Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-236/96,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur G. zur Hausen als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg, Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door E. Röder, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Economische zaken, en B. Kloke, Oberregierungsrat bij dat ministerie, als gemachtigden, D-53107 Bonn, verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet de nodige maatregelen vast te stellen om binnen de gestelde termijn te voldoen aan de richtlijnen
- 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten (PB 1991, L 78, blz. 38), en
- 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157/EEG van de Raad inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten (PB 1993, L 264, blz. 51),
de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann (rapporteur), kamerpresident, J. C. Moitinho de Almeida, D. A. O. Edward, J.-P. Puissochet en P. Jann, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 25 september 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 9 juli 1996, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet de nodige maatregelen vast te stellen om binnen de gestelde termijn te voldoen aan de richtlijnen
- 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten (PB 1991, L 78, blz. 38), en
- 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157/EEG van de Raad inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten (PB 1993, L 264, blz. 51),
de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 11, lid 1, van richtlijn 91/157 en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/86 moesten de Lid-Staten de nodige bepalingen vaststellen om vóór 18 september 1992 (richtlijn 91/157), respectievelijk op uiterlijk 31 december 1993 (richtlijn 93/86) aan die richtlijnen te voldoen, en de Commissie daar onverwijld van in kennis stellen.
3 Toen de Commissie constateerde, dat die termijnen waren verstreken zonder dat zij kennis had gekregen van door de Bondsrepubliek Duitsland vastgestelde omzettingsmaatregelen, leidde zij overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag niet-nakomingsprocedures in. Bij brieven van 21 december 1992 en 10 februari 1994 maande zij de Duitse regering aan haar opmerkingen te maken over het ontbreken van de bepalingen tot omzetting van de richtlijnen 91/157 en 93/86 in nationaal recht.
4 Met betrekking tot richtlijn 91/157 verklaarde de Duitse regering bij brief van 9 maart 1993, dat de Duitse autoriteiten bezig waren met de voorbereiding van de nodige omzettingsmaatregelen. Zij gaf voorts te kennen, dat die omzetting haars inziens slechts mogelijk was in het kader van de modaliteiten van het merktekenstelsel, waarvan sprake is in artikel 4, lid 2, van die richtlijn, die tot op dat tijdstip nog niet waren vastgesteld.
5 Met betrekking tot richtlijn 93/86 verontschuldigde de Duitse regering zich bij brief van 28 april 1994 voor de vertraging bij de omzetting ervan, waarbij zij erop wees, dat het haar logisch voorkwam de richtlijnen 91/157 en 93/86 tegelijkertijd om te zetten.
6 Toen de Commissie verder niets vernam over enige officiële maatregel tot omzetting van de richtlijnen, deed zij de Duitse regering op 15 maart 1994, respectievelijk 3 augustus 1995 met redenen omklede adviezen toekomen met het verzoek, de nodige maatregelen te nemen om binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving ervan, aan die adviezen te voldoen.
7 In antwoord op deze met redenen omklede adviezen bracht de Duitse regering bij schrijven van 21 september 1995 het een en ander naar voren over het belang van de in artikel 6 van richtlijn 91/157 bedoelde programma's. Voorts gaf zij een uiteenzetting over het Duitse systeem voor het verwijderen van batterijen, dat berust op overeenkomsten tussen fabrikanten en handelaren. Zij gaf echter nogmaals toe, dat de richtlijnen formeel nog steeds niet waren omgezet.
8 Nog steeds zonder enig bericht over definitieve maatregelen van de Duitse autoriteiten, heeft de Commissie op 8 juli 1996 besloten het onderhavige beroep in te stellen.
9 In haar verweerschrift betwist de Duitse regering niet, dat de in geding zijnde richtlijnen niet binnen de gestelde termijn zijn omgezet. Zij merkt onder meer op, dat zij de Commissie herhaaldelijk in kennis heeft gesteld van de redenen van de vertraging ervan.
10 Daar de omzetting van de betrokken richtlijnen niet binnen de daarin gestelde termijnen heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
11 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet de nodige maatregelen vast te stellen om aan de in geding zijnde richtlijnen te voldoen, de krachtens artikel 11, lid 1, van richtlijn 91/157 en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/86 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Bondsrepubliek Duitsland in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet de nodige maatregelen vast te stellen om binnen de gestelde termijn te voldoen aan de richtlijnen
- 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten, en
- 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157,
is de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens artikel 11, lid 1, van richtlijn 91/157 en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/86 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy