Conclusie van de advocaat generaal
1 In de onderhavige zaak gaat het om de tariefindeling van bevroren achterdelen van pluimvee in verband met de betaling van uitvoerrestituties.
I - De feiten en het procesverloop
2 Verzoeker in het hoofdgeding (hierna: "verzoeker") voerde in juni 1988 en op 13 en 16 januari 1989 drie partijen bevroren delen van pluimvee met been naar Equatoriaal-Guinea uit. Elk van de delen bestond uit op het bot gescheiden achtervierendelen, die als zodanig door de rughuid bijeen werden gehouden. Het Hauptzollamt Hamburg-Jonas (hierna: "verweerder") kwalificeerde de producten aanvankelijk als "helften en kwarten van pluimvee (met been)" van code 0207 41 11 000 en verleende verzoeker hiervoor de overeenkomstige uitvoerrestituties. Op 18 juli 1990 trok verweerder de restitutiebeschikkingen in en verlangde terugbetaling van een bedrag van 53 884,02 DM. Het Finanzgericht verwierp het tegen die restitutiebeschikkingen ingestelde beroep.
3 In een procedure waarin verzoeker opkwam tegen een beschikking van het Nederlandse Produktschap voor Pluimvee en Eieren waarbij hem de terugbetaling van uitvoerrestituties werd gelast die hij in februari 1988 voor de uitvoer van drie partijen pluimveedelen had ontvangen, besliste het College van Beroep voor het Bedrijfsleven op 29 april 1997 ten gunste van verzoeker en deelde het de producten onder code 0207 41 11 000 in.
4 Het Bundesfinanzhof (hierna: "nationale rechter"), waar verzoeker hogere voorziening ("Revision") tegen het vonnis van het Finanzgericht had ingesteld, was weliswaar geneigd, zich bij de opvatting van de douaneautoriteiten en de rechter in eerste aanleg aan te sluiten, doch besloot op 26 juli 1997, gelet op het tegenovergestelde vonnis van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, het Hof de volgende prejudiciële vraag voor te leggen:
"Moet de in de periode van 21 juni 1988 tot 16 januari 1989 geldende landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties - verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 (PB L 366, blz. 1) - , sector 8 $ex 0207 41 11', aldus worden uitgelegd, dat onder het begrip $kwarten' (van hanen of kippen) ook nog niet volledig van elkaar gescheiden pluimveedelen ($posteriori') vallen, zoals in de motivering van deze beschikking nader omschreven?"
5 De Commissie heeft schriftelijke opmerkingen ingediend en mondelinge opmerkingen gemaakt; verzoeker heeft slechts mondelinge opmerkingen gemaakt.
II - De relevante gemeenschapsrechtelijke bepalingen
6 In de zevende overweging van de considerans van verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee(1) wordt verklaard, dat "door de mogelijkheid om bij uitvoer naar derde landen een restitutie te verlenen die gelijk is aan het verschil tussen de prijzen in de Gemeenschap en de wereldmarktprijzen, de deelneming van de Gemeenschap aan de internationale handel in slachtpluimvee veilig kan worden gesteld". Artikel 9, lid 1, luidt: "voor zover nodig om de uitvoer (...) op basis van de wereldmarktprijzen van deze producten mogelijk te maken, kan het verschil tussen deze prijzen en de prijzen van de Gemeenschap overbrugd worden door een restitutie bij de uitvoer". Artikel 9, lid 2, machtigt de Raad om de noodzakelijke algemene voorschriften vast te stellen. Artikel 11, lid 1, bepaalt, dat "de algemene bepalingen voor de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief en de bijzondere regels voor de toepassing ervan van toepassing [zijn] voor de classificatie van de producten die onder de onderhavige verordening vallen; de tariefnomenclatuur die voortvloeit uit de toepassing van de onderhavige verordening wordt opgenomen in het gemeenschappelijk douanetarief".
7 Op basis van artikel 9, lid 2, van verordening nr. 2777/75 stelde de Raad verordening (EEG) nr. 2779/75 van 29 oktober 1975 vast, houdende algemene voorschriften betreffende de toekenning van restituties bij de uitvoer en criteria voor het bepalen van het restitutiebedrag in de sector slachtpluimvee.(2) In deze verordening worden de aspecten genoemd die bij de vaststelling van de gemeenschapsprijs en de wereldmarktprijs in aanmerking moeten worden genomen en worden regels gegeven voor de vaststelling en de toekenning van de restituties.
8 Bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief(3) werd de algemeen geldende gecombineerde nomenclatuur ingevoerd.
9 Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 tot vaststelling van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties(4) was weliswaar op de gecombineerde nomenclatuur gebaseerd, doch beoogde rekening te houden met het bijzondere karakter van het restitutiestelsel en vooral met de noodzaak, voor dergelijke producten onderverdelingen in de gecombineerde nomenclatuur in te voegen. De voor de pluimveesector relevante onderdelen van de nomenclatuur waren in de versie van deze verordening:
"0207 Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), vers, gekoeld of bevroren:
(...)
- delen en slachtafvallen van pluimvee, andere dan levers, bevroren: ex 0207 41 - - van hanen of van kippen - - - delen: 0207 41 10 - - - - zonder been (...) - - - - met been: 0207 41 11 - - - - - helften en kwarten
0207 41 21 - - - - - hele vleugels, ook indien zonder spits
0207 41 41 - - - - - borsten en delen daarvan 0207 41 51 - - - - - dijen en delen daarvan 0207 41 71 - - - - - andere: (0207 41 71 100) - helften en vierendelen, zonder staarten (0207 41 71 900) - andere."
10 Verordening (EEG) nr. 717/88 van de Commissie van 18 maart 1988 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee(5) bepaalde, dat met ingang van 21 maart 1988 voor uitvoer van delen van pluimvee met de codes 0207 41 11 000 (helften of kwarten) en 0207 41 71 100 (helften of vierendelen, zonder staarten) naar Equatoriaal-Guinea een uitvoerrestitutie van 43 ECU/100 kg moest worden betaald; voor delen met de code 0207 41 71 900 (andere delen van pluimvee, bevroren, met been) voorzag de verordening echter niet in een uitvoerrestitutie. Deel 8 (pluimveevlees) van de bij verordening nr. 3846/87 ingevoerde nomenclatuur van de landbouwproducten werd bij bijlage II bij verordening nr. 717/88 gewijzigd; deze wijzigingen zijn voor de onderhavige zaak echter irrelevant.
11 Verordening (EEG) nr. 3216/88 van de Commissie van 19 oktober 1988 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee(6), voorzag met ingang van 20 oktober 1988 voor de uitvoer van delen van hanen of kippen met de codes 0207 41 11 000 en 0207 41 71 100 alsmede met de nieuwe code 0207 41 71 200 ("delen bestaande uit een hele dij of een deel van een dij en een deel van de rug dat niet meer dan 25 % van het totaalgewicht bedraagt")(7) naar Equatoriaal-Guinea in een uitvoerrestitutie van 37 ECU/100 kg; voor delen met de code 0207 41 71 900 werd echter geen uitvoerrestitutie voorzien.
12 Code 0207 41 71 van sector 8 van de nomenclatuur van de landbouwproducten werd bij bijlage II bij verordening (EEG) nr. 96/89 van de Commissie van 17 januari 1989 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee(8), die op 18 januari 1989 in werking trad, gewijzigd als volgt:
"0207 41 71 - - - - - andere: 0207 41 71 100 - helften en kwarten, zonder staarten
0207 41 71 200 - delen bestaande uit een hele dij of een deel van een dij en een deel van de rug dat niet meer dan 25 % van het totaalgewicht bedraagt
0207 41 71 300 - delen bestaande uit de beide niet van elkaar gescheiden achtervierendelen, met of zonder staart
0207 41 71 900 - andere".
III - Argumenten van partijen
13 De nationale rechter heeft de door verzoeker aangevoerde argumenten samengevat als volgt: "Verzoeker [betoogt] in wezen, dat het een typisch Italiaans product betreft, dat volgens de verkeersopvattingen als gescheiden kwarten moet worden aangemerkt. Ook verordening nr. 96/89 gaat hiervan uit. Zulks volgt tevens uit de Algemene regels van de GN en uit de rechtspraak van het Hof(9) (...) In deze zin besliste ook een Nederlandse rechter (uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven van 29 april 1997)."
14 Tijdens de mondelinge behandeling heeft verzoeker betoogd, dat in de pluimveesector hanen of kippen steeds transversaal, dat wil zeggen dwars op de ruggengraat, worden gescheiden, zodat de definitie van de Commissie niet overeenstemt met de producten die zich op de markt bevinden. Bovendien baseerde hij zich op de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, en met name op de algemene regels A 2a en A 3b.
15 De Commissie wijst erop, dat in de restitutieverordening geen definitie wordt gegeven van code 0207 41 11 ("helften en kwarten"); mitsdien moet naar de douanevoorschriften worden gekeken, die hiervoor het enige aanknopingspunt bieden. Zij verwijst naar de door het Bondsministerie van Financiën gegeven toelichtingen op het geharmoniseerde systeem, volgens welke een "helft van een haan of kip" bestaat uit de "linker- en rechterhelft van het dier, welke door een overlangse doorsnede langs de wervelkolom van elkaar zijn gescheiden". Aangezien de betrokken producten dwars op de wervelkolom van elkaar zijn gescheiden, zijn het geen "helften" in de zin van de gecombineerde nomenclatuur. Daar een kwart als een halve helft is gedefinieerd en hetzij uit de onderdij, de dij, het achterste deel van de rug en de stuit (achtervierendeel) hetzij uit de halve borst met vleugel (voorvierendeel) bestaat, kunnen de uitgevoerde producten niet als kwart in de zin van onderverdeling 0207 41 11 worden aangemerkt.
16 De Commissie is van mening, dat de verkeersopvatting voor de indeling van de betrokken producten niet van belang is. Bovendien heeft het Hof in het arrest Voogd(10) geoordeeld, dat de nationale rechter slechts dan rekening behoeft te houden met de verkeersopvattingen, indien de instelling van de Gemeenschap die de verordening heeft vastgesteld impliciet naar de individuele gebruiken in de lidstaten heeft verwezen, hetgeen in casu niet het geval is. Algemene regel A 2a is evenmin van toepassing, hetgeen zowel uit het arrest Boehringer Mannheim(11) volgt als uit het feit, dat het product in elk geval niet "niet afgewerkt" is. Algemene regel A 3 zou niet van toepassing zijn, omdat delen van hanen of kippen niet in twee of meer tariefposten kunnen worden ingedeeld. De toepassing van verordening nr. 96/89 is uitgesloten, omdat deze op het tijdstip van de uitvoer nog niet in werking was getreden. Mitsdien moeten de uitgevoerde delen van hanen of kippen onder de code 0207 41 71, preciezer gezegd 0207 41 71 900, worden ingedeeld.
IV - Juridische beoordeling
17 Het Hof wordt in wezen om een uitlegging van tariefpost 0207 41 11 000 (helften en kwarten van hanen of kippen, bevroren, met been) gevraagd, zodat de nationale rechter achtervierendelen van hanen of kippen die op het bot gescheiden zijn, maar door de rughuid nog bijeen worden gehouden met het oog op de toekenning van uitvoerrestituties in de nomenclatuur kan indelen.
18 Voor de indeling van producten in de nomenclatuur van landbouwproducten met het oog op uitvoerrestituties gelden volgens artikel 11, lid 1, van verordening nr. 2777/75, zoals hierboven uiteengezet, de algemene bepalingen voor de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief en de bijzondere regels voor de toepassing ervan. Met ingang van 1 januari 1988 werd bij artikel 1, lid 1, van verordening nr. 2658/87 de gecombineerde nomenclatuur ingevoerd, "die zowel aan de vereisten van het gemeenschappelijk douanetarief als aan die van de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap voldoet".(12) De algemene regels voor de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur werden in bijlage I bij de verordening opgenomen. Algemene regel 1 luidt:
"De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en - voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen - de navolgende regels."
Algemene regel 6 bevat overeenkomstige bewoordingen voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post. Op grond daarvan moet bij de indeling eerst op de bewoordingen van de onderverdelingen en vervolgens op de aanvullende aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken worden gelet, voordat op de relevante algemene regels kan worden teruggegrepen.
19 In casu heeft echter geen enkele post of onderverdeling uitdrukkelijk betrekking op "achtervierendelen van hanen of kippen die op het bot gescheiden zijn, maar door de rughuid nog bijeen worden gehouden". Ook in de toelichtingen op de afdelingen en hoofdstukken van het geharmoniseerde stelsel wordt de indeling van delen van hanen of kippen niet behandeld; terwijl het geharmoniseerde stelsel in de op het relevante tijdstip geldende versie afzonderlijke onderverdelingen voor bevroren delen en slachtafvallen (uitgezonderd levers) van hanen of kippen (0207.41), kalkoenen (0207.42) en eenden, ganzen en parelhoenders (0207.43) bevatte, werd daarin geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende delen van hanen of kippen(13); dit verklaart waarschijnlijk de noodzaak van specifiekere gemeenschapsrechtelijke bepalingen over de indeling.
20 Alvorens de toepasbaarheid van de relevante algemene regels te onderzoeken, lijkt het mij zinvol te onderzoeken, of de toelichtingen op het geharmoniseerde stelsel en/of de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur duidelijkheid kunnen verschaffen. Gelijk het Hof herhaaldelijk heeft geoordeeld, kunnen "de Toelichtingen op het douanetarief van de Europese Gemeenschappen de bewoordingen van dat tarief weliswaar niet (...) wijzigen, doch [zijn zij] als een belangrijk element ter uitlegging ervan te beschouwen, waarmee de draagwijdte van de verschillende posten en postonderverdelingen nauwkeurig kan worden bepaald of kan worden verduidelijkt".(14)
21 Deze toelichtingen dienen ertoe, het belang van de posten en onderverdelingen duidelijk te maken, terwijl de algemene regels die gevallen moeten regelen, waarvoor aan de hand van de posten, onderverdelingen of toelichtingen op de afdelingen of hoofdstukken, ook bij een uitlegging in het licht van die toelichtingen, geen oplossing kan worden gevonden; dit geldt bijvoorbeeld voor niet-complete, niet-afgewerkte, niet-samengestelde of gemengde waren alsmede voor waren die op het eerste gezicht onder twee posten kunnen worden ingedeeld. Het lijkt mij dus geheel in overeenstemming met algemene regel 1, de uitlegging van een tariefpost van een product, indien mogelijk, op de relevante toelichtingen te baseren, alvorens naar de andere regels terug te grijpen. Deze benadering is niet in tegenspraak met de benadering van het Hof in het arrest Voogd(15), waarin het zich op algemene regel A 3b baseerde. In die zaak ging het om twee producten, die op het eerste gezicht niet onder een enkele post vielen, die in het licht van een toelichting had kunnen worden uitgelegd, namelijk kippenpoten met (een deel van) de rug (zonder staart) en voorste rugstukken met vleugels. Het Hof baseerde zijn uitlegging van de betrokken posten in dat geval op de toelichtingen.
22 De Internationale Douaneraad stelt in een niet als toelichting op een hoofdstuk aangemerkte algemene opmerking over hoofdstuk 2 ("Vlees en eetbare slachtafvallen") van de door hem gegeven toelichtingen op het geharmoniseerde stelsel(16), dat dit hoofdstuk van toepassing is op voor menselijke consumptie geschikt vlees in de vorm van hele dieren (dat wil zeggen het lichaam van het dier, al dan niet met inbegrip van de kop), halve dieren (verkregen door het hele dier in de lengterichting in twee delen te scheiden), in kwarten, in stukken enzovoort. Dit levert weliswaar een nuttig aanknopingspunt voor de uitlegging van het begrip "helften" in dit verband op, doch niet voor dat van het begrip "kwart", dat, althans volgens het gewone spraakgebruik, ontstaat door het dier in de lengte of dwars te scheiden. In elk geval wordt het begrip "kwart" door de toelichtingen op het geharmoniseerde stelsel niet in de door de Commissie en de nationale rechter voorgestelde wijze beperkt.
23 De door de Commissie gepubliceerde toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Gemeenschappen leveren iets meer aanwijzingen op. In de ten tijde van de feiten geldende versie luidde de toelichting op post 0207 41 11 000 als volgt:
"Helften en kwarten
Deze onderverdeling omvat in hoofdzaak:
1. helften, dat wil zeggen door overlangse doorsnede langs de wervelkolom verkregen stukken;
2. achterste kwarten, bestaande uit de onderdij (scheenbeen en kuitbeen), de dij (bovendij), het achterste deel van de rug en het zadel of de stuit, alsmede de voorste kwarten, die in hoofdzaak bestaan uit de helft van de borst met de daarbij behorende vleugel."
