Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Suiker - Invoer van rietsuiker van oorsprong uit overzeese landen en gebieden - Maatregelen voor afzet van in Franse overzeese departementen geproduceerde suiker - "Raffinaderij" die voor steun in aanmerking komt - Begrip - Eenheid die deel uitmaakt van industriecomplex dat ook eenheid voor uitpersen van uit bieten verkregen suikersap omvat - Daarvan uitgesloten
(Verordening nr. 1785/81 van de Raad, art. 9, lid 4, derde alinea, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1482/85)
Samenvatting
De steunregeling van artikel 9, lid 4, van verordening nr. 1785/81 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, strekt ertoe de afzet in de Europese gebieden van de Gemeenschap van in de Franse overzeese departementen (DOM) geproduceerde ruwe rietsuiker te vergemakkelijken en, tegelijkertijd, de regelmatige voorziening van de raffinaderijen in de Gemeenschap in de zin van artikel 9, lid 4, derde alinea, te verzekeren. Als een raffinaderij in de zin van deze bepaling, is aan te merken een technische eenheid, dat wil zeggen een industriële installatie die autonoom en zonder enige band met enigerlei andere eenheid functioneert, waarvan de enige activiteit bestaat in de raffinage van uit suikerriet geperste ruwe suiker en stroop. Een raffinage-eenheid die deel uitmaakt van een industriecomplex dat ook een eenheid voor het eerdere stadium van het uitpersen van het suikersap omvat, beantwoordt dus niet aan deze definitie.
Opdat de betrokken eenheid als raffinaderij in die zin kan worden aangemerkt, moet haar activiteit bovendien permanent bestaan in het raffineren van uit suikerriet geperste ruwe suiker en stroop, en mag zij niet tevens met tussenpozen, zij het gescheiden, het raffineren van suikersap uit bieten omvatten, omdat anders het evenwicht en de onderlinge afhankelijkheid die de communautaire regeling wil verzekeren tussen de productie en de afzet van ruwe rietsuiker uit de DOM en de regelmatige bevoorrading van de gespecialiseerde raffinaderijen, zouden worden verbroken.
Partijen
In zaak C-269/96,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag van het Tribunal administratif de Paris (Frankrijk), in het aldaar aanhangig geding tussen
Sucreries et Raffineries d'Erstein SA
en
Fonds d'intervention et de régularisation du marché du sucre (FIRS),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 177, blz. 4), en van verordening (EEG) nr. 2225/86 van de Raad van 15 juli 1986 tot vaststelling van maatregelen voor de afzet van in de Franse overzeese departementen geproduceerde suiker en de egalisatie van de prijsvoorwaarden met die voor preferentiële ruwe suiker (PB L 194, blz. 7),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vierde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, H. Ragnemalm en K. M. Ioannou (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: N. Fennelly
griffier: R. Grass
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Sucreries et Raffineries d'Erstein SA, vertegenwoordigd door C. Buchser-Martin, advocaat te Straatsburg,
- de Duitse regering, vertegenwoordigd door E. Röder, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Economische zaken, en B. Kloke, Oberregierungsrat bij dat ministerie, als gemachtigden,
- de Franse regering, vertegenwoordigd door C. de Salins, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en F. Pascal, bestuursattaché bij die directie, als gemachtigden,
- de Portugese regering, vertegenwoordigd door L. Fernandes, directeur bij het directoraat juridische aangelegenheden van het directoraat-generaal communautaire aangelegenheden, en A. Caldeira, juridisch assessor bij het bureau voor agroalimentaire planning en politiek, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door X. Lewis, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Sucreries et Raffineries d'Erstein SA, vertegenwoordigd door A. Carnelutti, advocaat te Parijs; de Franse regering, vertegenwoordigd door F. Pascal; de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door J. E. Collins, Assistant Treasury Solicitor, en door S. Moore, Barrister, en de Commissie, vertegenwoordigd door X. Lewis, ter terechtzitting van 15 januari 1998,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 19 februari 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij vonnis van 12 juni 1996, ingekomen bij het Hof op 8 augustus daaraanvolgend, heeft het Tribunal administratif de Paris krachtens artikel 177 EG-Verdrag prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 177, blz. 4), en van verordening (EEG) nr. 2225/86 van de Raad van 15 juli 1986 tot vaststelling van maatregelen voor de afzet van in de Franse overzeese departementen geproduceerde suiker en de egalisatie van de prijsvoorwaarden met die voor preferentiële ruwe suiker (PB L 194, blz. 7).
2 Die vragen zijn gerezen in een geding tussen Sucreries et Raffineries d'Erstein SA (hierna: "Erstein") en het Fonds d'intervention et de régularisation du marché du sucre (hierna: "FIRS"), de openbare instelling in Frankrijk, belast met het beheer van de markten in de sector suiker, over de betaling van steun krachtens de communautaire wetgeving voor de raffinage van in de Franse overzeese departementen (hierna: "DOM") geproduceerde rietsuiker.
De feiten van het hoofdgeding
3 Blijkens het dossier is Erstein een in het Franse departement Bas-Rhin gevestigde suikerproducent. Haar industriecomplex omvat een installatie die suikerbieten tot stroop en ruwe suiker verwerkt, een raffinage-installatie die stroop en ruwe suiker tot witte suiker verwerkt, alsmede een afdeling voor de verpakking en vervaardiging van vloeibare suiker. De stroop en de ruwe suiker, die de grondstof voor de raffinage-installatie vormen, komen zowel uit bieten als uit suikerriet en worden gemengd ter verkrijging van een homogeen eindproduct.
4 In de loop van 1993 kocht Erstein ruwe rietsuiker van een onderneming op Guadeloupe. Zij raffineerde deze suiker in haar raffinage-installatie. In 1993 en 1994 verzocht zij het FIRS om betaling van steun voor de raffinage van in de DOM geproduceerde rietsuiker, waarop zij meende recht te hebben krachtens de verordeningen nrs. 1785/81 en 2225/86.
5 Bij beschikkingen van 28 maart, 16 juni en 14 december 1994 alsmede van 13 januari, 6 februari en 7 februari 1995, verwierp het FIRS Ersteins verzoeken op grond dat deze vennootschap niet had aangetoond, de ruwe rietsuiker van de DOM en de bietenstroop afzonderlijk en in verschillende periodes te hebben behandeld, en zij derhalve geen "raffinaderij" in de zin van de toepasselijke gemeenschapsregeling was.
De gemeenschapsregeling
6 Volgens de zeventiende overweging van de considerans van verordening nr. 1785/81 is de preferentiële regeling voor invoer in de Gemeenschap van in de ACS-landen en de Republiek India geproduceerde rietsuiker, die is vastgesteld bij tussen de Gemeenschap en deze landen gesloten overeenkomsten, bij besluit 80/1186/EEG van de Raad van 16 december 1980 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Economische Gemeenschap (PB L 361, blz. 1) uitgebreid tot invoer van rietsuiker van oorsprong uit de landen en gebieden overzee.
7 In de twintigste overweging van de considerans van deze verordening wordt vervolgens gewezen op de noodzaak "middelen in het leven [te roepen] om te waarborgen dat de op grond van genoemde preferentiële regelingen ingevoerde ruwe rietsuiker onder zo billijk mogelijke concurrentievoorwaarden geraffineerd wordt".
8 Artikel 9, lid 4, van verordening nr. 1785/81 bepaalt derhalve:
"Er worden passende maatregelen genomen om de afzet van in de Franse overzeese departementen voortgebrachte suiker in de Europese gebieden van de Gemeenschap mogelijk te maken."
9 Deze bepaling is gepreciseerd bij verordening (EEG) nr. 1482/85 van de Raad van 23 mei 1985 tot wijziging van verordening nr. 1785/81 (PB L 151, blz. 1). De tweede overweging van de considerans van deze verordening luidt als volgt:
"Overwegende dat in verband met de uitbreiding van de Gemeenschap interventiemaatregelen moeten worden vastgesteld om de regelmatige voorziening te verzekeren van alle raffinaderijen van de Gemeenschap die ruwe suiker tot witte suiker verwerken; dat voor deze voorziening niet alleen preferentiële suiker moet worden geleverd, maar ook in de Franse overzeese departementen geproduceerde ruwe rietsuiker en ruwe suiker vervaardigd uit in de Gemeenschap geoogste suikerbieten; dat door middel van deze interventiemaatregelen voor de laatste suikersoorten prijsvoorwaarden moeten worden geschapen die vergelijkbaar zijn met die voor preferentiële suiker."
10 Artikel 9, lid 4, van verordening nr. 1785/81, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1482/85, bepaalt:
"Er worden passende maatregelen genomen met betrekking tot de vervoerskosten en de opslag van in de Franse overzeese departementen voortgebrachte suiker, om de afzet van deze suiker in de Europese gebieden van de Gemeenschap mogelijk te maken.
Voor zover zulks voor de voorziening van de raffinaderijen nodig is, kan worden bepaald dat ruwe suiker, vervaardigd uit in de Gemeenschap geoogste suikerbieten, eveneens in aanmerking komt voor de maatregelen als bedoeld in de eerste alinea.
In dit artikel wordt onder raffinaderij verstaan een technische eenheid waarvan de enige activiteit bestaat in het raffineren van hetzij ruwe suiker, hetzij stropen die een tussenstadium in de productie van vaste suiker vormen."
11 Deze bepaling is ten uitvoer gelegd bij verordening nr. 2225/86, waarvan de tweede overweging van de considerans luidt:
"Overwegende dat in een aan de Akte van toetreding van Spanje en Portugal gehechte gemeenschappelijke verklaring betreffende de voorziening van de suikerraffinerende industrie in Portugal is overeengekomen passende maatregelen te treffen met het oog op de egalisatie van de prijzen voor ruwe suiker uit de Gemeenschap; dat er in de huidige situatie evenwel geen ruwe bietsuiker voorhanden is; dat de egalisatie daarom van toepassing moet zijn op ruwe rietsuiker van oorsprong uit de Franse overzeese departementen om vooral de voorziening van de Portugese raffinaderijen met die suiker onder analoge prijsvoorwaarden als voor preferentiële suiker mogelijk te maken."
12 Artikel 1 van deze verordening bepaalt:
"Overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 4 wordt bij wijze van interventiemaatregel forfaitaire communautaire steun verleend voor de afzet in de Europese gebieden van de Gemeenschap van suiker die in de Franse overzeese departementen is geproduceerd."
13 Vervolgens bepaalt artikel 3 van verordening nr. 2225/86:
"1. Onverminderd lid 2, wordt voor de in artikel 1 bedoelde suiker die is geraffineerd in een raffinaderij in de Europese gebieden van de Gemeenschap aan de betrokken ondernemingen een steunbedrag toegekend dat bestaat uit:
(...)
2. Lid 1 geldt binnen de grenzen van de maximumhoeveelheden die worden vastgesteld per gebied van de Gemeenschap waar de raffinage zou kunnen plaatsvinden, met dien verstande dat een onderscheid wordt gemaakt naargelang de suiker afkomstig is van een of meer Franse overzeese departementen.
De in de eerste alinea genoemde vaststelling van de hoeveelheden wordt vastgesteld (...) aan de hand van een voorzieningsbalans voor de Gemeenschap voor ruwe suiker en voor raffinage in de betrokken Europese gebieden van de Gemeenschap.
3. Het totale bedrag van de in lid 1 bedoelde steun wordt toegekend op verzoek van de ondernemingen die de betrokken suiker hebben geraffineerd (...)"
14 Vanaf het verkoopseizoen 1987/1988 is voorts bij verordening (EEG) nr. 2250/88 van de Raad van 19 juli 1988 tot wijziging van verordening nr. 1785/81 (PB L 198, blz. 28) aanvullende steun ingesteld voor de raffinage van ruwe rietsuiker uit de DOM. Daartoe is aan artikel 9 van verordening nr. 1785/81 een lid 4 ter toegevoegd, waarvan de derde alinea bepaalt dat "aanvullende steun (...) [wordt] toegekend voor de raffinage in de in lid 4, derde alinea, bedoelde raffinaderijen van ruwe, in de Franse overzeese departementen geproduceerde rietsuiker".
De prejudiciële vragen
15 Van oordeel dat het FIRS de toepasselijke bepalingen van gemeenschapsrecht onjuist had uitgelegd, verzocht Erstein het Tribunal administratif de Paris om nietigverklaring van de afwijzende beschikkingen van het FIRS.
16 Daarop besloot de aangezochte nationale rechter de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende vragen voor te leggen:
"Kunnen binnen een industriecomplex waar bieten tot witte suiker worden verwerkt, waarin eerst bepaalde installaties de bieten opnemen, behandelen en er het suikersap uit persen, en in een later stadium installaties het sap en de stroop, eventueel verrijkt met ruwe rietsuiker uit de DOM, tot witte suiker verwerken, de in het latere stadium gebruikte installaties voor de toekenning van steun voor de raffinage van de betrokken suiker uit de DOM permanent als een $technische eenheid' en als een $raffinaderij' in de zin van de verordeningen (EEG) nr. 1785/81, artikel 9, en nr. 2225/86 worden aangemerkt?
Kan, indien deze vraag ontkennend moet worden beantwoord, een dergelijk complex van installaties dan met tussenpozen, voor onderbroken tijdvakken, als een $technische eenheid' en als een $raffinaderij' in de zin van deze verordeningen worden aangemerkt?
Moeten, indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord, deze tijdvakken dan worden beperkt tot die waarin de verwerking van ruwe rietsuiker tot witte suiker niet plaatsvindt tegelijk met de verwerking van de uit de bieten getrokken stroop in de installaties die in hetzelfde industriecomplex in het eerste stadium worden gebruikt?"
Antwoord van het Hof
17 Met deze vragen wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of binnen een industriecomplex dat
- installaties omvat die in een eerste stadium suikerbieten behandelen en er het suikersap uit persen, alsmede
- installaties die in een volgend stadium het sap en de stroop, verrijkt met ruwe rietsuiker uit de DOM, tot witte suiker verwerken,
deze laatste installaties, voor de behandeling van ruwe rietsuiker uit de DOM, permanent of met tussenpozen kunnen worden beschouwd als een "technische eenheid" of als een "raffinaderij" in de zin van artikel 9, lid 4, derde alinea, van verordening nr. 1785/81, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1482/85.
18 Volgens Erstein dekt de definitie van raffinaderij in deze laatste bepaling elke installatie of technische eenheid met de nodige uitrusting voor raffinage, dat wil zeggen om ruwe suiker of stroop die een tussenstadium in de productie van vaste suiker vormt, tot vaste suiker te verwerken.
19 Dienaangaande betoogt Erstein enerzijds, dat in de betrokken bepalingen nergens blijkt van de wil van de gemeenschapswetgever om de betrokken steun enkel toe te kennen aan installaties die uitsluitend ruwe rietsuiker raffineren. Zo bezigt artikel 9, lid 4, derde alinea, van verordening nr. 1785/81 de uitdrukkingen "ruwe suiker", en "stropen die een tussenstadium in de productie van vaste suiker vormen", zonder onderscheid tussen rietsuiker en bietsuiker. Voorts verwijst de tweede alinea van deze bepaling uitdrukkelijk naar ruwe suiker, vervaardigd uit suikerbieten. Ten slotte strookt deze uitlegging met het doel van de betrokken regeling, te weten de afzet in de Gemeenschap van ruwe rietsuiker uit de DOM te vergemakkelijken.
20 Voor de uitlegging van de betrokken bepaling zij er om te beginnen op gewezen, dat artikel 9, lid 7, van verordening (EEG) nr. 3330/74 van de Raad van 19 december 1974 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 359, blz. 1), die voorafging aan verordening nr. 1785/81, zoals aangevuld bij verordening (EEG) nr. 2623/75 van de Raad van 13 oktober 1975 (PB L 268, blz. 1), dezelfde definitie van raffinaderij bevatte als die welke thans is neergelegd in artikel 9, lid 4, derde alinea, van verordening nr. 1785/81, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1482/85. Artikel 9, lid 3, derde alinea, van verordening nr. 3330/74, zoals aangevuld bij verordening nr. 2623/75, voorzag in de toekenning van steun aan in de DOM geproduceerde ruwe suiker, "geraffineerd in een in de Gemeenschap gelegen raffinaderij of andere technische bedrijfseenheid".
21 Vervolgens zij opgemerkt, dat blijkens de bewoordingen van artikel 9, lid 4, derde alinea, van verordening nr. 1785/81, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1482/85, de definitie van raffinaderij in deze bepaling niet overeenkomt met de gewone betekenis ervan, volgens welke een raffinaderij een technische eenheid is waarvan de activiteit de verwerking van ruwe suiker of stroop tot witte suiker in het algemeen omvat. Zo niet ware het niet nodig geweest, een definitie die overeenkomt met de gewone en evidente betekenis van het betrokken begrip, voorafgegaan door de woorden "in dit artikel", in te voeren.
22 Bovendien definieerde artikel 36, lid 3, van verordening nr. 1785/81, inmiddels vervangen door artikel 1, lid 12, van verordening (EG) nr. 1101/95 van de Raad van 24 april 1995 (PB L 110, blz. 1), voor de toepassing van een afwijking op de heffing van een differentiële bijdrage bij het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van ruwe preferentiële suiker, "bestemd om te worden geraffineerd in een raffinaderij", de raffinaderij in dezelfde termen als artikel 9, lid 4, derde alinea. Volgens artikel 36, lid 2, sub b, kon worden bepaald, dat deze bijdrage niet zou worden geheven voor ruwe preferentiële suiker die in nader te bepalen gebieden van de Gemeenschap werd ingevoerd en "geraffineerd in een andere technische bedrijfseenheid dan een raffinaderij".
23 Ten slotte heeft bijlage I, XIV (Landbouw), sub c, punt 2, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB 1985, L 302, blz. 23), artikel 9, lid 4, van verordening nr. 1785/81 aangevuld met de volgende alinea:
"De in het autonome gebied van de Azoren gevestigde suikerproducerende onderneming wordt evenwel als raffinaderij in de zin van dit lid beschouwd voor het raffineren van ruwe suiker van suikerbieten binnen de grenzen van een (...) hoeveelheid (...)"
24 Derhalve moet worden vastgesteld, dat de bewoordingen van artikel 9, lid 4, derde alinea, van verordening nr. 1785/81 voor meer dan een uitleg vatbaar zijn. Om de strekking ervan te beoordelen en ten einde te bepalen of de term "raffinaderij" in de zin van de betrokken bepaling van toepassing is op een industriecomplex als dat van Erstein, dat ruwe suiker en stroop verwerkt die zowel uit vooraf ter plaatse behandelde bieten als uit rietsuikers zijn verkregen, dient derhalve rekening te worden gehouden met het doel van de betrokken regeling.
25 Dienaangaande zij beklemtoond, dat de betrokken regeling ertoe strekt, de afzet in de Europese gebieden van de Gemeenschap van in de DOM geproduceerde ruwe rietsuiker te vergemakkelijken en, tegelijkertijd, de regelmatige voorziening van de raffinaderijen in de Gemeenschap te verzekeren. De betrokken steun wordt dus zowel voor de productie van ruwe rietsuiker in de DOM als voor het raffineren ervan in de communautaire industrieën betaald. Teneinde te verzekeren dat de raffinaderijen regelmatig worden voorzien van ruwe rietsuiker, kan ingevolge artikel 9, lid 4, tweede alinea, van verordening nr. 1785/81, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1482/85, worden bepaald dat steun kan worden toegekend voor uit suikerbieten geoogste suiker, voor zover zulks voor die voorziening nodig is, dat wil zeggen wanneer deze niet kan worden verzekerd door de productie van ruwe rietsuiker.
26 Blijkens onder meer de tweede overweging van de considerans en artikel 3, lid 2, van verordening nr. 2225/86, beide reeds aangehaald, moeten deze twee doelstellingen gezamenlijk en als onlosmakelijk verbonden in de beschouwing worden betrokken. De in laatstgenoemde bepaling bedoelde Europese gebieden kunnen slechts de gebieden zijn waarin de in de behandeling van ruwe rietsuiker gespecialiseerde raffinaderijen zijn gevestigd.
27 Ook moet melding worden gemaakt van de elfde overweging van de considerans van verordening nr. 1101/95, volgens welke "de raffinaderijen in de havens voor de Gemeenschap een waardevol complement van de suikerbietenverwerkende industrie zijn, met name in Finland, in continentaal Portugal, in het Verenigd Koninkrijk en in het zuiden en het westen van Frankrijk", alsook van artikel 37 van verordening nr. 1785/81, toegevoegd bij verordening nr. 1101/95.
28 Gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld moet, voor de toepassing van de betrokken regeling, behoudens de daarin vermelde uitzonderingen, als een raffinaderij worden beschouwd een technische eenheid die alleen ruwe rietsuiker raffineert.
29 Deze uitlegging vindt steun in de omstandigheid, dat artikel 37 van verordening nr. 1785/81, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1101/95, reeds aangehaald, voorziet in de toepassing van een verlaagd invoerrecht voor ruwe rietsuiker, andere dan preferentiële suiker, van oorsprong uit de ACS-landen en de Republiek India, met het oog op "(...) een adequate voorziening van de in artikel 9, lid 4, bedoelde raffinaderijen in de Gemeenschap (...)", en de vermoede maximumbehoeften vaststelt voor de bevoorrading per verkoopseizoen van de raffinage-industrieën in Europees Frankrijk, Finland, continentaal Portugal en het Verenigd Koninkrijk. De in de laatste drie landen gevestigde industrieën raffineren evenwel nagenoeg uitsluitend suikerriet en in Europees Frankrijk raffineren twee havengebieden uitsluitend suikerriet.
30 Opgemerkt zij, dat de productie van rietsuiker in de Gemeenschap uiterst gering is ten opzichte van de productie van bietsuiker, dat de kostenstructuur van deze twee productietypes aanzienlijk verschilt, dat de behandeling van suikerriet om de ruwe suiker en de stroop eruit te persen in de DOM plaatsvindt en, ten slotte, dat er in de Gemeenschap uitsluitend in de productie van rietsuiker gespecialiseerde traditionele raffinaderijen zijn waarvan de voorzieningsbehoeften, zoals voortvloeit uit artikel 37 van verordening nr. 1785/81, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1101/95, voor de berekening van de omvang en de verdeling van de gemeenschapssteun dienen. Derhalve moet de betrokken steunregeling worden geacht te zijn gebaseerd op de onderlinge afhankelijkheid en het evenwicht van de productie van ruwe rietsuiker in de DOM en de raffinage ervan in de Europese gebieden van de Gemeenschap, in die zin dat de afzet van ruwe rietsuiker op lange termijn kan worden verzekerd voor zover de bevoorrading van de gespecialiseerde raffinaderijen eveneens kan worden verzekerd.
31 Op basis van deze overwegingen moet worden geconcludeerd, dat als een raffinaderij in de zin van artikel 9, lid 4, derde alinea, van verordening nr. 1785/81, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1482/85, is aan te merken een technische eenheid, dat wil zeggen een industriële installatie die autonoom en zonder enige band met enigerlei andere eenheid functioneert, waarvan de enige activiteit bestaat in de raffinage van uit suikerriet geperste ruwe suiker en stroop. Een raffinage-eenheid die deel uitmaakt van een industriecomplex dat ook een eenheid voor het eerdere stadium van het uitpersen van het suikersap omvat, beantwoordt dus niet aan deze definitie.
32 Opdat de betrokken eenheid als raffinaderij in de zin van voormelde bepaling kan worden aangemerkt, moet haar activiteit bovendien permanent bestaan in het raffineren van uit suikerriet geperste ruwe suiker en stroop, en mag zij niet tevens met tussenpozen, zij het gescheiden, het raffineren van suikersap uit bieten omvatten, omdat anders het evenwicht en de onderlinge afhankelijkheid die de communautaire regeling wil verzekeren tussen de productie en de afzet van ruwe rietsuiker uit de DOM en de regelmatige bevoorrading van de gespecialiseerde raffinaderijen, zouden worden verbroken.
33 Mitsdien moet aan de verwijzende rechter worden geantwoord, dat binnen een industriecomplex dat
- installaties omvat die in een eerste stadium suikerbieten behandelen en er het suikersap uit persen, alsmede
- installaties die in een volgend stadium het sap en de stroop, verrijkt met rietsuiker uit de DOM, tot witte suiker verwerken,
deze laatste installaties, voor de behandeling van ruwe rietsuiker uit de DOM, noch permanent noch met tussenpozen kunnen worden beschouwd als een "technische eenheid" of als een "raffinaderij" in de zin van artikel 9, lid 4, derde alinea, van verordening nr. 1785/81, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1482/85.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
34 De kosten door de Franse, de Duitse, en de Portugese regering, de regering van het Verenigd Koninkrijk en de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
uitspraak doende op de door het Tribunal administratif de Paris bij vonnis van 12 juni 1996 gestelde vragen, verklaart voor recht:
Binnen een industriecomplex dat
- installaties omvat die in een eerste stadium suikerbieten behandelen en er het suikersap uit persen, alsmede
- installaties die in een volgend stadium het sap en de stroop, verrijkt met rietsuiker uit de DOM, tot witte suiker verwerken,
kunnen deze laatste installaties, voor de behandeling van ruwe rietsuiker uit de DOM, noch permanent noch met tussenpozen worden beschouwd als een "technische eenheid" of als een "raffinaderij" in de zin van artikel 9, lid 4, derde alinea, van verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1482/85 van de Raad van 23 mei 1985.
Full & Egal Universal Law Academy