Conclusie van de advocaat generaal
1 In deze drie gevoegde zaken verzoekt de Commissie het Hof, krachtens artikel 169 EG-Verdrag vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen die nodig zijn om te voldoen aan bepaalde richtlijnen van de Commissie betreffende gevaarlijke stoffen, de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Zaak C-356/96 betreft richtlijn 91/410/EEG van de Commissie van 22 juli 1991 houdende veertiende aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen.(1)
3 Artikel 2, lid 1, van richtlijn 91/410 bepaalt:
"De Lid-Staten dienen uiterlijk op 1 augustus 1992 de bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, alsmede de Commissie hiervan onverwijld in kennis te stellen. Zij passen deze bepalingen uiterlijk vanaf 1 november 1992 toe."
4 Zaak C-313/96 betreft richtlijn 93/21/EEG van de Commissie van 27 april 1993 tot achttiende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 67/548/EEG van de Raad.(2)
5 Artikel 2, lid 1, van richtlijn 93/21 bepaalt:
"De Lid-Staten doen, met uitzondering van de bepalingen die van toepassing zijn op met butaan, propaan of LPG gevulde mobiele gascilinders, alle nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 juli 1994 aan deze richtlijn te voldoen. De Lid-Staten stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."
6 Zaak C-358/96 betreft richtlijn 93/90/EEG van de Commissie van 29 oktober 1993 betreffende de lijst van stoffen, bedoeld in artikel 13, lid 1, vijfde streepje, van richtlijn 67/548/EEG van de Raad.(3)
7 Artikel 2, lid 1, van richtlijn 93/90 bepaalt:
"De Lid-Staten dienen de bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om vóór 31 oktober 1993 aan deze richtlijn te voldoen en stellen de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis."
8 Het Koninkrijk België heeft de niet-omzetting van de richtlijnen niet betwist, doch in zijn verweerschrift in iedere zaak verklaard, dat de noodzakelijke maatregelen binnenkort zullen worden genomen.
9 Bijgevolg moeten de beroepen van de Commissie gegrond worden geacht.
Conclusie
10 Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan:
- richtlijn 91/410/EEG van de Commissie van 22 juli 1991 houdende veertiende aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen,
- richtlijn 93/21/EEG van de Commissie van 27 april 1993 tot achttiende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 67/548, en
- richtlijn 93/90/EEG van de Commissie van 29 oktober 1993 betreffende de lijst van stoffen, bedoeld in artikel 13, lid 1, vijfde streepje, van richtlijn 67/548,
de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2) het Koninkrijk België in de kosten te verwijzen.
(1) - PB 1991, L 228, blz. 67.
(2) - PB 1993, L 110, blz. 20.
(3) - PB 1993, L 277, blz. 33.
Full & Egal Universal Law Academy