Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-357/96,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur G. zur Hausen als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk België, vertegenwoordigd door J. Devadder, algemeen adviseur bij de juridische dienst van het Ministerie van Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Belgische ambassade, Rue des Girondins 4,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/15/EG van de Commissie van 15 april 1994 betreffende aanpassing, voor de eerste maal, aan de technische vooruitgang van richtlijn 90/220/EEG van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB 1994, L 103, blz. 20), de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, J. L. Murray, C. N. Kakouris, P. J. G. Kapteyn en H. Ragnemalm (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 maart 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 30 oktober 1996, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/15/EG van de Commissie van 15 april 1994 betreffende aanpassing, voor de eerste maal, aan de technische vooruitgang van richtlijn 90/220/EEG van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB 1994, L 103, blz. 20), de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 94/15 moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 30 juni 1994 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie geen kennisgeving van maatregelen tot omzetting van richtlijn 94/15 had ontvangen en over geen enkel ander gegeven beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Belgische regering haar verplichtingen was nagekomen, deed zij haar op 9 augustus 1994 overeenkomstig artikel 169, eerste alinea, van het Verdrag een aanmaningsbrief toekomen.
4 Toen die aanmaningsbrief onbeantwoord bleef, bracht de Commissie op 4 maart 1996 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij het Koninkrijk België verzocht, de nodige maatregelen te treffen om binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving van dat advies de uit richtlijn 94/15 voortvloeiende verplichtingen na te komen.
5 Toen de Commissie binnen de gestelde termijn geen kennisgeving van de maatregelen tot omzetting van richtlijn 94/15 had ontvangen, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
6 Het Koninkrijk België betwist de verweten niet-nakoming niet, doch verklaart dat de maatregelen om ze ongedaan te maken, zo spoedig mogelijk zullen worden genomen.
7 Daar de omzetting van richtlijn 94/15 niet binnen de daarin gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
8 Mitsdien moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan richtlijn 94/15 te voldoen, de krachtens artikel 2, eerste alinea, van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
9 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien het Koninkrijk België in het ongelijk is gesteld, moet het in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/15/EG van de Commissie van 15 april 1994 betreffende aanpassing, voor de eerste maal, aan de technische vooruitgang van richtlijn 90/220/EEG van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, is het Koninkrijk België de krachtens artikel 2, eerste alinea, van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy