Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
(EG-Verdrag, art. 169)
Samenvatting
Een Lid-Staat kan zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen.
Partijen
In zaak C-107/96,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch hoofdadviseur R. Wainwright en F. Castillo de la Torre, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door L. Pérez de Ayala Becerril, abogado del Estado, van de dienst communautaire geschillen, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, Boulevard E. Servais 4-6,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen, in werking te doen treden en mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 tot wijziging van richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen (PB 1991, L 78, blz. 32), de krachtens die richtlijn en de artikelen 5 en 189 EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida, kamerpresident, L. Sevón (rapporteur), D. A. O. Edward, P. Jann en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 maart 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 3 april 1996, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen, in werking te doen treden en mee te delen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 tot wijziging van richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen (PB 1991, L 78, blz. 32), de krachtens die richtlijn en de artikelen 5 en 189 EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Richtlijn 91/156 heeft tot doel, de verwijdering en de nuttige toepassing van afvalstoffen te verzekeren, en de vaststelling te bevorderen van maatregelen om het ontstaan van afvalstoffen te beperken, met name door schone technologieën en recycleerbare en opnieuw te gebruiken producten te bevorderen.
3 Artikel 2, lid 1, van richtlijn 91/156 bepaalt, dat de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 1 april 1993 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. Richtlijn 91/156 is op 25 maart 1991 ter kennis van de Lid-Staten gebracht.
4 Daar de Commissie van de Spaanse regering geen mededeling had ontvangen van omzettingsmaatregelen en over geen andere gegevens beschikte waaruit zij kon opmaken dat het Koninkrijk Spanje zijn verplichting was nagekomen om de nodige bepalingen in werking te doen treden, maande zij op 9 augustus 1993 de Spaanse regering aan om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
5 Toen die schriftelijke aanmaning onbeantwoord bleef, deed de Commissie op 19 juli 1994 de Spaanse regering een met redenen omkleed advies toekomen, waarin zij haar verzocht de nodige maatregelen te treffen om binnen een termijn van twee maanden aan dit advies te voldoen.
6 Bij brieven van 8 augustus en 16 september 1994 verzochten de Spaanse autoriteiten de Commissie om verlenging van de termijn van antwoord op het met redenen omkleed advies. Enkel het eerste verzoek werd door de Commissie ingewilligd.
7 Bij brief van 12 juni 1995 deelde de Spaanse regering de Commissie mee, dat een voorontwerp van basiswet inzake afvalstoffen in voorbereiding was. Op een vergadering van 20 november 1995 wezen de Spaanse autoriteiten erop, dat het voorontwerp van basiswet inzake afvalstoffen praktisch klaar was. Bij brief van 7 februari 1996 deden de Spaanse autoriteiten de Commissie een afschrift toekomen van die tekst, getiteld "Anteproyecto de Ley Básica de Residuos" (voorontwerp van basiswet inzake afvalstoffen).
8 Toen het beroep werd ingesteld, had de Commissie echter nog geen mededeling ontvangen betreffende de goedkeuring van het wetsontwerp.
9 Het Koninkrijk Spanje betwist de niet-nakoming niet, maar wijst erop, dat de goedkeuring van de tekst tot omzetting van richtlijn 91/156 is vertraagd door de ontbinding van het Spaanse parlement en het uitschrijven van de laatste algemene verkiezingen, in maart 1996.
10 Volgens vaste rechtspraak kan een Lid-Staat zich echter niet beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen (zie, onder meer, arrest van 12 december 1996, zaak C-297/95, Commissie/Duitsland, Jurispr. 1996, blz. I-6739, r.o. 9).
11 Daar richtlijn 91/156 niet binnen de gestelde termijn is omgezet, moet het door de Commissie ter zake ingestelde beroep gegrond worden geacht.
12 Mitsdien moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk Spanje, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en in werking te doen treden die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/156, de krachtens artikel 2, lid 1, van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en in werking te doen treden die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 tot wijziging van richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen, is het Koninkrijk Spanje de krachtens artikel 2, lid 1, van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy