Conclusie van de advocaat generaal
1 In deze zaak verzoekt de Commissie het Hof, krachtens artikel 169 EG-Verdrag vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen en/of aan de Commissie mee te delen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna(1), de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Richtlijn 92/43 voorziet in een reeks maatregelen voor de handhaving of het herstel van natuurlijke habitats en wilde dieren- en plantensoorten van communautair belang.
3 Artikel 23, lid 1, van de richtlijn bepaalt:
"De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om binnen twee jaar na kennisgeving van deze richtlijn aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."
4 De Helleense Republiek heeft de niet-omzetting van de richtlijn niet betwist, maar zich op bepaalde technische problemen beroepen. Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat een Lid-Staat zich in dit soort procedures niet op dergelijke problemen kan beroepen.
5 Bijgevolg moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
Conclusie
6 Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Helleense Republiek in de kosten te verwijzen.
(1) - PB 1992, L 206, blz. 7.
Full & Egal Universal Law Academy