Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-294/96,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur H. van Lier en J.-F. Pasquier, ter beschikking van de juridische dienst gesteld nationaal ambtenaar, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk België, vertegenwoordigd door J. Devadder, algemeen adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Belgische ambassade, Rue des Girondins 4,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PB 1993, L 169, blz. 1), de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida, kamerpresident (rapporteur), L. Sevón, D. A. O. Edward, J.-P. Puissochet en P. Jann, rechters,
advocaat-generaal: C. O. Lenz
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 februari 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 9 september 1996, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PB 1993, L 169, blz. 1; hierna: "richtlijn"), de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 De richtlijn bepaalt in artikel 22, dat de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aannemen en bekendmaken om uiterlijk op 1 juli 1994 aan de richtlijn te voldoen, en dat zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie geen kennisgeving had ontvangen van maatregelen die het Koninkrijk België had genomen om aan de richtlijn te voldoen, maande zij op 20 januari 1995 de Belgische regering aan om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
4 Daar zij op de aanmaningsbrief geen enkel antwoord had ontvangen, deed de Commissie de Belgische regering op 26 januari 1996 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, de nodige maatregelen te nemen om binnen een termijn van twee maanden aan dit advies te voldoen.
5 Daar de Commissie geen mededeling van maatregelen tot omzetting van de richtlijn ontving, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
6 Het Koninkrijk België betwist niet, dat de richtlijn niet binnen de gestelde termijn is omgezet. Het voert enkel aan, dat een werkgroep thans de laatste hand legt aan een daartoe strekkend ontwerp-koninklijk besluit.
7 Daar de omzetting van de richtlijn niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het ter zake door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.
8 Mitsdien moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens artikel 22 van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
9 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd. De Commissie heeft geconcludeerd tot verwijzing van het Koninkrijk België in de kosten. Aangezien het Koninkrijk België in het ongelijk is gesteld, dient het in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen, is het Koninkrijk België de krachtens artikel 22 van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy