Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Ruwe tabak - Stelsel van gegarandeerde maximumhoeveelheden - Algemene verlaging van interventieprijzen en van aan kopers toegekende premie in geval van overschrijding - Verenigbaarheid met doelstellingen van gemeenschappelijk landbouwbeleid - Schending van evenredigheids- en non-discriminatiebeginsel - Geen
(EG-Verdrag, art. 39; verordening nr. 1114/88 van de Raad)
2 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Ruwe tabak - Stelsel van gegarandeerde maximumhoeveelheden - Vaststelling voor bepaalde in 1989 geoogste soorten na aanplant - Schending van vertrouwensbeginsel - Geen - Terugwerkende kracht noodzakelijk voor te bereiken doel - Vaststelling, voor betrokken oogst, van werkelijke productie, alsmede van daaruit voortvloeiende prijzen en premie - Wettigheid
(Verordeningen nrs. 1114/88 en 1252/89 van de Raad; verordening nr. 2046/90 van de Commissie)
3 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Ruwe tabak - Stelsel van gegarandeerde maximumhoeveelheden - Beginsel dat elk jaar maximumhoeveelheid per soort wordt vastgesteld voor oogst van volgend jaar - Toepassing zonder terugwerkende kracht - Inwerkingtreding van desbetreffende verordening na die van verordening waarbij gegarandeerde maximumhoeveelheden voor lopende oogst worden verdeeld - Wettigheid
(Verordeningen nrs. 1251/89 en 1252/89 van de Raad)
4 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Ruwe tabak - Stelsel van gegarandeerde maximumhoeveelheden - Overschrijding - Terugbetaling van bedragen die overeenkomen met verlaging van prijzen en premie - Verplichting van bewerker - Overeenkomen van nieuwe contractprijs met telers - Mogelijkheid welke wordt geboden in modelteeltcontract
(Verordening nr. 727/70 van de Raad, art. 4, lid 5; verordening nr. 4263/88 van de Commissie, bijlage)
Samenvatting
5 Verordening nr. 1114/88 tot wijziging van verordening nr. 727/70 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak, voor zover daarbij totale gegarandeerde maximumhoeveelheden worden vastgesteld en een algemene verlaging van de interventieprijzen en de aan de kopers toegekende premie wordt vastgesteld bij overschrijding van die hoeveelheden, ongeacht de omvang van de productie per teler en zonder onderscheid naar de verschillende tabakssoorten, is niet onverenigbaar met de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en schendt noch het evenredigheidsbeginsel noch het discriminatieverbod.
Wat de verschillende in artikel 39 van het Verdrag opgesomde, mogelijk tegenstrijdige, doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid betreft, moeten de instellingen er voortdurend voor zorgen, deze met elkaar te verzoenen en, in voorkomend geval, aan deze of gene ervan tijdelijk voorrang verlenen overeenkomstig de eisen van de economische gegevenheden of omstandigheden met het oog waarop zij hun besluiten nemen, zij het dat deze verzoening niet tot gevolg mag hebben dat daardoor andere doelstellingen niet meer kunnen worden verwezenlijkt. Ware het uitsluitend de bedoeling geweest de producenten en bewerkers van ruwe tabak een redelijke levensstandaard te verzekeren, met name door hun hoofdelijk inkomen te verhogen, dan zou dit zeer waarschijnlijk tot de onmogelijkheid hebben geleid om de doelstelling van het stabiliseren van de markt van ruwe tabak, die wordt gekenmerkt door overproductie, te verwezenlijken. Deze doelstelling werd nagestreefd door de invoering, bij de in geding zijnde verordening, van een systeem van gegarandeerde maximumhoeveelheden overeenkomstig een van de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, neergelegd in artikel 39 van het Verdrag.
Het evenredigheidsbeginsel is door de Raad bij de vaststelling van de in geding zijnde verordening geëerbiedigd, nu hij niet heeft geopteerd voor een ter bereiking van het nagestreefde doel kennelijk ongeschikte maatregel en heeft gehandeld in overeenstemming met de noodzaak de dienstige aanpassingen geleidelijk te doen verlopen, zoals artikel 39, lid 2, sub b, van het Verdrag verlangt. Ten tijde van de vaststelling van de verordening kon de Raad zonder een kennelijke beoordelingsfout te begaan, immers van oordeel zijn, dat de regeling inzake de gegarandeerde maximumhoeveelheden de tabaksproducenten minder beperkingen zou opleggen dan een stelsel van individuele quota, terwijl op grond van het enkele feit dat de regeling onvoldoende doeltreffend was gebleken, niet kan worden geconcludeerd dat de verordening ongeldig was.
Het discriminatieverbod ten slotte verzet zich niet tegen een gemeenschapsregeling die een systeem van garantiedrempels heeft ingevoerd voor de gehele gemeenschapsmarkt, welke regeling een verlaging heeft teweeggebracht van de productiesteun die de betrokken ondernemers ontvangen, ook al was de overschrijding van deze drempels niet terug te voeren op een stijging van de productie. In een dergelijk systeem moeten alle communautaire producenten op gelijke en solidaire wijze de consequenties aanvaarden van de besluiten die de gemeenschapsinstellingen binnen het kader van hun bevoegdheden moeten nemen als reactie op het risico van een mogelijke verstoring van het evenwicht op de markt tussen de productie en de afzetmogelijkheden.
6 Verordening nr. 1252/89 verdeelt per soort of groep soorten de bij verordening nr. 1114/88 voor de oogst 1989 voor de gehele Gemeenschap vastgestelde totale gegarandeerde maximumhoeveelheid; voor zover de verordening de maximumhoeveelheden van de soorten Mavra en Tsebelia voor de oogst 1989 vaststelt, doch eerst op 11 mei 1989 in werking is getreden, is zij niet in strijd met het beginsel van de bescherming van het gewettigd vertrouwen en was haar terugwerkende kracht noodzakelijk ter bereiking van het doel van de verordening.
In de eerste plaats namelijk was weliswaar ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening geen planning van de investeringen door de belanghebbende ondernemers meer mogelijk en was overproductie van de betrokken soorten niet meer te vermijden, maar de vaststelling van de maximumhoeveelheid was voor deze ondernemers niet onvoorzienbaar en zij moesten ermee rekenen, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de betroffen twee soorten voor de oogst 1989 nog lager zou zijn dan het jaar ervóór, gelet op het feit dat de verordening deel uitmaakt van een complex van maatregelen die sinds 1988 gelden en die bedoeld zijn ter beperking van de tabaksproductie in de Gemeenschap.
In de tweede plaats vereisten de doelstellingen van verordening nr. 1114/88, te weten de tabaksproductie in de Gemeenschap te beperken tot een bepaalde hoeveelheid alsook de productie van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestonden, zoals Mavra en Tsebelia, tegen te gaan, dat zelfs met terugwerkende kracht een gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de oogst 1989 van deze soorten werd vastgesteld.
