Conclusie van de advocaat generaal
1 De prejudiciële vraag in deze zaak luidt, aan welke criteria een motorvoertuig moet beantwoorden om te kunnen worden ingedeeld onder post 9705 van de gecombineerde nomenclatuur(1), die onder meer betrekking heeft op verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een historisch of etnografisch belang.
De feiten, de procedure in het hoofdgeding en de relevante gemeenschapswetgeving
2 Op 29 april 1991 gaf U. Clees bij het bevoegde douanekantoor een gebruikte auto, een Mercedes-Benz 300 SL, bouwjaar 1956, ter inklaring aan als verzamelobject met een historisch belang, vallend onder tariefpost 9705.
3 Hoofdstuk 97 van de GN is getiteld "kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten". Bij post 9705 hoort de volgende omschrijving:
"Verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang."
4 Na inspectie van het voertuig kwam het douanekantoor tot de volgende vaststelling: "Chassisnummer conform aangifte. Het voertuig heeft een bijzonder constructiekenmerk: vleugeldeuren. Dientengevolge is het voertuig niet alleen zeldzaam, doch heeft het door zijn bouw ook een historisch belang (bouwjaar 1956). 9705 0000 0003."
5 Eerst had het douanekantoor het voertuig bij aanslag van 29 april 1991 ingeklaard conform de aangifte van Clees, maar naderhand, op 16 juli 1992, zond het hem een wijzigingsaanslag ter zake van invoerrechten, op grond dat het voertuig bij vergissing onder post 9705 was ingedeeld, terwijl het zou gaan om een gebruikt voertuig dat volgens het arrest van 10 oktober 1985, Daiber(2), moest worden ingedeeld in post 8703 GN.
6 In die zaak(3) gaf het Hof aan post 9905 van het gemeenschappelijk douanetarief (hierna: "GDT"), zoals dat gold voor de invoering van de GN bij verordening nr. 2658/87, welke post vrijwel gelijkluidend was met post 9705(4), de volgende uitlegging:
"- Voorwerpen voor verzamelingen in de zin van post 99.05 van het GDT zijn voorwerpen die geschikt zijn om in een verzameling te worden opgenomen, dat wil zeggen voorwerpen die relatief zeldzaam zijn, normalerwijs niet overeenkomstig hun oorspronkelijke bestemming worden gebruikt, voorwerp zijn van speciale handelsbranches buiten de gewone handel in soortgelijke gebruiksvoorwerpen, en een hoge waarde hebben.
- Zijn van belang uit historisch of etnografisch oogpunt in de zin van post 99.05 van het GDT voorwerpen voor verzamelingen, die een kenmerkende stap in de ontwikkeling van de menselijke verworvenheden documenteren of een fase van deze ontwikkeling belichten."(5)
7 Het bezwaarschrift waarin Clees deze beschikking aanvocht en de indeling van het voertuig in post 9705 GN bepleitte, werd op 1 februari 1993 afgewezen.
8 Tegen deze afwijzing diende Clees beroep in voor het Finanzgericht Düsseldorf.
9 Deze rechter overwoog in de eerste plaats dat aan de voorwaarden voor een historisch belang, zoals door het Hof in het arrest Daiber geformuleerd, niet is voldaan, omdat de vleugeldeuren en het ontwerp van de auto geen kenmerkende stap in de ontwikkeling van de menselijke verworvenheden documenteren en evenmin een periode van die ontwikkeling illustreren.(6)
10 Het Finanzgericht overwoog vervolgens, dat deze uitlegging van post 9705 thans niet meer geldt, sinds de Commissie in 1996 toelichtingen op deze post heeft uitgevaardigd.(7)
11 Punt 1 van deze toelichtingen luidt als volgt:
"Deze post omvat motorvoertuigen als voorwerpen voor verzameling van historisch belang als deze voldoen aan de in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in zaak 200/84 neergelegde criteria, en dus:
- een bepaalde zeldzaamheidswaarde hebben;
- normaal gesproken niet voor het oorspronkelijk doel worden gebruikt;
- het onderwerp zijn van bijzondere transacties buiten de normale handel in soortgelijke gebruiksartikelen;
- een hoge waarde hebben;
en
- een kenmerkende stap in de ontwikkeling - of in een periode van die ontwikkeling - van de menselijke verworvenheden illustreren.
Gelet op het feit dat een motorvoertuig in beginsel een gebruiksartikel met een betrekkelijk kort leven is en onderhevig is aan doorlopende technische ontwikkelingen kan - voor zover de feiten dat niet duidelijk tegenspreken - aan de hiervoor genoemde criteria geacht worden te zijn voldaan voor:
- motorvoertuigen in hun originele staat, zonder ingrijpende wijzigingen aan het chassis, de stuurinrichting of het remsysteem, enz., minstens 30 jaar oud en van een model of type dat niet meer in productie is;
- alle motorvoertuigen die gebouwd zijn vóór 1950, zelfs indien niet rijklaar."(8)
12 De nationale rechter is van oordeel dat deze toelichtingen ook gelden voor invoer die vóór de publicatie daarvan van heeft plaatsgevonden, wanneer, zoals in casu, de tekst van de betrokken post van de gecombineerde nomenclatuur ongewijzigd is gebleven.(9)
13 Hij constateert dat "de toelichtingen niet van dien aard zijn dat zij aan het feitelijke criterium van de historische waarde invulling kunnen geven op de wijze die in de hiervoor aangeduide rechtspraak [van het Hof] is vastgelegd"(10), en noemt het "zonder meer uitgesloten, dat elk niet meer gebouwd, meer dan 30 jaar oud motorvoertuig in oorspronkelijke staat met een hoge waarde een kenmerkende stap in de ontwikkeling van de menselijke verworvenheden kan documenteren"(11), zoals dit criterium in het arrest Daiber is geformuleerd.
De prejudiciële vraag
14 Met het oog op de uniforme toepassing van het gemeenschapsrecht achtte het Finanzgericht nadere verduidelijking van de precieze draagwijdte van de toelichtingen geboden en het besloot daarom de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen:
"Dient post 9705 van de gecombineerde nomenclatuur van verordening (EEG) nr. 2658/87, in de versie van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2472/90, aldus te worden uitgelegd dat motorvoertuigen als voorwerpen voor verzamelingen met een historisch belang in de regel
- zich enkel in hun originele staat bevinden, zonder ingrijpende wijzigingen aan het chassis, de stuurinrichting of het remsysteem, de motor, enz.,
- minstens 30 jaar oud zijn, en
- van een model of type zijn, dat niet meer in productie is?"
Het antwoord op de prejudiciële vraag
15 Voor de uitlegging van een post van de GN, moeten de inhoud en het nagestreefde doel daarvan worden onderzocht.
16 Volgens vaste rechtspraak moet "in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten zijn omschreven (...) Bovendien bestaan er voor de GN toelichtingen van de Europese Commissie, en voor het geharmoniseerde systeem betreffende de omschrijving en de codering van goederen, van de internationale douaneraad, die belangrijke hulpmiddelen vormen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten, maar rechtens niet bindend zijn (...)."(12)
17 De uitlegging die het Hof in het arrest Daiber, reeds aangehaald(13), in overeenstemming met deze rechtspraak aan post 9905 van het gemeenschappelijk douanetarief heeft gegeven, zoals dat gold ten tijde van de feiten in die zaak, lijkt overdraagbaar op het onderhavige geval, gezien zowel de inhoud van de respectieve tariefposten als de aard en de kenmerken van het betrokken goed.
18 In beide gevallen immers heeft het aan de nationale rechter voorgelegde geschil betrekking op de indeling van een gebruikte kostbare automobiel, die de eigenaar wil zien ingeklaard voor het vrije verkeer. Beide auto's stammen uit het midden van de jaren vijftig en zijn thans niet meer in productie.
19 Volgens het arrest Daiber, reeds aangehaald, dient hoofdstuk 99 van het GDT ter bevordering van de vrije uitwisseling van culturele en opvoedkundige voorwerpen tussen de volkeren(14); dit moet dan ook gelden voor hoofdstuk 97 GN, gezien de vrijwel gelijkluidende tekst van beide tariefposten.
20 Het Finanzgericht Düsseldorf acht het arrest Daiber echter niet overdraagbaar op onderhavig geval. Het betwijfelt of de toelichtingen stroken met de uitlegging die het Hof aan het GDT heeft gegeven.
21 Het Finanzgericht vraagt het Hof dus, de uitlegging die het aan het GDT heeft gegeven, nader te preciseren om te kunnen nagaan of de objectieve criteria die de Commissie in haar toelichtingen hanteert, daarvan niet afwijken en de betekenis en draagwijdte van de betrokken tariefpost niet aantasten.
22 De Commissie zet uiteen dat zij de toelichtingen heeft vastgesteld met het oog op de uniforme toepassing van de GN, die in gevaar dreigde te komen door de uiteenlopende wijze waarop de nationale douaneautoriteiten en rechterlijke instanties het begrip historisch of etnografisch belang interpreteerden, zoals dat door het Hof is gedefinieerd.(15)
23 De Commissie acht de drie door haar gekozen criteria verenigbaar met de rechtspraak van het Hof, als hulpmiddel voor het nader omlijnen van een zo abstracte en subjectieve voorwaarde als het historisch belang dat aan een automobiel kan zijn verbonden. Zij zijn niet bedoeld ter vervanging van het geheel aan voorwaarden genoemd onder punt 1, eerste alinea, van de naar aanleiding van het arrest Daiber uitgevaardigde toelichtingen. De tweede alinea, zo vervolgt de Commissie, vestigt niet meer dan een algemeen vermoeden, dat kan worden weerlegd met het bewijs, dat het historisch belang twijfelachtig is.(16)
24 Naar zij voorstaat, dient indeling van een automobiel onder tariefpost 9705 te geschieden aan de hand van de in het arrest Daiber geformuleerde voorwaarden, waarbij de aanwezigheid van een historisch en etnografisch belang nader moet worden getoetst aan de in haar toelichtingen genoemde criteria.
25 Clees deelt deze opvatting. Hij acht deze uitlegging in overeenstemming met het doel van de tariefvrijstelling voor verzamelobjecten, namelijk de bevordering van de vrije uitwisseling van culturele en opvoedkundige voorwerpen tussen de volkeren en van het behoud van voertuigen uit het verleden die uit cultuurhistorisch oogpunt van belang zijn.(17)
26 Vooropgesteld zij, dat de criteria in de toelichtingen door de Commissie zijn vastgesteld om te bereiken dat post 9705 GN door de douaneautoriteiten uniform wordt toegepast ten aanzien van een bepaalde categorie goederen, in casu automobielen.
27 Deze toelichtingen, die juridisch geen bindende werking hebben, mogen nochtans niet indruisen tegen de bepalingen van het GDT - of de GN - en evenmin wijziging brengen in de draagwijdte daarvan.(18) Zou dat het geval zijn, dan moet de inhoud van de tariefpost, eventueel zoals uitgelegd door het Hof, prevaleren boven de lezing die de Commissie daaraan geeft.
28 Daarentegen kunnen toelichtingen die wel met het GDT of de GN in overeenstemming zijn, van nut zijn om de inhoud van een tariefpost te verduidelijken, ook in een procedure die betrekking heeft op feiten die zich vóór hun vaststelling hebben toegedaan.
29 De betekenis en de draagwijdte van een GN-post ondergaan immers geen wijziging door de zuiver indicatieve uitlegging die de Commissie daaraan geeft, zodat de rechtszekerheid niet in gevaar komt door het gebruik van een uitlegging die, zoals in casu, eerst na de indeling van het betrokken voertuig is geformuleerd, zolang geen elementen daarvan onverenigbaar blijken met de GN.
30 Het komt trouwens regelmatig voor, dat het Hof bij de uitlegging van het GDT afgaat op toelichtingen die na de litigieuze feiten zijn opgesteld.(19)
31 De door de nationale rechter in zijn verwijzingsbeschikking genoemde voorbeelden van het tegendeel zijn slechts schijnbaar in tegenspraak met deze rechtspraak.(20) In het arrest Stanner(21) hield het Hof bij de uitlegging van een postonderverdeling van het GDT weliswaar geen rekening met toelichtingen die na de feiten van de zaak waren uitgevaardigd, maar dat had als reden dat de toelichtingen in die zaak betrekking hadden op een andere nomenclatuur dan op het moment van de feiten in die zaak van toepassing was. In het arrest Merkur(22) constateerde het Hof weliswaar dat de toelichtingen van het GDT eerst na de feiten in die zaak toepasselijk waren geworden, maar niettemin heeft het in hun inhoud en hun overeenkomst met andere toelichtingen voor zijn uitlegging van een bepaalde tariefpost bevestiging gezocht.
32 Wanneer dus de inhoud van de litigieuze toelichtingen in overeenstemming blijkt met tariefpost 9705, dan is het tijdstip waarop die toelichtingen zijn vastgesteld geen beletsel voor gebruik in een reeds eerder ingeleide tariefindelingsprocedure.
33 Vervolgens moet ik het misverstand rechtzetten waartoe de bewoordingen van punt 1 van de toelichtingen mogelijk aanleiding geven, als zou de tariefindeling van een automobiel onder post 9705 reeds zijn gerechtvaardigd zodra aan de drie voorwaarden van de tweede alinea, eerste streepje, is voldaan.
34 Die voorwaarden zijn echter bedoeld als nadere invulling van het historisch of etnografisch belang van een voertuig, en zijn om in de plaats te komen van de andere in het arrest Daiber genoemde voorwaarden - dat het voertuig relatief zeldzaam moet zijn, niet wordt gebruikt overeenkomstig zijn oorspronkelijke bestemming, wordt verhandeld via speciale handelsbranches buiten de normale handel in soortgelijke gebruiksgoederen en een hoge waarde heeft - die het onderscheid uitmaken tussen verzamelingen of voorwerpen voor verzamelingen en andere voorwerpen of categorieën van voorwerpen.
35 Die andere voorwaarden blijven noodzakelijk, want zij betreffen de eigenschappen die een automobiel moet bezitten om, ongeacht de historische waarde, tot een verzameling te kunnen behoren. Het is niet uit te sluiten dat een oud voertuig, waarvan de productie is gestaakt, nog onder normale omstandigheden in gebruik is of dat er nog vele exemplaren van over zijn; een alledaags model automobiel is geen verzamelobject, ook al zou het door technische en esthetische bijzonderheden een periode in de ontwikkeling van de automobielindustrie kunnen illustreren.
36 De in punt 1, tweede alinea, van de toelichtingen genoemde kenmerken volstaan dus niet voor de indeling van een automobiel in post 9705 GN; voor zo'n indeling moet ook zijn voldaan aan de andere criteria van het arrest Daiber, die in de eerste alinea worden genoemd.
37 Voor het overige moet worden nagegaan of de door de Commissie gestelde voorwaarden geschikt zijn om het historische of etnografische belang van een automobiel te kenschetsen.
38 Volgens de door het Hof vastgelegde definitie houdt de kwalificatie van een automobiel als voorwerp van historisch of etnografisch belang in, dat daaraan een van de twee volgende eigenschappen wordt toegeschreven: ofwel het voertuig is een kenmerkende stap in de ontwikkeling van de menselijke verworvenheden, hetgeen betekent dat het een belangrijke plaats inneemt in de geschiedenis van die verworvenheden omdat het indertijd een technische vernieuwing behelsde, ofwel het illustreert een periode uit die ontwikkeling, hetgeen betekent dat het enkel getuigt van een thans voorbije periode.
39 Dit laatste criterium is bijzonder ruim, want een voertuig kan daaraan voldoen zonder noodzakelijkerwijze enig oorspronkelijk element te vertonen dat het van andere in diezelfde tijd geproduceerde voertuigen onderscheidt. Voldoende is dus dat het representatief is voor een bepaalde periode.
40 In beide gevallen getuigen zulke voorwerpen van een periode uit het verleden. In haar toelichtingen is de Commissie duidelijk van deze gedachte uitgegaan.
41 Zij verlangt in de eerste plaats dat het voertuig zich in originele staat bevindt, zonder ingrijpende wijzigingen aan chassis, stuurinrichting of remsysteem, motor enzovoort.
42 Het spreekt vanzelf dat een voertuig elk historisch karakter mist, wanneer de meeste onderdelen of de belangrijkste samenstellende delen zijn vervangen, zodat het oorspronkelijke voertuig daarin niet meer valt te herkennen. Door vele reparaties of veranderingen heeft een dergelijk voorwerp een deel van zijn identiteit waarschijnlijk verloren. In die omstandigheden kan niet worden gezegd dat het zich leent om te getuigen van een historische periode.
43 Aan het doel dat met de tariefvrijstelling van hoofdstuk 97 GN wordt nagestreefd, zou geen recht worden gedaan wanneer verzamelobjecten die door wezenlijke veranderingen als zodanig niet meer interessant zijn, voor dezelfde douanevrijstellingen in aanmerking kwamen.
44 De toelichtingen van de Commissie bepalen bovendien dat de productie van het model of het type voertuig moet zijn gestaakt en dat het voertuig meer dan 30 jaar geleden moet zijn vervaardigd.
45 Bij de beoordeling van deze criteria moet mede worden gelet op hetgeen de Commissie in haar toelichtingen overweegt omtrent de rol van de technische vooruitgang in de automobielindustrie, alsmede op het feit dat het op grond van die drie criteria aan het voorwerp toe te schrijven historisch belang niet meer dan een vermoeden behelst.
46 Terecht herinnert de Commissie er in haar toelichtingen aan, dat een automobiel onderhevig is aan doorlopende technische ontwikkelingen.(23) Dat betekent dat de snelle opeenvolging van technische innovaties de automobielsector een terrein maakt, waar talloze voorbeelden van de ontwikkeling van menselijke verworvenheden te vinden zullen zijn.
47 Het voertuig, dat aan de criteria voor een verzamelobject moet beantwoorden, moet ook nog voldoen aan voornoemde voorwaarden waaruit blijkt dat het getuigt van het verleden.
48 Die vereisten lijken mij terecht.
49 Aan de voorwaarde dat het betrokken voertuig niet meer in productie is, ligt de overweging ten grondslag, dat een voertuig dat nog steeds wordt geproduceerd, voor de potentiële afnemers nog feitelijke gebruikswaarde heeft. De technische prestaties of de esthetische eigenschappen gaan nog voldoende mee om de voortzetting van de verkoop te rechtvaardigen. Deze gangbaarheid van het model maken het voertuig dus niet zozeer geschikt om als illustratie van een voorbije periode te dienen.
50 Bovendien veronderstelt indeling in post 9705, dat het betrokken voorwerp een verzamelobject is, waarvoor weer moet zijn voldaan aan de reeds genoemde voorwaarden van het arrest Daiber, waaronder de voorwaarde dat er een specifieke markt bestaat buiten de normale handel in gelijksoortige gebruiksvoorwerpen. Bij voortgezette productie van eenzelfde model of eenzelfde type voertuig kan een dergelijke specifieke markt niet ontstaan, omdat het betrokken voertuig op de gewone markt van nieuwe en tweedehands voertuigen leverbaar blijft, waardoor het de zeldzaamheid mist die bij een verzamelobject hoort.
51 Het doel van de GN en van post 9705 rechtvaardigen eveneens dat het voertuig niet meer in productie mag zijn.
52 In zijn conclusie bij de arresten Daiber en Collector Guns, reeds aangehaald, herinnerde advocaat-generaal Lenz eraan, dat het GDT bedoeld is ter bescherming van de productie in de Gemeenschap. Zich afvragend welke productie tegen de invoer van gebruikte voorwerpen als waarover het in die zaak(24) ging moet worden beschermd, sloot hij uit dat er concurrentie zou bestaan tussen zulke oude voorwerpen en thans in de Gemeenschap geproduceerde goederen.(25)
53 Aan deze beschermende functie van het GN zou immers tekort worden gedaan, indien tot de verzamelobjecten van post 9705, die uit dien hoofde vrijstelling van recht genieten, ook voorwerpen zouden worden gerekend die nog steeds worden geproduceerd. Nieuwe voertuigen zouden moeten concurreren met andere soorten automobielen, terwijl dat niet het doel is van post 9705, waaraan culturele overwegingen ten grondslag liggen.
54 Het volgende vereiste, inzake de minimum ouderdom van het voertuig, komt voort uit dezelfde gedachte, dat een al te recent voertuig, ook al is het afkomstig van een thans gestaakte productie, niet kan getuigen van het verleden.
55 Dat de douaneautoriteiten en de nationale rechterlijke instanties zich aldus kunnen richten naar een bepaalde tijdspanne vergemakkelijkt de administratieve praktijk, zodat dit criterium althans in beginsel kan worden goedgekeurd.
56 Het lijkt mij niettemin enigszins willekeurig om de vereiste ouderdom op 30 jaar te stellen, want het valt niet uit te sluiten dat recentere voertuigen ook een historisch belang hebben.
57 Ook een voertuig van minder dan 30 jaar oud moet immers in post 9705 kunnen worden ingedeeld wanneer is aangetoond, dat het door bepaalde technische of esthetische bijzonderheden die thans een zeldzaam symbool vormen voor een bepaalde periode, thans reeds een historisch of etnografisch belang heeft.
58 Wanneer het voertuig op dit moment kan dienen als illustratie van de ontwikkeling van menselijke verworvenheden op een bepaald gebied, doet dat de datum van productie naar het tweede plan verschuiven. Wat telt is, zoals ik reeds zei, dat het betrokken voertuig representatief is voor het verleden, omdat het een innovatie of een fase in deze ontwikkeling behelst.
59 Zo kan ook een recenter voertuig historische waarde hebben wanneer het gaat om het laatste exemplaar van een periode die zojuist is afgesloten. Het is dus mogelijk dat de productiedatum niet zover terug ligt, zonder dat dit aan die waarde afbreuk doet.
60 Het door de Commissie gehanteerde ouderdomscriterium moet dus niet worden gezien als een dwingend vereiste, maar als een constitutief element voor het vermoeden dat het voertuig een historisch of etnografisch belang heeft.
61 Voor deze benadering vind ik bevestiging in de inhoud van de toelichtingen bij de nomenclatuur van de internationale douaneraad(26), waarop het Hof zich - zij het in een eerdere versie - reeds baseerde in het arrest Daiber, overeenkomstig zijn vaste rechtspraak.(27)
62 De toelichting bij post 9705 in de versie van 1996 spreekt van voorwerpen die aan beroemde personen hebben toebehoord: dit laat zien, al zal dat een marginaal en minder waarschijnlijk geval blijven, dat een voertuig in post 9705 kan worden ingedeeld zonder aan het ouderdomsvereiste te voldoen, zodra bepaalde omstandigheden dat rechtvaardigen.
63 Omgekeerd kan het zijn, zoals in de toelichtingen wordt verklaard, dat beantwoording aan de drie criteria niet volstaat om een historisch belang aannemelijk te maken. Dit is het geval wanneer het voertuig geen enkele specifieke eigenschap heeft die met een voorbije periode is verbonden, zodat het niet een kenmerkende stap in de ontwikkeling van de menselijke verworvenheden kan documenteren of een periode van die ontwikkeling illustreren.(28)
64 In een dergelijk geval zal de bevoegde instantie moeten aantonen, dat de elementen waarop de belanghebbende zich beroept voor indeling in post 9705, daartoe ontoereikend zijn.
65 Een en ander betekent, dat de in de toelichtingen van de Commissie genoemde voorwaarden te beschouwen zijn als niet meer dan praktische aanwijzingen aan de hand waarvan het historisch of etnografisch belang van een motorvoertuig gemakkelijker kan worden onderkend, en die weerlegbaar zijn door het bewijs dat een dergelijk belang in de door het Hof in het arrest Daiber bedoelde zin ontbreekt.
Conclusie
66 Gelet op een en ander geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vraag van het Finanzgericht Düsseldorf te beantwoorden als volgt:
"Tariefpost 9705 van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, moet aldus worden uitgelegd, dat een motorvoertuig
- in zijn originele staat, zonder ingrijpende wijziging aan de belangrijkste onderdelen,
- van een model of type dat niet meer in productie is, en
- meer dan 30 jaar oud,
wordt vermoed in de zin van de verordening een historisch of etnografisch belang te hebben.
Een motorvoertuig dat aan deze voorwaarden voldoet, is echter niet van historisch of etnografisch belang in de zin van genoemde bepaling, wanneer niet blijkt dat het een kenmerkende stap in de ontwikkeling van de menselijke verworvenheden kan documenteren of een fase van deze ontwikkeling belichten."
(1) - Gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1; hierna: "GN")
(2) - 200/84, Jurispr. blz. 3363.
(3) - Evenals het op dezelfde dag gelezen arrest, Collector Guns (252/84, Jurispr. blz. 3387), waarin het ging om uitlegging van dezelfde tariefpost.
(4) - Post 99.05 GDT in de bijlage van verordening (EEG) nr. 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 inzake het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 172, blz. 1) luidt als volgt: "zoölogische, botanische, mineralogische en anatomische verzamelingen en voorwerpen voor die verzamelingen; voorwerpen voor verzamelingen van belang uit historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatiek oogpunt".
(5) - Punt 25, cursivering van mij.
(6) - Sub II, alinea 4, van de verwijzingsbeschikking.
(7) - Ibidem. PB 1996, C 127, blz. 3.
(8) - Cursivering van mij.
(9) - Sub II, alinea 7, van de verwijzingsbeschikking.
(10) - Ibidem, sub II, alinea 11.
(11) - Ibidem, sub II, alinea 13.
(12) - Arrest van 12 maart 1998, Laboratories Sarget (C-270/96, Jurispr. blz. I-1121, punt 16). Zie ook arrest van 6 november 1997, LTM (C-201/96, Jurispr. blz. I-6147, punt 17).
(13) - Zie punt 6 van deze conclusie.
(14) - Arrest Daiber, reeds aangehaald, punt 15.
(15) - Zie punt 6, tweede streepje, van deze conclusie.
(16) - Punten 20-25 van de schriftelijke opmerkingen.
(17) - Bladzijden 4 en 5 van de schriftelijke opmerkingen.
(18) - Arresten van 15 februari 1977, Dittmeyer (69/76 en 70/76, Jurispr. blz. 231, punten 4 e.v.); 11 juli 1980, Chem-Tec (798/79, Jurispr. blz. 2639, punten 11 e.v.), en 16 juni 1994, Develop Dr. Eisbein (C-35/93, Jurispr. blz. I-2655, punten 21 e.v.).
(19) - Zie, met name, arresten van 9 augustus 1994, Neckermann Versand (C-395/93, Jurispr. blz. I-4027, punt 13), en 17 juni 1997, Eru Portuguesa (C-164/95, Jurispr. blz. I-3441, punt 20).
(20) - Sub II, alinea 8 van de verwijzingsbeschikking.
(21) - Arrest van 9 augustus 1994 (C-393/93, Jurispr. blz. I-4011, punt 19).
(22) - Arrest van 8 april 1976 (106/75, Jurispr. blz. 531, punt 4).
(23) - Punt 1, tweede alinea.
(24) - In het arrest Collector Guns ging het om verschillende typen pistolen en pistoolholsters.
(25) - Sub B, punt 4.
(26) - Gedoeld wordt op de toelichtingen die zijn opgesteld door de Internationale Douaneraad op basis van de Internationale Overeenkomst betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, bekend als het "geharmoniseerde systeem" of afgekort het "GS", waarbij de Commissie partij is. Het GS werd aangevuld door zijn eigen toelichtingen (GS-toelichtingen). De Commissie stelt haar eigen toelichtingen bij de gecombineerde nomenclatuur (GN-toelichtingen) vast. Hoewel de GN-toelichtingen, zoals die aan de vragen van de verwijzende rechter ten grondslag liggen, kunnen refereren aan de GS-toelichtingen, "nemen zij niet de plaats van laatstgenoemde toelichtingen in, doch zouden zij als complementair moeten worden beschouwd en in samenhang met deze toelichtingen worden gebruikt" (Voorwoord bij toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Gemeenschappen, PB 1994, C 342, blz. 1, 7).
(27) - Zie punt 16 van deze conclusie.
(28) - In de toelichtingen wordt gepreciseerd dat aan de in het arrest Daiber genoemde criteria kan worden geacht te zijn voldaan "voor zover de feiten dat niet duidelijk tegenspreken".
Full & Egal Universal Law Academy