Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Ambtenaren - Pensioenen - Pensioenrechten verworven vóór indiensttreding bij Gemeenschappen - Overdracht naar communautaire regeling - Verplichtingen van Lid-Staten - Vaststelling van maatregelen die overdracht mogelijk maken - Niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 5; Ambtenarenstatuut, bijlage VIII, art. 11, lid 2)
Partijen
In zaak C-52/96,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J. Currall en F. E. González Díaz, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van deze dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door R. Silva de Lapuerta, abogado del Estado, van de dienst communautaire geschillen, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, Boulevard E. Servais 4-6,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet de nationale maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te waarborgen dat de ambtenaren van de instellingen hun rechten op ouderdomspensioen naar de communautaire pensioenregeling kunnen overdragen, de krachtens de artikelen 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en 5 EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, C. N. Kakouris, P. J. G. Kapteyn, G. Hirsch (rapporteur) en R. Schintgen, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 29 mei 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 21 februari 1996, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet de nationale maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te waarborgen dat de ambtenaren van de instellingen hun rechten op ouderdomspensioen naar de communautaire pensioenregeling kunnen overdragen, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen [vastgesteld bij verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 (PB 1968, L 56, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 571/92 van de Raad van 2 maart 1992 (PB 1992, L 62, blz. 1; hierna: "Statuut")] en artikel 5 EG-Verdrag.
2 Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut bepaalt:
"De ambtenaar die in dienst van de Gemeenschappen treedt na:
- de dienst bij een overheidsorgaan of bij een nationale of internationale organisatie te hebben beëindigd, of,
- in loondienst of als zelfstandige te hebben gewerkt,
kan bij zijn aanstelling in vaste dienst hetzij de actuariële tegenwaarde van, hetzij de afkoopsom voor de rechten op ouderdomspensioen die hij uit hoofde van bovengenoemde activiteiten heeft verworven, aan de Gemeenschappen doen betalen.
In dat geval bepaalt de instelling waarbij de ambtenaar werkzaam is, met inachtneming van de rang waarin deze in vaste dienst is aangesteld, het aantal pensioenjaren dat zij volgens haar eigen regeling aanrekent uit hoofde van de vroegere diensttijd op basis van het bedrag van de actuariële tegenwaarde of van de afkoopsom."
3 Na zijn toetreding tot de Europese Gemeenschappen trof het Koninkrijk Spanje bepaalde maatregelen om zijn verplichtingen krachtens die laatste bepaling na te komen. Zo stelde het de herwerkte tekst vast van de wet inzake de gepensioneerden van de Staat, die op 27 mei 1987 werd gepubliceerd. De Spaanse regering erkende echter, dat deze wet niet volstond om de werking van de betrokken regeling te waarborgen, en legde sinds 1989 verschillende ontwerpen van koninklijk besluit met daartoe strekkende gedetailleerde maatregelen over.
4 Toen de Commissie vaststelde, dat die maatregelen niet verder waren gekomen dan het stadium van ontwerp, stuurde zij het Koninkrijk Spanje op 27 oktober 1992 overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag een aanmaningsbrief.
5 Omdat zij geen enkel officieel antwoord op die brief had ontvangen, bracht de Commissie op 13 december 1993 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij het ontbreken van de nodige nationale maatregelen tot uitvoering van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut aan de kaak stelde.
6 Tijdens het daaropvolgende overleg tussen de Spaanse autoriteiten en de diensten van de Commissie, legden de Spaanse autoriteiten een nieuw ontwerp over, gevolgd door wijzigingsvoorstellen van de diensten van de Commissie en nieuwe commentaren van de Spaanse autoriteiten op die voorstellen. Daar de Commissie echter geen enkel officieel antwoord op het met redenen omkleed advies had ontvangen, heeft zij besloten, zich tot het Hof te wenden.
7 De Commissie betoogt, dat het ontbreken van een wettelijke mogelijkheid tot overdracht van pensioenrechten van de Spaanse naar de communautaire regeling, de gelijke behandeling van gemeenschapsambtenaren in gevaar brengt, en ook een bron van ongelijkheden tussen de Lid-Staten is. Zij herinnert eraan, dat de in artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut bedoelde verplichting sedert meer dan tien jaar op het Koninkrijk Spanje rust, dat het bestaan ervan losstaat van de vraag, of een overeenkomst met het oog op de toepassing van artikel 11, lid 1, is gesloten, en dat andere Lid-Staten, ondanks administratieve en financiële moeilijkheden die vergelijkbaar zijn met die waarop het Koninkrijk Spanje zich beroept, er sedert lang in zijn geslaagd, de betrokken maatregelen toe te passen.
8 Het Koninkrijk Spanje beklemtoont, dat de vaststelling van criteria voor de toepassing van de in artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut bedoelde overdrachtregeling in het nationale stelsel verschillende problemen heeft doen rijzen die verband houden met de diversiteit van de sociale-zekerheidstelsels naar gelang van de administratie waaraan de betrokkenen zijn verbonden. Het is van mening, dat gezien de complexiteit van het onderwerp en de bestaande praktische moeilijkheden de Spaanse autoriteiten in permanent contact met de Commissie alle ter zake dienende maatregelen hebben genomen om de in deze ontstane problemen zo spoedig mogelijk te kunnen oplossen, en dus aan de in bedoelde bepaling neergelegde verplichting te voldoen.
9 In de eerste plaats zij erop gewezen, dat in een geval waarin een bepaling van het Statuut uitvoeringsmaatregelen op nationaal niveau vereist, de Lid-Staten krachtens artikel 5 van het Verdrag gehouden zijn, alle passende algemene of bijzondere maatregelen te treffen (zie arrest van 20 oktober 1981, zaak 137/80, Commissie/België, Jurispr. 1981, blz. 2393, r.o. 9). Dat is het geval met de verplichting ex artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut.
10 In de tweede plaats moet worden vastgesteld, dat het Koninkrijk Spanje, meer dan tien jaar na de inwerkingtreding van het Statuut aldaar, nog steeds niet de maatregelen heeft getroffen die nodig zijn om zijn nationale wetgeving met artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut in overeenstemming te brengen.
11 Met betrekking tot de door het Koninkrijk Spanje aangevoerde rechtvaardigingsgronden, volstaat het eraan te herinneren, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof, een Lid-Staat zich niet ten exceptieve kan beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van uit een gemeenschapsverordening voortvloeiende verplichtingen (arrest Commissie/België, reeds aangehaald, r.o. 17).
12 Mitsdien moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk Spanje, door niet de nationale maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te waarborgen dat de ambtenaren van de instellingen hun rechten op ouderdomspensioen naar de communautaire pensioenregeling kunnen overdragen, de krachtens de artikelen 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en 5 EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, moet het in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet de nationale maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te waarborgen dat de ambtenaren van de instellingen hun rechten op ouderdomspensioen naar de communautaire pensioenregeling kunnen overdragen, is het Koninkrijk Spanje de krachtens de artikelen 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en 5 EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy