Conclusie van de advocaat generaal
1 Bij op 17 oktober 1996 ter griffie ingeschreven verzoekschrift heeft de Commissie het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht, vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland de verplichtingen niet is nagekomen die krachtens het Verdrag en na te noemen richtlijnen op haar rusten, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen voor de implementatie van:
- richtlijn 93/62/EEG van de Commissie van 5 juli 1993 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers en bedrijven overeenkomstig richtlijn 92/33/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad(1);
- richtlijn 93/63/EEG van de Commissie van 5 juli 1993 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers en bedrijven overeenkomstig richtlijn 91/682/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen, alsmede van siergewassen(2);
- richtlijn 93/64/EEG van de Commissie van 5 juli 1993 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers en bedrijven overeenkomstig richtlijn 92/34/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt(3);
- richtlijn 93/78/EEG van de Commissie van 21 september 1993 tot vaststelling van aanvullende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de door leveranciers op grond van richtlijn 91/682/EEG van de Raad bij te houden lijsten van siergewassen en teeltmateriaal daarvan(4);
- richtlijn 93/79/EEG van de Commissie van 21 september 1993 tot vaststelling van aanvullende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de door leveranciers op grond van richtlijn 92/34/EEG van de Raad bij te houden lijsten van fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan(5), en
- richtlijn 94/3/EG van de Commissie van 21 januari 1994 tot vaststelling van een procedure voor melding van de onderschepping van uit derde landen herkomstige en uit fytosanitair oogpunt onmiddellijk gevaar opleverende zendingen of schadelijke organismen.(6)
2 Artikel 6, lid 1, van de richtlijnen 93/62, 93/63 en 93/64, artikel 3, lid 1, van de richtlijnen 93/78 en 93/79 en artikel 7, lid 1, van richtlijn 94/3 bepalen, dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking stellen om zich naar de richtlijnen te voegen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. Volgens dezelfde artikelen verstreek de implementatietermijn voor de richtlijnen 93/62, 93/63, 93/64, 93/78 en 93/79 op 30 juni 1994 en voor richtlijn 94/3 op 5 mei van dat jaar.
3 Omdat de Commissie geen enkele mededeling over implementatiemaatregelen had ontvangen en ook niet over andere gegevens beschikte waaruit zou kunnen blijken dat de Bondsrepubliek Duitsland haar verplichtingen was nagekomen, verzocht zij haar bij aanmaningsbrief van 9 augustus 1994 haar opmerkingen te maken, overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag.
4 Bij bericht van 6 oktober 1994, aan de Commissie medegedeeld bij brief van 25 oktober 1994 van de Duitse permanente vertegenwoordiging, antwoordde de Duitse regering dat bij een wet van 25 november 1993(7) (Gesetz zur Änderung pflanzenschutzrechtlicher und saatgutrechtlicher Vorschriften) de noodzakelijke machtigingsgrondslagen waren geschapen voor de tenuitvoerlegging van de richtlijnen 93/62, 93/63, 93/64, 93/78 en 93/79, en dat deze implementatie bij wege van verordening zou plaatsvinden. De tenuitvoerlegging van richtlijn 94/3 zou plaatsvinden in het kader van een verordening betreffende de gegevensuitwisseling op het gebied van fytosanitaire bescherming.
5 Toen de Duitse regering daarna niets meer liet horen over de aanpassing van het nationale recht aan de richtlijnen, bracht de Commissie op 25 september 1995 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij de Bondsrepubliek Duitsland uitnodigde de vereiste maatregelen binnen twee maanden te treffen.
6 Op 24 mei 1996 zond de Duitse regering de Commissie het verslag van 12 april 1996 over de stand van de implementatie van richtlijnen, gericht aan de bondsdagcommissie voor aangelegenheden van de Europese Unie. In dat verslag erkende de Duitse regering, dat de maatregelen tot implementatie van de in geding zijnde richtlijnen nog steeds niet waren getroffen. Met betrekking tot richtlijn 94/3 zat er weliswaar schot in de zaak, maar de tenuitvoerlegging van de richtlijnen 93/62, 93/63, 93/64, 93/78 en 93/79 stuitte op problemen in verband met de uitlegging van de bepalingen betreffende hun toepassingsgebied.
7 Toen zij van de Duitse regering verder geen enkele inlichting ontving over de tenuitvoerlegging van de richtlijnen door de Bondsrepubliek Duitsland, besloot de Commissie het onderhavige beroep in te stellen.
8 In haar verweerschrift verklaart de Duitse regering, dat richtlijn 94/3 ten uitvoer is gelegd bij § 38a van het Pflanzenschutzgesetz van 15 september 1986, dat bij artikel 1, punt 14, van de wet van 25 november 1993 in eerstgenoemde wet is ingevoegd; de Commissie zou alle gewenste inlichtingen daaromtrent hebben ontvangen.
9 Daarnaast betwist de Duitse regering niet, dat de richtlijnen 93/62, 93/63, 93/64, 93/78 en 93/79 nog niet in Duits recht zijn omgezet, maar zij wijst erop, dat dat moet samengaan met de omzetting van de richtlijnen 93/48/EEG(8), 93/49/EEG(9) en 93/61/EEG(10) van de Commissie, waarvan de niet-tijdige implementatie het voorwerp is van zaak C-139/96.(11) Teruggrijpend op haar betoog in die zaak stelt de Duitse regering, dat zich bij de implementatie van de thans in geding zijnde richtlijnen problemen hebben voorgedaan in verband met de uitlegging van hun toepassingsgebied, die eerst moesten worden opgelost(12), maar dat zij zich inspant om ondanks die problemen de richtlijnen zo spoedig mogelijk ten uitvoer te leggen.(13)
10 Op 10 februari 1997 heeft de Commissie, overeenkomstig artikel 78 van het Reglement voor de procesvoering, het Hof doen weten dat zij afstand deed van instantie voor zover het richtlijn 94/3 betrof, met het verzoek, overeenkomstig artikel 69, lid 5, van het Reglement de Bondsrepubliek Duitsland in zoverre in de kosten te verwijzen. Met betrekking tot de andere richtlijnen evenwel handhaaft zij het beroep.
11 Waar de Commissie met betrekking tot richtlijn 94/3 afstand van instantie wenst te doen, is een uitspraak over dat onderdeel van het beroep niet meer nodig.
12 Met betrekking tot de richtlijnen 93/62, 93/63, 93/64, 93/78 en 93/79 en het argument dat de implementatie ervan onmogelijk was wegens problemen in verband met de uitlegging van hun toepassingsgebied, moet mij van het hart, dat de Duitse regering die problemen pas ter sprake heeft gebracht nadat de implementatietermijn al was verstreken(14) en de richtlijnen dus al in werking waren getreden. In een dergelijk geval, waarin een richtlijn reeds is vastgesteld en in werking getreden, meen ik, dat een verzoek van een lidstaat aan de Commissie om hulp bij de uitlegging van een communautair begrip, een verdragsschending bestaande in het verzuim een richtlijn tijdig te implementeren, niet kan tegenhouden, opschorten of rechtvaardigen. Anders zou een lidstaat, door zich te beroepen op echte of vermeende twijfels over de uitlegging van de richtlijn, zich maar al te gemakkelijk kunnen onttrekken aan zijn verplichting de richtlijn binnen de termijn in nationaal recht om te zetten.(15)
13 Bovendien lijkt de Duitse regering toe te geven, dat implementatie zonder meer mogelijk is, waar zij preciseert dat zij zich inspant om ondanks die problemen de tenuitvoerlegging te bespoedigen.(16)
14 Verder moet worden vastgesteld, dat de Bondsrepubliek Duitsland niet ontkent, dat zij de voor de implementatie van de richtlijnen 93/62, 93/63, 93/64, 93/78 en 93/79 noodzakelijke maatregelen niet binnen de in die richtlijnen gestelde termijn heeft getroffen.
15 Mitsdien moet het beroep van de Commissie worden toegewezen en moet worden vastgesteld, dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen te treffen om zich naar de in geding zijnde richtlijnen te voegen, haar verplichtingen krachtens artikel 6, lid 1, van de richtlijnen 93/62, 93/63 en 93/64 en artikel 3, lid 1, van de richtlijnen 93/78 en 93/79 niet is nagekomen(17), met verwijzing van de Bondsrepubliek Duitsland in de kosten overeenkomstig artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering. Omdat voorts de Bondsrepubliek Duitsland te laat mededeling heeft gedaan van de omzetting in nationaal recht van richtlijn 94/3, moet zij ingevolge artikel 69, lid 5, van het Reglement voor de procesvoering de kosten dragen welke verband houden met de gedeeltelijke afstand van instantie door de Commissie.
Conclusie
16 Bijgevolg geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet binnen de gestelde termijn alle nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen voor de omzetting in nationaal recht van richtlijn 93/62/EEG van de Commissie van 5 juli 1993 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers en bedrijven overeenkomstig richtlijn 92/33/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad; richtlijn 93/63/EEG van de Commissie van 5 juli 1993 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers en bedrijven overeenkomstig richtlijn 91/682/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen, alsmede van siergewassen; richtlijn 93/64/EEG van de Commissie van 5 juli 1993 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers en bedrijven overeenkomstig richtlijn 92/34/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt; richtlijn 93/78/EEG van de Commissie van 21 september 1993 tot vaststelling van aanvullende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de door leveranciers op grond van richtlijn 91/682/EEG van de Raad bij te houden lijsten van siergewassen en teeltmateriaal daarvan, en richtlijn 93/79/EEG van de Commissie van 21 september 1993 tot vaststelling van aanvullende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de door leveranciers op grond van richtlijn 92/34/EEG van de Raad bij te houden lijsten van fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 6, lid 1, van de richtlijnen 93/62, 93/63 en 93/64, en artikel 3, lid 1, van de richtlijnen 93/78 en 93/79;
2) de Bondsrepubliek Duitsland te verwijzen in de kosten van de procedure, daaronder begrepen die welke verband houden met de gedeeltelijke afstand van instantie door de Commissie.
(1) - PB L 250, blz. 29.
(2) - Ibidem, blz. 31.
(3) - Ibidem, blz. 33.
(4) - PB L 256, blz. 19.
(5) - Ibidem, blz. 25.
(6) - PB L 32, blz. 37.
(7) - BGBl. I, blz. 1917.
(8) - Van 23 juni 1993 tot vaststelling van het schema met de voorwaarden waaraan fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt en teeltmateriaal daarvan overeenkomstig richtlijn 92/34/EEG van de Raad moeten voldoen (PB L 250, blz. 1).
(9) - Van 23 juni 1993 tot vaststelling van het schema met de voorwaarden waaraan siergewassen en teeltmateriaal daarvan overeenkomstig richtlijn 91/682/EEG van de Raad moeten voldoen (PB L 250, blz. 9).
(10) - Van 2 juli 1993 tot vaststelling van de schema's met de eisen waaraan teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 92/33/EEG van de Raad moeten voldoen (PB L 250, blz. 19).
(11) - Arrest van 16 september 1997, Commissie/Duitsland (Jurispr. blz. I-4845).
(12) - Verweerschrift, punt 2 en 3.
(13) - Ibidem, punt 8.
(14) - Brief van 10 oktober 1994, waarmee de Duitse regering de Commissie een memorandum deed toekomen over de deregulering van de gemeenschapsrichtlijnen inzake de bescherming en verhandeling van planten en teeltmateriaal (bijlage 2 bij het verweerschrift van de Bondsrepubliek Duitsland in genoemde zaak C-139/96).
(15) - Aldus de Commissie in haar verzoekschrift (punt 19, tweede alinea).
(16) - Verweerschrift, punt 8, en dupliek, punt 7.
(17) - Zie met name arrest Commissie/Duitsland, reeds aangehaald, en arrest van 13 november 1997, Commissie/Duitsland (C-236/96, Jurispr. blz. I-6397, punt 10 en 11).
Full & Egal Universal Law Academy