Samenvatting
Trefwoorden
1 Hogere voorziening - Middelen - Verkeerde beoordeling van feiten - Niet-ontvankelijkheid - Afwijzing
(EG-Verdrag, art. 168 A; 's Hofs Statuut-EG, art. 51)
2 Ambtenaren - Bijstandsplicht van administratie - Draagwijdte
3 Hogere voorziening - Middelen - Verkeerde beoordeling van feiten - Niet-ontvankelijkheid - Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs - Uitgesloten, behoudens geval van verkeerde opvatting
(EG-Verdrag, art. 168 A; 's Hofs Statuut-EG, art. 51)
4 Hogere voorziening - Middelen - Middel gericht tegen beslissing van Gerecht inzake kosten - Niet-ontvankelijk wanneer alle andere middelen zijn afgewezen
('s Hofs Statuut-EG, art. 51, tweede alinea)
Samenvatting
5 Een hogere voorziening kan slechts worden gebaseerd op middelen inzake schending van rechtsregels, met uitsluiting van iedere feitelijke beoordeling. Het Gerecht is bij uitsluiting bevoegd om de feiten vast te stellen, behoudens het geval waarin de feitelijke onjuistheid van hetgeen het heeft vastgesteld, voortvloeit uit de hem overgelegde processtukken, en om die feiten te beoordelen. Het Hof is bevoegd om krachtens artikel 168 A van het Verdrag toezicht uit te oefenen op de juridische kwalificatie van de feiten en op de rechtsgevolgen die het Gerecht daaraan heeft verbonden.
6 Ook al moet de administratie bij een incident dat in een ordelijke, serene ambtelijke sfeer geen pas geeft, met de nodige energie optreden teneinde de feiten te achterhalen en er, met kennis van zaken, passende consequenties aan te verbinden, zij mag tegen de betrokken ambtenaar slechts dan tuchtmaatregelen nemen wanneer het ingestelde onderzoek er geen twijfel over heeft laten bestaan, dat die ambtenaar zich heeft gedragen op een wijze die afbreuk doet aan de goede werking van de dienst of aan de waardigheid en goede naam van een andere ambtenaar.
7 De beoordeling door het Gerecht van het aan hem overgelegde bewijs levert geen rechtsvraag op die vatbaar is voor toetsing door het Hof, behoudens het geval van een verkeerde opvatting van dit bewijs.
8 Wanneer alle andere in hogere voorziening aangevoerde middelen tegen een beslissing van het Gerecht zijn afgewezen, moet het middel inzake de onrechtmatige beslissing van het Gerecht over de kosten krachtens artikel 51, tweede alinea, van 's Hofs Statuut niet-ontvankelijk worden verklaard.
Full & Egal Universal Law Academy