Conclusie van de advocaat generaal
1 Bij een op 12 mei 1997 krachtens artikel 169 EG-Verdrag ingesteld beroep heeft de Commissie het Hof verzocht vast te stellen dat de Portugese Republiek, door niet de nodige maatregelen te treffen als bedoeld in richtlijn 80/68/EEG van de Raad van 17 december 1979 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen(1) (hierna: "richtlijn"), niet heeft voldaan aan de krachtens het EG-Verdrag en deze richtlijn op haar rustende verplichtingen.
2 Overeenkomstig artikel 21 van de richtlijn stellen de lidstaten binnen een termijn van twee jaar na kennisgeving van de richtlijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn voor de omzetting daarvan, en stellen zij de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.
3 Volgens de artikelen 392 en 395 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschap(2) is deze lidstaat verplicht zich naar de betrokken richtlijn te voegen.
4 Daar de Portugese Republiek niet aan deze verplichting heeft voldaan, leidde de Commissie tegen deze staat de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 van het Verdrag in. De Portugese Republiek betwist verzoeksters grieven niet concreet, maar wijst er enkel op, dat een ontwerpbesluitwet, die de thans ter zake geldende bepalingen zou aanvullen en derhalve aan de uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen zou voldoen, in behandeling is.
5 Tot op heden blijkt de betrokken besluitwet niet te zijn vastgesteld. Volgens vaste rechtspraak van het Hof vormt de omstandigheid dat aan de vaststelling van een besluitwet wordt gewerkt, geen rechtvaardiging van de niet-nakoming(3) en kan een lidstaat zich hoe dan ook niet ten exceptieve beroepen op nationale bepalingen, praktijken of rechtssituaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van uit het EG-Verdrag en communautaire richtlijnen voortvloeiende verplichtingen.(4)
Conclusie
6 Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging:
- vast te stellen dat de Portugese Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 80/68/EEG van de Raad van 17 december 1979 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen, niet heeft voldaan aan de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen;
- de Portugese Republiek te verwijzen in de kosten.
(1) - PB 1980, L 20, blz. 43.
(2) - PB 1985, L 302.
(3) - Zie, bijvoorbeeld, arrest van 6 april 1995, Commissie/Spanje (C-147/94, Jurispr. blz. I-1015).
(4) - Zie, onder meer, arresten van 18 mei 1994, Commissie/Italië (C-303/93, Jurispr. blz. I-1901); 20 februari 1997, Commissie/België (C-135/96, Jurispr. blz. I-1061), en 20 maart 1997, Commissie/België (C-294/96, Jurispr. blz. I-1781).
Full & Egal Universal Law Academy