24 Uit de verwijzingsbeschikking van de nationale rechter en de opmerkingen van partijen kan worden afgeleid, dat de betrokken delen van hanen of kippen aan de definitie van "achtervierendelen" in de zin van de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur voldoen, met die belangrijke beperking, dat de twee achtervierendelen niet volledig van elkaar zijn gescheiden, aangezien de dijen door de huid nog bijeen worden gehouden. Ook al zou het gebruik van het enkelvoud bij de beschrijving van het begrip "achtervierendeel" een aanwijzing kunnen zijn, dat bij de toelichtingen in de eerste plaats aan gescheiden kwarten is gedacht, toch kan ik aan de bewoordingen van de toelichtingen en de verordeningen, waarvan de toelichtingen de toepassing dienden te vergemakkelijken, geen reden ontlenen om niet van elkaar gescheiden achtervierendelen van post 0207 41 11 000 uit te sluiten. Met name is geen plausibele verklaring gegeven voor het feit, dat een achtervierendeel anders zou moeten worden behandeld dan twee achtervierendelen, waarvan de huid is doorgesneden; niet gesteld is, dat er een relevant verschil tussen deze beide delen bestaat, bijvoorbeeld wat het gewicht of de waarde betreft.
25 De nationale rechter is onder meer geneigd, de betrokken delen niet onder post 0207 41 11 000 in te delen, aangezien dergelijke delen in verordening nr. 96/89 niet onder "helften of kwarten", maar onder de post 0207 41 71 ("andere") zijn ingedeeld. Een dergelijke ex-postredenering lijkt mij echter niet verenigbaar met de beslissing van het Hof in het arrest Voogd(17), waarin het uitdrukkelijk de mogelijkheid heeft uitgesloten, een later vastgestelde verordening te gebruiken voor de uitlegging van een douanerechtelijke situatie, die reeds voor de vaststelling van die verordening bestond.
26 Indien onder de bijzondere omstandigheden van de onderhavige zaak(18) enige conclusies zouden moeten worden getrokken uit de vaststelling van verordening nr. 96/89, moet erop worden gewezen, dat de Engelse versie van de toelichtingen van de Commissie op post 0207 41 11 000 later van "[this] subheading includes" werd gewijzigd in "[this] subheading covers".(19) Deze wijziging van de bewoordingen van de toelichtingen zijn mijns inziens volledig in overeenstemming met de opvatting, dat de definitie van "kwarten" zoals deze voor de vaststelling van verordening nr. 96/89 gold, ruim genoeg was om de hier ter discussie staande delen van hanen of kippen te omvatten, terwijl die definitie later enger werd, teneinde rekening te houden met de invoering van een speciale post voor die delen. In elk geval wordt de indeling van die delen onder post 0207 41 71 in plaats van onder post 0207 41 11 000 voldoende verklaard door het feit, dat de eerste post zich beperkt tot delen met staart, terwijl de nieuwe post 0207 41 71 300 betrekking heeft op niet gescheiden achtervierendelen "met of zonder staart". Hieraan kan worden toegevoegd, dat de Commissie niet heeft betoogd, dat verordening nr. 96/89 het recht op uitvoerrestituties voor een bepaalde categorie pluimveeproducten beoogde te wijzigen, in plaats van het tarief van die restituties vast te stellen, en dat de tekst van de verordening evenmin enige aanwijzing daarvoor bevat.
27 De door verzoeker voorgestelde uitlegging is mijns inziens ook verenigbaar met de systematiek, het doel en de bewoordingen van de relevante bepalingen van de verordeningen nrs. 2777/75 en 3846/87. Verzoeker heeft met name plausibel gemaakt, zonder door de Commissie te worden weersproken, dat post 0207 41 71 900 een restpost is die, om wille van de volledigheid(20), voornamelijk bedoeld is om afvallen te omvatten, waarvan de Gemeenschap de uitvoer niet wil bevorderen. Daarom kwam gedurende de relevante periode krachtens de verordeningen nrs. 717/88 en 3216/88 de uitvoer van alle bevroren delen van hanen of kippen met been voor restituties in aanmerking, met uitzondering van producten die onder post 0207 41 71 900 vielen. Het is op geen enkel moment betoogd, dat het bij de in casu ter discussie staande delen om afvalproducten van de pluimveeverwerkende industrie gaat, zodat het volkomen abnormaal zou zijn om deze - zoals door de Commissie voorgesteld - in het kader van de restitutieregeling als zodanig te behandelen.
28 Mijns inziens moet post 0207 41 11 000 aldus worden uitgelegd, dat deze op het relevante tijdstip op het bot gescheiden, doch door de rughuid nog bijeengehouden achtervierendelen van hanen of kippen omvatte. Ik acht het daarom onnodig, voor de beantwoording van de aan het Hof voorgelegde vraag naar de algemene regels te verwijzen. Voor het geval het Hof mijn opvatting over de relevantie van de toelichtingen niet zou delen of zich niet zou kunnen aansluiten bij de conclusie waartoe ik op grond van de toelichting op post 0207 41 11 000 ben gekomen, wil ik in het kort ingaan op de toepassing van de algemene regels A 2a en A 3b.
29 Algemene regel A 2a heeft betrekking op "niet-complete of niet-afgewerkte" goederen. Verzoeker heeft weliswaar aangevoerd, dat de door hem uitgevoerde producten het "essentiële kenmerk" van gescheiden achtervierendelen hadden, doch hij heeft niet aangetoond, in hoeverre die producten niet-compleet of niet-afgewerkt zijn; pas wanneer dit is aangetoond, zou de toepassing van de regel gerechtvaardigd zijn. Gelijk door de Commissie is aangevoerd, heeft het Hof in het arrest Boehringer Mannheim(21) bovendien erkend, dat deze regel in het algemeen niet op goederen van de hoofdstukken 1 tot en met 38 van de gecombineerde nomenclatuur kan worden toegepast. Daar verzoeker niet heeft gesteld, dat deze regel in casu op grond van buitengewone omstandigheden moet worden toegepast, is algemene regel A 2a mijns inziens niet van toepassing.
30 Algemene regel A 3 bevat een reeks bepalingen over de indeling van goederen welke onder twee of meer posten kunnen worden ingedeeld; hiertoe behoren mengsels of samengestelde goederen. Anders dan in de zaak Voogd, waar de betrokken producten telkens uit delen van hanen of kippen bestonden die voor douanedoeleinden anders moesten worden behandeld, moeten de producten die in deze zaak aan de orde zijn onder de ene of de andere post worden ingedeeld, en kunnen zij niet onder twee of meer posten worden ingedeeld. Algemene regel A 3 is van toepassing, wanneer hetzelfde product wegens zijn samengestelde karakter tegelijkertijd onder twee of meer posten kan worden ingedeeld, welke overeenkomen met de verschillende bestanddelen van het product. Deze regel vormt echter geen antwoord op de vraag, welke van twee mogelijke indelingen geldt voor een goed dat slechts één bestanddeel heeft. Ik ben daarom van mening, dat algemene regel A 3 niet van toepassing is.
31 Blijft over algemene regel A 4, die luidt:
"Goederen die niet kunnen worden ingedeeld overeenkomstig vorenstaande regels, worden ingedeeld onder de post die van toepassing is op de goederen waarmede zij de meeste overeenkomst vertonen."
Volgens de toelichtingen op het geharmoniseerde stelsel, die voor de uitlegging van deze bepaling dienen, is in de eerste plaats vereist, dat de aangeboden waren met soortgelijke waren worden vergeleken, teneinde vast te stellen met welke zij de meeste overeenkomst vertonen. Die overeenkomst kan vanzelfsprekend van verschillende omstandigheden afhangen, zoals de benaming, de eigenschappen en het gebruik.
32 Ofschoon partijen noch de nationale rechter zich hebben uitgesproken over de toepasbaarheid van dit criterium, dat in wezen een restcriterium is gebaseerd op het gezonde verstand, lijdt het mijns inziens geen twijfel, dat de producten waarmee de betrokken delen de meeste overeenkomst vertonen, van elkaar gescheiden achtervierendelen van post 0207 41 11 000 zijn. Praktisch gezien is het enige onderscheid een snede door de huid, die de dijen van de beide achtervierendelen nog bijeenhoudt. Dat de beide producten de meeste overeenkomst vertonen blijkt uit het feit, dat zowel de Duitse als de Nederlandse douane aanvankelijk van mening was, dat de betrokken delen onder post 0207 41 11 000 moesten worden ingedeeld, en dat zij pas later, en wel in het ene geval na twee en in het andere geval na meer dan vier jaar, van mening veranderden. Indien algemene regel A 4 van toepassing is, moeten de betrokken waren mijns inziens nog steeds onder post 0207 41 11 000 worden ingedeeld.
V - Conclusie
33 Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging, de vraag van het Bundesfinanzhof van 26 juli 1997 te beantwoorden als volgt:
"Post 0207 41 11 000 in sector 8 van de bijlage bij verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 tot vaststelling van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties, in de bij verordening (EEG) nr. 717/88 van de Commissie van 18 maart 1988 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee en verordening (EEG) nr. 3216/88 van de Commissie van 19 oktober 1988 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee gewijzigde versie, moet aldus worden uitgelegd, dat ten tijde van de aan het hoofdgeding ten grondslag liggende feiten op het bot gescheiden, doch door de rughuid nog bijeengehouden achtervierendelen van hanen of kippen onder die post moesten worden ingedeeld."
(1) - PB L 282, blz. 77.
(2) - PB L 282, blz. 90.
(3) - PB L 256, blz. 1.
(4) - PB L 366, blz. 1.
(5) - PB L 74, blz. 37.
(6) - PB L 286, blz. 17.
(7) - Deze werd bij verordening (EEG) nr. 2882/88 van de Commissie van 19 september 1988 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee (PB L 260, blz. 37) in de nomenclatuur van de landbouwproducten ingevoegd, doch is hier niet van belang.
(8) - PB L 14, blz. 7.
(9) - Arrest van 5 oktober 1994, Voogd Vleesimport en -export (C-151/93, Jurispr. blz. I-4915; hierna: "arrest Voogd").
(10) - Aangehaald in voetnoot 9.
(11) - Arrest van 3 juni 1992 (C-318/90, Jurispr. blz. I-3495, punt 17).
(12) - Zie hierboven, voetnoot 3.
(13) - Deze drie posten zijn in de niet-officiële lijst van codes te vinden, die met ingang van 1 januari 1996 uit de nomenclatuur van het geharmoniseerde stelsel werd geschrapt; code 0207.41 omvat nu "delen en slachtafvallen, bevroren (van hanen of kippen)".
(14) - Arrest van 26 februari 1980, Hako-Schuh (54/79, Jurispr. blz. 311, punt 6).
(15) - Zaak C-151/93, aangehaald in voetnoot 9.
(16) - Ik ben enigszins verbaasd, dat de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen verwijst naar een "officieuze versie van de toelichtingen op het geharmoniseerde stelsel", gepubliceerd door het Bondsministerie van Financiën, en niet naar de officiële versie die door de Internationale Douaneraad is gepubliceerd, met name gelet op het feit dat de twee teksten van elkaar verschillen.
(17) - Zaak C-151/93, aangehaald in voetnoot 9.
(18) - De invoeging van de nieuwe post 0207 41 71 300 zou aldus kunnen worden uitgelegd, dat hiermee duidelijkheid moest komen in de rechtssituatie van exporteurs uit de Gemeenschap die de betrokken delen uitvoeren.
(19) - Het belang van deze wijziging komt duidelijker tot uitdrukking in enkele andere taalversies, waarin het cursief aangegeven gedeelte werd geschrapt, zoals bijvoorbeeld de Duitse versie ("[hierher] gehören z.B."), de Franse versie ("[la] présente sous-position comprend essentiellement"), de Italiaanse versie ("[la] presente sottovoce comprende sopratutto)" en de Nederlandse versie ("[deze] onderverdeling omvat in hoofdzaak").
(20) - De vijfde overweging van de considerans van verordening nr. 3846/87 luidt: "overwegende dat het, wanneer een restitutie slechts voor een deel van de producten van een post der gecombineerde nomenclatuur wordt vastgesteld, nodig is om een samenhangende nomenclatuur voor de restituties te handhaven, en om ze elektronisch te kunnen verwerken ook het gedeelte van de post van de gecombineerde nomenclatuur vermeld moet worden waarvoor geen restitutie vastgesteld is".
(21) - Zaak C-318/90, aangehaald in voetnoot 11.
Full & Egal Universal Law Academy