Bovendien mocht de Commissie, aangezien verordening nr. 1252/89 niet ongeldig is, in verordening nr. 2046/90 het precieze bedrag van de prijzen en de premies vaststellen die de telers zouden ontvangen naargelang de bij verordening nr. 1252/89 per soort vastgestelde gegarandeerde maximumhoeveelheden al dan niet waren overschreden, en mocht zij bijgevolg de prijzen en de premie verlagen voor de oogst 1989 van de betrokken soorten.
7 Blijkens de bewoordingen van verordening nr. 1251/89, die bepaalt dat de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor elke tabakssoort of groep tabakssoorten die in de Gemeenschap worden geteeld elk jaar worden vastgesteld voor de oogst van het daaropvolgende jaar, moest volgens de wetgever het beginsel van de vaststelling een jaar vóór de oogst, enkel in de toekomst worden toegepast, en wel voor het eerst op de oogst 1990. De Raad heeft deze verordening dus niet met terugwerkende kracht toegepast, zodat hij, door de inwerkingtreding van de verordening op een latere datum te stellen dan die van verordening nr. 1252/89, waarbij de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de oogst 1989 werden vastgesteld, niet de grenzen heeft overschreden van de ruime beoordelingsbevoegdheid waarover hij op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid beschikt, noch deze keuze onjuist heeft gemotiveerd.
8 In het kader van de bij verordening nr. 727/70 ingevoerde gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak moeten de bedragen die overeenkomen met de verlaging van de aan de koper toegekende interventieprijzen en premie, waartoe ingevolge artikel 4, lid 5, van deze verordening, zoals gewijzigd bij de verordeningen nrs. 1114/88 en 1251/89, wordt besloten in geval van overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheden van de betrokken in de Gemeenschap geteelde tabakssoorten, worden terugbetaald door de bewerker, voor zover hij deze bedragen ontvangt. Op grond van clausule 8, tweede alinea, van het in bijlage bij verordening nr. 4263/88 opgenomen modelteeltcontract kan in dat geval evenwel tussen de bewerker en de tabakstelers een nieuwe contractprijs worden overeengekomen waarbij met de verlaging van de prijzen en de premie rekening wordt gehouden. Deze vaststelling van een nieuwe contractprijs is immers in overeenstemming met het feit dat in een systeem van gegarandeerde maximumhoeveelheden alle communautaire producenten op gelijke en solidaire wijze de consequenties moeten aanvaarden van de besluiten die de gemeenschapsinstellingen binnen het kader van hun bevoegdheden moeten nemen als reactie op het risico van een mogelijke verstoring van het evenwicht op de markt tussen de productie en de afzetmogelijkheden.
Partijen
In zaak C-324/96,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag van het Eirinodikeio Echinou (Griekenland), in het aldaar aanhangig geding tussen
Odetti Nikou Petridi Anonymos Kapnemporiki AE
en
Athanasia Simou e.a.,
om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van verordening (EEG) nr. 1114/88 van de Raad van 25 april 1988 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 727/70 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak (PB L 110, blz. 35), verordening (EEG) nr. 1251/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot wijziging van verordening nr. 727/70 (PB L 129, blz. 16), verordening (EEG) nr. 1252/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot vaststelling van de voor de oogst 1989 geldende streefprijzen, interventieprijzen, premiebedragen voor kopers van tabaksbladeren, afgeleide interventieprijzen voor verpakte tabak, referentiekwaliteiten, productiegebieden en gegarandeerde maximumhoeveelheden, en tot wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 1577/86, (EEG) nr. 1975/87 en (EEG) nr. 2268/88 (PB L 129, blz. 17), en van verordening (EEG) nr. 2046/90 van de Commissie van 18 juli 1990 tot bepaling van de werkelijke productie voor tabakssoorten van de oogst 1989 en tot vaststelling van de geldende prijzen en premies in het kader van de regeling inzake gegarandeerde maximumhoeveelheden (PB L 187, blz. 23), alsook over de uitlegging van clausule 8, tweede alinea, van het teeltcontract opgenomen in de bijlage bij verordening (EEG) nr. 4263/88 van de Commissie van 21 december 1988 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1726/70 betreffende de wijze van toekenning van de premie voor tabaksbladeren (PB L 376, blz. 34),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann, kamerpresident, J. C. Moitinho de Almeida (rapporteur), D. A. O. Edward, J.-P. Puissochet en P. Jann, rechters,
advocaat-generaal: M. B. Elmer
griffier: L. Hewlett, administrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Odetti Nikou Petridi Anonymos Kapnemporiki AE, vertegenwoordigd door N. Vassilakakis en E. Vassilakakis, advocaten te Thessaloniki, E. Pallioudi, advocaat te Kavala, en A. Kronshagen, advocaat te Luxemburg,
- de Griekse regering, vertegenwoordigd door D. Papageorgopoulos, juridisch adviseur van de staat, en P. Mylonopoulos, juridisch medewerker eerste klas bij de bijzondere dienst communautaire geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigden,
- de Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door zijn juridisch adviseur J. Carbery en door M. Vitsentzatos, lid van zijn juridische dienst, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Condou-Durande, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Odetti Nikou Petridi Anonymos Kapnemporiki AE, vertegenwoordigd door N. Vassilakakis, E. Vassilakakis en E. Pallioudi; de Griekse regering, vertegenwoordigd door P. Mylonopoulos en F. Dedousi, procesgevolmachtigde bij de Griekse Raad van State, als gemachtigde; de Raad, vertegenwoordigd door J. Carberry en M. Vitsentzatos, alsook de Commissie, vertegenwoordigd door M. Condou-Durande, ter terechtzitting van 17 juli 1997,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 2 oktober 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij vonnis van 24 juli 1995, ingekomen bij het Hof op 3 oktober 1996, heeft het Eirinodikeio Echinou krachtens artikel 177 EG-Verdrag het Hof vijf prejudiciële vragen gesteld over de geldigheid van verordening (EEG) nr. 1114/88 van de Raad van 25 april 1988 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 727/70 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak (PB L 110, blz. 35), verordening (EEG) nr. 1251/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot wijziging van verordening nr. 727/70 (PB L 129, blz. 16), verordening (EEG) nr. 1252/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot vaststelling van de voor de oogst 1989 geldende streefprijzen, interventieprijzen, premiebedragen voor kopers van tabaksbladeren, afgeleide interventieprijzen voor verpakte tabak, referentiekwaliteiten, productiegebieden en gegarandeerde maximumhoeveelheden, en tot wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 1577/86, (EEG) nr. 1975/87 en (EEG) nr. 2268/88 (PB L 129, blz. 17), en van verordening (EEG) nr. 2046/90 van de Commissie van 18 juli 1990 tot bepaling van de werkelijke productie voor tabakssoorten van de oogst 1989 en tot vaststelling van de geldende prijzen en premies in het kader van de regeling inzake gegarandeerde maximumhoeveelheden (PB L 187, blz. 23), alsook over de uitlegging van clausule 8, tweede alinea, van het teeltcontract opgenomen in de bijlage bij verordening (EEG) nr. 4263/88 van de Commissie van 21 december 1988 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1726/70 betreffende de wijze van toekenning van de premie voor tabaksbladeren (PB L 376, blz. 34).
2 Deze vragen zijn gerezen in een geschil dat tussen Odetti Nikou Petridi Anonymos Kapnemporiki AE (hierna: "Petridi") en zestien tabaksproducenten, Athanasia Simou e.a. (hierna: "Simou e.a."), is gerezen nadat ingevolge verordening nr. 2046/90 de premie was verlaagd die op basis van de bij de verordeningen nrs. 1114/88, 1251/89 en 1252/89 vastgestelde gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de soort Tsebelia was toegekend.
De toepasselijke wetgeving
3 Bij verordening (EEG) nr. 727/70 van de Raad van 21 april 1970 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak (PB L 94, blz. 1), is een systeem in het leven geroepen voor steun aan de producenten op basis van jaarlijks door de Raad vastgestelde streef- en interventieprijzen voor tabaksbladeren van de Gemeenschap.
4 Teneinde te bevorderen, dat de aankopen bij de telers worden verricht tegen een prijs die zo dicht mogelijk bij de streefprijs ligt, bepaalt artikel 3, lid 1, van deze verordening, dat een premie wordt toegekend aan personen die rechtstreeks van producenten van de Gemeenschap tabaksbladeren kopen, op voorwaarde onder meer dat de koper met de producent een teeltcontract heeft gesloten. De voorwaarden en vereisten van het teeltcontract zijn vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 1726/70 van de Commissie van 25 augustus 1970 betreffende de wijze van toekenning van de premie voor tabaksbladeren (PB L 191, blz. 1).
5 Om de toeneming van de tabaksproductie binnen de Gemeenschap binnen de perken te houden en terzelfdertijd de productie van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestaan, tegen te gaan, werd vervolgens bij verordening nr. 1114/88 aan artikel 4 van verordening nr. 727/70 een lid 5 toegevoegd, dat luidde als volgt:
"Elk jaar stelt de Raad volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag voor elke tabakssoort of groep tabakssoorten die in de Gemeenschap worden geteeld en waarvoor de prijzen en premies worden vastgesteld een gegarandeerde maximumhoeveelheid vast aan de hand van met name de eisen van de markt en de sociaal-economische en landbouwkundige omstandigheden van de betrokken gebieden. De totale maximumhoeveelheid voor de Gemeenschap wordt voor de oogst van 1988, 1989 en 1990 op telkens 385 000 ton tabaksbladeren vastgesteld.
Onverminderd de artikelen 12 bis en 13 wordt per procent waarmede de productie van een soort of van een groep soorten de gegarandeerde maximumhoeveelheid overschrijdt, op de interventieprijs en de premie voor de betrokken soort of groep soorten een verlaging met 1 % toegepast. Een correctie die overeenkomt met de verlaging van de premie wordt toegepast op de streefprijs van de betrokken oogst.
De in de tweede alinea bedoelde verlaging bedraagt maximaal 5 % voor de oogst van 1988 en maximaal 15 % voor die van 1989 en 1990.
Met het oog op de toepassing van dit lid stelt de Commissie vóór 31 juli vast of de productie de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor een soort of groep soorten overschrijdt.
(...)"
6 Verordening nr. 4263/88, waarbij verordening nr. 1726/88 werd gewijzigd, stelt vast welke bepalingen het tussen een producent en een bewerker gesloten Europees teeltcontract met ingang van de oogst 1989 ten minste dient te bevatten, en bevat in bijlage een Europees modelteeltcontract met veertien verplichte clausules. Clausule 8 bepaalt het volgende:
"De contractprijs voor de in de communautaire regeling bedoelde referentiekwaliteit bedraagt (...) per kg. Deze contractprijs mag krachtens artikel 2 ter, lid 4, van verordening (EEG) nr. 1726/70 in geen geval lager zijn dan de interventieprijs voor de in punt 1 van dit contract vermelde soort van de betrokken oogst.
Onverminderd het bepaalde in de vorige alinea, komen koper en verkoper een nieuwe contractprijs overeen, indien een communautaire verordening de prijzen of de premie voor de in punt 1 van dit contract vermelde tabakssoort wijzigt. Wanneer deze prijzen of premies worden gewijzigd door de toepassing van artikel 4, lid 5, van verordening (EEG) nr. 727/70, wordt de contractprijs aangepast overeenkomstig de wijziging in de prijzen en premies."
7 Om de aanplant te kunnen plannen is bij verordening nr. 1251/89 wijziging gebracht in artikel 4, lid 5, eerste alinea, van verordening nr. 727/70, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1114/88. Deze bepaling luidt thans:
"Elk jaar stelt de Raad voor de oogst van het volgende jaar volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag voor elke tabakssoort of groep tabakssoorten die in de Gemeenschap wordt geteeld en waarvoor de prijzen en premies worden vastgesteld, een gegarandeerde maximumhoeveelheid vast aan de hand van met name de marktverhoudingen, de sociaal-economische situatie en de situatie in de landbouw in de betrokken gebieden. De Raad stelt deze gegarandeerde hoeveelheden voor de oogst van 1990 gelijktijdig met die voor de oogst van 1989 vast. De totale maximumhoeveelheid voor de Gemeenschap wordt voor de oogst van 1988, 1989 en 1990 op telkens 385 000 ton tabaksbladeren vastgesteld."
8 Volgens haar artikel 2 trad verordening nr. 1251/89 in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Aangezien verordening nr. 1251/89 is bekendgemaakt op 11 mei 1989, trad zij in werking op 14 mei 1989.
9 Verordening nr. 1252/89 verdeelt per soort of groep soorten de totale gegarandeerde maximumhoeveelheid die bij verordening nr. 1114/88 voor de oogst 1989 van tabak van de gehele Gemeenschap was vastgesteld op 385 000 ton.
10 In bijlagen IV en V bij verordening nr. 1252/89 worden de prijzen, premies en gegarandeerde maximumhoeveelheden vastgesteld voor de verschillende met name in 1989 te oogsten soorten. De gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de soorten Tsebelia en Mavra werden daarbij vastgesteld op 30 000 ton.
11 Volgens artikel 5, eerste alinea, treedt verordening nr. 1252/89 "in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen". De verordening werd bekendgemaakt op 11 mei 1989 en trad dus ook op die dag in werking.
12 Op grondslag van artikel 4, lid 5, vierde alinea, van verordening nr. 727/70, zoals gewijzigd, stelde de Commissie verordening nr. 2046/90 vast, waarin voor tabak van de oogst 1989 de werkelijke productie en de geldende prijzen en premies werden vastgesteld op grond van de voor deze oogst bij verordening nr. 1252/89 per soort bepaalde gegarandeerde maximumhoeveelheden.
13 In bijlage I bij verordening nr. 2046/90 wordt geconstateerd, dat de voor de soorten Tsebelia en Mavra vastgestelde gegarandeerde maximumhoeveelheid van 30 000 ton is overschreden met in totaal 44,1 %, terwijl in bijlage II de streefprijzen en de interventieprijzen alsook de premie met 15 % worden verlaagd en deze worden gesteld op respectievelijk 2,806, 2,037, 2,204 ECU per kilogram Tsebelia en 2,802, 1,989, 1,802 ECU per kilogram Mavra.
Het hoofdgeding
14 In juli 1989 sloot Petridi met Simou e.a. Europese teeltcontracten voor ruwe tabak volgens het in de bijlage bij verordening nr. 4263/88 vastgestelde Europese teeltcontract. Bij deze contracten verplichtten Simou e.a. zich om voor het oogstjaar 1989 bepaalde oppervlakten met tabak van de soort Tsebelia te beplanten en de geproduceerde hoeveelheid aan Petridi te verkopen voor 2,410 ECU per kilogram, welke prijs eventueel kon worden verlaagd.
15 Deze contracten waren gebaseerd op de toekenning aan Petridi van een communautaire premie, die op het tijdstip van sluiting van de contracten 2,593 ECU per kilogram tabak bedroeg. Petridi diende deze premie grotendeels aan Simou e.a. af te dragen, aangezien zij hen ten minste de interventieprijs van 2,396 ECU per kilogram tabak moest betalen.
16 Overeenkomstig het Europees modelteeltcontract opgenomen in de bijlage bij verordening nr. 4263/88, bevatten de betrokken contracten een clausule dat koper en verkoper een nieuwe contractprijs zouden overeenkomen in geval van verlaging van de prijzen of de premie.
17 In mei 1990 betaalde Petridi aan Simou e.a. voor de tabak van de soort Tsebelia van de oogst 1989 de volle in bovengenoemde contracten overeengekomen prijs en ontving zij de desbetreffende premie.
18 Zoals reeds uit punt 13 van het onderhavige arrest blijkt, constateerde de Commissie, na de oogst, in verordening nr. 2046/90, dat de voor tabak van de soorten Tsebelia en Mavra vastgestelde gegarandeerde maximumhoeveelheid van 30 000 ton was overschreden met in totaal 44,1 % en verlaagde zij daarom de oorspronkelijk toegekende premie met 15 %. Petridi werd daarop door het Nationale bureau voor tabak verzocht, 15 % van de door haar ontvangen premie terug te betalen.
19 Op 26 november 1993 vorderde Petridi in rechte van Simou e.a. betaling van verschillende in haar vordering genoemde bedragen wegens de verlaging van de premie voor Tsebeliatabak met 15 % overeenkomstig de gegarandeerde maximumhoeveelheden die waren vastgesteld bij de verordeningen nrs. 1114/88, 1251/89, 1252/89 en 2046/90.
20 Simou e.a. ontkennen, deze bedragen verschuldigd te zijn.
21 De verwijzende rechter vraagt zich af of, zoals Petridi stelt, de verordeningen nrs. 1114/88, 1251/89, 1252/89 en 2046/90 niet ongeldig zijn, alsook welke toepassing moet worden gegeven aan de clausule in de teeltcontracten waarbij is bepaald, dat de contractprijzen in geval van wijziging van de prijzen of de premie worden aangepast.
22 Wat in het bijzonder de geldigheid van de verordeningen nrs. 1251/89 en 1252/89 betreft, verwijst de verwijzende rechter naar het arrest van 11 juli 1991, Crispoltoni (C-368/89, Jurispr. blz. I-3695; hierna: "arrest Crispoltoni I"), waarin het Hof verordening nr. 1114/88 en verordening (EEG) nr. 2268/88 van de Raad van 19 juli 1988 tot vaststelling van de voor de oogst 1988 geldende streefprijzen, interventieprijzen, premiebedragen voor kopers van tabaksbladeren, afgeleide interventieprijzen voor verpakte tabak, referentiekwaliteiten, productiegebieden en gegarandeerde maximumhoeveelheden, en tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1975/87 (PB L 199, blz. 20), ongeldig verklaarde voor zover daarin voor in 1988 geoogste tabak van de soort Bright een gegarandeerde maximumhoeveelheid werd vastgesteld. Het Hof verklaarde immers, dat die verordeningen, bekendgemaakt op 29 april respectievelijk 26 juli 1988, dus nadat de keuze voor de productie reeds was gemaakt of daaraan reeds uitvoering was gegeven, een terugwerkende kracht hadden die voor het te bereiken doel niet noodzakelijk was en inbreuk maakte op het rechtmatige vertrouwen van de betrokken ondernemers.
23 In casu merkt de verwijzende rechter op, dat de Raad ingevolge verordening nr. 1251/89 een jaar vóór de betrokken oogst de gegarandeerde maximumhoeveelheid moet vaststellen, opdat de aanplant kan worden gepland. Dit is echter voor de oogst 1989 niet gebeurd, aangezien verordening nr. 1252/89, waarbij de gegarandeerde maximumhoeveelheid per soort of groep soorten werd vastgesteld, werd uitgevaardigd op dezelfde dag als verordening nr. 1251/89, te weten 3 mei 1989, en werd bekendgemaakt op 11 mei 1989.
24 Aangezien Simou e.a. op 11 mei 1989, maar ook reeds op 3 mei 1989 de Tsebeliatabak voor de oogst 1989 reeds hadden geplant, is het de verwijzende rechter niet duidelijk, hoe het doel van verordening nr. 1251/89, de planning van de aanplant, kon worden bereikt. De verwijzende rechter beklemtoont voorts, dat de Europese teeltcontracten, die in Griekenland in 1989 voor het eerst werden gebruikt, met vertraging waren ondertekend, en wel in juli 1989, toen de tabakstelers de desbetreffende tabak reeds hadden aangeplant.
25 Het Eirinodikeio Echinou stelt vast dat zijn vonnis naar nationaal recht niet voor hoger beroep vatbaar zal zijn en acht zich daarom gehouden, het Hof om een prejudiciële beslissing te verzoeken. Blijkens het verwijzingsvonnis stelt het Eirinodikeio Echinou het Hof vijf vragen, die kunnen worden geformuleerd als volgt:
1) Is verordening nr. 1114/88 van de Raad tot wijziging van verordening nr. 727/70 geldig, voor zover daarin in het algemeen en zonder onderscheid wordt bepaald, dat in geval van overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de productie van tabaksbladeren in de gehele Gemeenschap, de interventieprijzen en de premies worden verlaagd, ongeacht of een teler de bedoelde hoeveelheid al dan niet heeft overschreden?
2) Zijn de verordeningen nrs. 1251/89 en 1252/89 geldig voor zover het de vaststelling van de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor Tsebeliatabak van oogst 1989 betreft en is de tenuitvoerlegging van deze verordeningen al dan niet in strijd met het algemene beginsel dat gemeenschapshandelingen geen terugwerkende kracht hebben, het beginsel van het gewettigd vertrouwen van de telers en kopers-bewerkers van tabak en het rechtszekerheidsbeginsel?
3) Bij een bevestigend antwoord op de voorgaande vraag, is dan, gelet op de constatering door de Commissie van overproductie en overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor Tsebelia en Mavra van de oogst 1989 met 44,1 %, om welke reden de premie en de interventieprijs met het maximum van 15 % werden verlaagd, verordening nr. 2046/90 van de Commissie geldig, en kan een beroep worden gedaan op clausule 8, tweede en vooral derde alinea, van de Europese teeltcontracten die op basis van verordening nr. 4263/88 van de Commissie zijn gesloten? Wanneer deze prijzen en premies worden gewijzigd op grond van artikel 4, lid 3, van verordening nr. 727/70, wordt de contractprijs dan aangepast overeenkomstig de wijziging in de prijzen en premies?
4) Doen de redenen waarom het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in 1991 (zaak C-368/89) de verordening tot vaststelling van de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de tabakssoort Bright van de oogst 1988 ongeldig heeft verklaard, zich niet ook in casu voor, aangezien de Commissie hier dezelfde fout heeft gemaakt door de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de oogst 1989 te laat vast te stellen?
5) Mocht worden geoordeeld, dat bedoelde verordeningen geldig zijn, wie is dan uiteindelijk verplicht het bedrag waarmee de premie is verlaagd terug te betalen?
26 Met deze vijf vragen vraagt de verwijzende rechter het Hof naar de geldigheid van de verordeningen nrs. 1114/88, 1251/89, 1252/89 en 2046/90, alsook naar de uitlegging van clausule 8, tweede alinea, van het in bijlage bij verordening nr. 4263/88 opgenomen teeltcontract. In het bijzonder met zijn derde en vijfde vraag wenst hij, voor het geval de betrokken verordeningen geldig zijn, te vernemen wie de bedragen moet terugbetalen die overeenkomen met de verlaging van de prijzen en de premie waartoe is besloten krachtens artikel 4, lid 5, van verordening nr. 727/70, zoals gewijzigd, en of het in dat geval op grond van clausule 8, tweede alinea, van het in bijlage bij verordening nr. 4263/88 opgenomen teeltcontract, mogelijk is een nieuwe contractprijs overeen te komen die rekening houdt met de verlaging van de prijzen en de premie.
De geldigheid van verordening nr. 1114/88
27 In de eerste plaats vraagt de verwijzende rechter, of verordening nr. 1114/88 geldig is, voor zover daarin totale gegarandeerde maximumhoeveelheden worden bepaald en erin wordt vastgelegd, dat tot een algemene verlaging van de prijzen en de premie zal worden overgegaan in geval van overschrijding van die gegarandeerde maximumhoeveelheden, ongeacht de omvang van de productie per teler en zonder onderscheid naar de verschillende tabakssoorten.
28 Volgens Petridi brengt de verordening daardoor een onevenredige verlaging van het inkomen van alle telers teweeg en schaadt zij derhalve de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
29 Zoals de Raad en de Commissie opmerken, heeft het Hof in het arrest van 5 oktober 1994, Crispoltoni e.a. (C-133/93, C-300/93 en C-362/93, Jurispr. blz. I-4863, punt 30; hierna: "arrest Crispoltoni II"), verklaard, dat dergelijke argumenten de geldigheid van verordening nr. 1114/88 niet aantasten.
30 In de eerste plaats herinnerde het Hof in punt 31 van dat arrest eraan, dat de gemeenschapsinstellingen op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid beschikken over een ruime discretionaire bevoegdheid, in overeenstemming met de verantwoordelijkheid die hun is opgelegd. In punt 32 verklaarde het Hof voorts, dat de instellingen er voortdurend voor moeten zorgen, mogelijke tegenstrijdigheden tussen de verschillende in artikel 39 van het Verdrag opgesomde doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te verzoenen en, in voorkomend geval, aan deze of gene ervan tijdelijk voorrang dienen te verlenen overeenkomstig de eisen van de economische gegevenheden of omstandigheden met het oog waarop zij hun besluiten nemen, zij het dat deze verzoening niet tot gevolg mag hebben dat daardoor andere doelstellingen niet meer kunnen worden verwezenlijkt.
31 In punt 34 van dat arrest beklemtoonde het Hof, dat ware het uitsluitend de bedoeling geweest de producenten en bewerkers van ruwe tabak een redelijke levensstandaard te verzekeren, met name door hun hoofdelijk inkomen te verhogen, dit zeer waarschijnlijk tot de onmogelijkheid zou hebben geleid om de doelstelling van het stabiliseren van de markt van ruwe tabak, die wordt gekenmerkt door overproductie, te verwezenlijken. Deze doelstelling werd nagestreefd door de invoering, bij verordening nr. 1114/88, van een systeem van gegarandeerde maximumhoeveelheden overeenkomstig een van de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, neergelegd in artikel 39 van het Verdrag.
32 In punt 30 van het arrest Crispoltoni II concludeerde het Hof dan ook, dat verordening nr. 1114/88 niet onverenigbaar was met de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid neergelegd in artikel 39 van het Verdrag.
33 In de tweede plaats oordeelde het Hof in punt 47 van dat arrest, dat de Raad bij de vaststelling van verordening nr. 1114/88 het evenredigheidsbeginsel had geëerbiedigd, nu hij niet had geopteerd voor een ter bereiking van het nagestreefde doel kennelijk ongeschikte maatregel, en had gehandeld in overeenstemming met de noodzaak de dienstige aanpassingen geleidelijk te doen verlopen, zoals artikel 39, lid 2, sub b, van het Verdrag verlangt.
34 Ten tijde van de vaststelling van verordening nr. 1114/88 kon de Raad namelijk, zoals het Hof in punt 46 opmerkt, zonder een kennelijke beoordelingsfout te begaan van oordeel zijn, dat de regeling inzake de gegarandeerde maximumhoeveelheden de tabaksproducenten minder beperkingen zou opleggen dan een stelsel van individuele quota, nu in het eerste geval de productie van de betrokkenen niet beperkt was, en zij hun producten steeds aan de interventiebureaus konden verkopen, zij het tegen een met maximaal 15 % verlaagde prijs of premie, terwijl in het andere geval de producenten geen enkele steun ontvangen voor het gedeelte van de productie dat hun individuele quota overschrijdt. Voorts kon op grond van het enkele feit dat de regeling onvoldoende doeltreffend was gebleken, niet worden geconcludeerd dat verordening nr. 1114/88 ongeldig was.
35 In de derde plaats herinnerde het Hof in punt 52 van het arrest Crispoltoni II eraan, dat het discriminatieverbod zich niet verzet tegen een gemeenschapsregeling die een systeem van garantiedrempels heeft ingevoerd voor de gehele gemeenschapsmarkt, welke regeling een verlaging heeft teweeggebracht van de productiesteun die de betrokken ondernemers ontvangen, ook al was de overschrijding van deze drempels niet terug te voeren op een stijging van de productie. Het Hof verklaarde, dat in een dergelijk systeem alle communautaire producenten op gelijke en solidaire wijze de consequenties moeten aanvaarden van de besluiten die de gemeenschapsinstellingen binnen het kader van hun bevoegdheden moeten nemen als reactie op het risico van een mogelijke verstoring van het evenwicht op de markt tussen de productie en de afzetmogelijkheden.
36 Op grond van dezelfde overwegingen moet het antwoord aan de verwijzende rechter luiden, dat bij onderzoek van de gestelde vraag niet is gebleken van elementen die de geldigheid van verordening nr. 1114/88 aantasten.
De geldigheid van de verordeningen nrs. 1251/89 en 1252/89
37 In de tweede plaats vraagt de verwijzende rechter, of de verordeningen nrs. 1251/89 en 1252/89 niet ongeldig zijn voor zover daarin de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor Tsebeliatabak van de oogst 1989 worden vastgesteld, op grond dat de verordeningen strijdig zijn met het beginsel dat verordeningen geen terugwerkende kracht hebben, het vertrouwensbeginsel en het beginsel van rechtszekerheid.
38 In dit verband beklemtonen Petridi en de Griekse regering onder verwijzing naar het arrest Crispoltoni I, dat verordening nr. 1252/89, waarin de prijzen, de premies en de gegarandeerde maximumhoeveelheden per soort voor de oogst 1989 worden vastgelegd, is vastgesteld op 3 mei 1989 en bekendgemaakt op 11 mei 1989, terwijl de telers in oktober van het voorafgaande jaar beslissen welke tabak zij willen telen en die tabakssoorten uiterlijk begin april in de volle grond worden uitgeplant wegens het gunstige klimaat in Zuid-Griekenland, waar deze soorten worden verbouwd. Bijgevolg was ten tijde van de bekendmaking van verordening nr. 1252/89 geen planning van de investeringen meer mogelijk en overproductie van tabak niet meer te vermijden.
39 Petridi en de Griekse regering hekelen voorts, dat de inwerkingtreding van verordening nr. 1251/89, waarin het beginsel is neergelegd dat de gegarandeerde maximumhoeveelheden per soort één jaar vooruit worden vastgesteld, is bepaald op 14 mei 1989, dat wil zeggen drie dagen na de inwerkingtreding, op 11 mei 1989, van verordening nr. 1252/89, waarbij de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de oogst 1989 werden verdeeld. Door de datum van inwerkingtreding van deze verordeningen aldus vast te stellen, heeft de Raad de grenzen van zijn beslissingsbevoegdheid overschreden. In elk geval heeft de Raad de keuze van deze data niet naar behoren gemotiveerd, waar hij zich in verordening nr. 1251/89 beroept op de noodzaak om de aanplant te plannen.
Verordening nr. 1252/89
40 Er zij allereerst aan herinnerd, dat het Hof in het arrest Crispoltoni I voor recht verklaarde, dat de verordeningen nrs. 1114/88 en 2268/88 ongeldig waren voor zover daarin een gegarandeerde maximumhoeveelheid werd vastgesteld voor in 1988 geoogste tabak van de soort Bright.
41 In de punten 14 tot en met 16 van dat arrest stelde het Hof immers vast, dat de verordeningen nrs. 1114/88 en 2268/88 terugwerkende kracht hadden, voor zover zij bij overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor in 1988 geoogste Brighttabak de verlaging van de interventieprijzen en de premies voorschreven, en zij respectievelijk eind april en eind juli 1988 waren bekendgemaakt, dat wil zeggen op een tijdstip waarop het zaaien voor het lopende jaar, respectievelijk het uitplanten van de jonge planten, reeds achter de rug was.
42 In punt 17 van dat arrest herinnerde het Hof er allereerst aan dat, ofschoon het beginsel van de rechtszekerheid zich er in het algemeen tegen verzet dat een gemeenschapsbesluit reeds vóór afkondiging van kracht is, hiervan bij wijze van uitzondering kan worden afgeweken indien dit voor het te bereiken doel noodzakelijk is en het rechtmatige vertrouwen van de betrokkenen naar behoren in acht wordt genomen.
43 Vervolgens merkte het Hof in punt 18 van dat arrest op, dat verordening nr. 1114/88 met de instelling van een gegarandeerde maximumhoeveelheid beoogde, de toeneming van de tabaksproductie in de Gemeenschap binnen de perken te houden en terzelfder tijd de productie van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestaan, tegen te gaan. Voor de oogst van Brighttabak in 1988 kon dit doel evenwel niet worden bereikt met verordeningen die eind april en eind juli van datzelfde jaar werden bekendgemaakt.
44 Het Hof concludeerde in de punten 20 en 21 van het arrest Crispoltoni I dan ook, dat de terugwerkende kracht van de verordeningen nrs. 1114/88 en 2268/88 niet kon worden toegestaan, aangezien het met deze verordeningen te bereiken doel dit niet noodzakelijk maakte. Ook achtte het Hof met eerdergenoemde verordeningen het gewettigd vertrouwen van de betrokken ondernemers geschonden. Immers, hoewel zij rekening moesten houden met de mogelijkheid dat maatregelen zouden worden genomen om de toeneming van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestaan tegen te gaan, mochten zij niettemin ervan uitgaan dat eventuele maatregelen die consequenties zouden hebben voor hun investeringen, hun tijdig ter kennis zouden worden gebracht. In casu was dit evenwel niet gebeurd.
45 Daarmee heeft het Hof zich in het arrest Crispoltoni I uitgesproken over de toepassing met terugwerkende kracht op de tabaksoogst 1988, van het systeem van de gegarandeerde maximumhoeveelheden, dat de betrokken ondernemers onbekend was, zowel wat de aard van de nieuwe maatregelen voor de ordening van de tabaksmarkt betreft als ten aanzien van de datum van inwerkingtreding daarvan.
46 De vaststelling van de aan het hoofdgeding ten grondslag liggende verordening nr. 1252/89, die betrekking heeft op de oogst 1989, moet evenwel in een andere context worden geplaatst. Deze verordening maakt namelijk deel uit van een complex maatregelen die sinds 1988 gelden en die bedoeld zijn ter beperking van de tabaksproductie in de Gemeenschap.
47 Sinds de bekendmaking van verordening nr. 1114/88 op 29 april 1988 wisten de betrokken ondernemers immers, dat voor 1988, 1989 en 1990 een totale gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de Gemeenschap van 385 000 ton tabak per oogst was vastgesteld en dat binnen deze totale, ongewijzigde gegarandeerde maximumhoeveelheid elk jaar door de Raad gegarandeerde maximumhoeveelheden per tabakssoort zouden worden bepaald.
48 Deze ondernemers wisten bij de planning van de oogst 1989 ook, dat bij verordening nr. 2268/88 voor de oogst 1988 voor Mavra- en Tsebeliatabak een gegarandeerde maximumhoeveelheid van 33 000 ton was vastgesteld en dat die soorten afzetmoeilijkheden kenden, aangezien er sinds 1987 grote voorraden bestonden.
49 Sinds de bekendmaking, eind april en eind juli 1989, van de verordeningen nrs. 1114/88 en 2268/88 waren de betrokken ondernemers derhalve bekend met het beleid van geleidelijke vermindering van de tabaksproductie in de Gemeenschap in het algemeen en van de productie van de soorten Mavra en Tsebelia in het bijzonder.
50 Blijkens deze overwegingen was de vaststelling, bij verordening nr. 1252/89, van de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de oogst 1989 van de soorten Mavra en Tsebelia voor de betrokken ondernemers niet onvoorzienbaar en moesten deze ermee rekenen, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de soorten Mavra en Tsebelia voor de oogst 1989 nog lager zou zijn. Hun gewettigd vertrouwen is dus geëerbiedigd.
51 Bovendien konden de betrokken ondernemers als voorzichtige en verstandige marktdeelnemers voor de oogst 1989 hoe dan ook geen grotere productie plannen dan de gegarandeerde maximumhoeveelheid van 1988. Blijkens verordening nr. 2046/90 beliep de werkelijke productie van de soorten Mavra en Tsebelia echter 43 236 ton. Door aldus bij de oogst 1989 de gegarandeerde maximumhoeveelheid van de oogst 1988 met 44,1 % te overschrijden, hebben de producenten van tabak van de soorten Mavra en Tsebelia zich derhalve klaarblijkelijk niet gedragen als voorzichtige en verstandige marktdeelnemers.
52 Zoals de Raad en de Commissie opmerken, was de overproductie van Mavra en Tsebelia bij de oogst 1989 zo groot, dat zelfs bij een ongewijzigde gegarandeerde maximumhoeveelheid, tot de maximale verlaging van 15 % van de prijzen en de premies had moeten worden besloten.
53 Voorts moet eraan worden herinnerd, dat verordening nr. 1114/88 met de instelling van het systeem van gegarandeerde maximumhoeveelheden beoogde, de tabaksproductie in de Gemeenschap te beperken tot een hoeveelheid die overeenkwam met een totale gegarandeerde maximumhoeveelheid van 385 000 ton per oogst in de jaren 1989, 1990 en 1991, alsook de productie van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestonden, zoals Mavra en Tsebelia, tegen te gaan. Deze doelstellingen, in het bijzonder de naleving van de totale gegarandeerde maximumhoeveelheid van 385 000 ton voor de oogst 1989, vereisten de vaststelling van een gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de oogst 1989 van de soorten Mavra en Tsebelia bij verordening nr. 1252/89, zelfs met terugwerkende kracht.
54 Derhalve moet worden geconcludeerd, dat de terugwerkende kracht van verordening nr. 1252/89 noodzakelijk was ter bereiking van het doel van deze verordening en dat het gewettigd vertrouwen van de betrokkenen naar behoren is geëerbiedigd.
Verordening nr. 1251/89
55 Er moet aan worden herinnerd, dat de Raad met verordening nr. 1251/89 verordening nr. 727/70 aldus heeft gewijzigd, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheden jaarlijks voor de oogst van het daaropvolgende jaar moesten worden vastgesteld.
56 Volgens de eerste overweging van de considerans van deze verordening was deze wijziging bedoeld "om de aanplant te kunnen plannen". Voorts dienden volgens deze overweging "de hoeveelheden voor de oogsten van 1989 en 1990 derhalve gelijktijdig (...) te worden vastgesteld".
57 Daar komt bij, dat verordening nr. 1251/89 overeenkomstig haar artikel 2 in werking is getreden op 14 mei 1989, drie dagen na verordening nr. 1252/89, waarbij de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de oogsten 1989 en 1990 werden vastgesteld.
58 Derhalve volgt uit de eerste overweging van de considerans en artikel 2 van verordening nr. 1251/89, dat volgens de Raad het bij verordening nr. 1252/89 ingevoerde beginsel dat de gegarandeerde maximumhoeveelheden per soort een jaar vóór de oogst wordt vastgesteld, enkel in de toekomst moest worden toegepast, en wel voor het eerst op de oogst 1990.
59 Het argument van de Griekse regering dat de Raad verordening nr. 1251/89 met terugwerkende kracht zou hebben toegepast, kan derhalve niet worden aanvaard.
60 In die omstandigheden blijkt niet, dat de Raad, door de inwerkingtreding van verordening nr. 1251/89 op een latere datum te stellen dan die van verordening nr. 1252/89, zodat het beginsel van vaststelling van de gegarandeerde maximumhoeveelheden per soort een jaar vóór de oogst eerst gold voor de oogst 1990, de grenzen heeft overschreden van de ruime beoordelingsbevoegdheid waarover hij op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid beschikt, noch dat hij deze keuze onjuist heeft gemotiveerd.
61 Gelet op het voorgaande moet de verwijzende rechter derhalve worden geantwoord, dat bij onderzoek van de gestelde vraag niet is gebleken van elementen die de geldigheid van de verordeningen nrs. 1251/89 en 1252/89 aantasten.
De geldigheid van verordening nr. 2046/90
62 In de derde plaats vraagt de verwijzende rechter, of verordening nr. 2046/90 geldig is voor zover daarin een totale overschrijding met 44,1 % van de gegarandeerde maximumhoeveelheid van 30 000 ton voor de oogst 1989 van de soorten Tsebelia en Mavra wordt geconstateerd en daarin bijgevolg op de streefprijzen en interventieprijzen, alsook op de premie, de maximale verlaging van 15 % wordt toegepast die voor 1989 wordt toegestaan bij artikel 4, lid 5, van verordening nr. 727/70, zoals gewijzigd.
63 Er zij op gewezen, dat aangezien bij onderzoek van verordening nr. 1252/89 niet van ongeldigheid daarvan is gebleken, de Commissie in verordening nr. 2046/90 het precieze bedrag van de prijzen en de premies mocht vaststellen die de telers zouden ontvangen naargelang de bij verordening nr. 1252/89 per soort vastgestelde gegarandeerde maximumhoeveelheden al dan niet waren overschreden, en bijgevolg de prijzen en de premie met 15 % mocht verlagen nadat zij een totale overschrijding met 44,1 % van de voor de oogst 1989 van de soorten Tsebelia en Mavra vastgestelde gegarandeerde maximumhoeveelheid had geconstateerd.
64 In die omstandigheden moet aan de verwijzende rechter worden geantwoord, dat bij onderzoek van de gestelde vraag niet is gebleken van elementen die de geldigheid van verordening nr. 2046/90 aantasten.
De uitlegging van verordening nr. 4263/88
65 In de vierde plaats wenst de verwijzende rechter te vernemen, voor het geval de betrokken verordeningen geldig zijn, wie de bedragen moet terugbetalen die overeenkomen met de verlaging van de prijzen en de premie waartoe is besloten ingevolge artikel 4, lid 5, van verordening nr. 727/70, zoals gewijzigd, en of in dat geval op grond van clausule 8, tweede alinea, van het in bijlage bij verordening nr. 4263/88 opgenomen teeltcontract een nieuwe contractprijs kan worden overeengekomen die rekening houdt met de verlaging van de prijzen en de premie.
66 Allereerst zij eraan herinnerd, dat verordening nr. 4263/88 vaststelt, welke bepalingen het tussen een producent en een bewerker gesloten Europees teeltcontract met ingang van de oogst 1989 ten minste dient te bevatten, en in bijlage een Europees modelteeltcontract bevat met veertien verplichte clausules. Naar in clausule 8 daarvan met name wordt bepaald, "komen koper en verkoper een nieuwe contractprijs overeen, indien een communautaire verordening de prijzen of de premie voor de in punt 1 van dit contract vermelde tabakssoort wijzigt. Wanneer deze prijzen of premie worden gewijzigd door de toepassing van artikel 4, lid 5, van verordening (EEG) nr. 727/70, wordt de contractprijs aangepast overeenkomstig de wijziging in de prijzen en premies."
67 Aangezien bij onderzoek van de verordeningen nrs. 1114/88, 1251/89, 1252/89 en 2046/90 niet van ongeldigheid daarvan is gebleken, kan om toepassing van clausule 8, tweede alinea, van het in bijlage bij verordening nr. 4263/88 opgenomen modelcontract worden verzocht om de contractprijs aan te passen aan de wijziging van de prijzen en de premie. Een dergelijke aanpassing is immers het logisch gevolg van de vaststelling, aan de hand van een eventuele overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheid in het kader van de bij verordening nr. 1114/88 ingevoerde regeling, van het precieze bedrag van de premie die door de bewerker wordt geïnd en gedeeltelijk aan de telers van een bepaalde tabakssoort wordt afgedragen.
68 De Griekse regering stelt evenwel, dat indien werd toegestaan dat met de telers een nieuwe prijs wordt overeenkomen, zulks de bewerkers de mogelijkheid zou geven, de verplichting om de eventuele verlaging van de vooraf door hen berekende en ontvangen premie terug te betalen, op de telers af te wentelen. Dit zou in strijd zijn met het doel waarvoor de premie wordt verstrekt, namelijk de verhoging van het inkomen van de tabakstelers.
69 In dit verband moet worden beklemtoond, dat zoals de Commissie terecht heeft opgemerkt, de bewerker de bedragen moet terugbetalen die overeenkomen met de verlaging van de premie, voor zover hij de premie ontvangt, maar dat hij op zijn beurt met de tabakstelers een nieuwe contractprijs kan overeenkomen op grond van clausule 8, tweede alinea, van het in bijlage bij verordening nr. 4263/88 opgenomen modelteeltcontract.
70 Deze vaststelling van een nieuwe contractprijs na de verlaging van de premie is immers in overeenstemming met het feit dat, zoals in punt 35 van het onderhavige arrest in herinnering is gebracht, in een systeem van gegarandeerde maximumhoeveelheden alle communautaire producenten op gelijke en solidaire wijze de consequenties moeten aanvaarden van de besluiten die de gemeenschapsinstellingen binnen het kader van hun bevoegdheden moeten nemen als reactie op het risico van een mogelijke verstoring van het evenwicht op de markt tussen de productie en de afzetmogelijkheden.
71 Mitsdien moet aan de verwijzende rechter worden geantwoord, dat de bewerker gehouden is tot terugbetaling van de bedragen die overeenkomen met de verlaging van de prijzen en de premie waartoe ingevolge artikel 4, lid 5, van verordening nr. 727/70, zoals gewijzigd, is besloten, maar dat op grond van clausule 8, tweede alinea, van het in bijlage bij verordening nr. 4263/88 opgenomen teeltcontract de bewerker en de tabakstelers in dat geval een nieuwe contractprijs kunnen overeenkomen die rekening houdt met de verlaging van de prijzen en de premie.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
72 De kosten door de Griekse regering, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
uitspraak doende op de door het Eirinodikeio Echinou bij vonnis van 24 juli 1995 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Bij onderzoek van de gestelde vraag is niet gebleken van elementen die de geldigheid van verordening (EEG) nr. 1114/88 van de Raad van 25 april 1988 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 727/70 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak, aantasten.
2) Bij onderzoek van de gestelde vraag is niet gebleken van elementen die de geldigheid van de verordeningen (EEG) nrs. 1251/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot wijziging van verordening nr. 727/70, en 1252/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot vaststelling van de voor de oogst 1989 geldende streefprijzen, interventieprijzen, premiebedragen voor kopers van tabaksbladeren, afgeleide interventieprijzen voor verpakte tabak, referentiekwaliteiten, productiegebieden en gegarandeerde maximumhoeveelheden, en tot wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 1577/86, (EEG) nr. 1975/87 en (EEG) nr. 2268/88, aantasten.
3) Bij onderzoek van de gestelde vraag is niet gebleken van elementen die de geldigheid van verordening (EEG) nr. 2046/90 van de Commissie van 18 juli 1990 tot bepaling van de werkelijke productie voor tabakssoorten van de oogst 1989 en tot vaststelling van de geldende prijzen en premies in het kader van de regeling inzake gegarandeerde maximumhoeveelheden, aantasten.
4) De bewerker is gehouden tot terugbetaling van de bedragen die overeenkomen met de verlaging van de prijzen en de premie waartoe ingevolge artikel 4, lid 5, van verordening nr. 727/70, zoals gewijzigd, is besloten, maar op grond van clausule 8, tweede alinea, van het in bijlage bij verordening nr. 4263/88 opgenomen teeltcontract kunnen de bewerker en de tabakstelers in dat geval een nieuwe contractprijs overeenkomen die rekening houdt met de verlaging van de prijzen en de premie.
Full & Egal Universal Law Academy