Samenvatting
Trefwoorden
1 Beroep wegens nalaten - Natuurlijke of rechtspersonen - Nalaten dat vatbaar is voor beroep - Niet-geven van duidelijk antwoord op in klacht geformuleerde grieven betreffende toepasselijkheid van richtlijn - Niet-ontvankelijkheid
(EG-Verdrag, art. 175, derde alinea)
2 Beroep wegens nalaten - Natuurlijke of rechtspersonen - Nalaten dat voor beroep vatbaar is - Nalaten om niet-nakomingsprocedure in te leiden - Niet-ontvankelijkheid
(EG-Verdrag, art. 169, 173, vierde alinea, en 175, derde alinea)
Samenvatting
3 Het beroep wegens nalaten dat is ingesteld door een natuurlijke of rechtspersoon en strekt tot vaststelling dat de Commissie heeft verzuimd een duidelijk antwoord te geven op de door de verzoeker in zijn klacht geformuleerde grieven betreffende de toepasselijkheid van een richtlijn, is niet-ontvankelijk. Natuurlijke of rechtspersonen kunnen zich namelijk slechts op artikel 175, derde alinea, van het Verdrag beroepen teneinde te doen vaststellen, dat in strijd met het Verdrag is nagelaten een handeling te verrichten waarvan zij de potentiële adressaten zijn. Verzoeker kan echter niet worden beschouwd als de potentiële adressaat van een van de Commissie afkomstige handeling betreffende de gegrondheid van zijn klacht, daar geen enkele bepaling van het Verdrag of van het afgeleide recht de Commissie ertoe verplicht, tot een particulier een handeling te richten waarin wordt vastgesteld, dat een nationale wettelijke regeling verenigbaar is met de bepalingen van het gemeenschapsrecht. Bovendien is er hoe dan ook niet langer sprake van een verzuim in de zin van artikel 175 van het Verdrag, zodra de Commissie daadwerkelijk heeft geantwoord op het verzoek van een particulier of dienaangaande een standpunt heeft ingenomen. Het feit dat de verzoeker geen genoegen neemt met de vastgestelde handeling of het ingenomen standpunt, is in dit verband niet van belang, daar genoemd artikel ziet op een nalaten door het niet nemen van een besluit of het niet bepalen van een standpunt, en niet op het verrichten van een andere handeling dan die welke de betrokkene wenselijk of noodzakelijk achtte.
4 Het beroep wegens nalaten dat is ingesteld door een natuurlijke of rechtspersoon en strekt tot vaststelling dat de Commissie, door niet een met redenen omkleed advies te doen toekomen aan een Lid-Staat, in strijd met het Verdrag heeft nagelaten een besluit te nemen, is niet-ontvankelijk.
In de eerste plaats immers is de Commissie niet verplicht tegen een Lid-Staat een niet-nakomingsprocedure in te leiden, doch beschikt zij dienaangaande juist over een discretionaire bevoegdheid, die uitsluit dat particulieren het recht zouden hebben, van haar te eisen dat zij een bepaald standpunt inneemt.
In de tweede plaats kan de Commissie in het kader van de door artikel 169 van het Verdrag geregelde niet-nakomingsprocedure uitsluitend handelingen verrichten die tot de Lid-Staten zijn gericht, zodat natuurlijke of rechtspersonen, daar zij niet de potentiële adressaten van die handelingen zijn, geen beroep kunnen doen op artikel 175, derde alinea.
Full & Egal Universal Law Academy