Conclusie van de advocaat generaal
1 In deze zaak verzoekt de Commissie het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek haar verdragsverplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen vast te stellen en/of aan de Commissie mee te delen ter uitvoering van richtlijn 94/57/EG van de Raad van 22 november 1994 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties.(1)
2 Artikel 16 van de richtlijn bepaalt:
"1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 1995 aan deze richtlijn te voldoen.
(...)
3. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle bepalingen van nationaal recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis."
3 De Italiaanse Republiek betwist niet, dat zij de richtlijn nog niet ten uitvoer heeft gelegd, en voert als verweer enkel aan, dat de noodzakelijke maatregelen in voorbereiding zijn.
4 In deze omstandigheden is het beroep van de Commissie dus kennelijk gegrond.
Conclusie
5 Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Italiaanse Republiek haar verdragsverplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de noodzakelijke bepalingen vast te stellen ter uitvoering van richtlijn 94/57/EG van de Raad van 22 november 1994 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties;
2) de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten van de procedure.
(1) - PB L 319, blz. 20.
Full & Egal Universal Law Academy