Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
(EG-Verdrag, art. 169)
Samenvatting
Een Lid-Staat kan zich niet beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen en termijnen.
Partijen
In zaak C-208/96,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door H. van Vliet, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk België, vertegenwoordigd door J. Devadder, adviseur-generaal bij de juridische dienst van het Ministerie van Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Belgische ambassade, Rue des Girondins 4,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 92/119/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte (PB 1993, L 62, blz. 69), de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, J. L. Murray, C. N. Kakouris, P. J. G. Kapteyn en G. Hirsch (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: P. Léger
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 september 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 19 juni 1996, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen, dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 92/119/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte (PB 1993, L 62, blz. 69; hierna: "richtlijn"), de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 27 van de richtlijn moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen in werking doen treden om vóór 1 oktober 1993 aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie geen enkele mededeling van de Belgische regering had ontvangen inzake de maatregelen tot omzetting van de richtlijn, leidde zij de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 van het Verdrag in door de Belgische regering op 3 december 1993 een aanmaningsbrief te zenden waarin zij haar verzocht binnen twee maanden haar opmerkingen te maken.
4 Toen de Belgische regering niet op deze brief antwoordde, deed de Commissie haar op 26 september 1994 een met redenen omkleed advies toekomen, dat het Koninkrijk België binnen twee maanden te rekenen vanaf de kennisgeving ervan, diende op te volgen.
5 Bij brief van 9 oktober 1995 deelden de Belgische autoriteiten de Commissie mee, dat de bestaande wettelijke regeling al ten dele aan de vereisten van de richtlijn voldeed en dat een ontwerp van koninklijk besluit, waarmee de omzetting zou worden afgerond, nagenoeg gereed was.
6 Na die datum ontving de Commissie geen enkel ander bericht meer van de Belgische autoriteiten.
7 Onder die omstandigheden heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
8 Het Koninkrijk België betwist niet, tot de dag van vandaag niet alle voor de omzetting van de richtlijn noodzakelijke bepalingen te hebben vastgesteld. Het verklaart, dat voor zover de richtlijn niet reeds in de bestaande wetgeving is geïmplementeerd, er nog twee koninklijke besluiten moeten worden vastgesteld om de omzetting te vervolledigen. Ter rechtvaardiging van de vertraging bij de vaststelling van die bepalingen voert het overwegingen aan verband houdend met de budgettaire gevolgen die een van die besluiten zou hebben.
9 Het is evenwel vaste rechtspraak, dat een Lid-Staat zich niet kan beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen (zie, onder meer, arrest van 5 juni 1997, zaak C-107/96, Commissie/Spanje, Jurispr. 1997, blz. I-3193, r.o. 10).
10 Nu de richtlijn niet binnen de erin bepaalde termijn is omgezet, moet het door de Commissie ter zake ingestelde beroep gegrond worden verklaard.
11 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens artikel 27 van de richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dat is gevorderd. De Commissie heeft geconcludeerd tot veroordeling van het Koninkrijk België in de kosten. Aangezien dit in het ongelijk is gesteld, dient het in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 92/119/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte, is het Koninkrijk België de krachtens artikel 27 van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy