Conclusie van de advocaat generaal
A - Inleiding
1 De onderhavige zaak betreft een niet-nakomingsprocedure tegen de Portugese Republiek wegens niet-uitvoering van richtlijn 79/869/EEG van de Raad van 9 oktober 1979 inzake de meetmethodes en de frequentie van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater dat is bestemd voor productie van drinkwater in de lidstaten.(1) De Commissie concludeert dat het den Hove behage:
- vast te stellen dat de Portugese Republiek, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om richtlijn 79/869/EEG volledig en juist uit te voeren, de krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag en artikel 13 van die richtlijn junctis artikel 395 en bijlage XXXVI van de Toetredingsakte(2) op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
- subsidiair, vast te stellen dat de Portugese Republiek, door de Commissie niet onverwijld van die maatregelen in kennis te stellen, de krachtens diezelfde bepalingen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
- de Portugese Republiek in de kosten te verwijzen.
2 De Portugese Republiek concludeert dat het den Hove behage:
- tot 30 oktober 1997 de vaststelling van de besluitwet die de uitvoering van richtlijn 79/869 verbetert en vervolledigt, af te wachten, en daarna het geding zonder voorwerp te verklaren;
- de Commissie in de kosten te verwijzen.
B - Standpuntbepaling
3 Richtlijn 79/869 bepaalt in artikel 13, dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de kennisgeving aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen. De kennisgeving vond nog in oktober 1979 plaats.
4 Ingevolge artikel 395 juncto bijlage XXXVI, III, punt 5, van de Toetredingsakte moest de Portugese Republiek de richtlijn vóór 1 januari 1989 uitvoeren.
5 Weliswaar heeft de Portugese Republiek ter uitvoering van richtlijn 79/869 besluitwet nr. 74/90 van 7 maart 1990 vastgesteld. De Commissie is echter van mening, dat de richtlijn niet volledig en foutloos in nationaal recht is omgezet. Zij is van oordeel, dat de Portugese Republiek de krachtens artikel 3, lid 3, junctis de kolommen C, D en E van bijlage I bij de richtlijn, artikel 4, lid 2, artikel 5 en voetnoot 10 van bijlage I bij de richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
6 De Portugese Republiek betwist die grieven niet. Zij voert echter aan, dat besluitwet nr. 74/90 wordt herzien, en dat die procedure zich in de eindfase bevindt. Zij verzoekt het Hof dus te wachten tot die besluitwet wordt bekendgemaakt, wat uiterlijk op 30 oktober 1997 zou zijn te verwachten.
7 Onbetwistbaar is de Portugese Republiek de bovenomschreven, krachtens de richtlijn op haar rustende verplichtingen niet vóór het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn van twee maanden nagekomen. Dat is volgens vaste rechtspraak van het Hof het relevante tijdstip voor de vaststelling van een niet-nakoming.(3)
8 Partijen hebben van de aanvankelijk vastgestelde mondelinge behandeling afgezien.
9 Het verzoek van de Commissie moet dus worden toegewezen.
Kosten
Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen.
C - Conclusie
10 Mitsdien geef ik het Hof in overweging, te beslissen als volgt:
"1) Door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om richtlijn 79/869/EEG van de Raad van 9 oktober 1979 inzake de meetmethodes en de frequentie van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater dat is bestemd voor productie van drinkwater in de lidstaten, volledig en juist uit te voeren, is de Portugese Republiek de krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag en artikel 13 van die richtlijn junctis artikel 395 en bijlage XXXVI van de Toetredingsakte op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Portugese Republiek wordt verwezen in de kosten."
(1) - PB L 271, blz. 44
(2) - PB 1985, L 302, blz. 23, 397.
(3) - Arresten van 18 december 1997, Commissie/Spanje (C-361/95, Jurispr. blz. I-7351, punten 13 en 14); 10 september 1996, Commissie/Duitsland (C-61/94, Jurispr. blz. I-3989, punt 42), en 1 juni 1995, Commissie/Griekenland (C-123/94, Jurispr. blz. I-1457, punt 7).
Full & Egal Universal Law Academy