Samenvatting
Trefwoorden
Procedure - Kosten - Invorderbare kosten - Door partijen gemaakte noodzakelijke kosten - Reis- en verblijfkosten en honorarium van gemachtigden, raadslieden of advocaten van gemeenschapsinstellingen - Voorwaarden voor vergoeding
('s Hofs Statuut-EG, art. 17, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 73, sub b)
Samenvatting
$$Wanneer een instelling in een geding voor het Hof gebruik maakt van de haar bij artikel 17, eerste alinea, van 's Hofs Statuut-EG geboden mogelijkheid om zich te doen bijstaan door een advocaat of een niet tot haar personeel behorend persoon als gemachtigde aan te wijzen, behoort het honorarium van die advocaat of gemachtigde tot "de door partijen in verband met de procedure gemaakte noodzakelijke kosten" in de zin van artikel 73, sub b, van het Reglement voor de procesvoering, en kan het bijgevolg krachtens die bepaling worden teruggevorderd. Acht de instelling het daarentegen meer in overeenstemming met haar belang om zich door een van haar ambtenaren als gemachtigde te doen vertegenwoordigen, dan kan zij op grond van artikel 73, sub b, geen vergoeding eisen voor de werkzaamheid van de gemachtigde in het kader van de procedure, dat wil zeggen, een gedeelte van de bezoldiging die zij ingevolge het Ambtenarenstatuut aan die ambtenaar verschuldigd is. Die bezoldiging vormt immers de tegenprestatie voor alle taken die de betrokkene dient te vervullen, daaronder in voorkomend geval begrepen de behartiging van de belangen van de instelling in een geding voor het Hof; zij kan derhalve niet worden geacht "in verband met de procedure" te zijn betaald. Het ligt anders met de kosten die losstaan van de normale werkzaamheden binnen een instelling, zoals de in verband met de procedure gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten.
Full & Egal Universal Law Academy