Conclusie van de advocaat generaal
1 Bij vonnis van 26 februari 1997 heeft het Tribunal de grande instance de Dijon het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
"1) Is ingevolge verordening nr. 2081/92 van 14 juli 1992 vanaf haar inwerkingtreding elke resterende bevoegdheid van de lidstaten tot wijziging van een reeds bestaande oorsprongsbenaming uitgesloten?
2) Vormen de vermeldingen in de voetnoten in de bijlage bij verordening nr. 1107/96 van 12 juni 1996 een uitputtende opsomming van gedeelten van uit meerdere woorden bestaande benamingen, waarvoor geen bescherming geldt?"
2 Alvorens de voorgeschiedenis van het hoofdgeding uiteen te zetten, zal ik in het kort de toepasselijke gemeenschapswetgeving weergeven.
Bij verordening (EEG) nr. 2081/92(1) "worden voorschriften vastgesteld voor de bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van voor menselijke voeding bestemde landbouwproducten".(2) Om voor bescherming door de verordening in aanmerking te komen, is inschrijving van de benaming vereist in het "register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen". Deze inschrijving moet plaatsvinden volgens de in de verordening gestelde regels.(3) De registratieaanvraag wordt ingediend bij de lidstaat waarin het betrokken geografische gebied gelegen is(4); deze gaat na of de aanvraag gerechtvaardigd is en zendt de aanvraag naar de Commissie, die op haar beurt door middel van een formeel onderzoek nagaat of de aanvraag alle bij de verordening voor de inschrijving vereiste gegevens bevat. Zo ja, dan maakt zij de aanvraag bekend in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Indien er geen bezwaren worden ingediend door personen die eventueel tegengestelde belangen hebben, schrijft de Commissie de benaming in eerdergenoemd register in.
Artikel 4 bepaalt: "Om voor een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) of een beschermde geografische aanduiding (BGA) in aanmerking te komen, moet een product in overeenstemming zijn met een productdossier." Dit moet onder meer "de naam van het landbouwproduct of het levensmiddel, inclusief de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding" omvatten.(5)
Voorts is voor de eventuele wijziging van het productdossier een speciale procedure voorgeschreven. Artikel 9 bepaalt ter zake: "De betrokken lidstaat kan om wijziging van het productdossier verzoeken, in het bijzonder om met ontwikkelingen in de wetenschappelijke en technische kennis rekening te houden of het geografische gebied opnieuw af te bakenen. De procedure van artikel 6 is van overeenkomstige toepassing. De Commissie kan echter volgens de procedure van artikel 15 besluiten de procedure van artikel 6 niet toe te passen wanneer de wijziging gering is."
De omvang van de bescherming van de geregistreerde benamingen wordt bepaald in artikel 13:
"1. Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen:
a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voor zover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten of voor zover het gebruik van de benaming betekent dat wordt geprofiteerd van de reputatie van deze beschermde benaming;
b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals $soort', $type', $methode', $op de wijze van', $imitatie', en dergelijke;
c) elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiënt die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;
d) elke andere praktijk die het publiek ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
Indien een geregistreerde benaming de naam omvat van een landbouwproduct of levensmiddel die als soortnaam wordt beschouwd, wordt het gebruik van die soortnaam op dat landbouwproduct of levensmiddel niet beschouwd als strijdig met het bepaalde sub a of b."
Bij artikel 17 wordt een zogenoemde "verkorte" procedure ingevoerd voor de inschrijving van bestaande benamingen. Deze bepaling luidt:
"1. Binnen drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening delen de lidstaten de Commissie mee, welke van hun wettelijk beschermde benamingen of, in de lidstaten waar geen beschermingssysteem bestaat, welke van hun door het gebruik algemeen gangbaar geworden benamingen zij krachtens deze verordening willen laten registreren.
2. De Commissie registreert volgens de procedure van artikel 15 de in lid 1 bedoelde benamingen die overeenkomen met de eisen van de artikelen 2 en 4. Artikel 7 is niet van toepassing. Soortnamen worden evenwel niet geregistreerd.
3. De lidstaten kunnen de nationale bescherming van de overeenkomstig lid 1 meegedeelde benamingen handhaven totdat een besluit over de registratie is genomen."
Verordening nr. 2081/92 is in werking getreden op 26 juli 1993 en nadien gedeeltelijk gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 535/97.(6)
3 In casu zijn de volgende nationale wettelijke bepalingen relevant. Bij decreet van 14 mei 1991 stelden de Franse autoriteiten de benaming "Époisses de Bourgogne" vast en bepaalden zij de kenmerken van de producten die deze benaming mochten dragen. De Franse regering vroeg de registratie van de benaming "Époisses de Bourgogne" aan volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92; de Commissie registreerde de benaming in het kader van verordening (EEG) nr. 1107/96.(7) Bij decreet van 14 april 1995 echter wijzigden de Franse autoriteiten het eerdere decreet van 1991: volgens de nationale wettelijke regeling is de beschermde benaming niet langer "Époisses de Bourgogne", maar "Époisses".
Tot zover het wettelijk kader waarin de feiten van het hoofdgeding zich hebben voorgedaan. Chiciak en Fol zijn Franse kaasproducenten, die strafrechtelijk worden vervolgd omdat zij op vervolgens door hen in de handel gebrachte producten etiketten met de benaming "Époisses" hadden aangebracht, zonder dat deze producten echter voldeden aan de voorschriften die in het decreet van 1995 voor het gebruik van deze benaming waren gesteld. Voor de verwijzende rechter stelden verdachten, dat het decreet van 1995 onwettig was. Volgens hen waren de lidstaten vanaf de inwerkingtreding van verordening nr. 2081/92 niet langer bevoegd om een volgens deze verordening geregistreerde benaming te wijzigen: die bevoegdheid kwam uitsluitend toe aan de Commissie. De Franse wetgever had de in het decreet van 1991 vastgelegde en communautair geregistreerde benaming "Époisses de Bourgogne" dus niet mogen wijzigen in de in het decreet van 1995 vastgestelde benaming "Époisses".
Van oordeel, dat voor de beslechting van het geschil de uitlegging van enkele aspecten van het hiervóór beschreven gemeenschapsrecht vereist was, heeft de verwijzende rechter het Hof de onderhavige prejudiciële vragen gesteld.
4 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen van het Hof te vernemen, of een lidstaat bevoegd is een oorsprongsbenaming te wijzigen waarvan hij ingevolge verordening nr. 2081/92 registratie heeft aangevraagd en verkregen.
De Franse regering meent van wel. Ik zeg echter direct, dat ik deze opvatting niet deel. De belangrijkste gegevens voor de beslechting van het geschil worden mijns inziens verschaft door de verwijzende rechter in de verwijzingsbeschikking. In het stelsel van de verordening vervult de Commissie in de registratieprocedure een centrale rol, terwijl de lidstaten om zo te zeggen tot de rol van aanvrager zijn gereduceerd: zij moeten namelijk de aanvragen verzamelen die door de belanghebbenden worden ingediend, teneinde te beoordelen of is voldaan aan de in de communautaire verordening gestelde registratievereisten, en vervolgens de aanvraag toezenden aan de Commissie. De Commissie moet dan zorgen voor de inschrijving in het daartoe bestemde register, waardoor de bescherming op grond van de verordening aanvangt. Hierbij moet worden bedacht, dat de communautaire regeling precies tot doel heeft, een uniforme, dus op het gehele grondgebied van de Gemeenschap geldende, bescherming te bieden aan benamingen die aan het bepaalde in de verordening voldoen. Deze uniforme bescherming is met name gebaseerd op de registratie die heeft plaatsgehad met inachtneming van het ter zake in de verordening bepaalde, waaronder uiteraard de bepalingen betreffende de verdeling van de bevoegdheden tussen de Commissie en de lidstaten.
Dit is het algemene kader. Het thans voorliggende probleem is in de verordening heel nauwkeurig geregeld. Bij het indienen van de registratieaanvraag moeten de lidstaten immers ook het zogeheten productdossier overleggen, waarin zoals artikel 4, lid 2, sub a, bepaalt, "de naam van het landbouwproduct of het levensmiddel inclusief de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding"(8) vermeld moet zijn. De gekozen benaming staat dus in het productdossier. Welnu, wanneer een wijziging moet worden aangebracht in het productdossier, en dus ook in de benaming, bepaalt artikel 9 van de verordening, dat daarvoor de procedure van artikel 6 moet worden gevolgd.(9)
De zojuist aangehaalde bepaling verschaft mijns inziens het juiste antwoord op de vraag die de verwijzende rechter het Hof stelt. In casu gaat het er immers niet om - zoals de regeringen die schriftelijke opmerkingen hebben ingediend lijken te menen - te beoordelen of er een autonoom gebied van nationale bescherming van oorsprongsbenamingen denkbaar is, als het ware parallel aan en onderscheiden van de bescherming die door de gemeenschapswetgeving wordt gegarandeerd. Het gaat hier om een ander, meer specifiek probleem: er moet worden bekeken, of een lidstaat die een benaming overeenkomstig de verordening heeft geregistreerd, deze benaming vervolgens kan wijzigen buiten de daartoe door de verordening speciaal gecreëerde procedure om, ja zelfs in kennelijke strijd met de bepalingen daarvan. Het antwoord kan volgens mij niet anders dan ontkennend luiden. Wanneer een staat met betrekking tot een oorsprongsbenaming wil profiteren van de bescherming van de verordening, en daartoe de registratie van die benaming aanvraagt en verkrijgt, is het niet meer dan logisch dat hij daarna de in de verordening voorgeschreven procedures moet volgen, ook voor eventuele wijzigingen. Dit is in het reeds aangehaalde artikel 9 duidelijk bepaald, en ik zie niet in hoe men tot een andere conclusie zou kunnen komen.
Derhalve is met het Franse decreet van 1995 waarin de benaming "Époisses de Bourgogne" is gewijzigd in "Époisses", een onregelmatige wijziging aangebracht in een overeenkomstig de geldende communautaire voorschriften geregistreerde oorsprongsbenaming. De Franse autoriteiten zijn dus tot wijziging overgegaan door de vaststelling van een eenzijdige handeling, terwijl zij de speciale procedure van artikel 9 hadden moeten volgen.
5 Verder kan ik het niet eens zijn met de stelling van de Franse regering, dat het nationale decreet wordt gerechtvaardigd door verordening nr. 535/97. De Franse regering wijst in het bijzonder op de bepaling waarbij aan een lidstaat die registratie heeft aangevraagd, "op nationaal niveau (...) een bescherming in de zin van onderhavige verordening, (...) voor de aldus toegezonden benaming [kan] worden toegestaan"; deze bescherming kan eveneens worden toegestaan "in het kader van een verzoek tot wijziging van het productdossier". Op deze laatste bepaling beroept de Franse regering zich met name.
Zoals uit de verwijzingsbeschikking blijkt, hadden de Franse autoriteiten ten tijde van de vaststelling van het in geding zijnde decreet geen aanvraag tot wijziging van het productdossier op het punt van de benaming ingediend. Het decreet kan dan ook niet worden aangemerkt als een nationale bescherming die voorlopig wordt toegestaan "in het kader van een verzoek tot wijziging van het productdossier", om de eenvoudige reden dat een dergelijk verzoek niet was ingediend. Bovendien was de verordening waarop de Franse regering zich beroept, ten tijde van de vaststelling van het decreet van 1995 nog niet in werking getreden. Het decreet kan dus niet worden gerechtvaardigd door bepalingen die op het tijdstip dat het werd vastgesteld nog niet van kracht waren.(10)
6 Met zijn tweede vraag vraagt de verwijzende rechter het Hof, welk belang is te hechten aan de voetnoten in de bijlage bij verordening nr. 1107/96, waarbij enkele onderdelen van samengestelde benamingen worden uitgesloten van de bescherming. Deze verordening bevat de precieze lijst van benamingen die overeenkomstig de procedure van artikel 17 van verordening nr. 2181/92 zijn geregistreerd. In de voetnoten staat, voor welke delen van samengestelde benamingen de bescherming niet is aangevraagd (en dus ook niet kan worden verleend). In het voorliggende geval is de geregistreerde benaming "Époisses de Bourgogne". Er is evenwel geen voetnoot waaruit blijkt dat het de bedoeling is, de term "Époisses" van de bescherming van de verordening uit te sluiten. De verwijzende rechter vraagt het Hof dan ook, welke betekenis hij aan het gebruik van die voetnoten moet hechten. In het bijzonder verzoekt hij het Hof zich erover uit te spreken, of de opsomming in die voetnoten uitputtend is in die zin dat van de bescherming uitsluitend delen van benamingen zijn uitgesloten welke uitdrukkelijk in die voetnoten worden genoemd, met als consequentie - zo kan men toevoegen - dat de delen van benamingen die niet in de voetnoten genoemd worden dus a contrario als beschermd zijn te beschouwen.
Mijns inziens moet deze vraag ontkennend worden beantwoord, en wel om verschillende redenen. Allereerst kan aan genoemde redenering a contrario mijns inziens geen beslissende betekenis worden toegekend. De nationale rechter zelf geeft in de verwijzingsbeschikking aan, dat deze redenering ook de tegenovergestelde conclusie toelaat. In de bijlage bij de verordening staan immers enkele samengestelde benamingen waarvoor - in de tekst zelf en niet in een voetnoot - wordt bepaald dat zij beschermd worden, zowel de benaming in haar geheel als de afzonderlijke delen: bijvoorbeeld "Cantal ou fourme de Cantal ou cantalet", "Reblochon ou reblochon de Savoie", "Crottin de Chavignol ou chavignol", en zo zijn er nog meer. Daaruit zou men kunnen afleiden - ook weer met een redenering a contrario - dat waar de wetgever ook de afzonderlijke delen van de samengestelde benaming bescherming heeft willen bieden, hij dit uitdrukkelijk in de tekst zelf heeft bepaald; ook dan moet de conclusie zijn, dat de niet genoemde delen van de benaming van bescherming zijn uitgesloten.
De redenering a contrario lijkt mij dus geen uitsluitsel te geven. Sterker nog: aan de voetnoten in de bijlage bij verordening nr. 1107/96 kan slechts een beperkt belang worden gehecht. Uit de achtste overweging van de considerans van deze verordening blijkt dat "bepaalde lidstaten hebben meegedeeld dat voor bepaalde delen van benamingen geen bescherming wordt gevraagd en dat daarmee rekening dient te worden gehouden"(11); zoals de Commissie heeft verklaard, was de reden daarvoor, dat de lidstaten het eens waren over het algemene karakter van die termen en dus over het nut om eens en voor al in de verordening te bepalen dat deze niet onder de bescherming van de communautaire regeling vallen. Hieraan is uitvoering gegeven door middel van voetnoten. Een voetnoot geeft dan ook alleen uitsluitsel wanneer er een staat: dan blijkt immers duidelijk en ondubbelzinnig de wens om geen bescherming te verlenen aan dat deel van de benaming waarop de voetnoot betrekking heeft. Wanneer er daarentegen, zoals in het onderhavige geval, geen voetnoot is, dan kan het probleem van de bescherming van afzonderlijke delen van samengestelde benamingen mijns inziens slechts worden opgelost aan de hand van de algemene bepalingen van de artikelen 3 en 13 van verordening nr. 2081/92. Zo zal een deel van een benaming niet worden beschermd, ook al is er geen voetnoot, wanneer dit een term is met een algemeen karakter(12); de beoordeling of dit laatste het geval is, is aan de verwijzende rechter op basis van een gedetailleerd onderzoek van de feiten, die alleen hij kan kennen.
Samenvattend ben ik van mening, dat er geen automatische conclusies kunnen worden getrokken uit het ontbreken van een voetnoot. Het lijkt mij juister, dat de eventuele bescherming van een deel van een geregistreerde benaming afhangt van de desbetreffende voorschriften in de verordening, met name de artikelen 3 en 13: in de eerste plaats mag de betrokken term geen algemeen karakter hebben, en in de tweede plaats moet hij - zoals artikel 13 bepaalt - ten opzichte van de samengestelde benaming misbruik, nabootsing of valse voorstelling opleveren, of op enigerlei wijze het publiek ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product misleiden.
Conclusie
7 Concluderend geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vragen te beantwoorden als volgt:
"1) Wanneer een lidstaat een oorsprongsbenaming heeft geregistreerd in het kader van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen, moet de wijziging van deze benaming plaatsvinden volgens de in die verordening voorgeschreven procedure en kan deze niet plaatsvinden bij nationale wetgevingshandeling.
2) De voetnoten in de bijlage bij verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92, geven geen uitputtende opsomming van gedeelten van samengestelde benamingen, waarvoor geen bescherming geldt."
(1) - Verordening van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 208, blz. 1).
(2) - Zie artikel 1. De begrippen "oorsprongsbenaming" en "geografische aanduiding" worden omschreven in artikel 2, lid 2, sub a en b.
(3) - Artikelen 4 tot en met 7.
(4) - Artikel 5 bepaalt: 1. Alleen groeperingen of, onder bepaalde volgens de procedure van artikel 15 vast te stellen voorwaarden, natuurlijke of rechtspersonen zijn gerechtigd een registratieaanvraag in te dienen. Onder groepering'wordt in dit artikel verstaan elke organisatie, ongeacht haar rechtsvorm of samenstelling, van bij hetzelfde landbouwproduct of hetzelfde levensmiddel betrokken producenten en/of verwerkers. Andere betrokken partijen mogen van de groepering deel uitmaken. 2. Een groepering, of een natuurlijke of rechtspersoon, kan slechts een registratieaanvraag indienen voor landbouwproducten of levensmiddelen die door haar/hem worden geproduceerd of verkregen in de zin van artikel 2, lid 2, sub a of b. 3. De registratieaanvraag omvat met name het in artikel 4 bedoelde productdossier. (...)"
(5) - Zie artikel 4, lid 2, sub a. De overige gegevens die het dossier moet bevatten, zijn: b) de beschrijving van het landbouwproduct of het levensmiddel, inclusief in voorkomend geval de grondstoffen en de belangrijkste fysische, chemische, microbiologische en/of organoleptische kenmerken van het product of het levensmiddel; c) de afbakening van het geografische gebied en, in voorkomend geval, de gegevens waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 2, lid 4; d) de gegevens waaruit blijkt dat het landbouwproduct of het levensmiddel afkomstig is uit het geografische gebied, in de zin van artikel 2, lid 2, sub a of b, al naar gelang van het geval; e) de beschrijving van de werkwijze voor het verkrijgen van het product en, in voorkomend geval, de authentieke en onveranderlijke plaatselijke werkwijzen; f) de gegevens die het verband bewijzen met het geografische milieu of de geografische oorsprong in de zin van artikel 2, lid 2, sub a of b al naar gelang van het geval; g) de verwijzingen naar de in artikel 10 bedoelde controlestructuur/structuren; h) de specifieke gegevens inzake etikettering die verband houden met de vermelding $BOB' of $BGA', al naar gelang van het geval, of de gelijkwaardige nationale traditionele vermeldingen; i) de eventuele eisen waaraan krachtens communautaire en/of nationale bepalingen moet worden voldaan."
(6) - Verordening van de Raad van 17 maart 1997 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 2081/92 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 83, blz. 3).
(7) - Verordening van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad (PB L 148, blz. 1).
(8) - Cursivering van mij.
(9) - Naar artikel 9 voorts bepaalt, kan de Commissie wanneer de wijziging gering is, "volgens de procedure van artikel 15 besluiten de procedure van artikel 6 niet toe te passen".
(10) - Hoe dan ook is het goed erop te wijzen, dat verordening nr. 535/97 niet is ingevoerd om een nationale regeling en de communautaire regeling tout court naast elkaar te laten bestaan. De nationale bescherming wordt immers slechts verleend in het kader van de procedure die hetzij tot de registratie van een benaming, hetzij tot een wijziging van het productdossier leidt. Uiteraard gaat het erom, te voorkomen dat er een lacune in de rechtsbescherming van de benaming ontstaat op een moment dat de betrokken procedure nog niet is afgerond. Men moet derhalve niet vergeten, dat de bescherming die door de nationale regeling wordt geboden, louter voorlopig van aard is en alleen aan de orde komt wanneer er een registratieaanvraag of een verzoek tot wijziging van het productdossier is ingediend.
(11) - Cursivering van mij.
(12) - Op basis van artikel 13 zal evenmin bescherming worden verleend wanneer de betrokken term weliswaar niet algemeen van aard is, maar ook niet het karakter heeft van misbruik, nabootsing of valse voorstelling, niet misleidend is en hoe dan ook het publiek niet kan misleiden ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product. Dit komt mij overigens enigszins theoretisch voor, aangezien het gebruik van een deel van een geregistreerde benaming wel onder een in artikel 13 genoemde mogelijkheid zal vallen.
Full & Egal Universal Law Academy