenwel feta uit koemelk de overhand heeft.
(6) - Ministerieel besluit nr. 2109/1988 van 5 december 1988.
(7) - Besluit nr. 313025/1994 van de vice-minister van Landbouw van 11 januari 1994.
(8) - Zie bijlage, sub A, rubriek "Kaas", Griekenland.
(9) - De drie zaken zijn gevoegd bij beschikking van de president van het Hof van 27 november 1997. Ook een aantal fetaproducenten uit Denemarken, Duitsland en Frankrijk heeft bij het Gerecht van eerste aanleg drie beroepen ingesteld tot nietigverklaring van de betrokken verordening (zaken T-139/96, T-140/96 en T-141/96). Bij drie beschikkingen van 20 februari 1997 verklaarde het Gerecht zich onbevoegd. Het verwees de zaken naar het Hof, dat ze bij beschikkingen van 29 mei 1998 weer naar het Gerecht verwees. Wat het probleem van de benaming "feta" betreft, wil ik verder nog herinneren aan de conclusie van advocaat-generaal Ruiz-Jarabo Colomer in de zaak Canadane Cheese Trading en Kouri (aangehaald in voetnoot 4), waarin evenwel andere vragen aan de orde waren dan in deze zaak. De advocaat-generaal beklemtoonde daarin: "Men zou zich kunnen voorstellen dat de benaming $feta' niet aan de voorwaarden voldoet die verordening nr. 2081/92 stelt voor de erkenning als BOB op communautair niveau, maar wel aan de door de communautaire rechtspraak inzake herkomstbenamingen ontwikkelde criteria en daarom krachtens artikel 36 van het Verdrag gerechtvaardigd zou zijn" (punt 44).
(10) - Zie artikel 2, lid 3. Cursivering van mij.
(11) - De mogelijkheid om een benaming te registreren van een product dat afkomstig is uit een land in zijn geheel is inderdaad - zij het slechts "in uitzonderlijke gevallen" - voorzien in artikel 2, lid 2, sub a, eerste streepje. De bepaling die voor ons van belang is - artikel 2, lid 3 - verwijst evenwel niet naar het eerste streepje, maar enkel naar het tweede, dat niet in die mogelijkheid voorziet. In artikel 2, lid 3, is sprake van "al dan niet geografische, traditionele benamingen, indien zij een landbouwproduct of levensmiddel van oorsprong uit een streek of bepaalde plaats aanduiden", maar niet uit een land in zijn geheel (cursivering van mij).
(12) - Artikel 2, lid 2, sub a, tweede streepje.
(13) - Artikel 2, lid 2, sub a.
(14) - In de zaak Canadane Cheese Trading en Kouri (reeds aangehaald) gaf advocaat-generaal Ruiz-Jarabo Colomer een overzicht van de rechtspraak inzake soortnamen, die hij omschreef als "benamingen die deel uitmaken van het algemene culturele en gastronomische erfgoed en die in beginsel door elke producent kunnen worden gebruikt" (punt 28). Hij voegde daaraan toe: "In de rechtspraak van het Hof zal men tevergeefs een definitie van het begrip soortnaam zoeken". Voor de onderhavige zaak is het nuttig te preciseren, dat deze rechtspraak in hoofdzaak van eerdere datum is dan verordening nr. 2081/92 en dat het onderzoek in ons geval moet worden gebaseerd op de criteria van artikel 3 van die verordening, die evenwel in wezen overeenstemmen met die welke in eerdere rechtspraak waren uitgewerkt.
(15) - Conclusie in de zaak Canadane Cheese Trading en Kouri, reeds aangehaald, punt 77.
(16) - Daardoor kan het doorslaggevend belang worden gerelativeerd dat de Commissie hecht aan een peiling bij de consumenten in 1994, waaruit blijkt, dat de meeste ondervraagden het woord "feta" in verband brachten met kaas, en een groot deel van hen met Griekse kaas.
(17) - Dit criterium lijkt mij trouwens als enige verenigbaar met de rechtspraak van het Hof, naar luid waarvan de gewoonten van de consumenten van de ene tot de andere staat kunnen verschillen en ook binnen een en dezelfde staat kunnen evolueren; die evolutie is trouwens een van de gevolgen van de verwezenlijking van de interne markt. Daarom stelde het Hof, dat de wetgeving van een lidstaat niet mag dienen "om bestaande drinkgewoonten te verstarren, teneinde de verkregen voorsprong van nationale industrieën die aan gewoonten tegemoet trachten te komen, te consolideren" (arresten van 27 februari 1980, Commissie/Verenigd Koninkrijk, 170/78, Jurispr. blz. 417, en 12 maart 1987, Commissie/Duitsland, 178/84, Jurispr. blz. 1227, punt 32).
(18) - Reeds aangehaald, punt 67.
(19) - In dat verband kan worden gewezen op verordening (EEG) nr. 3266/75 van de Commissie van 15 december 1975 tot vaststelling van de restituties in de sector melk en zuivelproducten voor producten die als zodanig worden uitgevoerd (PB L 324, blz. 12) en verordening (EEG) nr. 3322/75 van 19 december 1975 houdende wijziging van de restituties bij uitvoer van bepaalde zuivelproducten (PB L 328, blz. 40), waarbij de restituties in de sector melk en zuivelproducten worden vastgesteld en waarbij restituties zijn verleend voor feta, ongeacht welke melk bij de bereiding ervan is gebruikt. Verordening (EEG) nr. 3167/86 van de Commissie van 16 oktober 1986 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten (PB L 294, blz. 28), maakt weliswaar onderscheid tussen feta die uitsluitend is gefabriceerd uit schapen- en/of geitenmelk en feta uit andere ingrediënten, maar verleent restituties voor al die producten. Zie in die zin ook verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 tot vaststelling van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties (PB L 366, blz. 1).
(20) - In een mededeling uit 1991 (Interpretatieve mededeling van de Commissie betreffende de verkoopbenamingen van levensmiddelen, PB C 270, blz. 2) noemde de Commissie als één van de criteria voor het identificeren van de "kenmerkende eigenschappen" waardoor een product ongeschikt kan zijn om onder een soortnaam in de staat van bestemming te worden verkocht, "de mogelijk in communautaire besluiten voorkomende verwijzingen, met name de voor de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief geldende tariefnomenclatuur" (cursivering van mij).
(21) - Arrest van 10 november 1992 (C-3/91, Jurispr. blz. I-5529, punt 29).
(22) - Behalve schending van het evenredigheidsbeginsel stelt de Deense regering schending van het discriminatieverbod: "feta" zou immers een soortnaam zijn en had dus op dezelfde manier moeten worden behandeld als andere soortnamen - zoals "brie" - die niet zijn geregistreerd.
Full & Egal Universal Law Academy