Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Landbouw - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Structuurhervorming - Modernisering van landbouwbedrijven - Steunregeling van richtlijn 72/159 - Register om te bepalen wie voor steun in aanmerking komt - Inschrijving aan bepaalde rechtspersonen geweigerd vanwege hun rechtsvorm - Ontoelaatbaarheid
(Verordening nr. 797/85 van de Raad; richtlijn 72/159 van de Raad)
Samenvatting
Richtlijn 72/159 betreffende de modernisering van landbouwbedrijven, en verordening nr. 797/85 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur, moeten aldus worden uitgelegd, dat zij Lid-Staten die een register invoeren om te bepalen wie voor de steunregeling van richtlijn 72/159 in aanmerking komt, niet toestaan om bepaalde rechtspersonen enkel vanwege hun rechtsvorm van de inschrijving in dit register uit te sluiten, en te voorzien in een bijzondere identificatieregeling in de vorm van een specifiek register waarin enkel natuurlijke personen kunnen worden ingeschreven.
Partijen
In zaak C-164/96,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag van de Consiglio di Stato in het aldaar aanhangig geding tussen
Regione Piemonte
en
Saiagricola SpA,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van richtlijn 72/159/EEG van de Raad van 17 april 1972 betreffende de modernisering van landbouwbedrijven (PB 1972, L 96, blz. 1), en van verordening (EEG) nr. 797/85 van de Raad van 12 maart 1985 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur (PB 1985, L 93, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vierde kamer),
samengesteld als volgt: H. Ragnemalm, kamerpresident, P. J. G. Kapteyn en J. L. Murray (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: P. Léger
griffier: R. Grass
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Saiagricola SpA, vertegenwoordigd door V. Barosio, advocaat te Turijn, en M. Contaldi, advocaat te Rome,
- de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door P. G. Ferri, avvocato dello Stato,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur E. de March en door P. Ziotti, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 29 mei 1997,,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 9 januari 1996, ingekomen bij het Hof op 13 mei daaraanvolgend, heeft de Consiglio di Stato krachtens artikel 177 EG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van richtlijn 72/159/EEG van de Raad van 17 april 1972 betreffende de modernisering van landbouwbedrijven (PB 1972, L 96, blz. 1), en van verordening (EEG) nr. 797/85 van de Raad van 12 maart 1985 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur (PB 1985, L 93, blz. 1).
2 Die vraag is gerezen in een geding tussen de vennootschap Saiagricola SpA (hierna: "Saiagricola") en de Regione Piemonte over het verzoek van Saiagricola tot inschrijving in het beroepsregister van ondernemers met hoofdberoep landbouw.
3 Bij verordening nr. 797/85 zijn de communautaire basisregels voor het landbouwstructuurbeleid vastgesteld.
4 Artikel 2 van verordening nr. 797/85 bepaalt, dat de Lid-Staten, teneinde tot een verbetering van het landbouwinkomen en van de levens-, werk- en productieomstandigheden op de landbouwbedrijven bij te dragen, een steunregeling moeten instellen voor investeringen in landbouwbedrijven waarvan het bedrijfshoofd de landbouw als hoofdberoep uitoefent en aan bepaalde voorwaarden voldoet.
5 Artikel 2, lid 5, van die verordening, waarin artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/159 in vrijwel identieke bewoordingen is overgenomen, luidt als volgt:
"De Lid-Staten definiëren het begrip $bedrijfshoofd met hoofdberoep landbouw' voor de toepassing van deze verordening.
Voor natuurlijke personen behelst deze definitie ten minste de voorwaarde dat het inkomen uit het landbouwbedrijf 50 % of meer van het totale inkomen van het bedrijfshoofd bedraagt en dat de aan werkzaamheden buiten het bedrijf bestede arbeidstijd minder dan de helft van de totale arbeidstijd van het bedrijfshoofd uitmaakt.
Met inachtneming van de in de vorige alinea aangegeven criteria definiëren de Lid-Staten dit begrip voor andere dan natuurlijke personen."
6 Ingevolge de bij verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad van 15 juli 1991 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur (PB 1991, L 218, blz. 1), verrichte codificatie is artikel 2, lid 5, van verordening nr. 797/85, zonder enige wijziging, artikel 5, lid 5, van verordening nr. 2328/91 geworden.
7 Binnen de hun verleende medewetgevingsbevoegdheid op landbouwgebied hebben de Italiaanse regio's in het kader van de door de nationale regeling geformuleerde beginselen gedetailleerde regels voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschapsrecht met betrekking tot de landbouwhervorming vastgesteld.
8 Artikel 1 van wet nr. 18 van de Regione Piemonte van 23 augustus 1982 (hierna: "wet nr. 18") voorziet in de oprichting van een beroepsregister van ondernemers met hoofdberoep landbouw, waarin die ondernemers zich kunnen laten inschrijven.
9 In andere bepalingen van de wet worden de voorwaarden vastgesteld waaraan die ondernemers moeten voldoen.
10 De streekraad van de Regione Piemonte heeft wet nr. 18 uitgevoerd bij besluit nr. 443-6462 van 28 juli 1983. In de artikelen 2 en 3 van dat besluit wordt bepaald, dat slechts natuurlijke personen, overeenkomstig de samenwerkingsbepalingen opgerichte landbouwcoöperaties, en verenigingen van landbouwondernemers om inschrijving in het beroepsregister van ondernemers met hoofdberoep landbouw kunnen verzoeken.
11 Uit de verwijzingsbeschikking blijkt, dat de te Vercelli gevestigde provinciale commissie voor het beheer van het beroepsregister van ondernemers met hoofdberoep landbouw bij besluit van 3 juni 1991 het verzoek om inschrijving van Saiagricola heeft geweigerd op grond dat volgens de bewoordingen van wet nr. 18 enkel natuurlijke personen in dat register kunnen worden ingeschreven.
12 Dat besluit is door het Tribunale amministrativo regionale per il Piemonte bij vonnissen van 6 mei en 3 juni 1993 nietig verklaard op grond dat wet nr. 18 in strijd is met de bepalingen van richtlijn 72/159, volgens welke de hoedanigheid van "bedrijfshoofd met hoofdberoep landbouw" niet uitsluitend aan natuurlijke personen mag worden verleend.
13 Op het hoger beroep van de Regione Piemonte besloot de Consiglio di Stato de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof te vragen
"(...) of, gelet op richtlijn 72/159/EEG van de Raad van 17 april 1972 en verordening (EEG) nr. 797/85 van de Raad van 12 maart 1985, rekening houdend met de doelstelling, een gemeenschappelijk landbouwbeleid te ontwikkelen in een stelsel van non-discriminatie tussen ondernemers, de nationale of regionale wetgever nog gerechtigd is, een verschil in behandeling van de individuele ondernemers in te voeren, zij het slechts door te voorzien in een bijzondere identificatieregeling in de vorm van een specifiek register waarin enkel die ondernemers kunnen worden ingeschreven?"
14 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of artikel 2, lid 5, van verordening nr. 797/85, waarin artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/159 in vrijwel identieke bewoordingen is overgenomen, Lid-Staten die een register invoeren om te bepalen wie voor de steunregeling van richtlijn 72/159 in aanmerking komt, toestaat om bepaalde rechtspersonen enkel vanwege hun rechtsvorm van de inschrijving in dit register uit te sluiten, en te voorzien in een bijzondere identificatieregeling in de vorm van een specifiek register waarin enkel natuurlijke personen kunnen worden ingeschreven.
15 Vooraf zij herinnerd aan de vaste rechtspraak volgens welke de gemeenschapsregeling de Lid-Staten, die de inhoud van het begrip "bedrijfshoofd met hoofdberoep landbouw" moeten preciseren, niet toestaat de werkingssfeer ervan te beperken tot natuurlijke personen (zie arresten van 18 december 1986, zaak 312/85, Villa Banfi, Jurispr. 1986, blz. 4039, en 15 oktober 1992, zaak C-162/91, Tenuta il Bosco, Jurispr. 1992, blz. I-5279).
16 Bovendien bepalen richtlijn 72/159 en verordening nr. 797/85 uitdrukkelijk, dat rechtspersonen binnen hun werkingssfeer vallen, zodat het onverenigbaar met de gemeenschapsregeling is, de verzoeker enkel vanwege zijn rechtsvorm van inschrijving in het register uit te sluiten.
17 Uit het voorgaande volgt, dat de Lid-Staten geen enkele vrijheid hebben om het voordeel van de bij richtlijn 72/159 - en vervolgens bij verordening nr. 797/85 - ingestelde regeling enkel vanwege hun rechtsvorm te onthouden aan bedrijven die de voorwaarden daarvoor vervullen (zie de reeds aangehaalde arresten Villa Banfi, r.o. 9 en Tenuta il Bosco, r.o. 14).
18 Bijgevolg moet op de vraag worden geantwoord, dat richtlijn 72/159 en verordening nr. 797/85 aldus moeten worden uitgelegd, dat zij Lid-Staten die een register invoeren om te bepalen wie voor de steunregeling van richtlijn 72/159 in aanmerking komt, niet toestaan bepaalde rechtspersonen enkel vanwege hun rechtsvorm van de inschrijving in dit register uit te sluiten, en te voorzien in een bijzondere identificatieregeling in de vorm van een specifiek register waarin enkel natuurlijke personen kunnen worden ingeschreven.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
19 De kosten door de Italiaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
uitspraak doende op de door de Consiglio di Stato bij beschikking van 9 januari 1996 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Richtlijn 72/159/EEG van de Raad van 17 april 1992 betreffende de modernisering van landbouwbedrijven, en verordening (EEG) nr. 797/85 van de Raad van 12 maart 1985 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur, moeten aldus worden uitgelegd, dat zij Lid-Staten die een register invoeren om te bepalen wie voor de steunregeling van richtlijn 72/159 in aanmerking komt, niet toestaan om bepaalde rechtspersonen enkel vanwege hun rechtsvorm van de inschrijving in dit register uit te sluiten, en te voorzien in een bijzondere identificatieregeling in de vorm van een specifiek register waarin enkel natuurlijke personen kunnen worden ingeschreven.
Full & Egal Universal Law Academy