Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Vrij verkeer van goederen - Afwijkingen - Grenzen - Bestaan van richtlijnen inzake harmonisatie van wetgevingen - Gevolgen (EG-Verdrag, art. 36) 2 Landbouw - Harmonisatie van wetgevingen inzake sanitaire controles - Intracommunautair handelsverkeer in vers vlees - Veterinaire controles - Richtlijnen 64/433 en 89/662 - Strekking - Harmonisatie van maatregelen ter opsporing en beoordeling van geur van mannelijke varkens - Nationale maatregelen die kader van regeling van geharmoniseerd stelsel te buiten gaan - Ontoelaatbaarheid (Richtlijnen van de Raad 64/433, art. 5, lid 1, sub o, en 6, lid 1, sub b, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, en 89/662, art. 5, lid 1, 7 en 8)
Samenvatting
1 Ofschoon op grond van artikel 36 van het Verdrag beperkingen van het vrije verkeer van goederen in stand kunnen blijven, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de gezondheid en het leven van dieren, een door het gemeenschapsrecht erkend fundamenteel vereiste, is de toepassing van deze bepaling evenwel uitgesloten, wanneer communautaire richtlijnen voorzien in harmonisatie van de maatregelen die nodig zijn om die specifieke doelstelling te verwezenlijken, welke met het beroep op artikel 36 zou worden nagestreefd. Die uitsluiting geldt ook ingeval het een beroep op het vereiste van consumentenbescherming betreft. De harmonisatierichtlijnen vormen dus het kader waarbinnen de geëigende controles moeten worden uitgevoerd en de beschermende maatregelen moeten worden getroffen. In dit opzicht dienen de lidstaten vertrouwen in elkaar te stellen ten aanzien van de op ieders grondgebied verrichte controles. 2 Uit richtlijn 64/433 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, juncto richtlijn 89/662 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt, blijkt dat de maatregelen die de autoriteiten van de lidstaten kunnen vaststellen voor het opsporen van een uitgesproken seksuele geur van niet-gecastreerde mannelijke varkens op communautair niveau zijn geharmoniseerd. Derhalve komt een lidstaat de krachtens die richtlijnen, inzonderheid de artikelen 5, lid 1, sub o, en 6, lid 1, sub b, enerzijds, en de artikelen 5, lid 1, 7 en 8, anderzijds, op hem rustende verplichtingen niet na, wanneer hij voor de invoer van vlees van niet-gecastreerde mannelijke varkens dat in de lidstaat van verzending overeenkomstig de gemeenschapsregels is gecontroleerd, voorwaarden en controles oplegt die het kader van die bepalingen te buiten gaan.
Partijen
In zaak C-102/96,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door K.-D. Borchardt, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door E. Röder, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Economische zaken, en B. Kloke, Oberregierungsrat bij dit ministerie, als gemachtigden,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen, dat de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens de artikelen 5, lid 1, sub o, en 6, lid 1, sub b, van richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PB 1964, 121, blz. 2012), zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497/EEG van de Raad van 29 juli 1991 (PB L 268, blz. 69), junctis de artikelen 5, lid 1, 7 en 8 van richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PB L 395, blz. 13), en artikel 30 EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door voor te schrijven, dat karkassen van niet-gecastreerde mannelijke varkens van een merk moeten worden voorzien en een warmtebehandeling moeten ondergaan wanneer het vlees, ongeacht het gewicht van het dier, bij toepassing van de gewijzigde immuno-enzymtest van professor Claus een androsterongehalte van meer dan 0,5 ìg/g blijkt te bevatten, en door zich op het standpunt te stellen dat het vlees boven de grenswaarde van 0,5 ìg/g een uitgesproken seksuele geur verspreidt, zodat het ongeschikt is voor menselijke consumptie,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: G. Hirsch, president van de Tweede kamer, waarnemend voor de president van de Zesde kamer, G. F. Mancini, J. L. Murray (rapporteur), H. Ragnemalm en K. Ioannou, rechters,
advocaat-generaal: A. La Pergola
griffier: H. A. Rühl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 20 november 1997,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 3 februari 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 27 maart 1996, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens de artikelen 5, lid 1, sub o, en 6, lid 1, sub b, van richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PB 1964, 121, blz. 2012), zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497/EEG van de Raad van 29 juli 1991 (PB L 268, blz. 69), junctis de artikelen 5, lid 1, 7 en 8 van richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PB L 395, blz. 13), en artikel 30 EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door voor te schrijven, dat karkassen van niet-gecastreerde mannelijke varkens van een merk moeten worden voorzien en een warmtebehandeling moeten ondergaan wanneer het vlees, ongeacht het gewicht van het dier, bij toepassing van de gewijzigde immuno-enzymtest van professor Claus een androsterongehalte van meer dan 0,5 ìg/g blijkt te bevatten, en door zich op het standpunt te stellen dat het vlees boven de grenswaarde van 0,5 ìg/g een uitgesproken seksuele geur verspreidt, zodat het ongeschikt is voor menselijke consumptie.
2 Sinds de inwerkingtreding van richtlijn 64/433 bestaan er gemeenschappelijke gezondheidsvoorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees. Deze richtlijn is bij richtlijn 91/497 gewijzigd om rekening te houden met de afschaffing van de veterinaire controles aan de binnengrenzen van de Gemeenschap en met de versterking van de gezondheidsgaranties in de lidstaat van oorsprong. De wijzigingsrichtlijn regelt met name, onder welke voorwaarden bepaalde vleessoorten ongeschikt voor consumptie kunnen worden verklaard, van een bijzonder merkteken moeten worden voorzien of een warmtebehandeling moeten ondergaan.
3 Artikel 5 van richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, luidt als volgt:
"De lidstaten zien erop toe dat de officiële dierenarts ongeschikt voor menselijke consumptie verklaart:
(...)
o) vlees dat een uitgesproken seksuele geur verspreidt."
4 Artikel 6 van die richtlijn bepaalt:
"1. De lidstaten zien erop toe dat (...)
b) vlees
(...)
iii) onverminderd de gevallen als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder o), van niet-gecastreerde mannelijke varkens met een geslacht gewicht hoger dan 80 kg, tenzij de inrichting op basis van een volgens de procedure van artikel 16 erkende methode, of, bij ontstentenis daarvan, op basis van een door de betrokken bevoegde autoriteit erkende methode, kan garanderen dat karkassen met een uitgesproken seksuele geur kunnen worden opgespoord,
voorzien wordt van het speciale merk als bedoeld in beschikking 84/371/EEG [van de Commissie van 3 juli 1984 tot vaststelling van het speciale merk voor vers vlees als bedoeld in artikel 5, sub a), van richtlijn 64/433 (PB L 196, blz. 46)] en een behandeling als bedoeld in richtlijn 77/99/EEG [van de Raad van 21 december 1976 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesproducten (PB 1977, L 26, blz. 85), laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandkoming van de interne markt (PB L 395, blz. 1)] ondergaat;
(...)
g) de in de vorige punten bedoelde behandelingen worden uitgevoerd in de inrichting van oorsprong of in een andere door de officiële dierenarts aangewezen inrichting;
(...)."
5 Bij richtlijn 89/662 zijn de veterinaire controles van vers vlees, die voorheen werden verricht aan de grenzen tussen de lidstaten, in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt voor het grootste deel verplaatst naar het land van oorsprong van het verse vlees; voorts zijn de controles die kunnen worden verricht in het land van bestemming, in detail geregeld.
6 Artikel 5 van richtlijn 89/662 luidt als volgt:
"1. De lidstaten van bestemming passen de volgende controlemaatregelen toe:
a) de bevoegde autoriteit kan op de plaats van bestemming van de goederen via steekproefsgewijze en niet-discriminerende veterinaire controles nagaan of aan artikel 3 is voldaan; zij kan bij die gelegenheid monsters nemen.
Beschikt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van doorvoer of van de lidstaat van bestemming over gegevens die een overtreding doen vermoeden, dan kunnen er bovendien nog controles worden verricht tijdens het vervoer van de goederen op haar grondgebied met inbegrip van de controle van de overeenstemming van de vervoermiddelen;
(...)."
7 Artikel 7 van richtlijn 89/662 bepaalt vervolgens:
"1. Indien de bevoegde autoriteiten van een lidstaat bij een controle op de plaats van bestemming of tijdens het vervoer constateren dat:
(...)
b) de goederen niet voldoen aan de voorschriften van de communautaire richtlijnen of, bij ontstentenis van besluiten over de communautaire normen waarin de richtlijnen voorzien, aan de nationale normen, kunnen zij - indien zulks op grond van de hygiënische of veterinairrechtelijke voorschriften mogelijk is - de verzender of diens gemachtigde de keuze laten tussen
- de destructie van de goederen, of
- het gebruik van de goederen voor andere doeleinden, met inbegrip van terugzending, met toestemming van de bevoegde autoriteit van de inrichting van oorsprong.
(...)."
8 Ten slotte bepaalt artikel 8, lid 1, van richtlijn 89/662:
"1. In de in artikel 7 bedoelde gevallen treedt de bevoegde autoriteit van een lidstaat van bestemming onverwijld in contact met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending. Deze nemen alle nodige maatregelen en delen aan de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat de aard van de verrichte controles, de genomen beslissingen en de redenen daarvan mede."
9 Op 26 januari 1993 zond de Duitse minister van Volksgezondheid de hoogste veterinaire instanties van elke lidstaat een nota waarin hij meedeelde, aan welke vereisten in Duitsland ingevoerd vers vlees moest voldoen (hierna: "nota"). Op 17 maart 1993 zond de Duitse regering de Commissie een kopie van die nota.
10 In punt 3 van de nota werd gesteld, dat de regel van artikel 6, lid 1, sub b, van richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/477,
"aldus in nationaal recht is omgezet, dat los van de gewichtsbeperking een grenswaarde van 0,5 ìg/g is vastgesteld voor androsteron. Daarboven verspreidt het vlees een uitgesproken seksuele geur en is het overeenkomstig artikel 5, lid 1, sub o, ongeschikt voor menselijke consumptie. Voor het aantonen van androsteron wordt enkel de gewijzigde immuno-enzymtest van professor Claus erkend. Vlees van niet-gecastreerde mannelijke varkens met een hogere waarde mag niet als vers vlees in de Bondsrepubliek Duitsland worden binnengebracht.
(...) Met goedvinden van de Commissie en de Raad (cf. de bij de goedkeuring van richtlijn 91/497/EEG in de notulen van de Raad opgenomen verklaring betreffende artikel 6, lid 1, sub b) is artikel 7, lid 1, sub b, van richtlijn 89/662/EEG van toepassing op elke zending varkensvlees uit andere lidstaten. Ongeacht het keurmerk wordt het varkensvlees op de plaats van bestemming onderzocht op naleving van deze grenswaarde. Bij overschrijding van de grenswaarde wordt het vlees afgekeurd (...)."
11 Van mening, dat de eisen van de Bondsrepubliek Duitsland in punt 3 van de nota indruisen tegen richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, tegen richtlijn 89/662 en artikel 30 van het Verdrag, maande de Commissie de Duitse regering op 3 juni 1993 aan, binnen twee maanden haar opmerkingen dienaangaande in te dienen.
12 Bij brief van 23 augustus 1993 betwistte de Duitse regering de grieven van de Commissie, zonder evenwel argumenten aan te voeren die de Commissie ertoe konden brengen haar standpunt te wijzigen.
13 Bij brief van 5 oktober 1994 richtte de Commissie een met redenen omkleed advies tot de Bondsrepubliek Duitsland waarin zij haar verweet, haar verplichtingen uit de genoemde richtlijnen en artikel 30 van het Verdrag niet te zijn nagekomen. Tegelijk verzocht zij haar, de noodzakelijke maatregelen te treffen om het met redenen omkleed advies binnen een termijn van twee maanden na de betekening ervan op te volgen.
14 In haar antwoord van 16 maart 1995 verbond de Duitse regering zich ertoe, aan de andere lidstaten en de hoogste Duitse veterinaire instanties te verduidelijken, dat de in punt 3 van haar nota bedoelde controles van partijen vlees overeenkomstig de gemeenschapsbepalingen op niet-discriminerende wijze en slechts steekproefsgewijs op de plaats van bestemming mochten worden verricht.
15 De Commissie vroeg de Duitse diensten, hoever het stond met de aangekondigde maatregelen.
16 Bij schrijven van 14 februari 1996 bevestigde de Duitse regering de toezeggingen in het antwoord op het met redenen omkleed advies en stelde zij voor, de hoogste veterinaire instanties van de andere lidstaten in kennis te stellen van de ter uitvoering van de nota genomen besluiten. Zij deelde evenwel mee, dat zij het met redenen omkleed advies niet kon opvolgen voor zover het punt 3 van de nota betrof. Zij betwistte, dat de Duitse praktijk indruist tegen het gemeenschapsrecht, daarbij verwijzend naar dwingende vereisten van consumentenbescherming; gezien de grote betekenis van dit belang voor Duitsland was het ook politiek onmogelijk om de bestaande rechtssituatie te wijzigen.
17 Onder die omstandigheden heeft de Commissie bij het Hof het onderhavige beroep ingesteld.
18 Volgens de Commissie druisen de in punt 3 van de nota beschreven maatregelen in tegen de artikelen 5, lid 1, sub o, en 6, lid 1, sub b, van richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, die haars inziens de regels voor het oplossen van gezondheidsproblemen in verband met de productie en het in de handel brengen van voor menselijke consumptie bestemd vers vlees van in de richtlijn genoemde diersoorten geheel heeft geharmoniseerd, behalve op de uitdrukkelijk van haar werkingssfeer uitgesloten gebieden. De verwezenlijking van de met die bepalingen nagestreefde harmonisatie wordt gewaarborgd door artikel 8 van richtlijn 89/662, dat voorziet in een communautaire procedure om de moeilijkheden op te lossen waartoe verschillen tussen de door de lidstaten gehanteerde methoden voor het opsporen van karkassen met een te uitgesproken geur van mannelijke varkens aanleiding kunnen geven. Volgens die procedure onderzoekt de Commissie de methode die tot geschil aanleiding geeft en zijn de uitkomsten van haar onderzoek voor de betrokken lidstaten bindend.
19 De Duitse regering betwist dat richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, de gezondheidsvoorschriften van de verschillende lidstaten inzake vlees, en met name varkensvlees, geheel heeft geharmoniseerd. Dit is zeker niet het geval voor de bepalingen inzake het opsporen van een uitgesproken seksuele geur, die derhalve moeten worden getoetst aan artikel 30 van het Verdrag.
20 In dit verband erkent zij, dat de Duitse praktijk in kwestie als een beperking van de intracommunautaire handel kan worden aangemerkt. Zij acht deze beperking niettemin gerechtvaardigd uit hoofde van bescherming van de gezondheid van personen in de zin van artikel 36 EG-Verdrag en door dwingende vereisten in de zin van het arrest van 20 februari 1979, Rewe-Zentral, "Cassis de Dijon" (120/78, Jurispr. blz. 649, punt 8), in het bijzonder het vereiste van bescherming van de consumenten.
21 Er zij aan herinnerd, dat ofschoon op grond van artikel 36 van het Verdrag beperkingen van het vrije verkeer van goederen in stand kunnen blijven, die zijn gerechtvaardigd uit hoofde van bescherming van de gezondheid en het leven van dieren, een door het gemeenschapsrecht erkend fundamenteel vereiste, de toepassing van deze bepaling evenwel uitgesloten is, wanneer communautaire richtlijnen voorzien in harmonisatie van de maatregelen die nodig zijn om die specifieke doelstelling te verwezenlijken, welke met het beroep op artikel 36 zou worden nagestreefd (zie met name arrest van 23 mei 1996, Hedley Lomas, C-5/94, Jurispr. blz. I-2553, punt 18). Die uitsluiting geldt ook ingeval het een beroep op het vereiste van consumentenbescherming betreft.
22 De harmonisatierichtlijnen vormen dus het kader waarbinnen de geëigende controles moeten worden uitgevoerd en de beschermende maatregelen moeten worden getroffen (zie arrest van 5 oktober 1994, Centre d'insémination de la Crespelle, C-323/93, Jurispr. blz. I-5077, punt 31). In dit opzicht dienen de lidstaten vertrouwen in elkaar te stellen ten aanzien van de op ieders grondgebied verrichte controles (zie laatstelijk arrest van 19 maart 1998, Compassion in World Farming, C-1/96, Jurispr. blz. I-1251, punt 47).
23 Derhalve moet worden onderzocht, of richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, tezamen met richtlijn 89/662 voorziet in een harmonisatie van de maatregelen voor het opsporen en de beoordeling van de geur van mannelijke varkens.
24 Zoals het Hof reeds heeft beslist, moet bij de uitlegging van een gemeenschapsrechtelijke bepaling niet alleen rekening worden gehouden met de bewoordingen ervan, maar eveneens met haar context en met de doeleinden die worden beoogd door de regeling waarvan zij deel uitmaakt (zie onder meer arrest Compassion in World Farming, reeds aangehaald, punt 49).
25 Wat in de eerste plaats de context van de betrokken bepalingen betreft, zij erop gewezen, dat in de tweede, de derde en de vierde overweging van de considerans van richtlijn 64/433 wordt gewezen op de belemmeringen van het intracommunautaire handelsverkeer door "de in de lidstaten bestaande ongelijkheid op het gebied van de gezondheidsvoorschriften inzake vlees" en op de noodzaak die ongelijkheid op te heffen door de voorschriften van de lidstaten op dit gebied nader tot elkaar te brengen. Volgens de vijfde en de zesde overweging van de considerans van richtlijn 91/497 is de aanpassing en uitbreiding van de voorschriften van richtlijn 64/433 tot de gehele vleesproductie een gevolg van de afschaffing van de veterinaire controles aan de grenzen tussen de lidstaten door richtlijn 89/662.
26 Richtlijn 64/433 heeft een geharmoniseerd stelsel van sanitaire keuringen ingevoerd, dat uitgaat van de gelijkwaardigheid van de in alle lidstaten voorgeschreven sanitaire maatregelen, waardoor zowel de bescherming van de gezondheid als de gelijkwaardige behandeling der producten wordt gewaarborgd. Daartoe verlegt het stelsel de sanitaire controles naar de lidstaat van verzending (zie in die zin de arresten van 6 oktober 1983, Delhaize Frères "Le Lion" e.a., 2/82-4/82, Jurispr. blz. 2973, punt 11, en 15 december 1993, Ligur Carni e.a., C-277/91, C-318/91 en C-319/91, Jurispr. blz. I-6621, punt 25).
27 Wat in de tweede plaats het doel van de betrokken bepalingen betreft, zij eraan herinnerd, dat richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, de gezondheidsvoorschriften vaststelt voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees. Richtlijn 89/662 van haar kant bepaalt welke regels van toepassing zijn op de veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer. In wezen zijn deze controles, die voorheen aan de grenzen tussen de lidstaten werden verricht, verplaatst naar het land van oorsprong van het verse vlees. Die richtlijnen zijn enkele van de maatregelen die geleidelijk de interne markt tot stand moeten brengen.
28 Wat meer bepaald de regels voor het opsporen van karkassen met een uitgesproken seksuele geur betreft, moet worden vastgesteld, dat de in artikel 6, lid 1, sub b, iii, van richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, voorziene methode nog niet is uitgewerkt. Die bepaling schrijft echter eveneens voor, dat bij gebreke van een dergelijke methode de door de betrokken bevoegde autoriteit erkende methode moet worden toegepast. Uit artikel 6, lid 1, sub g, van die richtlijn blijkt ook, dat de in de vorige punten bedoelde behandelingen in beginsel moeten worden uitgevoerd in de inrichting van oorsprong. Wanneer de hygiëne tijdens de controles van de zendingen vlees in het land van oorsprong anders wordt beoordeeld dan bij de steekproefsgewijze controles in het land van bestemming, voorziet artikel 8 van richtlijn 89/662 ten slotte in een bijzondere procedure om het geschil te beslechten.
29 Uit richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, juncto richtlijn 89/662 blijkt dus, dat de maatregelen voor het opsporen van een uitgesproken seksuele geur van niet-gecastreerde mannelijke varkens op communautair niveau zijn geharmoniseerd.
30 Derhalve moet worden onderzocht, of de Bondsrepubliek Duitsland met het stellen van de voorwaarden in punt 3 van de nota de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 5, lid 1, sub o, en 6, lid 1, sub b, van richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, juncto de artikelen 5, lid 1, 7 en 8, van richtlijn 89/662, en artikel 30 van het Verdrag.
31 Dienaangaande zij er in de eerste plaats aan herinnerd, dat volgens artikel 5, lid 1, sub o, van richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, de lidstaten erop toezien dat vlees dat een uitgesproken seksuele geur verspreidt, door de officiële dierenarts ongeschikt voor menselijke consumptie wordt verklaard. Verder volgt uit artikel 6, lid 1, sub b, iii, van die richtlijn, dat uitsluitend karkassen van meer dan 80 kg moeten worden voorzien van het in beschikking 84/371 bedoelde speciale merk en een warmtebehandeling als omschreven in richtlijn 77/99 moeten ondergaan, maar enkel wanneer de inrichting niet op basis van een gemeenschappelijke methode of, bij gebreke daarvan, op basis van een door de bevoegde autoriteit van het land van oorsprong erkende methode kan garanderen dat karkassen met een uitgesproken seksuele geur kunnen worden opgespoord.
32 Blijkens de stukken stellen de Duitse autoriteiten evenwel ook voor karkassen van minder dan 80 kg de merking en de warmtebehandeling verplicht. Bovendien gelden deze vereisten, ongeacht of de autoriteiten van het land van oorsprong een methode gebruiken die geschikt is om vast te stellen welk vlees een uitgesproken seksuele geur verspreidt, en wordt enkel de in punt 3 van de nota genoemde immuno-enzymtest erkend als methode voor het aantonen van androsteron, dat de geur van mannelijke varkens zou veroorzaken.
33 Derhalve moet het beroep van de Commissie worden toegewezen voor zover het betrekking heeft op de niet-nakoming van de verplichtingen krachtens artikel 5, lid 1, sub o, en 6, lid 1, sub b, iii, van richtlijn 69/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497.
34 In de tweede plaats meent de Commissie, dat de Bondsrepubliek Duitsland de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 5, lid 1, 7 en 8 van richtlijn 89/662, omdat de Duitse autoriteiten de gewijzigde immuno-enzymtest van professor Claus niet steekproefsgewijs hanteren, zoals artikel 5, lid 1, sub a, van richtlijn 89/662 hen toestaat, maar eenzijdig die methode in alle gevallen verplicht hebben gesteld en hebben geweigerd te erkennen, dat ingevoerd varkensvlees dat met de Deense scatolmethode is gecontroleerd, gezond is, zonder de bijzondere procedure van artikel 8 van richtlijn 89/662 in te leiden.
35 De Bondsrepubliek Duitsland stelt van haar kant, dat bij gebreke van een geharmoniseerde regeling elke lidstaat eenzijdig een grens kan vaststellen waarboven de seksuele geur van mannelijke varkens het vlees ongeschikt maakt voor consumptie. Dienaangaande merkt zij op, dat de door de Deense autoriteiten gehanteerde scatolmethode wetenschappelijk niet betrouwbaar is.
36 In punt 29 van dit arrest is reeds gepreciseerd, dat de bepalingen inzake het opsporen van een uitgesproken seksuele geur van niet-gecastreerde mannelijke varkens op communautair niveau zijn geharmoniseerd.
37 Bijgevolg moest de Bondsrepubliek Duitsland, wanneer zij bij de toegestane controles en op grond van haar eigen methoden vaststelde dat ingevoerd vlees een uitgesproken seksuele geur verspreidde waardoor het ongeschikt was voor menselijke consumptie, dus het in artikel 7, lid 1, sub b, van richtlijn 89/662 bedoelde geval, de procedure van artikel 8 van die richtlijn inleiden en onverwijld in contact treden met de bevoegde autoriteit van de lidstaat van verzending, in casu het Koninkrijk Denemarken.
38 Artikel 8 van richtlijn 89/662 laat de lidstaten immers geen enkele keuze om de daarin geregelde procedure al dan niet in te leiden.
39 Volgens de Commissie hebben de bevoegde Duitse autoriteiten geen gebruik gemaakt van de procedure van artikel 8. De Duitse regering betwist dit, maar toont niet aan, dat zij die procedure inderdaad heeft ingeleid.
40 Derhalve moet het beroep van de Commissie worden toegewezen voor zover het betrekking heeft op de artikelen 5, lid 1, 7 en 8, van richtlijn 89/662.
41 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens de artikelen 5, lid 1, sub o, en 6, lid 1, sub b, van richtlijn 64/433, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497, en de artikelen 5, lid 1, 7 en 8 van richtlijn 89/662 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, enerzijds door voor te schrijven dat karkassen van niet-gecastreerde mannelijke varkens van een merk moeten worden voorzien en een warmtebehandeling moeten ondergaan wanneer het vlees, ongeacht het gewicht van het dier, bij toepassing van de gewijzigde immuno-enzymtest van professor Claus een androsterongehalte van meer dan 0,5 ìg/g blijkt te bevatten, en anderzijds door zich op het standpunt te stellen dat het vlees boven de grenswaarde van 0,5 ìg/g een uitgesproken seksuele geur verspreidt, zodat het ongeschikt is voor menselijke consumptie.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
42 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Bondsrepubliek Duitsland in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verklaart:
43 De Bondsrepubliek Duitsland is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 5, lid 1, sub o, en 6, lid 1, sub b, van richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/497/EEG van de Raad van 29 juli 1991, en de artikelen 5, lid 1, 7 en 8 van richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt, door enerzijds voor te schrijven dat karkassen van niet-gecastreerde mannelijke varkens van een merk moeten worden voorzien en een warmtebehandeling moeten ondergaan wanneer het vlees, ongeacht het gewicht van het dier, bij toepassing van de gewijzigde immuno-enzymtest van professor Claus een androsterongehalte van meer dan 0,5 ìg/g blijkt te bevatten, en anderzijds door zich op het standpunt te stellen dat het vlees boven de grenswaarde van 0,5 ìg/g een uitgesproken seksuele geur verspreidt, zodat het ongeschikt is voor menselijke consumptie.
44 De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy