Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In de gevoegde zaken C-282/96 en C-283/96,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur G. zur Hausen als gemachtigde, bijgestaan door J.-J. Evrard, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Franse Republiek, vertegenwoordigd door C. de Salins, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en R. Nadal, adjunct-secretaris buitenlandse zaken bij deze directie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard du Prince Henri 9,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten (PB 1991, L 78, blz. 38), en
- 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157 (PB 1993, L 264, blz. 51),
of door die maatregelen niet mee te delen, de krachtens die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida, kamerpresident, C. Gulmann (rapporteur), D. A. O. Edward, J.-P. Puissochet en P. Jann, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 27 februari 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschriften, neergelegd ter griffie van het Hof op 21 augustus 1996, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten (PB 1991, L 78, blz. 38), en
- 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157/EEG (PB 1993, L 264, blz. 51),
of door die maatregelen niet mee te delen, de krachtens die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Bij beschikking van 11 februari 1997 heeft de president van het Hof besloten deze twee zaken te voegen voor de mondelinge behandeling en het arrest.
3 Volgens de artikelen 11 van richtlijn 91/157 en 7 van richtlijn 93/86 moesten de Lid-Staten de nodige bepalingen vaststellen om respectievelijk vóór 18 september 1992 en uiterlijk op 31 december 1993 aan deze richtlijnen te voldoen; bovendien moesten zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
4 Toen de Commissie vaststelde, dat die termijnen waren verstreken en dat zij geen kennisgeving had ontvangen van door de Franse Republiek genomen maatregelen, leidde zij overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag niet-nakomingsprocedures in.
5 Bij brieven van 21 december 1992 in zaak C-282/96 en 10 februari 1994 in zaak C-283/96, maande zij de Franse regering aan om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken over het ontbreken van maatregelen tot omzetting van de betrokken richtlijnen in nationaal recht.
6 Wat zaak C-282/96 betreft, antwoordde de Franse regering bij brief van 11 maart 1993, dat een ontwerp van decreet tot omzetting van richtlijn 91/157 aan de bevoegde ministers was voorgelegd, en dat deze tekst zo spoedig mogelijk aan de Commissie zou worden toegezonden. In zaak C-283/96 bleef de brief van de Commissie onbeantwoord.
7 Daar de Commissie geen kennisgeving van enige officiële maatregel tot omzetting van de richtlijnen had ontvangen, deed zij de Franse regering op 25 oktober 1993 in zaak C-282/96 en op 14 november 1994 in zaak C-283/96 met redenen omklede adviezen toekomen met het verzoek, de nodige maatregelen te nemen om binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving ervan, aan die adviezen te voldoen.
8 Toen de Franse regering geen gevolg gaf aan die adviezen, werd haar op 18 mei 1995 een telexbericht gezonden met de mededeling, dat de Commissie, indien haar niet binnen twintig dagen een goedgekeurde tekst of een definitief ontwerp met een tijdschema voor de vaststelling ervan zou worden meegedeeld, zich verplicht zou zien, de niet-nakomingsprocedure voort te zetten.
9 In antwoord op de met redenen omklede adviezen en het telexbericht zond de Franse regering de Commissie bij brief van 13 juni 1995 een tot omzetting van richtlijn 91/157 strekkend ontwerp van decreet betreffende het in de handel brengen van batterijen en accu's en de verwijdering van gebruikte batterijen en accu's, en een ontwerp van besluit tot omzetting van richtlijn 93/86. In die brief heette het voorts, dat volgens de vooruitzichten van de Franse regering, het dossier in de loop van 1995 zou worden afgerond.
10 Bij brief van 9 april 1996 deelde de Franse regering de Commissie mee, dat het ontwerp van besluit tot omzetting van richtlijn 93/86 was ingetrokken, en dat de inhoud ervan zou worden opgenomen in het decreet tot omzetting van richtlijn 91/157. Uit die brief blijkt ook, dat dit ontwerp van decreet ter ondertekening was voorgelegd.
11 Toen de Commissie geen kennisgeving van enige definitieve maatregel van de Franse autoriteiten had ontvangen, heeft zij op 20 augustus 1996 de onderhavige beroepen ingesteld.
12 In haar verweerschrift betwist de Franse regering niet, dat de betrokken richtlijnen niet binnen de gestelde termijnen zijn omgezet. Zij merkt enkel op, dat zij, om de omzetting van de betrokken richtlijnen te verzekeren, een ontwerp van decreet betreffende het in de handel brengen en de verwijdering van batterijen en accu's heeft voorbereid en aan de Commissie meegedeeld. Zij voegt daaraan toe, dat wegens technische problemen bij het opstellen van dit ontwerp van decreet, een nieuw ontwerp is opgesteld, dat voor bijkomend onderzoek aan deskundigen is voorgelegd.
13 Daar de omzetting van de betrokken richtlijnen niet binnen de daarin gestelde termijnen heeft plaatsgevonden, moeten de beroepen van de Commissie gegrond worden geacht.
14 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de betrokken richtlijnen te voldoen, de krachtens de artikelen 11 van richtlijn 91/157 en 7 van richtlijn 93/86 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
15 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 91/157/EEG van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten, en
- 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 91/157,
is de Franse Republiek de krachtens de artikelen 11 van richtlijn 91/157 en 7 van richtlijn 93/86 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Franse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy