Conclusie van de advocaat generaal
1 In de onderhavige niet-nakomingsprocedure verwijt de Commissie de Franse Republiek, dat zij de krachtens richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen(1), inzonderheid artikel 34, op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om die richtlijn om te zetten. Subsidiair concludeert zij dat het den Hove behage, vast te stellen dat de Franse Republiek de krachtens genoemde bepalingen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door te verzuimen de Commissie onverwijld van dergelijke maatregelen in kennis te stellen.
2 Artikel 34 van genoemde richtlijn verplicht de Lid-Staten, alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden, die nodig zijn om vóór 14 juni 1994 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen.
3 Verweerster betwist niet, dat zij de richtlijn niet binnen de gestelde termijnen in nationaal recht heeft omgezet. Zij wijst er enkel op, dat het ontwerp van de betrokken wet op de agenda van de parlementszitting 1996/1997 staat.
4 Aangezien dus vaststaat, dat de betrokken richtlijn niet tijdig is omgezet, behoeft op de subsidiaire vordering van de Commissie niet meer te worden ingegaan.
5 Mitsdien geef ik in overweging, vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen, de krachtens die richtlijn, inzonderheid artikel 34, op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Voorts dient de Franse Republiek in de kosten te worden verwezen.
(1) - PB 1993, L 199, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy