Samenvatting
Trefwoorden
1 Procedure - Inleidend verzoekschrift - Vormvereisten - Summiere uiteenzetting van aangevoerde middelen
('s Hofs Statuut-EG, art. 19; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 1, sub c)
2 Beroep wegens nalaten - Voorwaarden voor ontvankelijkheid - Regelmatigheid van precontentieuze procedure - Ingebrekestelling van instelling - Wezenlijk vormvoorschrift - Verzoeker en persoon die uitnodigde tot handelen, noodzakelijkerwijs zelfde persoon
(EG-Verdrag, art. 175, tweede alinea)
Samenvatting
3 Volgens artikel 19 van 's Hofs Statuut-EG en artikel 44, lid 1, sub c, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht moet elk verzoekschrift het voorwerp van het geschil en een summiere uiteenzetting van de aangevoerde middelen bevatten. Deze moeten voldoende duidelijk en nauwkeurig zijn aangegeven om de verweerder in staat te stellen zijn verweer voor te bereiden, en om de gemeenschapsrechter in staat te stellen, in voorkomend geval zonder nadere gegevens, uitspraak te doen op het beroep. Om de rechtszekerheid en een goede rechtsbedeling te waarborgen, wordt voor de ontvankelijkheid van een beroep geëist, dat de wezenlijke elementen, feitelijk en rechtens, waarop het beroep is gebaseerd, op zijn minst summier, maar coherent en begrijpelijk zijn weergegeven in de tekst van het verzoekschrift zelf.
4 Een krachtens artikel 175 van het Verdrag ingesteld beroep wegens nalaten is slechts ontvankelijk, voor zover de verzoeker de precontentieuze procedure naar behoren heeft gevolgd door te voldoen aan het wezenlijk vormvoorschrift, de verwerende instelling tot handelen uit te nodigen in de zin van de tweede alinea van dit artikel. Verder moet het beroep worden ingesteld door dezelfde persoon als degene die de instelling vooraf tot handelen heeft uitgenodigd.
Full & Egal Universal Law Academy