Conclusie van de advocaat generaal
1 Deze niet-nakomingsprocedure betreft de onbetwiste niet-omzetting door het Koninkrijk België van twee richtlijnen tot aanpassing aan de technische vooruitgang van de basisrichtlijn inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen.
De precontentieuze procedure
a) Richtlijn 93/72/EEG van de Commissie
2 Artikel 2, lid 1, van richtlijn 93/72/EEG van de Commissie van 1 september 1993 tot negentiende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (hierna: "richtlijn 93/72/EEG")(1), gaf de Lid-Staten een omzettingstermijn die op 1 juli 1994 verstreek. Op grond van artikel 2, leden 2 en 3, dienden de Lid-Staten hun omzettingsbepalingen onverwijld aan de Commissie mee te delen, en dienden zij in die bepalingen of in de officiële bekendmaking ervan te verwijzen naar richtlijn 93/72/EEG.
3 Daar zij geen enkele mededeling over de omzetting van richtlijn 93/72/EEG in Belgisch recht had ontvangen, leidde de Commissie bij aanmaningsbrief van 20 januari 1995 de precontentieuze procedure van artikel 169 EG-Verdrag in. In zijn antwoord van 22 maart 1995 deelde het Koninkrijk België mee, dat de omzettingsmaatregelen werden voorbereid. Toen zij geen enkele mededeling over de vaststelling van die maatregelen ontving, zond de Commissie op 26 juli 1996 een met redenen omkleed advies, waarin zij stelde, dat het Koninkrijk België, door niet de nodige bepalingen vast te stellen en aan haar mee te delen, niet had voldaan aan de krachtens de richtlijn op hem rustende verplichtingen, en het verzocht, binnen twee maanden aan dit advies te voldoen.
4 Bij brief van 18 september 1996 vestigde het Koninkrijk België de aandacht van de Commissie op de vaststelling van het koninklijk besluit van 23 juni 1995 tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (hierna: "koninklijk besluit van 1995"), waarbij, aldus het Koninkrijk België, richtlijn 93/72/EEG in Belgisch recht zou zijn omgezet. In haar antwoord van 29 januari 1997 stelde de Commissie zich op het standpunt, dat aangezien beide koninklijke besluiten betrekking hadden op gevaarlijke preparaten, doch niet op gevaarlijke stoffen, richtlijn 93/72/EEG niet op de juiste wijze was omgezet en verzocht zij de Belgische regering, haar opmerkingen hierover te maken. Deze brief werd niet beantwoord.
b) Richtlijn 93/101/EG van de Commissie
5 Artikel 2 van richtlijn 93/101/EG van de Commissie van 11 november 1993 tot twintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 67/548 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (hierna: "richtlijn 93/101/EG")(2), gaf de Lid-Staten een omzettingstermijn die op 1 januari 1995 verstreek. Deze bepaling verplichtte de Lid-Staten voorts, hun omzettingsbepalingen onverwijld aan de Commissie mee te delen en in die bepalingen of in de officiële bekendmaking ervan te verwijzen naar richtlijn 93/101/EG.
6 Daar zij geen mededeling ontving, zond de Commissie op 2 augustus 1995 een aanmaningsbrief. In zijn antwoord van 4 oktober 1995 stelde het Koninkrijk België, dat richtlijn 93/101/EG was omgezet bij deel I van bijlage III bij het koninklijk besluit van 1995. In haar met redenen omkleed advies van 12 juli 1996 herhaalde de Commissie haar standpunt, dat dit koninklijk besluit geen betrekking had op gevaarlijke stoffen. Daar het koninklijk besluit geen juiste omzetting van richtlijn 93/101/EG vormde, verzocht de Commissie het Koninkrijk België om binnen twee maanden aan haar advies te voldoen. Het Koninkrijk België heeft hierop niet geantwoord.
II - De procedure voor het Hof
7 In haar op 20 mei 1997 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift stelt de Commissie, dat het Koninkrijk België haar geen officiële en definitieve omzettingsmaatregel van richtlijn 93/72/EEG heeft meegedeeld, en dat het niet alle nodige bepalingen voor de omzetting van richtlijn 93/101/EG heeft meegedeeld. Zij concludeert, dat het Koninkrijk België niet binnen de voorgeschreven termijnen de nodige maatregelen tot omzetting van die richtlijnen heeft vastgesteld en/of aan haar heeft meegedeeld, en zij verzoekt het Hof vast te stellen, dat het Koninkrijk België niet heeft voldaan aan de krachtens de richtlijnen op hem rustende verplichtingen.
8 Het Koninkrijk België betwist de verweten niet-nakoming niet. Het zet uiteen, dat een ontwerp-koninklijk besluit voor de omzetting van richtlijn 93/72/EEG door de betrokken ministers is ondertekend en ter ondertekening aan de Koning zal worden voorgelegd, en dat alleen het onderdeel gevaarlijke stoffen van richtlijn 93/101/EG nog moet worden omgezet.
III - Conclusie
9 In het verzoekschrift van de Commissie wordt in wezen geen onderscheid gemaakt tussen het verzuim om de richtlijnen om te zetten en het verzuim om haar mededeling te doen van de noodzakelijke maatregelen tot omzetting. In beide gevallen wordt in het met redenen omkleed advies echter duidelijk geconcludeerd, dat het Koninkrijk België niet de nodige maatregelen tot omzetting van de betrokken richtlijn heeft vastgesteld, hetgeen precies overeenkomt met de conclusies van de Commissie in haar verzoekschrift. Daar het Koninkrijk België de verweten niet-omzetting van de richtlijnen niet heeft betwist en er geen aanwijzingen voor het tegendeel zijn, ben ik van mening, dat het verzoek van de Commissie met betrekking tot beide richtlijnen moet worden toegewezen.
IV - Conclusie
10 Gelet op het voorgaande, geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijnen alle nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan, in de eerste plaats, richtlijn 93/72/EEG van de Commissie van 1 september 1993 tot negentiende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen, en, in de tweede plaats, richtlijn 93/101/EG van de Commissie van 11 november 1993 tot twintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van richtlijn 67/548/EEG, niet heeft voldaan aan de krachtens die richtlijnen op hem rustende verplichtingen;
2) het Koninkrijk België te verwijzen in de kosten.
(1) - PB 1993, L 258, blz. 29.
(2) - PB 1994, L 13, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy